← Nederland

ECLI:NL:RBSHE:2012:BW3958

vonnis RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH Sector Strafrecht Parketnummers: 01/997512-08 en 01/820046-09 (ter terechtzitting gevoegd) Datum uitspraak: 26 april 2012 Vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [1974], wonende te [woonplaats], [adres]. Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzittingen van 15 december 2008, 2 maart 2009, 26 mei 2009, 20 augustus 2009, 15 oktober 2009, 11, 12, 15, 18, 19, 21 en 22 januari 2010, 25 maart 2010, 2 februari 2012, 19, 20, 22 en 27 maart 2012, en 12 april 2012. Op de zitting van 26 mei 2009 heeft de rechtbank de tegen verdachte, onder de hiervoor genoemde parketnummers, aanhangig gemaakte zaken gevoegd. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht. De tenlastelegging. De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaardingen van 17 november 2008 en 16 april 2009. Nadat de tenlastelegging met parketnummer 01/997512-08 op de terechtzitting van 2 maart 2009 is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat: 1. hij in of omstreeks de periode van 1 september 2006 tot en met 25 augustus 2008, althans in of omstreeks de periode vanaf de maand september 2006 tot en met de maand augustus 2008 in de gemeente Helmond en/of (elders) in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van een of meer natuurlijke perso(o)n(

  1. en)genaamd [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of[medeverdachte 3] en/of een of meer andere natuurlijke perso(o)n(
  2. en)en/of een of meer rechtsperso(o)n(
  3. en)genaamd [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3] en/of [bedrijf 4] en/of [bedrijf 5] en/of [bedrijf 6] en/of [stichting 1] en/of [bedrijf 16] en/of[bedrijf 17] en/of [bedrijf 18] en/of een of meer andere rechtsperso(o)n(
  4. en)en hem, verdachte, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het plegen van oplichting jegens beleggers, vermeld op de aangehechte lijst genaamd 'Registratie slachtoffers/gedupeerden per rechtspersoon', in door [bedrijf 5] en/of [bedrijf 6] uitgegeven obligaties en/of in door [bedrijf 16] en/of [bedrijf 17] en/of [bedrijf 18] uitgegeven deelnamecertificaten en/of het plegen van verduistering, al dan niet in dienstbetrekking, van door die beleggers voornoemd ingelegde gelden, zoals vermeld op die aangehechte lijst voornoemd, terwijl hij, verdachte, oprichter en/of leider en/of bestuurder van die organisatie was; (art. 140 lid 1 en lid 3 Wetboek van Strafrecht) 2. hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2006 tot en met 25 augustus 2008, althans vanaf de maand september 2006 tot en met de maand augustus 2008 in de gemeente Helmond en/of (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
  5. en)wederrechtelijk te bevoordelen, (telkens) door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (telkens) een (groot) aantal personen (verder te noemen 'de beleggers'), zoals vermeld op de aangehechte lijst genaamd 'Registratie slachtoffers/gedupeerden per rechtspersoon' in verband met [bedrijf 6], (telkens) zijnde -zakelijk weergegeven- afnemers van door [bedrijf 6] (voorheen genaamd [bedrijf 5]), verder te noemen 'de B.V.', uitgegeven obligaties, (telkens) heeft bewogen tot afgifte(
  6. n)van een of meer bedrag(
  7. en)aan geld tot een totaal bedrag groot ruim 26.300.000,- euro of daaromtrent, in elk geval (telkens) heeft bewogen tot afgifte(
  8. n)van een of meer bedrag(
  9. en)aan geld, immers hebben/heeft hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(
  10. s)toen daar (telkens) opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven-: (telkens) aan de beleggers voorgesteld, althans doen of laten voorstellen om (nagenoeg) risicoloos in de B.V. te investeren, door afname van door de B.V. uit te geven obligaties, ter financiering van door de B.V. aan te kopen Amerikaanse levenpolissen (Life Settlements), waarbij aan de beleggers mondeling en/of in versies van de uitgegeven en/of op internet gepubliceerde en/of aan (potentiële) afnemers van obligaties verstrekte prospectus(sen) en/of informatiebrochure(
  11. s)over de B.V. en/of over de door de B.V. uit te geven obligaties en/of in de door de beleggers en de B.V. opgemaakte en/of ondertekende certificaten betreffende obligatieleningen en/of investeringsovereenkomsten en/of leningovereenkomsten is voorgehouden en/of met de beleggers (telkens) (onder meer) mondeling en/of schriftelijk is afgesproken: - dat de B.V. ter financiering van de beleggingen in levenpolissen (Life Settlements), (telkens) obligaties wenst uit te geven met een looptijd van (minimaal) 7 jaar en (maximaal) 10 jaar en/of - dat de obligatieleningen (telkens) uitsluitend, althans voor (minimaal) 70% van de inleg zullen worden aangewend voor de financiering van de beleggingen in Amerikaanse levenpolissen (Life Settlements) en/of - dat de aflossingen van de hoofdsommen van de obligatieleningen (telkens) (uiterlijk) aan het einde van de looptijden zullen plaatsvinden en/of - dat over de hoofdsommen van de obligatieleningen (telkens) een gedurende de looptijd van de obligatieleningen maandelijks uit te betalen rente van (minimaal) 8% of 9% per jaar wordt gegarandeerd en/of - dat de beleggers de uitstaande saldi van de hoofdsommen (telkens) terstond en in zijn geheel tussentijds (gedurende de looptijd) kunnen opeisen, waardoor er bij de beleggers (telkens) (een) valse voorstelling(
  12. en)van zaken werd(
  13. en)gewekt en/of (vervolgens) de beleggers (telkens) werden bewogen tot voornoemde afgifte(n); (art. 326 jo art. 51 Wetboek van Strafrecht) Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: [bedrijf 6] (voorheen genaamd [bedrijf 5]), verder te noemen 'de B.V.' op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2006 tot en met 25 augustus 2008, althans vanaf de maand september 2006 tot en met de maand augustus 2008 in de gemeente Helmond en/of (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
  14. en)wederrechtelijk te bevoordelen, (telkens) door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (telkens) een (groot) aantal personen (verder te noemen 'de beleggers'), zoals vermeld op de aangehechte lijst genaamd 'Registratie slachtoffers/gedupeerden per rechtspersoon' in verband met [bedrijf 6], (telkens) zijnde -zakelijk weergegeven- afnemers van door de B.V. uitgegeven obligaties, (telkens) heeft bewogen tot afgifte(
  15. n)van een of meer bedrag(
  16. en)aan geld tot een totaal bedrag groot ruim 26.300.000,- euro of daaromtrent, in elk geval (telkens) heeft bewogen tot afgifte(
  17. n)van een of meer bedrag(
  18. en)aan geld, immers heeft/hebben de B.V. en/of (een of meer van) haar mededader(
  19. s)toen daar (telkens) opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven-: (telkens) aan de beleggers voorgesteld, althans doen of laten voorstellen om (nagenoeg) risicoloos in de B.V. te investeren, door afname van door de B.V. uit te geven obligaties, ter financiering van door de B.V. aan te kopen Amerikaanse levenpolissen (Life Settlements), waarbij aan de beleggers mondeling en/of in versies van de uitgegeven en/of op internet gepubliceerde en/of aan (potentiële) afnemers van obligaties verstrekte prospectus(sen) en/of informatiebrochure(
  20. s)over de B.V. en/of over de door de B.V. uit te geven obligaties en/of in de door de beleggers en de B.V. opgemaakte en/of ondertekende certificaten betreffende obligatieleningen en/of investeringsovereenkomsten en/of leningovereenkomsten is voorgehouden en/of met de beleggers (telkens) (onder meer) mondeling en/of schriftelijk is afgesproken: - dat de B.V. ter financiering van de beleggingen in levenpolissen (Life Settlements), (telkens) obligaties wenst uit te geven met een looptijd van (minimaal) 7 en (maximaal) 10 jaar en/of - dat de obligatieleningen (telkens) uitsluitend, althans voor (minimaal) 70% van de inleg zullen worden aangewend voor de financiering van de beleggingen in Amerikaanse levenpolissen (Life Settlements) en/of - dat de aflossingen van de hoofdsommen van de obligatieleningen (telkens) (uiterlijk) aan het einde van de looptijden zullen plaatsvinden en/of - dat over de hoofdsommen van de obligatieleningen (telkens) een gedurende de looptijd van de obligatieleningen maandelijks uit te betalen rente van (minimaal) 8% of 9% per jaar wordt gegarandeerd en/of - dat de beleggers de uitstaande saldi van de hoofdsommen (telkens) terstond en in zijn geheel tussentijds (gedurende de looptijd) kunnen opeisen, waardoor er bij de beleggers (telkens) (een) valse voorstelling(
  21. en)van zaken werd(
  22. en)gewekt en/of (vervolgens) de beleggers (telkens) werden bewogen tot voornoemde afgifte(n), terwijl hij, verdachte tot de/het bovenomschreven strafba(a)r(
  23. e)feit(
  24. en)opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijke leiding heeft gegeven aan de bovenomschreven verboden gedraging(en); (art. 326 jo art. 51 Wetboek van Strafrecht) 3. hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2006 tot en met 25 augustus 2008, althans op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode vanaf de maand september 2006 tot en met de maand augustus 2008 in de gemeente Helmond en/of (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (telkens) opzettelijk (een of meer) bedrag(
  25. en)aan geld tot een totaal bedrag groot ruim 26.300.000,- euro of daaromtrent, in elk geval een of meer bedrag(
  26. en)aan geld, in elk geval enig goed, dat/die (telkens) geheel of ten dele toebehoorde(
  27. n)aan (een) perso(o)n(
  28. en)(verder te noemen 'de beleggers'), zoals vermeld op de aangehechte lijst genaamd 'Registratie slachtoffers/gedupeerden per rechtspersoon' in verband met [bedrijf 6], in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(
  29. s)en welk(
  30. e)bedrag(
  31. en)aan geld, althans welk(
  32. e)goed(eren) verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(
  33. s)(telkens) uit hoofde van hun/zijn persoonlijke dienstbetrekking van/als directeur en/of bestuurder en/of werknemer van [bedrijf 6] (voorheen genaamd [bedrijf 5]), verder te noemen 'de B.V.' (telkens) als obligatieleningen van door de B.V. aan de beleggers uitgegeven obligatie(s), in elk geval anders dan door misdrijf, onder zich had(den), (telkens) wederrechtelijk zich heeft toegeëigend; (art. 322 jo art 321 Wetboek van Strafrecht) Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: [bedrijf 6] (voorheen genaamd [bedrijf 5]), verder te noemen 'de B.V.' op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2006 tot en met 25 augustus 2008, althans op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode vanaf de maand september 2006 tot en met de maand augustus 2008 in de gemeente Helmond en/of (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (telkens) opzettelijk (een of meer) bedrag(
  34. en)aan geld tot een totaal bedrag groot ruim 26.300.000,- euro of daaromtrent, in elk geval een of meer bedrag(
  35. en)aan geld, in elk geval enig goed, dat/die (telkens) geheel of ten dele toebehoorde(
  36. n)aan (een) perso(o)n(
  37. en)(verder te noemen 'de beleggers'), zoals vermeld op de aangehechte lijst genaamd 'Registratie slachtoffers/gedupeerden per rechtspersoon' in verband met [bedrijf 6], in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan de B.V. en/of haar mededader(
  38. s)en welk(
  39. e)bedrag(
  40. en)aan geld, althans welk(
  41. e)goed(eren) de B.V. en/of haar mededader(
  42. s)(telkens) als obligatieleningen van door de B.V. en/of haar mededader(
  43. s)aan de beleggers uitgegeven obligatie(
  44. s)en aldus/in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had(den), (telkens) wederrechtelijk zich heeft toegeëigend, terwijl hij, verdachte tot de/het bovenomschreven strafba(a)r(
  45. e)feit(
  46. en)opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijke leiding heeft gegeven aan de bovenomschreven verboden gedraging(en); (art. art 321 jo 51 Wetboek van Strafrecht) 4. hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2006 tot en met 2 april 2008, althans vanaf de maand september 2006 tot en met de maand april 2008 in de gemeente Helmond en/of (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
  47. en)wederrechtelijk te bevoordelen, (telkens) door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, - (telkens) een of meer perso(o)n(en), zoals vermeld op de aangehechte lijst genaamd 'Registratie slachtoffers/gedupeerden per rechtspersoon' in verband met[bedrijf 16], (telkens) zijnde -zakelijk weergegeven- afnemers van door [bedrijf 16] (verder te noemen 'C.V. 1') uitgegeven deelnamecertificaten, (telkens) heeft bewogen tot afgifte(
  48. n)van een of meer bedrag(
  49. en)aan geld tot een totaal bedrag groot ruim 1.900.000,- euro of daaromtrent en/of - (telkens) een of meer perso(o)n(en), zoals vermeld op de aangehechte lijst genaamd 'Registratie slachtoffers/gedupeerden per rechtspersoon' in verband met [bedrijf 17], (telkens) zijnde -zakelijk weergegeven- afnemers van door [bedrijf 17] (verder te noemen 'C.V. 2') uitgegeven deelnamecertificaten, (telkens) heeft bewogen tot afgifte(
  50. n)van een of meer bedrag(
  51. en)aan geld tot een totaal bedrag groot ruim 4.200.000,- euro of daaromtrent en/of - (telkens) een of meer perso(o)n(en), zoals vermeld op de aangehechte lijst genaamd 'Registratie slachtoffers/gedupeerden per rechtspersoon' in verband met[bedrijf 18], (telkens) zijnde -zakelijk weergegeven- afnemers van door[bedrijf 18] (verder te noemen 'C.V. 3') uitgegeven deelnamecertificaten, (telkens) heeft bewogen tot afgifte(
  52. n)van een of meer bedrag(
  53. en)aan geld tot een totaal bedrag groot ruim 1.600.000,- euro of daaromtrent, in elk geval (telkens) heeft bewogen tot afgifte(
  54. n)van een of meer bedrag(
  55. en)aan geld, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(
  56. s)toen daar (telkens) opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven-: (telkens) aan die personen, vermeld op de voornoemde lijst genaamd 'Registratie slachtoffers/gedupeerden per rechtspersoon' in verband met (respectievelijk) [bedrijf 16] en/of [bedrijf 17] en/of [bedrijf 18] voorgesteld, althans doen of laten voorstellen om (nagenoeg) risicoloos in (respectievelijk) C.V. 1 en/of C.V. 2 en/of C.V. 3 te investeren, door afname van door (respectievelijk) C.V. 1 en/of C.V. 2 en/of C.V. 3 uit te geven deelnamecertificaten, ter financiering van door (respectievelijk) C.V. 1 en/of C.V. 2 en/of C.V. 3 aan te kopen Amerikaanse levenpolissen (Life Settlements), waarbij aan die personen, vermeld op de voornoemde lijst genaamd 'Registratie slachtoffers/gedupeerden per rechtspersoon' in verband met (respectievelijk) [bedrijf 16] en/of [bedrijf 17] en/of [bedrijf 18] mondeling en/of in versies van de uitgegeven en/of op internet gepubliceerde en/of aan (potentiële) afnemers van deelnamecertificaten verstrekte prospectus(sen) en/of informatiebrochure(
