vonnis RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH Sector Strafrecht Parketnummers: 01/845206-12, 01/ 022474-12 en 01/845162-12 (ter terechtzitting gevoegd) Datum uitspraak: 24 oktober 2012 Vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [1973], wonende te [woonplaats], [adres], thans gedetineerd te: PI Zuid Oost - HvB Ter Peel. Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 10 oktober 2012. Op 10 oktober 2012 heeft de rechtbank de tegen verdachte, onder de hiervoor genoemde parketnummers, aanhangig gemaakte zaken gevoegd. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht. De tenlastelegging. De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaardingen van 11 september 2012. Aan verdachte is in de tenlastelegging met parketnummer 01/845206-12 ten laste gelegd dat: 1. zij op of omstreeks 26 juni 2012 te 's-Hertogenbosch met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een aantal cosmeticaproducten en/of een aantal flessen parfum, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte; (artikel 310 Wetboek van Strafrecht) 2. zij op of omstreeks 26 juni 2012 te 's-Hertogenbosch met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een lipgloss (essence XL shine), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte; (artikel 310 Wetboek van Strafrecht) 3. zij op of omstreeks 26 juni 2012 te 's-Hertogenbosch met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een rok en/of twee T-shirts en/of een paar slippers, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de [benadeelde 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte; (artikel 310 Wetboek van Strafrecht) Aan verdachte is in de tenlastelegging met parketnummer 01/022474-12 tenlastegelegd dat: zij op of omstreeks 7 juni 2011 te 's-Hertogenbosch met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde] en/of [benadeelde 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte; (art 310 Wetboek van Strafrecht) Aan verdachte is in de tenlastelegging met parketnummer 01/845162-12 tenlastegelegd dat: zij op of omstreeks 14 mei 2012 te 's-Hertogenbosch met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid kleding en/of ondergoed en/of (een) siera(a)d(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte; (artikel 310 Wetboek van Strafrecht) Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad. De formele voorvragen. Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaardingen geldig zijn. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging. Vrijspraak. De rechtbank overweegt dat uit de aangifte van het [benadeelde 3] d.d. 26 juni 2012 blijkt dat niemand de diefstal van de lipgloss (Essence XL Shine) heeft waargenomen maar dat de politie tegen de medewerkers van het [benadeelde 3] heeft gezegd dat voornoemde lipgloss bij hen was gestolen. Verdachte ontkent ter zitting dat zij op 26 juni 2012 te 's-Hertogenbosch bij het [benadeelde 3] de lipgloss (Essence XL Shine) heeft weggenomen. De rechtbank acht derhalve niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder parketnummer 01/845206-11 onder 2 is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. Bewijs. Het standpunt van de officier van justitie. De officier van justitie acht alle tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend te bewijzen. Dit baseert hij op de aangiftes, de processen-verbaal van bevindingen en de gedeeltelijk bekennende verklaring van verdachte. T.a.v. feit 1 tenlastegelegd onder parketnummer 01/845206-12. Het standpunt van de verdediging. De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. Het oordeel van de rechtbank. Op grond van de aangifte van[persoon]namens [benadeelde 2] 1 en de bekennende verklaring van verdachte 2, acht de rechtbank het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Gelet op het bepaalde in artikel 359, derde lid van het Wetboek van Strafvordering zijn de hiervoor genoemde bewijsmiddelen niet uitgewerkt. T.a.v. feit 3 tenlastegelegd onder parketnummer 01/845206-12. Het standpunt van de verdediging. De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. Het oordeel van de rechtbank. Op 26 juni 2012 toonde een agent van politie Brabant Noord een spijkerrok en 2 T-shirts aan [persoon 2] werkzaam bij [benadeelde 4] te 's-Hertogenbosch. [persoon 2]verklaarde dat voornoemde kledingstukken afkomstig waren uit de [benadeelde 4]. 3 Verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat zij op 26 juni 2012 bij de [benadeelde 4] te 's-Hertogenbosch een rok en 2 T-shirts heeft weggenomen 4. De rechtbank acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank is van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de tenlastegelegde slippers omdat het wettig en overtuigend bewijs daarvoor ontbreekt. T.a.v. het feit tenlastegelegd onder parketnummer 01/022474-12. Het standpunt van de verdediging. Verdachte heeft bekend dat zij 7 juni 2011 een hoeveelheid geld, te weten € 500,--, toebehorende aan [benadeelde] heeft weggenomen. De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. Het oordeel van de rechtbank. Op grond van de aangifte van [benadeelde] 5 en de bekennende verklaring van verdachte 6 acht de rechtbank het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Gelet op het bepaalde in artikel 359, derde lid van het Wetboek van Strafvordering zijn de hiervoor genoemde bewijsmiddelen niet uitgewerkt. T.a.v. het feit tenlastegelegd onder parketnummer 01/845162-12 Het standpunt van de verdediging. Verdachte bekent enkel de diefstal van 1 sieraad op 14 mei 2012 bij [benadeelde 6]. Van de overige goederen heeft verdachte door middel van aankoopbonnen aangetoond dat zij die goederen had betaald. Verdachte heeft die goederen later ook teruggekregen. Verdachte dient met uitzondering van de diefstal van de armband van het feit tenlastegelegd onder parketnummer 01/845162-12 te worden vrijgesproken. Het oordeel van de rechtbank. Op 14 mei 2012 zag[persoon 3]dat verdachte bij [benadeelde 6] goederen in haar tas stopte en de winkel verliet zonder voor die goederen te betalen. 