vonnis RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 240339 / HA ZA 11-1715 Vonnis van 17 oktober 2012 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid EINDHOVENSE TOERISTEN SERVICE B.V., gevestigd te Maarheeze (gemeente Cranendonck), eiseres, advocaat mr. P.J.A. van de Laar te Eindhoven, tegen de vennootschap naar Belgisch recht ROYAL COACH TRAVEL BVBA, gevestigd te Neerpelt (België), gedaagde, advocaat mr. M. Bouman te Eindhoven. Partijen zullen hierna Eindhovense Toeristen Service B.V. en Royal Coach Travel BVBA genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding, - de conclusie van antwoord, - de conclusie van repliek, - de conclusie van dupliek, - de akte van Eindhovense Toeristen Service B.V., - de antwoordakte van Royal Coach Travel BVBA. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. Het geschil en de beoordeling 2.1. De oorsprong van deze procedure is gelegen in een ongeval dat op 7 juli 2002 heeft plaatsgevonden. Daarbij is mevrouw [X] (hierna: [X]) aangereden door een touringcar van Royal Coach Travel BVBA, die op dat moment een busreis uitvoerde voor Eindhovense Toeristen Service B.V. [X] is daarop een procedure gestart tegen Eindhovense Toeristen Service B.V. In die procedure heeft de rechtbank bij vonnissen van 15 april 2009 en 21 juli 2010 (prod. 2-3 dagv.) geoordeeld dat Eindhovense Toeristen Service B.V. aansprakelijk is voor de door [X] als gevolg van het ongeval geleden schade. Het onderhavige geschil borduurt daarop voort. 2.2. Volgens Eindhovense Toeristen Service B.V. is Royal Coach Travel BVBA jegens haar schadeplichtig uit hoofde van een toerekenbare tekortkoming dan wel onrechtmatige daad, omdat een bus van Royal Coach Travel BVBA tijdens de uitvoering van de tussen partijen gesloten vervoersovereenkomst van 23 februari 2001 (prod. 1 dagv.) de schade heeft veroorzaakt. Eindhovense Toeristen Service B.V. heeft al een bedrag van € 28.564,00 aan [X] betaald. Zij vordert thans dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Royal Coach Travel BVBA zal veroordelen tot betaling van voormeld bedrag, vermeerderd met rente, aan Eindhovense Toeristen Service B.V. Tevens vordert zij veroordeling van Royal Coach Travel BVBA in de kosten van de procedure. 2.3. De eerste vraag waarvoor de rechtbank zich (ambtshalve) gesteld ziet is of zij wel bevoegd is kennis te nemen van het geschil nu Royal Coach Travel BVBA is gevestigd in België. Eindhovense Toeristen Service B.V. stelt in de dagvaarding dat partijen zijn overeengekomen dat de rechtbank ’s Hertogenbosch bevoegd zal zijn om kennis te nemen van het geschil. Iedere feitelijke onderbouwing van deze gestelde forumkeuze ontbreekt evenwel. Echter, nu Royal Coach Travel BVBA in de onderhavige procedure is verschenen en de bevoegdheid van de rechtbank niet heeft betwist, heeft de rechtbank ’s Hertogenbosch rechtsmacht op grond van het te dezen toepasselijke artikel 24 van de Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (EEX-Vo). 2.4. De vraag welk recht van toepassing is op de rechtsverhouding tussen Eindhovense Toeristen Service B.V. en Royal Coach Travel BVBA moet worden beantwoord aan de hand van het bepaalde in het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (EVO). In het onderhavige geval is sprake van een rechtskeuze als bedoeld in artikel 3 EVO. Partijen hebben in artikel 15 van de vervoersovereenkomst van 23 februari 2001 (prod. 1 dagv.) gekozen voor toepasselijkheid van Nederlands recht. 2.5. Royal Coach Travel BVBA verweert zich tegen de vordering van Eindhovense Toeristen Service B.V. met de stelling dat die vordering is verjaard. De rechtbank overweegt dienaangaande als volgt. 2.6. Royal Coach Travel BVBA neemt terecht het standpunt in dat de overeenkomst tussen Eindhovense Toeristen Service B.V. en Royal Coach Travel BVBA een overeenkomst van personenvervoer is als bedoeld in Boek 8 BW, titel 13, afdeling 3. Dat is door Eindhovense Toeristen Service B.V. ook niet betwist. Royal Coach Travel BVBA stelt voorts onweersproken dat de overeenkomst langs de weg van artikel 8:1081 BW dient te worden aangemerkt als een exploitatieovereenkomst in de zin van artikel 8:361 BW. De rechtbank volgt Royal Coach Travel BVBA daarin. 2.7. De rechtbank volgt niet het standpunt van Eindhovense Toeristen Service B.V. dat de verjaringstermijn vijf jaar bedraagt. Kennelijk wordt hiermee gedoeld op de reguliere verjaringstermijn van rechtsvorderingen uit artikel 3:310 BW. Artikel 8:1750 BW bepaalt dat vorderingen die zijn gebaseerd op onder meer een vervoersovereenkomst als de onderhavige verjaren door verloop van één jaar, welke termijn begint met de aanvang van de dag, volgende op die waarop de reiziger het vervoermiddel heeft verlaten of had moeten verlaten. Een uitzondering is echter gemaakt voor een regresactie zoals die thans door Eindhovense Toeristen Service B.V. jegens Royal Coach Travel BVBA is ingesteld. Artikel 8:1754 bepaalt dat ten behoeve van een vervoerder van personen, een wederpartij van een zodanige vervoerder of een reiziger, voor zover deze verhaal zoekt op een partij bij een exploitatieovereenkomst als bedoeld in artikel 8:361 BW, dan wel op een reiziger voor hetgeen door hem aan een derde is verschuldigd, een nieuwe termijn van verjaring of verval begint, welke drie maanden beloopt. In het onderhavige geval zoekt de wederpartij van de vervoerder, Eindhovense Toeristen Service B.V., verhaal op Royal Coach Travel BVBA als partij bij de exploitatieovereenkomst voor hetgeen Eindhovense Toeristen Service B.V. aan een derde, [X] is verschuldigd. Voor wat betreft de aanvang van de verjaringstermijn schrijft het eerste lid van artikel 8:1754 BW voor dat die begint te lopen op de dag volgende op de eerste van de volgende dagen:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.