  57. s)over (respectievelijk) C.V. 1 en/of C.V. 2 en/of C.V. 3 en/of over de door (respectievelijk) C.V. 1 en/of C.V. 2 en/of C.V. 3 uit te geven deelnamecertificaten en/of in de door C.V. 1 en/of C.V. 2 en/of C.V. 3 opgemaakte en/of ondertekende deelnamecertificaten is voorgehouden en/of met die personen, vermeld op de voornoemde lijst genaamd 'Registratie slachtoffers/gedupeerden per rechtspersoon' in verband met (respectievelijk) [bedrijf 16] en/of [bedrijf 17] en/of [bedrijf 18] (telkens) (onder meer) mondeling en/of schriftelijk is afgesproken: - dat (respectievelijk) C.V. 1 en/of C.V. 2 en/of C.V. 3 ter financiering van de beleggingen in levenpolissen (Life Settlements), (telkens) deelnamecertificaten wensen/wenst uit te geven en/of leningovereenkomsten wensen/wenst te sluiten met een looptijd van (minimaal) 7 jaar en (maximaal) 10 jaar, met die personen, vermeld op de voornoemde lijst genaamd 'Registratie slachtoffers/gedupeerden per rechtspersoon' in verband met (respectievelijk) [bedrijf 16] en/of [bedrijf 17] en/of [bedrijf 18]en/of - dat de leningen (telkens) uitsluitend, althans voor (minimaal) 70% van de inleg zullen worden aangewend voor de financiering van de beleggingen in Amerikaanse levenpolissen (Life Settlements) en/of - dat de aflossingen van de hoofdsommen van de leningen (telkens) (uiterlijk) aan het einde van de looptijden zullen plaatsvinden en/of - dat over de hoofdsommen van de leningen (telkens) een gedurende de looptijd van de leningen maandelijks uit te betalen rente van (minimaal) 8,7% of 9% per jaar wordt gegarandeerd en/of - dat die personen, vermeld op de voornoemde lijst genaamd 'Registratie slachtoffers/gedupeerden per rechtspersoon' in verband met (respectievelijk) [bedrijf 16] en/of [bedrijf 17] en/of [bedrijf 18], de uitstaande saldi van de hoofdsommen (telkens) terstond en in zijn geheel tussentijds (gedurende de looptijd) kunnen opeisen, waardoor er bij die personen, vermeld op voornoemde lijst genaamd 'Registratie slachtoffers/gedupeerden per rechtspersoon' in verband met (respectievelijk) [bedrijf 16] en/of [bedrijf 17] en/of [bedrijf 18] (telkens) (een) valse voorstelling(
  58. en)van zaken werd(
  59. en)gewekt en/of (vervolgens) die personen, vermeld op voornoemde lijst genaamd 'Registratie slachtoffers/gedupeerden per rechtspersoon' in verband met (respectievelijk) [bedrijf 16] en/of [bedrijf 17] en/of [bedrijf 18] (telkens) werden bewogen tot voornoemde afgifte(n); (art. 326 Wetboek van Strafrecht) Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: [bedrijf 16] (verder te noemen C.V. 1) en/of [bedrijf 17] (verder te noemen C.V. 2) en/of [bedrijf 18] (verder te noemen C.V. 3) op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2006 tot en met 2 april 2008, althans vanaf de maand september 2006 tot en met de maand april 2008 in de gemeente Helmond en/of (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met elkaar en/of met anderen of een ander, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
  60. en)wederrechtelijk te bevoordelen, (telkens) door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, - (telkens) een of meer perso(o)n(en), zoals vermeld op de aangehechte lijst genaamd 'Registratie slachtoffers/gedupeerden per rechtspersoon' in verband met [bedrijf 16], (telkens) zijnde -zakelijk weergegeven- afnemers van door C.V. 1 uitgegeven deelnamecertificaten, (telkens) heeft/hebben bewogen tot afgifte(
  61. n)van een of meer bedrag(
  62. en)aan geld tot een totaal bedrag groot ruim 1.900.000,- euro of daaromtrent en/of - (telkens) een of meer perso(o)n(en), zoals vermeld op de aangehechte lijst genaamd 'Registratie slachtoffers/gedupeerden per rechtspersoon' in verband met [bedrijf 17], (telkens) zijnde -zakelijk weergegeven- afnemers van door C.V. 2 uitgegeven deelnamecertificaten, (telkens) heeft/hebben bewogen tot afgifte(
  63. n)van een of meer bedrag(
  64. en)aan geld tot een totaal bedrag groot ruim 4.200.000,- euro of daaromtrent en/of - (telkens) een of meer perso(o)n(en), zoals vermeld op de aangehechte lijst genaamd 'Registratie slachtoffers/gedupeerden per rechtspersoon' in verband met [bedrijf 18], (telkens) zijnde -zakelijk weergegeven- afnemers van door C.V. 3 uitgegeven deelnamecertificaten, (telkens) heeft/hebben bewogen tot afgifte(
  65. n)van een of meer bedrag(
  66. en)aan geld tot een totaal bedrag groot ruim 1.600.000,- euro of daaromtrent, in elk geval (telkens) heeft/hebben bewogen tot afgifte(
  67. n)van een of meer bedrag(
  68. en)aan geld, immers hebben/heeft C.V. 1 en/of C.V. 2 en/of C.V. 3 en/of (een of meer van) hun/haar mededader(s), toen daar (telkens) opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven-: (telkens) aan die personen, vermeld op de voornoemde lijst genaamd 'Registratie slachtoffers/gedupeerden per rechtspersoon' in verband met (respectievelijk) [bedrijf 16] en/of [bedrijf 17] en/of [bedrijf 18] voorgesteld, althans doen of laten voorstellen om (nagenoeg) risicoloos in (respectievelijk) C.V. 1 en/of C.V. 2 en/of C.V. 3 te investeren, door afname van (respectievelijk) door C.V. 1 en/of C.V. 2 en/of C.V. 3 uit te geven deelnamecertificaten, ter financiering van (respectievelijk) door C.V. 1 en/of C.V. 2 en/of C.V. 3 aan te kopen Amerikaanse levenpolissen (Life Settlements), waarbij aan die personen, vermeld op de voornoemde lijst genaamd 'Registratie slachtoffers/gedupeerden per rechtspersoon' in verband met (respectievelijk) [bedrijf 16] en/of [bedrijf 17] en/of [bedrijf 18] mondeling en/of in versies van de uitgegeven en/of op internet gepubliceerde en/of aan (potentiële) afnemers van deelnamecertificaten verstrekte prospectus(sen) en/of informatiebrochure(
  69. s)over (respectievelijk) C.V. 1 en/of C.V. 2 en/of C.V. 3 en/of over de door (respectievelijk) C.V. 1 en/of C.V. 2 en/of C.V. 3 uit te geven deelnamecertificaten en/of in de door (respectievelijk) C.V. 1 en/of C.V. 2 en/of C.V. 3 opgemaakte en/of ondertekende deelnamecertificaten is voorgehouden en/of met die personen, vermeld op de voornoemde lijst genaamd 'Registratie slachtoffers/gedupeerden per rechtspersoon' in verband met (respectievelijk) [bedrijf 16] en/of [bedrijf 17] en/of [bedrijf 18] (telkens) (onder meer) mondeling en/of schriftelijk is afgesproken: - dat (respectievelijk) C.V. 1 en/of C.V. 2 en/of C.V. 3 ter financiering van de beleggingen in levenpolissen (Life Settlements), (telkens) deelnamecertificaten wensen/wenst uit te geven en/of leningovereenkomsten wensen/wenst te sluiten met een looptijd van (minimaal) 7 jaar en (maximaal) 10 jaar met die personen, vermeld op voornoemde lijst genaamd 'Registratie slachtoffers/gedupeerden per rechtspersoon' in verband met (respectievelijk) [bedrijf 16] en/of [bedrijf 17] en/of [bedrijf 18] en/of - dat de leningen (telkens) uitsluitend, althans voor (minimaal) 70% van de inleg zullen worden aangewend voor de financiering van de beleggingen in Amerikaanse levenpolissen (Life Settlements) en/of - dat de aflossingen van de hoofdsommen van de leningen (telkens) (uiterlijk) aan het einde van de looptijden zullen plaatsvinden en/of - dat over de hoofdsommen van de leningen (telkens) een gedurende de looptijd van de leningen maandelijks uit te betalen rente van (minimaal) 8,7% of 9% per jaar wordt gegarandeerd en/of - dat die personen, vermeld op de voornoemde lijst genaamd 'Registratie slachtoffers/gedupeerden per rechtspersoon' in verband met (respectievelijk) [bedrijf 16] en/of [bedrijf 17] en/of [bedrijf 18] de uitstaande saldi van de hoofdsommen (telkens) terstond en in zijn geheel tussentijds (gedurende de looptijd) kunnen opeisen, waardoor er bij die personen, vermeld op de voornoemde lijst genaamd 'Registratie slachtoffers/gedupeerden per rechtspersoon' in verband met (respectievelijk) [bedrijf 16] en/of [bedrijf 17] en/of [bedrijf 18] (telkens) (een) valse voorstelling(
  70. en)van zaken werd(
  71. en)gewekt en/of (vervolgens) die personen, vermeld op de voornoemde lijst genaamd 'Registratie slachtoffers/gedupeerden per rechtspersoon' in verband met (respectievelijk) [bedrijf 16] en/of [bedrijf 17] en/of[bedrijf 18] (telkens) werden bewogen tot voornoemde afgifte(n), terwijl hij, verdachte tot de/het bovenomschreven strafba(a)r(
  72. e)feit(
  73. en)opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijke leiding heeft gegeven aan de bovenomschreven verboden gedraging(en); (art. 326 jo art. 51 Wetboek van Strafrecht) 5. hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2006 tot en met 25 augustus 2008, althans op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode vanaf de maand september 2006 tot en met de maand augustus 2008 in de gemeente Helmond en/of (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (telkens) opzettelijk A. een/of meer bedrag(
  74. en)aan geld tot een totaal bedrag groot ruim 1.900.000,- euro of daaromtrent, in elk geval een of meer bedrag(
  75. en)aan geld, dat/die (telkens) geheel of ten dele toebehoorde(
  76. n)aan (een) perso(o)n(en), zoals vermeld op de aangehechte lijst genaamd 'Registratie slachtoffers/gedupeerden per rechtspersoon' in verband met [bedrijf 16] en/of B. een of meer bedrag(
  77. en)aan geld tot een totaal bedrag groot ruim 4.200.000,- euro of daaromtrent, in elk geval een of meer bedrag(
  78. en)aan geld, dat/die (telkens) geheel of ten dele toebehoorde(
  79. n)aan (een) perso(o)n(en), zoals vermeld op de aangehechte lijst genaamd 'Registratie slachtoffers/gedupeerden per rechtspersoon' in verband met [bedrijf 17] en/of C. een of meer bedrag(
  80. en)aan geld tot een totaal bedrag groot ruim 1.600.000,- euro of daaromtrent, in elk geval een of meer bedrag(
  81. en)aan geld, dat/die (telkens) geheel of ten dele toebehoorde(
  82. n)aan (een) perso(o)n(en), zoals vermeld op de aangehechte lijst genaamd 'Registratie slachtoffers/gedupeerden per rechtspersoon' in verband met [bedrijf 18], in elk geval (telkens) geheel of ten dele toebehoorde(
  83. n)aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(
  84. s)en welk(
  85. e)bedrag(
  86. en)aan geld onder A en/of B en/of C voornoemd, verdachte en/of zijn mededader(
  87. s)(telkens) uit hoofde van hun/zijn persoonlijke dienstbetrekking van/als feitelijk en/of al dan niet middellijk directeur en/of bestuurder en/of werknemer van/bij (de beherende besloten vennootschap van) [bedrijf 16] en/of [bedrijf 17] en/of [bedrijf 18], als leningen van door [bedrijf 16] en/of [bedrijf 17] en/of [bedrijf 18] aan die op voornoemde lijst genaamd 'Registratie slachtoffers/gedupeerden per rechtspersoon' in verband met [bedrijf 16] en/of [bedrijf 17] en/of[bedrijf 18] vermelde perso(o)n(
  88. en)uitgegeven deelnamecertificaten , in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had(den), (telkens) wederrechtelijk zich hebben/heeft toegeëigend; artikel 322 jo artikel 321 Wetboek van Strafrecht Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: [bedrijf 16] (verder te noemen C.V. 1) en/of [bedrijf 17] (verder te noemen C.V. 2) en/of [bedrijf 18] (verder te noemen C.V. 3) op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2006 tot en met 25 augustus 2008, althans op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode vanaf de maand september 2006 tot en met de maand augustus 2008 in de gemeente Helmond en/of (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met elkaar en/of met anderen of een ander, althans alleen, (telkens) opzettelijk A. een of meer bedrag(
  89. en)aan geld tot een totaal bedrag groot ruim 1.900.000,- euro of daaromtrent, in elk geval een of meer bedrag(
  90. en)aan geld, dat/die (telkens) geheel of ten dele toebehoorde(
  91. n)aan (een) perso(o)n(en), zoals vermeld op de aangehechte lijst genaamd 'Registratie slachtoffers/gedupeerden per rechtspersoon' in verband met [bedrijf 16] en/of B. een of meer bedrag(
  92. en)aan geld tot een totaal bedrag groot ruim 4.200.000,- euro of daaromtrent, in elk geval een of meer bedrag(
  93. en)aan geld, dat/die (telkens) geheel of ten dele toebehoorde(
  94. n)aan (een) perso(o)n(en), zoals vermeld op de aangehechte lijst genaamd 'Registratie slachtoffers/gedupeerden per rechtspersoon' in verband met [bedrijf 17] en/of C. een of meer bedrag(
  95. en)aan geld tot een totaal bedrag groot ruim 1.600.000,- euro of daaromtrent, in elk geval een of meer bedrag(
  96. en)aan geld, dat/die (telkens) geheel of ten dele toebehoorde(
  97. n)aan (een) perso(o)n(en), zoals vermeld op de aangehechte lijst genaamd 'Registratie slachtoffers/gedupeerden per rechtspersoon' in verband met [bedrijf 18], in elk geval (telkens) geheel of ten dele toebehoorde(
  98. n)aan een ander of anderen dan aan C.V. 1 en/of C.V. 2 en/of C.V. 3 en/of haar/hun mededader(
  99. s)en welk(
  100. e)bedrag(
  101. en)aan geld onder A en/of B en/of C voornoemd, C.V. 1 en/of C.V. 2 en/of C.V. 3 (telkens) als leningen van door C.V. 1 en/of C.V. 2 en/of C.V. 3 aan die op voornoemde lijst genaamd 'Registratie slachtoffers/gedupeerden per rechtspersoon' in verband met [bedrijf 16] en/of [bedrijf 17] en/of [bedrijf 18] vermelde perso(o)n(
  102. en)uitgegeven deelnamecertificaten aldus /in elk geval (telkens) anders dan door misdrijf onder zich had(den), (telkens) wederrechtelijk zich hebben/heeft toegeëigend, terwijl hij, verdachte tot de/het bovenomschreven strafba(a)r(
  103. e)feit(
