Rechtbank 's-Hertogenbosch BEVEL GEVANGENNEMING TER TERECHTZITTING INGEVOLGE ARTIKEL 66A VAN HET WETBOEK VAN STRAFVORDERING Parketnummer: 01/845175-11 Ter openbare terechtzitting van 24 oktober 2012 van de meervoudige kamer in de rechtbank 's-Hertogenbosch is de strafzaak behandeld tegen de verdachte genaamd: [verdachte] geboren te [geboorteplaats] op [1967] wonende te [woonplaats] aan de [adres] De hiervoor genoemde verdachte wordt verdacht van overtreding van artikel 242 en 246 van het Wetboek van Strafrecht. Gebleken is dat meer dan negentig dagen zijn verstreken sinds de laatste pro forma behandeling waarbij inhoudelijk is geoordeeld ten aanzien van de voorlopige hechtenis. De officier van justitie heeft vandaag een vordering tot gevangenneming ingediend, onder andere ter zake de strafbare feiten genoemd in de vordering nadere omschrijving tenlastelegging met parketnummer 01/845175-11. De rechtbank heeft ter zitting van 24 oktober 2012 gehoord de officier van justitie, de verdachte en zijn raadslieden mr. B.G.M. Frencken en R.J.M. Oerlemans advocaten te 's-Hertogenbosch. De verdediging heeft aangevoerd dat een vordering als bedoeld in artikel 66a van het Wetboek van Strafvordering uitsluitend kan worden ingediend tot het moment dat de behandeling ter terechtzitting is aangevangen. Zij hebben in dit verband gewezen op de toelichting bij dit artikel zoals opgenomen in het Wetboek van Strafvordering, Tekst & Commentaar, en de twee ter zitting overgelegde uitspraken. De rechtbank stelt vast dat in tekst van artikel 66a, eerste lid, van het Wet van Strafvordering, onder meer is bepaald: "Wanneer de geldigheidsduur van een bevel tot gevangenhouding of gevangenneming is verstreken (...)". De rechtbank leidt hieruit af dat de vordering als bedoeld in artikel 66a van het Wetboek van Strafvordering ook kan worden ingediend na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting, aangezien de rechtbank slechts na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting de gevangenneming van een verdachte kan bevelen. Om die reden verwerpt de rechtbank het verweer van de verdediging. De rechtbank stelt vast dat het eerdere bevel voorlopige hechtenis van kracht was ter zake van feiten die worden bedreigd met een gevangenisstraf van acht jaar of meer. De rechtbank stelt tevens vast dat ter zake van deze feiten ernstige bezwaren bestaan en gronden (12-jaarsgrond met geschokte rechtsorde en recidivegrond), een en ander zoals hierna in detail aan te geven onder het kopje 'motivering van de gevangenneming'. Gelet op het bepaalde in de artikelen 65, 66, 66a, 67, 67a en 78 van het Wetboek van Strafvordering. BEVEELT de gevangenneming van verdachte. Deze voorlopige hechtenis zal worden ondergaan in een huis van bewaring in het arrondissement 's-Hertogenbosch, danwel in een huis van bewaring elders in Nederland. Aldus gedaan op 24 oktober 2012 door de meervoudige kamer in de rechtbank te 's-Hertogenbosch, bestaande uit mr. A.M. Kooijmans-de Kort, voorzitter, mr. W.A.F. Damen en mr. H.H.E. Boomgaart, leden, in tegenwoordigheid van de griffier mr. A.W.A. Kap-Knippels. MOTIVERING VAN DE GEVANGENNEMING A. ERNSTIG GEVAAR VOOR VLUCHT VAN VERDACHTE blijkende uit: 1. de gedragingen van verdachte, daarin bestaande dat: a. verdachte zich aan de aanhouding door de politie heeft getracht te onttrekken door zich langere tijd verborgen te houden; b. verdachte reeds eerder heeft getracht te vluchten/gevlucht is; 2. de verdachte persoonlijk betreffende omstandighe(i)d(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.