  104. en)opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijke leiding heeft gegeven aan de bovenomschreven verboden gedraging(en); (art. art 321 jo 51 Wetboek van Strafrecht) Aan verdachte is in de tenlastelegging met parketnummer 01/820046-09 tenlastegelegd dat: 1. hij op of omstreeks 2 september 2008 te Heeze, gemeente Heeze-Leende, een of meer wapens van categorie III, te weten een pistool (Merk: FN Baby), en/of munitie van categorie III, te weten een aantal patronen, voorhanden heeft gehad; De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd; 2. hij op of omstreeks 2 september 2008 te Heeze, gemeente Heeze-Leende, een busje (CS) traangas, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met (een) giftige en/of verstikkende en/of weerloosmakende en/of traanverwekkende stof(fen) van de categorie II, onder 6°, voorhanden heeft gehad; De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd; Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad. Bij de dagvaarding met parketnummer 01/997512-08 en daarvan deel uitmakend is gevoegd een lijst registratie slachtoffers/gedupeerden per rechtspersoon. Een kopie van deze lijst is als bijlage bij dit vonnis gevoegd en de inhoud van die lijst wordt geacht hier ingelast te zijn. De formele voorvragen. Verweer nietigheid dagvaarding met parketnummer 01/997512-08. De raadsman heeft op de zittingen van 11 januari 2010 en van 22 maart 2012 -kort gezegd- de nietigheid van de dagvaarding bepleit. De dagvaarding is in de eerste plaats innerlijk tegenstrijdig. Ten laste is gelegd dat verdachte geld door oplichting heeft verkregen. In dat geval kan verduistering van datzelfde geld - met als essentieel bestanddeel 'anders dan door misdrijf onder zich hebben'- nooit worden tenlastegelegd. Die twee misdrijven sluiten elkaar in dit geval uit en door het Openbaar Ministerie dient een keuze te worden gemaakt. De tenlastelegging dient nietig te worden verklaard zowel voor feit 2, feit 3, feit 4 als feit 5. Ook voor wat betreft feit 1 is deze (partieel) nietig, voor zover dat feit ziet op het verwijt dat verdachte zou hebben deelgenomen aan een organisatie die als oogmerk heeft het oplichten van de beleggers én het plegen van verduistering van diezelfde door die beleggers ingelegde gelden. Dat maakt de tenlastelegging innerlijk tegenstrijdig. In de tweede plaats heeft het Openbaar Ministerie bij requisitoir verzuimd aan te geven wie in de tenlastelegging concreet wordt bedoeld als er gesproken wordt over de beleggers/gedupeerden bij feit 2, 3, 4 en 5. De kwalificatie dat verdachte mogelijk (personen) zou hebben opgelicht, is in het licht van dit omvangrijke dossier, onvoldoende specifiek. De tenlastelegging is derhalve voor wat betreft feit 2, 3, 4 en 5 onvoldoende duidelijk en specifiek en voldoet aldus niet aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering en kan daarom niet fungeren als grondslag voor (het onderzoek
  105. op)een terechtzitting. De rechtbank dient de tenlastelegging op grond hiervan nietig te verklaren voor wat betreft feit 2, 3, 4 en 5. In de derde plaats heeft het Openbaar Ministerie bij requisitoir verzuimd aan te geven op welke concrete bedragen de passage (volgend op het woord daaromtrent')"...in elk geval een of meer bedrag(
  106. en)aan geld" doelt. Die passage is - met name in relatie tot de inhoud van de stukken van het geding en het verhandelde ter terechtzitting - onvoldoende duidelijk en specifiek en voldoet aldus niet aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering en kan daarom niet fungeren als grondslag voor (het onderzoek
  107. op)een terechtzitting. Dat maakt de tenlastelegging partieel nietig. Het oordeel van de rechtbank. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman en overweegt daartoe als volgt. De dagvaarding is in al haar onderdelen voldoende feitelijk en gespecificeerd. De rechtbank wijst er in dit verband op dat de raadsman ter terechtzitting van 2 maart 2009 heeft ingestemd met de gevorderde wijziging van de tenlastelegging. Hij heeft bovendien ter zitting verzoeken tot het horen van getuigen gedaan en deze getuigen ook gehoord bij de rechter-commissaris, zonder daarbij aan te voeren dat de tenlastelegging te weinig feitelijk was om de verdediging te kunnen voeren. Het gebruiken van de algemene term "geldbedragen" kan niet tot nietigheid leiden, nu op grond van het dossier voor de verdediging voldoende duidelijk moet zijn om welke bedragen het in casu gaat. Nu bij de dagvaarding met parketnummer 01/997512-08 en daarvan deel uitmakend een lijst registratie slachtoffers/gedupeerden per rechtspersoon is gevoegd, is volgens de rechtbank tevens voldoende duidelijk welke personen worden bedoeld met de term "personen". Voor zover in de tenlastelegging oplichting en verduistering cumulatief zijn tenlastegelegd, is de rechtbank van oordeel dat dit geen innerlijke tegenstrijdigheid oplevert. De rechtbank heeft immers bij een cumulatieve tenlastelegging - in geval de tenlastegelegde feiten op zich overeenkomstig de vereisten van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering zijn geredigeerd, zoals in dit geval, - te bezien of een of meerdere van deze feiten voor een bewezenverklaring in aanmerking komen. Dat de tenlastegelegde feiten (verduistering en oplichting) - kort gezegd - elkaar uitsluiten, doet aan het voorafgaande niet af. De rechtbank heeft hierbij overigens acht geslagen op de eerdere mededeling van de officier van justitie dat bij de tenlastegelegde verduistering er een partiële vrijspraak moet volgen voor zover in die periode de oplichting bewezen wordt geacht, en dat een partiële vrijspraak zal dienen te volgen voor de oplichting voor zover in die periode de verduistering bewezen wordt geacht. De dagvaarding is derhalve voor wat betreft alle tenlastegelegde feiten geldig. Het door de raadsman van medeverdachte [medeverdachte1] nog aangehaalde arrest van de Hoge Raad (Hoge Raad 20 februari 1979, NJ 1979, 313) brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel, omdat het daarbij niet ging om een tegenstrijdigheid tussen twee cumulatief ten laste gelegde feiten, maar om een tegenstrijdigheid binnen een enkel ten laste gelegd feit. Verweer niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in parketnummer 01/997512-08. De raadsman heeft -kort gezegd- bepleit dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Hij heeft daartoe aangevoerd dat bij de verdediging geen enkel vertrouwen meer bestaat met betrekking tot de onder leiding van deze officier van justitie verkregen onderzoeksresultaten. Door meermalen niet te reageren op standpunten van de verdediging, lijkt het er sterk op dat de officier van justitie de verdediging niet serieus neemt. Het beeld ontstaat dat verdachte kost wat kost moet "hangen". De verdediging is niet gebleken dat de officier van justitie onderzoek heeft gedaan naar hetgeen door verdachte naar voren is gebracht. De verdediging heeft meermalen gemotiveerd aangegeven waarom de rekening-courant berekening niet juist is. Toen aantoonbaar bleek dat de rekening-courant berekening niet juist was, had de officier van justitie het boetekleed moeten aantrekken. De raadsman is van mening dat nader onderzoek nodig is, maar dan wel onderzoek waarbij alle partijen in de gelegenheid worden gesteld om hun zegje te doen. Nu de berekening van de officier van justitie aantoonbaar niet juist is, en de officier blijft weigeren te zeggen dat hij fout zat, verzoekt de raadsman het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van feiten of omstandigheden die aan de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de weg zouden staan. De rechtbank verwerpt het verweer en overweegt daartoe als volgt. Van een schending van de beginselen van een goede procesorde door het handelen van de officier van justitie, is de rechtbank niet gebleken. Dat sprake zou zijn geweest van een bewust eenzijdig onderzoek, is geenszins aan de orde. Van onvolledigheid van het onderzoek is, in het licht van de hierna nog te bespreken rapporten en de in dat kader toegepaste hoor en wederhoor, ook geen sprake. Dat de verdediging het (deels) niet eens is met de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken, is op zichzelf geen grond voor een niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie. Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaardingen ook overigens geldig zijn. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging. Vrijspraak. De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder feit 3 primair en subsidiair en feit 5 primair en subsidiair en onder parketnummer 01/820046-09 feit 2 is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. Meer specifiek overweegt de rechtbank ten aanzien van parketnummer 01/997512-08 feit 3 primair en subsidiair en feit 5 primair en subsidiair het volgende. Volgens de steller van de dagvaarding wordt verdachte onder 2 primair en subsidiair en onder 4 primair en subsidiair verweten dat hij zich, al dan niet in vereniging, heeft schuldig gemaakt aan oplichting. Voor zover verdachte de door de beleggers betaalde geldbedragen "anders dan door misdrijf" onder zich had wordt hem onder 3 primair en subsidiair en onder 5 primair en subsidiair alternatief/cumulatief verweten dat hij zich, al dan niet in vereniging, schuldig heeft gemaakt aan verduistering. Bij oplichting beweegt de dader het slachtoffer tot de afgifte van een geldbedrag om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen hetzij door het aannemen van een valse naam of een valse hoedanigheid, hetzij door listige kunstgrepen, hetzij door een samenweefsel van verdichtsels. Bij verduistering gaat het om het zich wederrechtelijk toe-eigenen van een geldbedrag dat men reeds onder zich heeft en dat men op legale wijze heeft verkregen. Met betrekking tot de tenlastegelegde verduistering overweegt de rechtbank als volgt. Een bewezenverklaring van oplichting en verduistering van eenzelfde geldbedrag is niet mogelijk. Nu de rechtbank verderop in dit vonnis zal overwegen dat verdachte de beleggers heeft opgelicht, zal de rechtbank verdachte vrijspreken van de onder 3 primair en subsidiair en 5 primair en subsidiair in verschillende vormen tenlastegelegde verduistering. Het bestanddeel van het delict verduistering, te weten "dat hij het goed anders dan door misdrijf onder zich heeft" kan immers, gelet op de bewezen verklaarde oplichting, niet wettig en overtuigend worden bewezen. Bewijs Ten aanzien van parketnummer 01/997512-08, feit 1, feit 2 primair en feit 4 primair: I. Inleiding. Het [bedrijf16] concern De rechtbank onderscheidt in navolging van het KPMG-rapport 3 periodes in de geschiedenis van het [bedrijf 16] concern.1 * Periode 1: [bedrijf 4] (17 september 2005 tot en met 30 september 2006) Op 17 september 2005 wordt [bedrijf 4] opgericht. Medeverdachte [medeverdachte 3]is 100% aandeelhouder van deze beheermaatschappij. De bedrijfsomschrijving van deze BV is volgens de inschrijving bij de Kamer van Koophandel: "beheren en beleggen". Op 21 september 2005 wordt [bedrijf 8] opgericht. [bedrijf 4] is 100% aandeelhouder van deze BV. De bedrijfsomschrijving van [bedrijf 8] is: "beheren, beleggen, advies in hypotheken en levensverzekeringen". Op 2 november 2005 wordt "[bedrijf 1]" opgericht. Per 1 september 2006 wordt de naam van deze BV gewijzigd in "[bedrijf 2]". [bedrijf 8] is 100% aandeelhouder van [bedrijf 2] Op 7 november 2005 wordt "[bedrijf 5]" (handelsnaam: [handelsnaam 1]) opgericht, waarvan de naam per 8 september 2006 wordt veranderd in "[bedrijf 6]" . [bedrijf 2] is 100% aandeelhouder van [bedrijf 6] Volgens de oprichtingsakte van [bedrijf 6] is het doel van de vennootschap: "Het afkopen van levensverzekeringen alsmede het (doen) beleggen en uitoefenen van controle op beleggingen en beleggingscertificaten en het genereren van geld ten behoeve van de financiering van goede doelen en projecten van het [bedrijf 1] fonds." Op 1 augustus 2006 wordt de commanditaire vennootschap (hierna: CV) [bedrijf 16] opgericht. Doel van deze CV is onder meer "het voor gezamenlijke rekening exploiteren van een beleggings- en financieringsbedrijf met betrekking tot Life Settlement polissen en onroerende zaken". Wie geld investeert binnen deze CV ten behoeve van levenpolissen tekent een leningsovereenkomst, ontvangt een deelnemerscertificaat en wordt stille vennoot van de CV. Beherend vennoot van de [bedrijf 2]. De eerste leningovereenkomsten via bovengenoemde CV-constructie zijn gesloten door buitendienstmedewerkers van [bedrijf 20] de handelsnaam voor [bedrijf 9], opgericht in 2001. [verdachte] en [medeverdachte 2] waren vanaf de oprichting statutair bestuurder van [bedrijf 20].2 De werkwijze van [bedrijf 6] is anders dan bij de CV's. Ter financiering van levenpolissen worden obligaties uitgegeven; de obligatiehouder leent geld aan [bedrijf 6] voor een bedrag per obligatie ter grootte van de nominale waarde van die obligatie. Partijen tekenen daartoe een obligatie-overeenkomst. * Periode 2. [bedrijf 4] en [stichting 1] (1 oktober 2006 tot en met 15 januari 2008). Kort na [bedrijf 16] worden nog 3 CV's opgericht:[bedrijf 17] (opgericht 1 oktober 2006), [bedrijf 18] (1 december 2006) en [bedrijf 19] (21 november 2006). De werkwijze van deze drie CV's is dezelfde als die van [bedrijf 16]. Men kan geld investeren ten behoeve van levenpolissen en wordt dan stille vennoot. Beherend vennoot is nu echter niet alleen [bedrijf 2], maar ook [stichting 1]. [stichting 1] is opgericht op 10 oktober 2006. De bestuurders van de stichting zijn verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2]. In de statuten van de stichting wordt als doel van de stichting onder meer genoemd: "het beheren van het vermogen van de heer[verdachte] (...) alsmede het verkrijgen, beheren, exploiteren en vervreemden en bezwaren van registergoederen". Op 6 maart 2007 verkoopt [bedrijf 8] 50% van de aandelen van [bedrijf 2] aan de [stichting 1]. Per 16 maart 2007 is verdachte [verdachte] in dienst getreden van [bedrijf 6] als algemeen directeur.3 Op 21 maart 2007 wordt [bedrijf 10] opgericht. [stichting 1] en [bedrijf 4] bezitten beide 50% van de aandelen. Volgens de bedrijfsomschrijving, zoals deze is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel, is het doel van [bedrijf 10]: "het aankopen en verkopen, huren en verhuren alsmede het beheren van registergoederen, exploitatie alsmede projectontwikkeling daaronder begrepen, zowel in Nederland als het buitenland".4 [bedrijf 4] draagt op 5 december 2007 de aandelen in [bedrijf 10] over aan [stichting 1] en twee andere partijen.5 * Periode 3: [stichting 1] (16 januari 2008 tot en met 31 juli 2008) Op 15 januari 2008 is een vaststellingsovereenkomst getekend door [bedrijf 4], [stichting 1], [bedrijf 6], [bedrijf 8] en medeverdachte [medeverdachte 3]. In de overeenkomst is vastgesteld dat [bedrijf 4] een schuld heeft uitstaan aan [bedrijf 6] ten bedrage van € 7.998.000,-- (schuld I) en [medeverdachte 3] zelf een uitstaande schuld heeft aan [bedrijf 6] van € 226.000,-- (schuld II). Partijen komen overeen dat [stichting 1] schuld I en schuld II overneemt. Als tegenprestatie dragen [bedrijf 4] en [bedrijf 8] de aandelen in [bedrijf 2] over aan [stichting 1]. [stichting 1] gaat over tot schuldoverneming onder de voorwaarde, dat [medeverdachte 3] zijn functie als bestuurder zal neerleggen en dus zal worden ontslagen in de [stichting 1], [bedrijf 2] en [bedrijf 6] De vaststellingsovereenkomst is getekend door verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]. 6 Door deze vaststellingsovereenkomst is [stichting 1] vanaf 16 januari 2008 direct of indirect 100% aandeelhouder of beherend vennoot van de rechtspersonen binnen het[bedrijf 16] concern.[bedrijf 2] en [bedrijf 6] fuseren, met laatstgenoemde BV als verkrijgende rechtspersoon. Blijkens gegevens van de Kamer van Koophandel is medeverdachte [medeverdachte 3] op 15 januari 2008 uitgetreden als bestuurder van [bedrijf 2] en op 18 januari 2008 als bestuurder van [stichting 1].7 [bedrijf 4] blijft wel voor 99,5% aandeelhouder van [bedrijf 3] ([bedrijf 3], opgericht op 6 maart 2007). [medeverdachte 3] blijft aandeelhouder voor de overige 0,5%. [bedrijf 2] heeft volgens de oprichtingsakte als doel onder meer "het ontwikkelen, inkopen en verkopen (...) van polissen van levensverzekeringen (...) in Nederland en het buitenland".8 [bedrijf 3] heeft een exclusiviteitscontract met [bedrijf 6]: alleen [bedrijf 3] kon in de Verenigde Staten levenpolissen voor [bedrijf 16] aankopen.9 [medeverdachte 1] is per 1 september 2007 in dienst getreden van [bedrijf 6] in de functie van algemeen directeur en heeft toen een management team gevormd, bestaande uit hemzelf, bedrijfsjuriste [getuige 11] en bedrijfskundige [getuige 1]. II. Overige inleidende opmerkingen. 1.Tijdens zijn pleidooi heeft de raadsman van medeverdachte [medeverdachte 3] kritiek geuit op KPMG in de rol van deskundige in dit strafproces. Verzwegen zou zijn dat KPMG eerder [bedrijf 16] heeft geadviseerd, waardoor getwijfeld wordt aan de objectiviteit en de betrouwbaarheid van het door KPMG uitgebrachte rapport in de strafzaak. In dit verband heeft de raadsman aan de rechtbank stukken overgelegd die anoniem op zijn kantoor zijn bezorgd en die kennelijk blijkens het logo van KPMG van deze onderneming afkomstig zijn en financiële rapportage inzake [bedrijf 16] behelzen . De raadsman heeft aan zijn kritiek geen rechtsgevolg verbonden. De rechtbank ziet evenmin aanleiding ambtshalve daaraan rechtsgevolgen te verbinden en gebruikt derhalve het rapport van KPMG, te meer nu gesteld noch gebleken is, dat de twee voor KPMG optredende en door de rechter-commissaris beëdigde deskundigen bij de eerdere advisering betrokken zijn geweest. Geheel ten overvloede merkt de rechtbank nog op dat de raadsman van medeverdachte [medeverdachte 1] in diens pleidooi ter zitting van 15 januari 2010 - derhalve ruim voor de benoeming van de deskundigen door de rechter-commissaris - reeds gewag heeft gemaakt van een eerder onderzoek door KPMG. 2. Het is de rechtbank voorts bekend, dat diverse faillissementen van bij [bedrijf 16] betrokken rechtspersonen en natuurlijke personen zijn uitgesproken en dat de afwikkeling daarvan nog gaande is. Als strafrechter heeft de rechtbank zich te houden aan de grondslag van de tenlastelegging, zoals door de officier van justitie geformuleerd, om naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting vervolgens te beantwoorden de vragen van artikel 348 (zoals naar de geldigheid van de dagvaarding en de ontvankelijkheid van de officier van justitie in zijn vervolging), zoals hiervoor is geschied, en de vragen van artikel van 350 van het Wetboek van Strafvordering (de bewijsvraag, de strafbaarheid van feite en verdachte, en de strafwaardigheid). Het is dus uitdrukkelijk niet aan de strafrechter om civielrechtelijke geschillen tussen de rechtspersonen en de natuurlijke personen (waaronder de verdachten in deze strafprocedure), die in het strafproces de revue zijn gepasseerd, te beslechten. De rechtbank heeft discussie daarover toegelaten omdat niet bij voorbaat kon worden uitgesloten, dat de uitkomst van deze discussie - waaronder de resultaten van het onderzoek door KPMG - relevant zou kunnen zijn voor de bewijsvraag en de strafwaardigheid van eventueel te bewijzen tenlastegelegde feiten. Het is echter niet aan de rechtbank als strafkamer de geschillen te beslechten tussen de verdachten [medeverdachte 3] en [verdachte] inzake de vaststellingsovereenkomst en over de al dan niet aan een van beiden of aan beiden civielrechtelijk toe te rekenen schulden jegens het [bedrijf 16]-concern" dan wel andere crediteuren. Hetzelfde geldt voor de door de verdachten [medeverdachte 3] en [verdachte] tijdens de strafprocedure gepretendeerde vorderingen op het [bedrijf 16]-concern" dan wel op anderen. Wel is het aan de rechtbank als strafrechter bij haar oordeelsvorming te betrekken dat in de door KPMG onderzochte periode € 42.477.737,69 aan inleg is ontvangen en per saldo voor € 9.004.297,28 aan polissen is aangekocht. 3. Ter afsluiting van de inleidende opmerkingen het volgende. De raadslieden hebben nog aangevoerd, dat de Autoriteit Financiële Markten en het openbaar ministerie (OM) niet hebben ingegrepen in de richting van [bedrijf 16], door gedurende een bepaalde periode in het jaar 2008 het al dan niet redden van [bedrijf 16] door middel van de zogenaamde "[naam]"-deal af te wachten. Hieruit zou volgens de raadslieden blijken dat ook de AFM en het OM hebben gemeend dat [bedrijf16] toen nog levensvatbaar was. De rechtbank treedt niet in de wettelijke bevoegdheden van de AFM en het OM. Slechts ter informatie verwijst de rechtbank naar de antwoorden van de toenmalige Minister van Justitie naar aanleiding van gestelde Kamervragen.10 Het optreden van het OM als leidinggevende aan het opsporingsonderzoek staat, gelet op het voor het OM geldende opportuniteitsbeginsel, niet ter beoordeling van de rechtbank tenzij de beginselen van een behoorlijke rechtspleging ernstig zijn geschonden. Dat laatste is niet gebleken. III. Bespreking van het bewijs en de bewijsmiddelen. Het standpunt van de officier van justitie. Ten aanzien van feit 2 en 4: De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat verdachte zich samen met zijn medeverdachten [medeverdachte 3], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] schuldig heeft gemaakt aan de oplichting van zo'n 500 inleggers, zoals vermeld op de bij de dagvaarding gevoegde lijst. Ten aanzien van feit 1: De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat in de onderhavige strafzaak sprake is van een conglomeraat van natuurlijke personen en rechtspersonen die zich in een gestructureerd verband bezig heeft gehouden met oplichting c.q. verduistering. Wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte en zijn medeverdachten samen en in vereniging als leider, bestuurder en/of oprichter aan een criminele organisatie hebben deelgenomen. Het standpunt van de verdediging. Ten aanzien van feit 2 en 4: De raadsman van verdachte stelt dat niet kan worden bewezen dat het van meet af aan de intentie bij [bedrijf 16] is geweest om niet te beleggen in levenpolissen. [bedrijf 16] kan zeker niet gezien worden als een façade om de werkelijke intenties van de verdachten te verhullen. Niet kan worden uitgesloten dat [verdachte] en zijn medeverdachten daadwerkelijk hebben gemeend om met hun bedrijfsvoering uiteindelijk in staat te zijn om aan al hun verplichtingen jegens de beleggers te voldoen. Uit het handelen van verdachte, in het bijzonder in de periode na het ontstaan van het "gat" en in de periode bij de onderhandelingen rondom de [naam] deal, blijkt dat er tot het laatste moment bij [verdachte] c.s. daadwerkelijk geloof bestond dat de verplichtingen konden worden waargemaakt. Tegen dit licht bezien zijn er geen oplichtingmiddelen aanwezig. De verdediging acht dan ook oplichting niet bewezen. Ten aanzien van feit 1: De raadsman van verdachte betwist niet dat er sprake is van een samenwerkingsverband tussen verdachte, [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en de rechtspersoon [bedrijf 6] Alle betrokken personen bij [bedrijf 16] hadden echter een haast heilig vertrouwen in het product life settlements. Uit het dossier blijkt niet dat het oogmerk was het plegen van oplichting dan wel verduistering. Er is dan ook geen bewijs voorhanden voor het bestaan van een criminele organisatie die tot oogmerk had het plegen van misdrijven. Nu het oogmerk op het plegen van misdrijven ontbreekt, dient vrijspraak van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht te volgen. Het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van feit 2 primair en feit 4 primair: Aangiften Bij schrijven van 27 februari 200711 heeft de Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM) aangifte gedaan tegen [bedrijf 6] ([bedrijf 6]). In de aangifte is onder meer gesteld dat de AFM het vermoeden heeft dat sprake is van oplichting, omdat uit onderzoek van de AFM is gebleken, dat [bedrijf 6] de door participanten beschikbaar gestelde gelden niet of niet volledig aangewend heeft voor het aankopen van Amerikaanse waardepapieren, zoals wel contractueel overeengekomen is. Bestudering van de bankafschriften deed vermoeden dat de ingelegde gelden slechts voor een beperkt deel, in tegenstelling tot hetgeen in de contracten staat, werden geïnvesteerd. Binnen het opsporingsonderzoek inzake [bedrijf 6] zijn vervolgens diverse getuigen gehoord. In het dossier bevinden zich twintig verklaringen van personen die in de tenlastegelegde periode (na 1 augustus 2006) gelden hebben geïnvesteerd in producten [bedrijf 6] (voorheen [bedrijf 5]) of één van de C.V.'s. Genoemde personen hebben allen aangifte gedaan van oplichting. Voor zover hier relevant geoordeeld (18 verklaringen), houden de verklaringen het navolgende in. [benadeelde 2]12 verklaart dat zij de beslissing om geld in te leggen op Amerikaanse levensverzekeringen heeft genomen op het verhaal van [werknemer 1], na besprekingen bij haar thuis in juli, augustus en december 2006. Nadat zij had besloten geld in te leggen ontving zij de prospectus en brochure van [werknemer 1]. [werknemer 1] vertelde dat zij haar ingelegde geld na 7 jaar volledig terug zou krijgen en dat zij jaarlijks 9% rente zou ontvangen. Zij heeft op 12 december 2006 de overeenkomst getekend waarbij zij akkoord ging met de inleg van 100.000 euro en een deelname-certificaat ontvangen van [bedrijf 17]. Aan haar is nooit verteld dat het ingelegde geld voor andere doeleinden dan voor de aankoop van levenpolissen zou worden besteed. - In de bij haar verklaring gevoegde leningovereenkomst13 staat dat "het onder 1) genoemde leningbedrag door CV zal worden aangewend om, minimaal ter waarde van het onder 1) genoemde leningbedrag Levenpolissen aan te kopen". Het bijgevoegde deelnamecertificaat gedateerd 20-12-2006 vermeldt "Voor akkoord (....) [medeverdachte 3]".14 [getuige 12]15 verklaart dat [verdachte] tweemaal bij hun (de rechtbank leest:[getuige 12]en haar partner [getuige 13] thuis is geweest in de periode november en december 2006, en adviseerde om de overwaarde van hun pand in [bedrijf 16] te investeren. De tweede keer heeft zij het contract getekend. Zij heeft de prospectus van [handelsnaam 1] van internet gehaald en gelezen. [verdachte] vertelde dat het ingelegde geld besteed zou worden voor de aankoop van levenpolissen in Amerika. Het deelnameformulier [handelsnaam2] is op 30 november 2006 door [verdachte] ondertekend en twee weken later door [getuige 12]. Door [verdachte] is absoluut niets verteld over de aankoop van woningen/ bedrijfspanden/exclusieve auto's en het aantrekken van adviseurs. - Het bijgevoegde deelnamecertificaat [bedrijf 18] vermeldt dat het is opgemaakt op 1 april 2007, een leningbedrag betreft van 180.000 euro en verder: "Voor akkoord : (...) [medeverdachte 3]".16 [getuige 14]17 verklaart dat[werknemer 2], werkzaam bij [bedrijf 20] in mei 2007 thuis op bezoek kwam en voorstelde om de overwaarde van het huis te investeren in obligaties. Hij zei dat het geld bij een Trust terecht kwam en dat er niemand aan kon komen. Bij het eerste bezoek ontving [getuige 14]de brochure/prospectus van [werknemer 2] en las daarin dat er een minimaal risico bestond. [werknemer 2] zei dat voor de complete inleg van 100.000 euro polissen zouden worden gekocht. Op 21 mei 2007 is de overeenkomst door [werknemer 2] ondertekend in bijzijn van [getuige 14]. Het certificaat van de lening is op 6 juli 2007 ondertekend en hierbij staan de namen vermeld van [medeverdachte 3] en [verdachte]. Er is niet verteld dat het geld zou worden gebruikt voor andere doeleinden, zoals de aankoop van woningen/bedrijfspanden. - Het bijgevoegde en door [werknemer 2] op 21 mei 2007 ondertekende inschrijfformulier [bedrijf 6]18 houdt onder meer in: "Aanwending aangetrokken gelden: Aankoop en beheer door [bedrijf 3] van levenpolissen." De bijgevoegde overeenkomst19 houdt onder meer in dat [bedrijf 6], vertegenwoordigd door haar bestuurders [medeverdachte 3] en [verdachte], met [getuige 14] het volgende overeenkomt : "Artikel 3 - Opbrengst Obligatielening De obligatielening zal door de Vennootschap uitsluitend worden aangewend voor de financiering van belegging in levenpolissen zoals beschreven in het Prospectus." [benadeelde 1]20 verklaart dat hij op 6 december 2006 een formulier heeft ondertekend betreffende deelname voor [handelsnaam 1] van [bedrijf 2]. Het bedrag ad 197.925 euro moest worden overgemaakt ten name van [bedrijf 17]. Adviseur [adviseur 1] heeft een brochure [bedrijf 16][naam][handelsnaam 1]overhandigd. [Benadeelde1] heeft deze gelezen en de inhoud kwam overeen met wat de adviseur vertelde. Er is door de adviseur nooit gesproken over de aanschaf van andere zaken dan polissen, zoals onroerend goed. [getuige 2]21 verklaart dat hij over het product contact heeft gehad met [werknemer 3]22 vanaf december 2006 en dat hij de brochure [handelsnaam 1] heeft ontvangen. [getuige 2] ging er vanuit dat al zijn geld - 55.000 euro - naar Life Settlements zou gaan. Toen hij na het afsluiten van de overeenkomst bij het certificaat een briefje ontving over instapkosten, heeft hij [werknemer 3] gebeld dat dat niet was afgesproken. [werknemer 3] gaf aan dat het briefje inderdaad weg kon en dat het volledige geld geïnvesteerd zou worden in Life Settlements. [getuige 2] heeft niet gehoord dat het geld zou worden gebruikt voor andere doeleinden. - De bijgevoegde overeenkomst d.d. 2 april 200723 houdt onder meer in dat [bedrijf 6], vertegenwoordigd door haar bestuurders [medeverdachte 3] en [verdachte], nader te noemde de Vennootschap, en [getuige 2] het volgende overeenkomen : "Artikel 3 - Opbrengst Obligatielening De obligatielening zal door de Vennootschap uitsluitend worden aangewend voor de financiering van belegging in levenpolissen zoals beschreven in het Prospectus." [getuige 3]24 verklaart dat [werknemer 4], adviseur van [bedrijf 20] hem eind 2006 heeft voorgelicht over de Life Settlements. Hij kreeg van [werknemer 4] een prospectus over [handelsnaam 1]. Volgens [werknemer 4] had het niets met beleggingen te maken en was er nul komma nul risico. Het deelnamecertificaat voor een bedrag van 135.000 euro is op 27 april 2007 getekend, gebaseerd op een overeenkomst van 20 december 2006. In juni 2008 is een en ander omgezet in een obligatieovereenkomst [bedrijf 6] 9 met bijbehorend certificaat met dagtekening 10 juli 2008, beiden getekend door [verdachte]. Over gebruik van het geld voor andere doeleinden is hem niets verteld. - De bijgevoegde obligatieovereenkomst d.d. 18 juni 200825 houdt onder meer in: "Artikel 3 - Opbrengst Obligatielening De obligatielening zal door de Uitgevende Instelling uitsluitend worden aangewend voor de financiering van de aankoop in levenpolissen zoals beschreven in het prospectus. (...) Artikel 12- Diversen (...) 12.6 Hierbij dient in beschouwing te worden genomen dat de investeerder kennis heeft genomen van de prospectus [bedrijf 6] 9 d.d. maart 2008." [getuige 4], echtgenote van [getuige 6],26 verklaart dat [werknemer 5] van [bedrijf 20] hun heeft verteld over de aankoop van levensverzekeringen in Amerika. De door hen ingelegde gelden - 130.000 euro - zouden volgens [werknemer 5] worden aangewend voor de aankoop van levenpolissen en niet voor andere doeleinden. - De bijgevoegde overeenkomst d.d. 9 mei 200727 houdt onder meer in dat [bedrijf 6], vertegenwoordigd door haar bestuurders [medeverdachte 3] en [verdachte], nader te noemde de Vennootschap, en [getuige 6]-[getuige 4] het volgende overeenkomen : "Artikel 3 - Opbrengst Obligatielening De obligatielening zal door de Vennootschap uitsluitend worden aangewend voor de financiering van belegging in levenpolissen zoals beschreven in het Prospectus." [getuige 15]28 verklaart dat [werknemer 5] van [bedrijf 20] vanaf april 2007 meermalen bij hun thuis is geweest. [werknemer 5] begon meteen over de Life Settlements. [werknemer 5] gaf aan dat het een hele vaste zekere belegging was en dat het geld naar Life Settlements zou gaan en naar niets anders. Op 15 augustus 2007 is de overeenkomst getekend. Het bedrag van de inleg was 250.000 euro. - De overeenkomst tussen [bedrijf 6], vertegenwoordigd door bestuurders [medeverdachte 3] en [verdachte] en [getuige 15] is bijgevoegd en bevat onder artikel 3 dezelfde clausule als hiervoor genoemd bij [getuige 4].29 [getuige 16]30 verklaart dat rond oktober 2007 [werknemer 1] van [bedrijf 20] bij hem langs is gekomen. Vanaf eind december 2007 heeft hij drie gesprekken gehad met [werknemer 7] van [bedrijf 20] voordat hij het besluit nam om er geld in te steken. Tijdens het eerste gesprek kreeg hij van [werknemer7] diverse prospectussen. [Werknemer7] vertelde dat met het ingelegde geld levenpolissen zouden worden gekocht. Er is door [werknemer7] niet gesproken over andere bestedingen. Er is [getuige 16]100% verzekerd dat alleen belegd zou worden in Amerikaanse levenpolissen. [getuige 16] heeft 229.000 euro ingelegd. [getuige 17]31 verklaart dat [werknemer 6] van [bedrijf 20] hem mondeling heeft toegelicht over het investeren in levenpolissen. [werknemer 6] vertelde dat het ingelegde geld, zijnde 80.000 euro, belegd zou worden in Amerikaanse levenpolissen. Het geld zou worden aangewend voor de aankoop van polissen en niets anders. De overeenkomst is op of rond 15 juni 2007 ondertekend door [verdachte]. Het betrokken certificaat kent een dagtekening van 4 juli 2007. Op het certificaat staan de namen [medeverdachte 3] en [verdachte] met de omschrijving directeur. - De overeenkomst, met onder 3 de clausule dat de lening door de vennootschap uitsluitend zal worden aangewend voor de financiering van belegging in levenpolissen zoals beschreven in het Prospectus alsmede het bijbehorende certificaat zijn bij de verklaring van[getuige 17] bijgevoegd.32 [getuige 18]33 verklaart over zijn contact met [werknemer 7] van [bedrijf 20]. Aan[getuige 18] is medegedeeld dat het ingelegde geld - 51.500 euro - zou worden besteed aan aankopen van polissen in Amerika. Hem werd verzekerd dat het geld werd ondergebracht bij een trust/bank met de Triple-A-status. De prospectussen zijn hem via de post toegestuurd. Op het certificaat als onderdeel van de afgesloten leningsovereenkomst staat dat het is opgemaakt op 15 februari 2007. Met voor akkoord [medeverdachte 3], [bedrijf 2], Beherend Vennoot. - In de bij deze verklaring gevoegde leningovereenkomst34 is vermeld dat "het onder 1) genoemde leningbedrag door CV zal worden aangewend om, minimaal ter waarde van het onder 1) genoemde leningbedrag Levenpolissen aan te kopen". [getuige 19]35 verklaart dat [verdachte] hem heeft overtuigd om gelden te beleggen. Midden december 2006 is thuis de overeenkomst getekend. De overeenkomst werd gebracht door [verdachte]. Met dagtekening 20-12-2006 heeft hij een deelnamecertificaat van [bedrijf 17] thuis gestuurd gekregen, ondertekend door [medeverdachte 3] als beherend vennoot van de [bedrijf 2] Het bedrag van de overeenkomst was 280.000 euro. In november 2007 heeft [getuige 19] zelf opnieuw contact opgenomen met [verdachte] en die kwam weer langs. Na een keer was [getuige 19] overtuigd en heeft een nieuwe overeenkomst gesloten voor 100.000 euro, met als dagtekening 16 november 2007. De tweede keer kreeg men een brochure. Er is nooit met [getuige 19] gesproken over de aanwending van de gelden voor andere doeleinden dan polissen. - Bijgevoegd bij deze verklaring is onder meer de Obligatieovereenkomst d.d. 16 november 2007 tussen [bedrijf 6], vertegenwoordigd door haar bestuurders [medeverdachte 3] en [verdachte]. Artikel 3 bevat de bepaling dat de lening uitsluitend zal worden aangewend "voor de financiering van de aankoop in levenpolissen zoals beschreven in het prospectus".36 [getuige 20]37 heeft samen met zijn vrouw een obligatieovereenkomst gesloten met [bedrijf 6], gedagtekend 22 november 2007. Hem is verteld dat het door hem ingelegde geld besteed zou worden voor aankoop van Amerikaanse levenpolissen en niets anders. Wel wist hij dat een gedeelte gebruikt moest worden voor premiebetalingen terzake de aangekochte polissen. - Bijgevoegd is hier de betreffende obligatieovereenkomst voor een hoofdsom van 90.000 euro tussen [bedrijf 6], vertegenwoordigd door haar bestuurders [medeverdachte 3] en [verdachte], met in artikel 3 een clausule als voornoemd.38 [getuige 21]39 verklaart over zijn contacten met [verdachte] voorafgaand aan zijn inleg. [getuige 21] beschikte over de prospectus [handelsnaam 1]. Aan [getuige 21] is medegedeeld dat het geld besteed zou worden aan het aankopen van levenpolissen alsmede premiebetalingen terzake de aangekochte polissen. Voor hem was duidelijk dat er daarnaast nog gewone kosten, zeg maar going-concern kosten, zijn. Hem is niet verteld dat het door hem ingelegde geld - 450.000 euro - anders zou worden geïnvesteerd dan voor aankoop van levenpolissen. [getuige 5]40 verklaart dat hijzelf rond mei/juni 2007 [medeverdachte 2], zijn financieel adviseur vanaf circa 2001, heeft benaderd met de vraag of er andere mogelijkheden waren voor zijn hypotheek. [medeverdachte 2] vertelde hem toen dat [bedrijf 16] bezig was met een nieuw product op basis van Amerikaanse levenpolissen. Een paar weken na dit eerste gesprek belde [medeverdachte 2] hem op en vertelde dat het product rijp was om in te stappen, waarna een nieuwe afspraak is gemaakt. Bij die afspraak heeft [medeverdachte 2] [getuige 5] een prospectus gegeven van het product van 9 % rente en een folder "[bedrijf 6]". [medeverdachte 2] heeft [getuige 5] nadrukkelijk verteld dat het geld van de inleggers uitsluitend zal worden aangewend voor de financiering van belegging in die Amerikaanse levenpolissen zoals ook vermeld in artikel 3 van de prospectus. Op basis van deze informatie en het vertrouwen in [medeverdachte 2] heeft [getuige 5] besloten 75.000 euro in te leggen. Op dat moment heeft [medeverdachte 2] een inschrijfformulier ingevuld en ondertekend 2 juli 2007. Op 2 augustus 2007 heeft [getuige 5] het deelnemerscertificaat ontvangen van [bedrijf 6], ondertekend met daarbij de namen [medeverdachte 3] en [verdachte]. [getuige 5] is nooit verteld dat de gelden voor andere doeleinden zouden worden aangewend. - Bij deze verklaring is gevoegd de Prospectus [bedrijf 6], versie 20-06-2007, inclusief concept-overeenkomst met in artikel 3 een clausule als hiervoor reeds besproken.41 [getuige 22]42 verklaart dat [werknemer 5] begin 2007 met Life Settlements aankwam. [werknemer 5] gaf aan dat dat hoge rente opleverde en weinig risico, in elk geval minimaal. Hij gaf niet aan wat dan eventueel een risico zou zijn. Voor 290.000 euro zijn Life Settlements aangekocht. Er is niet besproken dat het geld ergens anders aan zou worden besteed dan aan Life Settlements. De overeenkomst is door[getuige 22]op 8 mei 2007 ondertekend. Het certificaat is gedagtekend 16 mei 2007 en ondertekend door [medeverdachte 3] en [verdachte] als "directeur" van [bedrijf 6] Op geen enkele wijze is gesproken over gebruik van het ingelegde geld voor andere doeleinden als de aankoop van woningen/ bedrijfspanden, exclusieve auto's en het aantrekken van adviseurs. - Bij deze verklaring is gevoegd de obligatieovereenkomst43 van 8 mei 2007, onder meer inhoudende: "Artikel 3 - Opbrengst Obligatielening De Obligatielening zal door de Vennootschap uitsluitend worden aangewend voor de financiering van belegging in levenpolissen zoals beschreven in het Prospectus." [getuige 23]44 verklaart dat hij via zijn bedrijf [bedrijf 11] een bedrag van 100.000 euro heeft geïnvesteerd in een van de [bedrijf 16] Hij heeft meerdere (print-)versies gekregen van de brochures van het oorspronkelijke product [handelsnaam 1]. Het prospectus is voor hem een belangrijk stuk. Hem werd voorgehouden dat alle relevante informatie daarin vermeld stond. Door [werknemer 8], medewerker van de [bedrijf 2], is aan[getuige 23] verteld dat van het ingelegde geld levenpolissen zouden worden aangekocht. Alles zou worden geïnvesteerd in Amerikaanse Life Settlements. Op het deelnameformulier staat dat het getekend is op 30-10-2006. Het deelnamecertificaat vermeldt als datum 10-11-2006 en bij de ondertekening voor akkoord de naam [medeverdachte 3]. - Het betreffende deelnamecertificaat [bedrijf 16] en deelnameformulier, onder meer inhoudende dat het genoemde leningbedrag door CV zal worden aangewend om, minimaal ter waarde van het genoemde leningbedrag Levenpolissen aan te kopen zijn bij de verklaring gevoegd.45 Bijgevoegd zijn voorts de prospectussen "[handelsnaam3]", "[bedrijf 6]" en "[handelsnaam 1]". 46 [getuige 24]47 verklaart dat haar hypotheekadviseur haar adviseerde om via [bedrijf 16] obligaties te kopen. Zij heeft voor 50.000 euro obligaties gekocht. In maart 2008 is het certificaat getekend door [verdachte]. - De betreffende obligatieovereenkomst is bij de verklaring gevoegd en houdt onder 3 in dat de obligatielening door de uitgevende instelling uitsluitend zal worden aangewend voor de financiering van de aankoop in levenpolissen zoals beschreven in het prospectus.48 De hiervoor aangehaalde getuigenverklaringen hebben gemeen dat zij allen inhouden dat aan de investeerders c.q. beleggers is voorgehouden dat de in te leggen gelden uitsluitend dan wel voor (minimaal) 70 % zullen worden aangewend voor de financiering van de beleggingen in Amerikaanse levenpolissen. Dit werd zo mondeling voorgespiegeld door verdachten zelf of door adviseurs namens het [bedrijf 6] concern, dan wel schriftelijk via de genoemde en ook op internet verschenen prospectussen/ informatiebrochures. Alle getuigen geven aan dat - hoewel soms is gesproken over bijkomende (redelijke) kosten of dergelijke posten door de getuige zelf wel werden verondersteld - nooit kenbaar is gemaakt dat een substantieel deel van de gelden zou worden aangewend anders dan voor de aankoop van polissen en de eventuele daarbij komende (redelijke) kosten. Aan geen van de getuigen is medegedeeld dat de gelden daarbuiten zouden worden gebruikt voor de aankoop van woningen/bedrijfspanden/dure auto's of anderszins. Ook uit de uiteindelijk gesloten overeenkomsten en de daarbij behorende certificaten blijkt slechts van de aanwending ten behoeve van de aankoop van levenpolissen, niet van andere doeleinden. De rechtbank overweegt voorts dat noch uit de stukken - inclusief de overige tegenover de FIOD-ECD dan wel de rechter-commissaris afgelegde verklaringen van verkopers/adviseurs en andere betrokkenen bij het [bedrijf 6] concern - noch uit het verhandelde ter zitting en de aldaar door verdachte(
  108. n)afgelegde verklaringen, blijkt van een andere werkwijze dan die waarbij aan geïnteresseerden in de betrokken periode is voorgehouden dat het grootste deel van de ingelegde gelden zou worden besteed aan levenpolissen. De door de raadsman van medeverdachte [medeverdachte 3] nog aangehaalde verklaring van aangever [getuige 25] (p. 300414 ev PV) leidt niet tot een andere conclusie. [getuige 25] geeft weliswaar aan dat [medeverdachte 3] in besprekingen met [getuige 25] ook gezegd heeft dat hij met zijn bedrijf [bedrijf 1] wilde investeren in onroerend goed en in projecten, maar voegt daaraan toe dat die investeringen van[bedrijf 1]niet zijn genoemd in directe relatie met de inleg van [getuige 25] in [bedrijf 16]. Ook [getuige 25] doet vervolgens aangifte van oplichting. Mede gelet op het feit dat het tegenovergestelde overigens gesteld noch gebleken is, acht de rechtbank aannemelijk dat ook aan de niet gehoorde inleggers is voorgehouden dan wel met hen is overeengekomen dat de in te leggen gelden - voor minimaal 70 % - aan levenpolissen zouden worden besteed. Blijkens de rapportage van registeraccountant[accountant 1], als controlemedewerker werkzaam bij de Belastingdienst Oost Brabant, zijn over de hele onderzochte periode (1 september 2006 tot 2 september 2008) weliswaar polissen aangeschaft, maar op geen enkel moment vond dit plaats in een percentage van de inleg dat enigszins in de buurt komt van het in de prospectussen en brochures aan inleggers voorgespiegelde percentage.49 Onder deze en de hierna nog nader te noemen omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een samenweefsel van verdichtsels waardoor een groot aantal personen van de, in het dossier reeds genoemde, bij de dagvaarding gevoegde lijst, is bewogen tot de afgifte van gelden. Het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling Verdachte heeft aangevoerd dat hij niet heeft beoogd zich wederrechtelijk te bevoordelen en steeds heeft willen handelen in het belang van de inleggers. Volgens vaste jurisprudentie is er echter niet alleen sprake van het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling, als verdachte heeft gehandeld met als enige of primaire doel zich te verrijken door inleggers moedwillig te misleiden. Het oogmerk kan ook blijken uit feitelijke omstandigheden, waaronder de bedrijfsvoering, op grond waarvan verdachte wist of kon weten dat hij de jegens de inleggers aangegane verplichtingen niet zou kunnen nakomen. Voldoende voor een bewezenverklaring is het zogeheten noodzakelijkheidsbewustzijn: de handelwijze van verdachte had, naar hij besefte, als noodzakelijk en dus door hem gewild gevolg dat hij onrechtmatig bevoordeeld zou worden, ook al was zijn handelen primair op een ander doel gericht. Niet beslissend is het bij hem bestaande motief voor zijn handelen. (zie Hoge Raad 5 januari 1982, LJN: AB8977). De rechtbank heeft in dat kader de navolgende verklaringen en gegevens in aanmerking genomen. [Verdachte] heeft onder meer het volgende verklaard. "Ik ben in februari 2007 begonnen bij [bedrijf 6] (...) [medeverdachte 3] heeft in één dag drie huizen gekocht en heeft toen zonder overleg een hoop geld van de rekeningen gehaald. Dit is gebeurd omstreeks maart 2007. Daar hebben we een conflict over gehad. (...) Ik heb me niet met financiële overboekingen bemoeid. Ik heb tot november/december 2007 geen inzage gehad in de bankrekeningen. (...) Ik heb ongeveer 2 miljoen euro uit [bedrijf 6] ontvangen. Hiervan had ik terzake commissiegelden recht op 1,3 miljoen euro, namelijk de 3% commissie-afspraak. Omdat het zo goed ging is van het resterende bedrag, zijnde 7 ton euro, een Rolls Royce betaald voor mij."50 "Ik heb in het begin ook boter op mijn hoofd gehad. In het begin bedoel ik januari/februari 2007. Ik heb toen ook gelden van inleggers gebruikt voor leningen aan mijzelf. Dit is een bedrag van in totaal 2 miljoen geweest. Dit bedrag is van de rekening van [bedrijf 17] en [bedrijf 18] alsmede van [bedrijf 6] onttrokken."51 "De oude prospectussen waarin staat dat van het ingelegde geld 100% besteed wordt voor aankoop life settlements is niet juist. (...) Hier had moeten staan 100% dekking."52 "[betrokkene 1]zou twee villa's aankopen en terugleveren met winst na twee maanden. Ik en[betrokkene 1]hebben (...) opdracht gegeven om 93.000 euro over te maken. Dit geld betreft geld van [bedrijf 17]. Dit geld had besteed moeten worden voor aankoop levenpolissen. Ik heb hier bewust gelden van inleggers besteed aan zaken die niet volgens afspraken waren met inleggers. Achteraf gezien had dit niet gemoeten. (...) De betaling van de Rolls Royce Phantom heeft plaatsgevonden in april 2007 middels gebruikmaking van gelden van [bedrijf 18]. Ik was me op het moment van de aankoop ervan bewust dat de gelden die in opdracht van mij zijn overgemaakt (...) van inleggers was."53 "Ik heb geweten dat deze auto [een Porsche 911] middels inleggersgeld door [medeverdachte3] is betaald."54 "Het bedrag van 250.000 euro dat is overgemaakt aan [bedrijf 10] ten behoeve van het project Oasis (...) betreft geld van inleggers."55 "Op 18 april 2007 heeft een boeking van 947.565,79 plaatsgevonden aan [bedrijf 10] Dit geld komt uit de verkoop door [medeverdachte3] van het pand de[adres pand 1] aan mij. (...) [Dit bedrag] moest terug naar [bedrijf 6] (...) Er is (...) drie keer aanbetaald voor drie Maserati's in juli 2007. Dit geld is van inleggers. (...) In het project Villa Red Sea zijn gelden gebruikt van inleggers, waaronder het bedrag wat u mij voorlegt [50.000 euro]. Ik wist daarvan. Ik wist dat er gelden gebruikt werden van [bedrijf 6] dan wel van de[bedrijf 16]. (...) De voorgaande boekingen zijn niet zoals ze moeten zijn. Er zijn gewoon teveel gelden van inleggers onttrokken die bedoeld waren om polissen van te kopen."56 "In april 2007 is het Spanje verhaal gekomen. Het betreft hier Casa Oasis. (...) [betrokkene 1] en [bedrijf 4] hebben mij geïnteresseerd voor aankoop onroerend goed. Er werd mij toen voorgehouden dat in september 2007 de gelden die vanuit [bedrijf 16] hiervoor werden aangewend zouden terugvloeien naar [bedrijf 16] c.s. door verkoop van de panden die daar werden aangekocht. Het gaat hier om 1,2 miljoen volgens mij. (...) Hier is bewust geld gebruikt van inleggers van [bedrijf 16]. (...) Ik heb dat gedoogd. Achteraf gezien is dat erg dom van mij geweest. Ik had dit nooit moeten toestaan. (...) Na het Spanje verhaal kwam [betrokkene 1] met het Egypte verhaal. Dat was in mei/juni 2007. (...) Er is totaal voor een bedrag van 296.000 euro aangewend van inleggelden voor een zestal appartementen in Egypte. (...) Achteraf gezien is dit niet goed van mij geweest. Dit heb ik toen fout gedaan. (...) In juli 2007 hoorde ik dat [betrokkene 1] voor uit mijn hoofd 127.000 euro grond had gekocht in Bonaire (...) middels gelden van [bedrijf 6], zijnde inleggelden. (...) Door het te accepteren werd ik medeverantwoordelijk voor de aankoop. (...) In augustus/september 2007 is er een pand aangeschaft in [adres pand 2] (...) De financiering vanuit[bankier 1] betrof niet het gehele bedrag. Daarom zijn er ook gelden van [bedrijf 6] aangewend. (...) Ik meen me te herinneren dat we hier spreken over ongeveer 200.000 euro. (...) Rond september 2007 heb ik het zakenpand op de[adres pand 3]in Best aangekocht. (...) Vanuit [bedrijf 16] is terzake dit pand een bedrag van ongeveer 200.000 euro aangewend. Dit betreft het bedrag aan kosten koper. (...) Het pand[adres pand 4] Veghel is op 15 november 2006 gekocht voor 563.193 euro middels gebruikmaking van gelden van [bedrijf 16]. (...) Dit is gebeurd 2 maanden nadat ik mijn intrede heb gedaan bij [bedrijf 16]."57 [Naar aanleiding van een debetboeking van 5 april 2007 van 250.000 euro op naam van [bedrijf 6] voor een Ferrari] "Dit is mijn auto. Dit is van [bedrijf 16] geld betaald. (...) Als ik toen had geweten wat ik nu weet had ik het niet gedaan." [Naar aanleiding van een debetboeking van [bedrijf 6] van 225.834,92 in verband met een pand in Leeuwarden] "Dit pand is door [betrokkene 1] met mij gekocht van gelden van [bedrijf 16]. (...) Dit pand is na november 2007 verkocht, omdat ik vond dat deze gelden terug moesten naar [bedrijf 16]. Echter de opbrengst terzake verkoop van het pand is gebruikt voor aflossing rekening courant bij [bankier 1]van [betrokkene 1]. 58 Medeverdachte [medeverdachte 3] heeft over de bedrijfsvoering binnen het [bedrijf 16] concern onder meer het volgende verklaard. "In het begin, ik bedoel in de tijd van [naam bedrijf medeverdachte3] en [bedrijf 8] en [bedrijf 4] was het op financieel gebied een puinhoop. Dat kwam door mijn onervarenheid op dat gebied. Toen wist ik niks op financieel gebied."59 "Ik was verantwoordelijk voor het gat van 7 miljoen euro. Die 7 miljoen waren ontstaan uit het netto betalen vanuit [bedrijf 2] van medewerkers van [bedrijf 4] of het betalen van hun lease auto, het betalen van hun representatiekosten. Ook van het betalen van anderen die iets voor mij zouden kunnen betekenen. (...) Ik denk dat ik van die 7 miljoen euro zelf privé het minste heb gehad. Ik heb mensen hun schulden betaald bijvoorbeeld en dacht dat zij dan voor mij wel wat werk zouden willen doen. Maar of die mensen dan werkelijk wat voor mij deden weet ik niet."60 "Begin 2007, toen we zo'n drie miljoen per maand ophaalden, wisten [verdachte] en ik dat we zoveel mogelijk geld moesten betalen aan polissen, maar in elk geval zo'n 70% van de binnengehaalde inleg om aan de verplichtingen te kunnen voldoen. De rest was dan voor bedrijfsvoering en dergelijke. Nogmaals, dat wisten we in 2007 heel goed, maar het kwam er niet van, omdat er geen rust binnen [bedrijf 16] was. (...) Het pand[adres pand 5] in Helmond heb ik in september 2007 gedeeltelijk gefinancierd met geld van [bedrijf 16]. Dus met geld van inleggers."61 "In het pand in Bruchem zat intussen veel geld uit [bedrijf 16]. Bijvoorbeeld aan verbouwingen, aanpassingen en zo."62 "Ik heb eind 2006 mijn tweede woning in Spanje gekocht. (...) De hypotheek is van [bedrijf 16]." Het pand [adres pand 1] in Helmond heb ik voorgefinancierd met geld van [bedrijf 16]. Dat was najaar 2006. Het bedrag was groot 950.000 euro ongeveer."63 "Ik was [in 2007] bezig met mijn onroerende zaken af te maken, zodat ze geld op zouden brengen. Daar ging ook veel geld in zitten. In Bruchem zo'n 1,2 miljoen. De [adres pand 1] in Helmond alleen al aan verbouwing zo'n 80.000 euro. [verdachte]was in Amsterdam en Rotterdam bezig met onroerende zaken. Ik heb [betrokkene 1] een ton in euro's gegeven omdat hij problemen [had]. Al met al waren we niet bezig met Life Settlements en niet bezig met het investeren hierin."64 "Het is dus verder zo dat geld van inleggers in [bedrijf 16] voor life settlements is gebruikt om de organisatie van [bedrijf 16] op de been te houden. (...) Ook hadden we geld nodig van nieuwe inleggers om rente te kunnen betalen op oude obligaties. Terwijl er wel geld had kunnen zijn als er was geïnvesteerd in life settlements, zoals aan inleggers is beloofd en overigens maar voor een klein deel is gebeurd."65 "Die auto's, Rolls Royce, Ferrari, Lamborghini, Maserati en zo zijn betaald of geleased met geld van de inleggers van [bedrijf 16]. Dat wisten [verdachte] en ik op het moment dat de auto's zijn aangeschaft of geleased. De eerste auto kwam mijn kant op na de Auto Rai in voorjaar 2007."66 "Ik had totaal geen grip meer op de zaak. Daarom heb ik er ook voor gekozen om laatst 2007 afstand te doen van mijn aandeel in [bedrijf 16]. Ik heb natuurlijk foute dingen gedaan. (...) In mijn beleving kan ik nooit meer dan 7 miljoen hebben uitgegeven. (...) Voor de auto's krijg je niet veel meer terug. Dat is kapitaalvernietiging."67 "Ik bestrijd niet dat ik verkeerd begonnen ben. (...) Ik schaam me voor sommige keuzes die ik gemaakt heb, bijvoorbeeld het investeren in bepaalde mensen die niet deden wat ze mij beloofden. (...) Daar heb ik veel geld aan verloren, het was geld wat uit [bedrijf 16] kwam en van de inleggers. [bedrijf 16] heeft zijn eigen winst om zeep geholpen door het geld uit te geven aan andere zaken. (..) Ik schat dat ik zo'n 60.000 euro per maand kwijt was aan lonen. (...) Bijna de helft van de mensen die nu rondlopen bij [bedrijf 16] is familie van mij."68 "Mijn bruiloft in december 2007 is deels betaald door [bedrijf 16]. Dat was zo'n 16.000 euro. (...) De auto van de dochter heb ik betaald. (...) Het leek mij wel leuk als zij in een Maserati zou rijden. Die is betaald vanuit [bedrijf 16]. (...) De Maserati van [betrokkene 2] heb ik betaald via [bedrijf 4]met geld van inleggers van [bedrijf 16]."69 "Wat ik [van de prospectus [handelsnaam 1]] niet echt geslaagd vind, is het feit dat we teveel de nadruk hebben gelegd op de Life Settlemens. En dat we van het geld van de inleggers eigenlijk alleen maar Life Settlements zouden kopen. Dat is natuurlijk niet zo." "De 3 Chevrolets waren aangekocht voor de adviseurs van [bedrijf 16], maar die wilden die niet. Een ervan ging daarop naar mijn broer en een andere naar mijn vader. De verzekering van de Chevrolet (...) wordt betaald met geld van inleggers bij [bedrijf 16]. (...) De aanschaf en de kosten van de Boss Hoss kwamen ten laste (...) van de inleggers van [bedrijf 16]. (...) Er is ongeveer 2,7 miljoen euro betaald aan de panden met geld van inleggers van [bedrijf 16]. (...) Als ik zo'n lijst zou moeten maken, dan kom ik hoog ingeschat op een waarde van zo'n 6 miljoen euro. Maar of we nu praten over zes of acht miljoen, het is allemaal geld van inleggers. 70 "Het was, zeker bij mij, de bedoeling om van het geld van de inleggers in [bedrijf 16] producten polissen te kopen. Daarom bleven we dat ook zeggen tegen de mensen die interesse hadden in [bedrijf 16] producten. Maar het kwam er maar niet van."71 Getuige [getuige 26] heeft de boekhouding verzorgd voor diverse rechtspersonen binnen het [bedrijf 16] concern. Hij heeft onder meer het volgende verklaard. "Vanaf juni 2006 heb ik de boekhouding bijgehouden van [bedrijf 8] (...) Jaarrekeningen van [bedrijf 1] Beheer zijn nog niet gemaakt. Er is nooit een aangifte vennootschapsbelasting ingediend. Dit kwam door de verwevenheid van de verschillende bedrijven. Steeds meer posten moesten worden overgeboekt van het ene naar het andere bedrijf. Het was zo'n ratjetoe dat je er gewoon moedeloos van werd. (...) [bedrijf 4] betreft echt schoenendozen spul. Ik krijg een heleboel bonnetjes aangeleverd. Vaak klopten de bedragen die afgeschreven waren niet met de bonnen. (...) [bedrijf 4] kwamen allerlei boekingen voor van ronde bedragen wat [medeverdachte 3] dan omschreef als zijnde salaris voor [betrokkene 3], echtgenote van [medeverdachte 3]] en hemzelf. Het zou geboekt moeten worden als management fee maar een factuur heb ik nooit gezien. Ik heb deze bedragen verwerkt in de rekening courant."72 "De periode voordat [medeverdachte 1] aantrad was er niemand geïnteresseerd in liquiditeits- en rendementscijfers. Men was in die voorgaande periode alleen geïnteresseerd in omzet. Er was geen managementteam, geen bevelstructuur, men deed maar wat, dat is mijn impressie. (...) [verdachte] had al in 2007 50% van de aandelen in [bedrijf 6] verworven, maar hij had nooit naar de cijfers gekeken. Hij heeft zich bezig gehouden met het maken van omzet."73 "Op 31 december 2007 stond een schuld aan inleggers van 33 miljoen euro op de balans en er stond maar een bedrag van ongeveer 7 miljoen aan ingekochte polissen tegenover."74 "[medeverdachte 1] is in september 2007 begonnen. In het begin heb ik hem duidelijkheid gegeven hoe het zat met de cijfers. (...) Zoals het was, kon het niet doorgaan. Ik heb (...) gezegd dat het een soort piramidespel was. Ik bedoel daarmee dat zoals het nu liep de rentebetalingen en de exploitatiekosten alleen maar konden worden betaald uit nieuwe inleggelden. Op den duur loop je dan vast. (...) De belangrijkste voorwaarde is het zorgen voor een krediet bij een kredietinstelling zoals een bank. Daarnaast moest minimaal 70% van de inleggelden worden belegd in levenpolissen. Dit is in 2008 ook niet gelukt, omdat[medeverdachte 1] zei dat hij eerst de zaak wilde saneren. De schulden die er waren moesten eerst worden afgelost, zoals crediteuren, de belastingdienst etc." (...) Ik heb heel vaak uitgelegd dat er niet meer uit te komen was behoudens de door mij aangegeven voorwaarden. Ik had het idee dat de anderen dat niet zo inzagen. (...) De mensen zagen zoveel geld op de bank dat ze hebberig werden en niet konden wachten tot de winst was gerealiseerd."75 De hiervoor al genoemde registeraccountant [accountant 1] heeft onder meer het volgende geconstateerd over de bedrijfsadministratie van het [bedrijf 16] concern in de ten laste gelegde periode. "De ene rechtspersoon deed soms betalingen voor [een] gelieerde andere (rechts)persoon. Dit werd veroorzaakt door een met name in 2008 stijgend tekort aan liquide middelen. (...) Er kan geen steun worden gevonden in overzichtelijke jaarcijfers met betrekking tot[bedrijf 6]. Het blijkt dat er geen accountantscontroles op (interim)cijfers zijn toegepast. Dit beïnvloedt de kwaliteit en getrouwheid van de financiële gegevens negatief. Van een groot aantal bestedingen staat niet vast dat het om zakelijke betalingen gaat. Vaak werden dit soort bestedingen binnen het bedrijf geboekt op een verzamelrekening of tijdelijk in een soort boekhoudkundige vergaarbak. Tot een nadere boekhoudkundige analyse en juiste verwerking van deze bestedingen kwam het veel te weinig. Er zijn vrijwel geen financiële gegevens (jaarrekeningen e.
  109. d)van verdachte en daarmee gelieerde rechtspersonen gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel. Volgens de curatoren is er sprake van schending van de deponeringsplicht."76 [accountant 1]onderscheidt 3 periodes aan de hand van bestuurderswisselingen binnen het [bedrijf 16] concern en constateert vervolgens: "In alle drie periodes zijn Amerikaanse levensverzekeringspolissen aangeschaft. Doch in geen enkele periode vond dit plaats in een % van de inleg dat enigszins in de buurt komt van het in de prospecti aan inleggers voorgespiegelde %."77 Dat geldt dus ook voor de periode na oktober/november 2007, toen voor het eerst was geconstateerd dat er een te groot 'gat' was tussen de ingelegde bedragen en de bedragen die waren besteed aan de aanschaf van levenpolissen. In de periode dat medeverdachte [medeverdachte 1] als directeur werkzaam was bij [bedrijf 6] (van 1 september 2007 tot 1 september 2008) is in totaal voor € 16.938.717,-- ingelegd. In die periode is € 5.100.646,-- aan levenpolissen/stortingen besteed.78 In totaal heeft het [bedrijf 16] concern in de ten laste gelegde periode € 42.477.737,69 aan inleg ontvangen. Per saldo is voor € 9.004.297,28 aan polissen aangekocht. KPMG heeft op basis van onder meer onderzoek van bankafschriften € 14.070.964,88 aangemerkt als rekening courant transacties voor verdachte, medeverdachte [verdachte] en [bedrijf 10]. Een bedrag van 14.414.550,80 heeft KPMG aangemerkt als 'overige transacties' (waaronder salarissen, provisies, vastgoed, auto's, leningen, sponsoring, marketing en advies).79 De rechtbank merkt daarbij nog op dat gestelde afspraken tussen het [bedrijf 16] concern en haar bestuurders en adviseurs over te ontvangen salarissen, provisies en commissiegelden niet schriftelijk zijn vastgelegd, met uitzondering van de arbeidsovereenkomst met medeverdachte [medeverdachte 1]. Op verzoek van de FIOD-ECD heeft [bedrijf 12] onderzoek gedaan naar de kwaliteit van de door [bedrijf 16] aangekochte life setttlement contracten en onderzocht hoeveel procent van de ingelegde gelden [bedrijf 16] had moeten investeren in gelijksoortige life settlement contracten om redelijkerwijs aan haar verplichtingen te kunnen voldoen.80 Indien 100 % van de ingelegde gelden was belegd in life settlementcontracten zou het eigen vermogen in 2017 euro 0,2 miljoen bedragen. Dit is een zeer kleine marge, die zeer gevoelig is voor wijzigingen in de veronderstellingen, aldus rapporteurs. Geconcludeerd wordt verder dat, gegeven de door [bedrijf 16] aangekochte contracten en de door hen opgegeven kosten, de business case van [bedrijf 16], zelfs indien de ingelegde gelden volledig worden belegd in life settlement contracten, te scherp is. Indien slechts een gedeelte van de ingelegde gelden wordt belegd, is de business case verre van realistisch.81 De conclusie van [bedrijf 12] dat de business case van het [bedrijf 6] product te scherp is, wordt bevestigd in de op verzoek van de verdediging van medeverdachte [medeverdachte 3] uitgebrachte contra-expertise van Triple A.82 Bovenstaande verklaringen en gegevens brengen de rechtbank tot de volgende conclusie. Van meet af aan is de financiële administratie binnen het [bedrijf 16] concern op ondoorzichtige en onverantwoorde wijze gevoerd. Er was nauwelijks of geen zicht op de geldstromen. De bedrijfsvoering was er niet op gericht, dat inleggelden zoveel mogelijk werden besteed aan het kopen van levenpolissen. Dit terwijl het verdachte bekend was of kon zijn, dat het zo snel en zo veel mogelijk kopen van levenpolissen noodzakelijk was, wilde het concern haar verplichtingen jegens de inleggers kunnen blijven nakomen. Tot aan de ontdekking in oktober/november 2007 van het 'gat' tussen ingelegde gelden en gelden besteed aan levenpolissen, was het percentage inleggeld dat hiervoor werd gebruikt, onbekend. Feitelijk werd in de gehele ten laste gelegde periode bij lange na niet de 70 tot 100% gehaald die aan de inleggers was voorgespiegeld. Inleggelden werden besteed aan andere doeleinden, waaronder de aanschaf van onroerend goed, zonder dat eerst werd nagegaan of dit bedrijfseconomisch verantwoord was. Mede omdat (start)kapitaal van een kredietinstelling ontbrak, geraakte het concern in een positie waarin schulden aan inleggers en andere crediteuren moesten worden betaald met gelden van nieuwe inleggers. Toen eenmaal voornoemd gat werd ontdekt, moest een aanzienlijk deel van de inleggelden worden aangewend om het bedrijf te saneren en kon nog steeds bij lange na niet de aan inleggers toegezegde 70 tot 100% van het inleggeld worden besteed aan het kopen van levenpolissen. Door op deze onverantwoorde en lichtzinnige wijze het bedrijf te besturen, moet het verdachte duidelijk zijn geweest dat het niet mogelijk was de contractuele verplichtingen jegens de inleggers (op den duur) na te komen. Er was dan ook, in termen van bovengenoemde jurisprudentie, sprake van noodzakelijkheidsbewustzijn. De rechtbank acht derhalve bewezen dat verdachte heeft gehandeld met het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling en zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van oplichting. Ten aanzien van feit 1: Criminele organisatie. Algemeen. 1.Aan verdachte is onder feit 1 tenlastegelegd - kort gezegd - de deelneming aan een criminele organisatie. Anders dan de verdediging is de rechtbank met de officier van justitie van oordeel, dat dit feit wettig en overtuigend ten aanzien van verdachte bewezen verklaard kan worden. 2.Volgens vaste jurisprudentie (vgl. o.a. HR 18 november 1997, NJ 1998, 225) is van deelneming in de zin van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht slechts dan sprake indien de verdachte behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk tot het plegen van misdrijven. Voorts is voor deelneming voldoende dat de verdachte in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijke opzet) dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. Verdachte behoeft dus geen wetenschap te hebben van één of verscheidene concrete misdrijven die door de organisatie worden beoogd. 3.Uit de vaste jurisprudentie (vgl. o.a. HR 22 januari 2008, NJ 2008, 72) valt verder af te leiden dat van een organisatie in de zin van artikel 140 voornoemd kan worden gesproken indien aanwezig is een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en ten minste één andere persoon. Een zekere bestendigheid van het samenwerkingsverband is verder noodzakelijk. De samenstelling van het samenwerkingsverband behoeft daarbij niet steeds dezelfde te zijn. Samenwerkingsverband, en de duurzaamheid en de structuur daarvan. 4.De in de tenlastelegging genoemde [bedrijf 1], [bedrijf 2], [bedrijf 3], [bedrijf 4], [bedrijf 6], [bedrijf 6], [stichting 1], [bedrijf 16], [bedrijf 17], en [bedrijf 18] zijn alle rechtspersonen of wat betreft de genoemde commanditaire vennootschappen ingevolge het derde lid van artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht daarmee gelijkgesteld. De rechtbank zal in het vervolg deze rechtspersonen samen aanduiden als "[bedrijf 16]-concern", tenzij het noodzakelijk is een afzonderlijke rechtspersoon te benoemen. Uit het proces-verbaal van de Fiod blijkt dat gedurende de tenlastegelegde periode de rechtspersonen (op enig moment) hebben bestaan, alsmede dat er tussen de rechtspersonen onderling - al dan niet via natuurlijke personen, waaronder de verdachten [verdachte], [medeverdachte 3], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] - verbanden bestonden.83 Ook in het rapport van KPMG worden verbanden tussen de genoemde rechtspersonen aangenomen84. Het bestaan van de diverse onderdelen van het [bedrijf 16]-concern en de verbanden daartussen zijn overigens door de verdachten niet ontkend. Voorts wijzen ook de diverse uittreksels van de Kamer van Koophandel85 op het bestaan van de rechtspersonen. 5.Anders dan KPMG die om privaatrechtelijke en bedrijfseconomische redenen bij voorbeeld [bedrijf 4] en de [stichting 1] buiten het "[bedrijf 16]-concern" situeert, zal de rechtbank alle in de tenlastelegging genoemde rechtspersonen tot de criminele organisatie "[bedrijf 16]-concern" als samenwerkingsverband rekenen, al was het alleen maar omdat [bedrijf 4] en de [stichting 1] rechtstreeks zijn gelieerd aan de verdachten [medeverdachte 3] en [verdachte], die door de rechtbank als deelnemers in de zin van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht zullen worden aangemerkt. Een andere belangrijke overweging om de criminele organisatie "[bedrijf 16]-concern" als samenwerkingsverband ruimer op te vatten is voor de rechtbank de volgende. Aan KPMG is als deskundige gevraagd - kort samengevat - de rekening-courantverhoudingen van de verdachten [medeverdachte 3] en [verdachte] te onderzoeken en te analyseren. Het viel niet binnen de onderzoeksopdracht aan KPMG om uitspraken van strafrechtelijke aard te doen. De rechtbank daarentegen dient aan de hand van wettige bewijsmiddelen vast te stellen welke onderdelen van de tenlastelegging voor een bewezenverklaring in aanmerking komen. Voor alle in de tenlastelegging genoemde rechtspersonen geldt dat zij hetzij als ontvangers van de inleggelden van de beleggers fungeerden, hetzij als investeerders in Amerikaanse levensverzekeringen optraden dan wel organiserend tussen beide "poten" optraden, en aldus deel uitmaakten van het samenwerkingsverband. 6.Wat betreft de duurzaamheid van het "[bedrijf 16]-concern" volstaat de rechtbank met de opmerking dat het "[bedrijf 16]-concern" gedurende de gehele onder feit 1 tenlastegelegde periode heeft deelgenomen aan het economisch verkeer, waaronder het contracteren met de beleggers en het actief zijn op de vastgoedmarkt. Daarbij geldt wel dat gedurende de tenlastegelegde periode diverse naamswijzigingen, statutenwijzigingen, wisselingen van aandeelhouders, mutaties van bestuurders, alsmede opvolging van rechtspersonen heeft plaatsgevonden. Naar het oordeel van de rechtbank hebben bedoelde wijzigingen en wisselingen evenwel geen gevolgen gehad voor de duurzaamheid en de structuur van het "[bedrijf 16]-concern" als geheel. 7.Ondanks de hiervoor aangehaalde wijzigingen met betrekking tot de optredende rechtspersonen is de rechtbank van oordeel dat ook voldoende structuur binnen het "[bedrijf 16]-concern" aanwezig was. Binnen het concern was sprake van een taakverdeling en een gezagsstructuur. Zo waren [bedrijf 1], de commanditaire vennootschappen, en [bedrijf 16] Settlements achtereenvolgens de onderdelen die de gelden van beleggers ontvingen, en was onder andere [bedrijf 3] het onderdeel, dat de aanschaf van de levensverzekeringen zou verzorgen. 8. Ten aanzien van de gezagstructuur per relevante periode verwijst de rechtbank naar de hiervoor opgenomen Inleiding over het [bedrijf 16] concern. 9.De rechtbank is dan ook van oordeel dat de gedurende de tenlastegelegde periode sprake is geweest van een samenwerkingsverband dat voldoet aan het bestanddeel "organisatie" als genoemd in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht. Oogmerk tot het plegen van misdrijven. 10.De rechtbank komt nu toe aan de beantwoording van de vraag of het "[bedrijf 16]-concern" het oogmerk heeft gehad tot het plegen van misdrijven. De rechtbank zal deze vraag met ja beantwoorden en wel om de navolgende redenen. 11. In het algemeen geldt in het kader van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht dat het niet nodig is dat misdrijven zijn begaan en behoeft de organisatie ook niet een louter misdadige (hoofd-) doelstelling te hebben (vgl. o.a. HR 26 februari 1991, NJ 1991, 499). De rechtbank is van oordeel dat het "[bedrijf 16]-concern" het oogmerk had om misdrijven te plegen. De rechtbank verwijst daartoe allereerst naar hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van de overige tenlastegelegde en bewezen feiten. Ook om de navolgende redenen is de rechtbank van oordeel, dat het "[bedrijf 16]-concern" het oogmerk had om misdrijven te plegen. 12.Uit de hiervoor genoemde bewijsmiddelen blijkt dat op grootschalige wijze en gedurende een lange periode gelden zijn aangewend voor een ander doel dan datgene wat de beleggers voor ogen stond, alsmede dat beleggers hierover niet zijn geïnformeerd. De contractuele verplichtingen van het "[bedrijf 16]-concern" op korte termijn in de richting van de bestaande beleggers werden nageleefd dankzij de inleg van nieuwe beleggers. In die zin was sprake van een "piramidespel". Daarmee werd met deze inleg niet gehandeld overeenkomstig de inhoud van de contracten die met de beleggers werden afgesloten. 13. Het langdurig en op zeer grote schaal aantrekken van andermans gelden en het vervolgens op zeer aanzienlijke wijze aanwenden van deze gelden in strijd met de met de beleggers overeengekomen bestemming levert een eerste aanwijzing op voor het oogmerk om misdrijven te plegen. Daarbij moet worden opgeteld dat een aanzienlijk deel van deze aangetrokken gelden direct of indirect naar de verdachten [medeverdachte 3] en [verdachte] dan wel naar aan hen gelieerde rechtspersonen is toegevloeid.86 Anders gezegd, er is niet sprake geweest van een "[bedrijf 16]-concern", dat zich onverwacht geconfronteerd zag met tegenvallende marktontwikkelingen of met plotseling tegenwerkende financiers ten gevolge waarvan een bij een normale bedrijfsvoering behorend "ondernemersrisico" disproportioneel groot werd, waardoor faillissementen onafwendbaar waren. De afwezigheid van een vorm van rekening en verantwoording gedurende enige jaren, bij voorbeeld door deponering van de jaarrekeningen, vormt verder een aanwijzing voor het genoemde oogmerk. Dit geldt ook voor de veelheid van gebezigde rechtspersonen, waarvoor veelal geen valide bedrijfseconomische gronden zijn gebleken. Er was sprake van een gebrek aan (financiële en organisatorische) transparantie binnen het "[bedrijf 16]-concern". Verkopers van lifesettlements hadden hoegenaamd geen inzicht in de daadwerkelijke belegging van de door hen geïncasseerde gelden, laat staan dat de beleggers dit inzicht hadden. Pas eind november 2007 zou aan het licht zijn gekomen het zogenaamde "gat" tussen de beleggingen en de investeringen in de levensverzekeringspolissen, waarover de beleggers op dat moment en toekomstige beleggers gedurende de daarna tenlastegelegde periode echter niet zijn geïnformeerd. Dit gebeurde eerst na de zoekingen in het kader van het opsporingsonderzoek in de maand september 2008, en niet door het "[bedrijf 16]-concern" en daarin actieve personen of actief geweest zijnde personen, waaronder verdachte. 14.Op grond van al het voorafgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat het "[bedrijf 16]-concern", bestaande uit alle in de telastelegging genoemde rechtspersonen gedurende de daarin genoemde pleegperiode een organisatie vormde in de zin van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht. Opzet aan de deelneming. 15. Hierna zal de rechtbank beoordelen welke verdachten hebben deelgenomen aan de criminele organisatie "[bedrijf 16]-concern". Ten aanzien van de verdachten [verdachte], [medeverdachte 3], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] geldt, dat zij allen op 26 oktober 2007 een mailbericht van [getuige 27]hebben gekregen, waarin [getuige 27]vaststelt dat er "nogal wat onzekerheid is omtrent de liquiditeiten. Op dit moment is het onduidelijk in hoeverre het bedrag van € 0,4 mio überhaupt wel betaald kan worden. (...) Tegen deze achtergrond lijkt het me dan ook verstandig om het verder kopen van polissen op dit moment te staken.".87 Opzet deelneming [verdachte]. 16. Onder verwijzing naar de hiervoor bij de bespreking van de oplichting reeds aangehaalde bewijsmiddelen, wijst de rechtbank in het bijzonder nog op het volgende. [verdachte] heeft onder meer het volgende verklaard. "Ik ben in februari 2007 begonnen bij [bedrijf 6] (...) [medeverdachte 3] heeft in één dag drie huizen gekocht en heeft toen zonder overleg een hoop geld van de rekeningen gehaald. Dit is gebeurd omstreeks maart 2007. Daar hebben we een conflict over gehad. (...) Ik heb me niet met financiële overboekingen bemoeid. Ik heb tot november/december 2007 geen inzage gehad in de bankrekeningen. (...) Ik heb ongeveer 2 miljoen euro uit [bedrijf 6] ontvangen. Hiervan had ik terzake commissiegelden recht op 1,3 miljoen euro, namelijk de 3% commissie-afspraak. Omdat het zo goed ging is van het resterende bedrag, zijnde 7 ton euro, een Rolls Royce betaald voor mij."88 "Ik heb in het begin ook boter op mijn hoofd gehad. In het begin bedoel ik januari/februari 2007. Ik heb toen ook gelden van inleggers gebruikt voor leningen aan mijzelf. Dit is een bedrag van in totaal 2 miljoen geweest. Dit bedrag is van de rekening van [bedrijf 17] en 2.1 alsmede van [bedrijf 6] onttrokken."89 [medeverdachte 2] heeft als getuige over [verdachte] onder meer verklaard, dat [verdachte] met hem gesprekken heeft gevoerd over het disfunctioneren van "de kant van" [medeverdachte3], alsmede dat het toen (periode 2006 en begin 2007) voor hen - [medeverdachte 2] en [verdachte] - niet zo gewichtig was om er een punt van te maken. [verdachte] had geen inzicht in en bemoeienis met de financiën van [bedrijf 16] en was nauwelijks bij de directievergaderingen aanwezig, zulks terwijl hij als DGA bij vergaderingen wel nodig was. [verdachte] wist, denkt [medeverdachte 2], ook niet welke rol de [stichting 1] binnen [bedrijf 16] had.90 [medeverdachte 3] heeft verklaard, dat [verdachte] en hij zich begin 2007 bewust waren van een gat en dat ze moesten beginnen aan een inhaalslag, er moesten life settlements worden gekocht.91 [medeverdachte 1] heeft verklaard, dat [verdachte] vanaf januari 2008 tot eind juni 2008 druk op [getuige 1] heeft uitgeoefend om betalingen ter zake van huur van panden te laten plaatsvinden.92 Getuige [getuige 33] heeft verklaard, dat in november 2007 [getuige 27] door [verdachte] is beschuldigd van het teveel kopen van polissen.93 Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij in opdracht van [verdachte] buiten[bedrijf 3] om zelf polissen is gaan kopen en een portefeuille is gaan beheren. Verder heeft de getuige onder druk van [verdachte] een deel van de opbrengst van de verkoop van een appartement in Tilburg naar de rekening van [bedrijf 20] overgemaakt.94 Op 6 november 2007 wordt tijdens de aandeelhoudersvergadering van [bedrijf 6] een memorandum inzake de financiële situatie binnen de besloten vennootschap voorgelezen. In de conceptnotulen komt de volgende passage voor: "De heer [verdachte] geeft aan dat de memo voor hem wel een verrassing is. Van de euro 12 mln. die naar hem gegaan zou zijn kan hij maar euro 3 mln. verklaren".95 In een brief van 6 november 2007 gericht aan [verdachte] schrijft [getuige 28] onder andere: "Heden is mij gebleken dat er in uw organisatie geen draagvlak bestaat voor de suggestie de huidige situatie te onderzoeken onder de voorwaarden dat voorlopig nieuwe gelden worden geweigerd......Ik stel vast dat nieuwe beleggers mogelijk zeer relevante informatie wordt onthouden, welke, indien zij daarover wel beschikten, voor hen aanleiding zou zijn geen gelden aan uw organisatie over te maken."96 In zijn brief van 14 november 2007 schrijft [verdachte] aan [medeverdachte 1] onder meer: "....Van de cv's is ook een deel naar mij gegaan. Het vastgoed dat ik heb gekocht was merendeels bedoeld voor de expansie van het kantorennet van[bedrijf 16] en ik ben stom geweest door het niet op naam van [bedrijf 16] ook aan te kopen. Maar die fout kan ik snel ongedaan maken.....Ik denk dat we moeten zoeken naar een accountant (een van de grotere kantoren) die we gaan benaderen om onze cijfers van buitenaf te controleren en die om die opdracht te krijgen al tussentijds een interne man leveren.......We moeten zo snel als mogelijk ofwel verkopen ofwel vastgoed op naam zetten van[bedrijf 6].........Ik wil hier wel het vierogenprincipe bij. Jij en ik kijken bij elke transactie mee en ook mijn handelen leg ik vooraf aan je uit. Ik wil niet de fout maken dat in de afhandeling wederom privé en zakelijke belangen worden vermengd."97 17. Aan de hand van vorenstaande bewijsmiddelen - in onderlinge samenhang met de bij de bespreking van de oplichting reeds aangehaalde bewijsmiddelen - komt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte [verdachte] opzet heeft gehad op het deelnemen aan de criminele organisatie "[bedrijf 16]". De rechtbank zal ook bewezen verklaren, dat verdachte leider van deze organisatie was. Opzet deelneming [medeverdachte 3] 18. Ten aanzien van [medeverdachte 3] acht de rechtbank het volgende van belang. [medeverdachte 3] heeft onder meer het volgende verklaard: "In het begin, ik bedoel in de tijd van [naam bedrijf medeverdachte3] en [bedrijf 8] en [bedrijf 4] was het op financieel gebied een puinhoop. Dat kwam door mijn onervarenheid op dat gebied. Toen wist ik niks op financieel gebied."98 "Ik was verantwoordelijk voor het gat van 7 miljoen euro. Die 7 miljoen waren ontstaan uit het netto betalen vanuit [bedrijf 2] van medewerkers van [bedrijf 4] of het betalen van hun lease auto, het betalen van hun representatiekosten. Ook van het betalen van anderen die iets voor mij zouden kunnen betekenen. (...) Ik denk dat ik van die 7 miljoen euro zelf privé het minste heb gehad. Ik heb mensen hun schulden betaald bijvoorbeeld en dacht dat zij dan voor mij wel wat werk zouden willen doen. Maar of die mensen dan werkelijk wat voor mij deden weet ik niet."99 "Begin 2007, toen we zo'n drie miljoen per maand ophaalden, wisten [verdachte] en ik dat we zoveel mogelijk geld moesten betalen aan polissen, maar in elk geval zo'n 70% van de binnengehaalde inleg om aan de verplichtingen te kunnen voldoen. De rest was dan voor bedrijfsvoering en dergelijke. Nogmaals, dat wisten we in 2007 heel goed, maar het kwam er niet van, omdat er geen rust binnen [bedrijf 16] was. (...) Het pand [adres pand 5] in Helmond heb ik in september 2007 gedeeltelijk gefinancierd met geld van [bedrijf 16]. Dus met geld van inleggers."100 Volgens de concept notulen van de aandeelhoudersvergadering van [bedrijf 6] van 6 november 2007 wordt een memorandum inzake de slechte financiële situatie van de besloten vennootschap voorgelezen. [medeverdachte 3] zou hebben aangegeven dat het verhaal voor hem geen verrassing was.101 Getuige [getuige 8] heeft verklaard dat hij omstreeks augustus 2006 uiteindelijk heeft besloten om niet te investeren in [bedrijf 5] omdat het - kort samengevat - zou gaan om een piramidesysteem. [Medeverdachte3] was behoorlijk kwaad omdat de getuige niet had geïnvesteerd in [naam].102 19. Op grond van vorenstaande bewijsmiddelen concludeert de rechtbank dat [medeverdachte 3] opzettelijk heeft deelgenomen aan de criminele organisatie en leider van die organisatie was. Opzet deelneming [medeverdachte 2] 20.Ten aanzien van [medeverdachte 2] acht de rechtbank het navolgende van belang. Vanaf september 2006 was [medeverdachte 2] vanuit [bedrijf 20] werkzaam binnen [bedrijf 16] als "marketing manager".103 Per 1 februari 2007 is hij in loondienst getreden van [bedrijf 6] De dienstbetrekking tussen [medeverdachte 2] en [bedrijf 16] is niet vastgelegd in een schriftelijke arbeidsovereenkomst. Op zijn visitekaartje stond "director of operations".104 [medeverdachte 2] ontving over het jaar 2007 een bruto salaris van € 202.235,52.105 Uit de functiebenaming en het genoten salaris blijkt dat hij een belangrijke positie innam binnen het [bedrijf 16] concern. Daarnaast was hij gelieerd aan het concern als aandeelhouder van [stichting 1]. [medeverdachte 2] was al in december 2006 rechtstreeks betrokken bij de bedrijfsvoering van [bedrijf 16]. In dat verband wijst de rechtbank op de volgende passages uit notulen van het CV-overleg van 13 december 2006. "[getuige 27] oppert dat hij graag ziet dat het pasje van CV 2 van [verdachte]overgedragen wordt aan [medeverdachte 2]. Dit om andere activiteiten dan polisaankoop te voorkomen. [medeverdachte 2] geeft aan dit bij [verdachte] te bespreken. [werknemer 11] geeft aan dat [verdachte] behalve het afromen van zijn provisie geen andere betalingen doet met het pasje van de CV. (...) Er wordt gesproken over de aankoop van een makelaarskantoor door [bedrijf 20]. Dit is voor [medeverdachte 2] enigszins verrassend. Hij gaat intern uitzoeken hoe de vork in de steel zit. Dit wordt vermoedelijk niet vanuit de CV gefinancierd, maar duidelijk[heid] is hierover nog niet. (...) De financiering op het bedrijfspand in Veghel is zo goed als rond. Dit wordt in de loop van de komende weken rondgemaakt. Het is een actiepunt voor [medeverdachte 2] om hierover nog even contact op te nemen met [betrokkene 1]en zorg te dragen dat het bedrag weer wordt teruggestort. (...) [getuige 27]stelt voor om een twee handtekeningenstelsel in te voeren als het gaat om de CV rekeningen. [medeverdachte 2] stemt daarmee in. (...) Wanneer [getuige 27] en [voornaam getuige9] [naar de rechtbank aanneemt: [getuige 9], met [getuige 27] werkzaam bij [bedrijf 3]] overgaan tot de aankoop van polissen wordt dit gecommuniceerd met [werknemer 9] ([bedrijf 3]) en [medeverdachte 2] ([stichting 1]/ [bedrijf 20]."106 Deze notulen weerleggen ook de stelling van [medeverdachte 2] dat hij zich niet bezig hield met de aankoop van polissen, maar alleen zorg droeg voor het werk van de buitendienstmedewerkers. Blijkens de notulen moest de aankoop van polissen immers met hem worden gecommuniceerd. [medeverdachte 2] nam deel aan het overleg als beherend vennoot namens [stichting 1]. Dat maakt zijn verklaring dat hij dacht, dat [stichting 1] was bedoeld om minder bedeelden te helpen en dat hij niet wist dat de stichting beherend vennoot was van de CV, ongeloofwaardig. Uit bovengenoemde notulen maakt de rechtbank verder op, dat [werknemer 10] geld van [bedrijf 16] had onttrokken vanwege de aankoop van een pand. Het geld moest immers worden "teruggestort". Dat strookt ook met de hierboven genoemde verklaring van [verdachte] dat [werknemer 10] met gelden van [bedrijf 16] panden had gefinancierd. Het was blijkens de notulen [medeverdachte 2], die ervoor moest zorg dragen dat het geld werd teruggestort. Ten aanzien van de aankoop van een makelaarskantoor wordt het blijkbaar niet op voorhand uitgesloten geacht, dat [bedrijf 16] dit heeft gefinancierd ("Dit wordt vermoedelijk niet vanuit de CV gefinancierd"). Ook blijkt uit deze notulen dat [medeverdachte 2] wist, dat er binnen de CV zorgen waren over het gebruik van het pasje van de CV door [verdachte] en dat deze bezig was zijn provisie af te romen. Voorts wijst de rechtbank op een mailbericht dat [medeverdachte 2] op 19 juni 2007 heeft ontvangen van [werknemer 11] extern financieel adviseur van [bedrijf 16]. In dit mailbericht worden 5 panden genoemd.[werknemer 11] verzocht [medeverdachte 2], "zoals afgelopen vrijdag met [verdachte] besproken", voor elk van die panden om onder meer een kopie te leveren "van financiering volgens [verdachte] bij[bankier 2]". Bij alle panden wordt vermeld: "Volgens [verdachte] zou provisie van beide door jullie achterhaald kunnen worden en zou naar [bedrijf 10] overgemaakt dienen te worden".107 Naar de rechtbank aanneemt wordt in dit citaat met provisie bedoeld commissiegelden van [bedrijf 16] voor [verdachte]. Over twee van de vijf panden [verdachte] heeft in zijn eigen verklaring erkend, dat er sprake was van onttrekking van gelden van [bedrijf 16] ten bate van [bedrijf 10] (te weten de panden aan de [adres pand 4] te Veghel en aan de [adres pand 1] te Helmond.)108 [medeverdachte 2] wist blijkens het mailbericht van [werknemer 11] dat [bedrijf 10] deze panden bezat. De rechtbank acht het niet aannemelijk dat [medeverdachte 2] als vertrouwenspersoon van [verdachte] en als aandeelhouder van [stichting 1] (en daarmee indirect van zowel [bedrijf 16] als [bedrijf 10]) wel wetenschap had van de aankoop van de panden, maar niet wist dat deze deels werden gefinancierd met gelden van [bedrijf 16]. Dat is des te onaannemelijker, omdat [verdachte] zelf volgens diens eigen verklaring wel van deze onttrekkingen op de hoogte was. [medeverdachte 2] heeft namens [stichting 1] de vaststellingsovereenkomst van 15 januari 2008 ondertekend. In deze vaststellingsovereenkomst wordt geconstateerd dat [bedrijf 4] en [medeverdachte 3] een schuld jegens [bedrijf 16] hebben uitstaan van meer dan 8 miljoen euro.109 Dat [medeverdachte 2] op de hoogte werd gehouden van de financiële situatie van [bedrijf 16] en wist dat deze zorgelijk was, blijkt ook uit eerdergenoemd mailbericht van[getuige 27] dat deze op 26 oktober 2007 onder meer naar [medeverdachte 2] verzond. [medeverdachte 2] heeft een concept van een vaststellingsovereenkomst d.d. 31 mei 2008110 besproken met [getuige 11], die als bedrijfsjuriste op dat moment deel uitmaakte van het management team van [bedrijf 16]. Hij heeft hierover het volgende verklaard. "Dit document is aan mij voorgelegd omdat ik bestuurder ben van de [stichting 1] en [om]dat ik de vaststellingsovereenkomst uiteindelijk moest ondertekenen indien akkoord. Inhoudelijk heb ik de overeenkomst met [getuige 11] besproken en van commentaar voorzien. Volgens mij is deze versie van de vaststellingsovereenkomst niet getekend, omdat ik hier uit destilleer dat

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.