7 Verdachte heeft verklaard dat zij op 14 mei 2012 kleding en ondergoed bij H&M had gekocht en dat zij even later terugging omdat zij nog 2 afgeprijsde kledingstukken wilde kopen. Toen verdachte bij de kassa stond, kocht zij twee armbandjes en een derde armband gleed in haar tas. Omdat verdachte zenuwachtig werd van de beveiliging durfde zij die (derde) armband niet uit haar tas te halen en verliet verdachte H&M zonder voor die (derde) armband te hebben betaald. Verdachte stelt dat zij niet het opzet had om dat sieraad weg te nemen. 8 De rechtbank acht het opzet op de diefstal van het sieraad aanwezig, nu verdachte heeft verklaard dat zij de winkel verliet zonder voor dat sieraad betaald te hebben, terwijl zij wist dat het sieraad zich in haar tas bevond. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 14 mei 2012 te 's-Hertogenbosch bij H&M een sieraad heeft weggenomen. De rechtbank is van oordeel dat verdachte vrijgesproken dient te worden van de tenlastegelegde kleding en/of ondergoed, omdat hiervoor geen wettig en overtuigend bewijs voorhanden is. Verdachte heeft verklaard deze kleding te hebben betaald en dat zij als bewijs hiervan aankoopbonnen heeft overhandigd/laten zien aan de politie. De betreffende kleding heeft zij inmiddels retour gekregen van de politie. De bewezenverklaring. Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte 1. op 26 juni 2012 te 's-Hertogenbosch met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een aantal cosmeticaproducten en een aantal flessen parfum toebehorende aan de [benadeelde 2]; 3. op 26 juni 2012 te 's-Hertogenbosch met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een rok en twee T-shirts toebehorende aan de [benadeelde 4]; In de tenlastelegging met parketnummer 01/022474-12 dat: op 7 juni 2011 te 's-Hertogenbosch met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld toebehorende aan [benadeelde]; In de tenlastelegging met parketnummer 01/845162-12 dat: op 14 mei 2012 te 's-Hertogenbosch met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een sieraad toebehorende aan [benadeelde 6]. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken. De strafbaarheid van het feit. Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten. Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De strafbaarheid van verdachte. Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard. Oplegging van straf en/of maatregel. De eis van de officier van justitie. Plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 jaar zonder aftrek van het voorarrest. Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht. Het standpunt van de verdediging. Uit het reclasseringsrapport d.d. 3 oktober 2012 blijkt niet dat de reclassering andere alternatieven, zoals plaatsing in een Forensisch psychiatrische afdeling, heeft onderzocht. Opleggen van een ISD-maatregel heeft weinig zin, gezien de beperkte motivatie van verdachte. Mocht de rechtbank toch een ISD-maatregel opleggen, dan verzoekt de verdediging dit te doen met aftrek van het voorarrest. Het oordeel van de rechtbank. Bij de beslissing over de maatregel die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan alsmede de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De rechtbank heeft kennis genomen van een reclasseringsadvies betreffende verdachte d.d. 3 oktober 2012. Dit rapport houdt het volgende in: Inschatting recidiverisico. Het recidiverisico wordt ingeschat als hoog. Uit de RISc komt naar voren dat er een hoge kans op recidive is. Er ligt een relatie met de leefgebieden opleiding en werk, financiën, middelengebruik, emotioneel welzijn, gedrag en houding. Betrokkene is een geprioriteerde veelpleger en heeft een lang justitieel verleden waarin zij regelmatig met justitie in aanraking blijft komen voor vermogensdelicten. Betrokkene heeft geen zinvolle daginvulling, geen huisvesting, financiële problemen en onder invloed van middelengebruik en psychische problemen pleegt zij delicten. Betrokkene heeft weinig inzicht in haar delictgedrag en onvoldoende vaardigheden om iets aan haar problemen te veranderen. Risico op onttrekken aan voorwaarden. Ingeschat wordt dat er een hoog risico op onttrekken aan voorwaarden is. Wij achten de kans op het onttrekken aan de voorwaarden hoog. Betrokkene heeft twee toezichten gehad bij de reclassering die beiden negatief zijn geretourneerd. Daarnaast heeft betrokkene in het verleden al verschillende behandelingen gehad binnen Novadic-Kentron en geen van de behandelingen heeft het gewenste resultaat opgeleverd. Betrokkene heeft de behandelingen vaak voortijdig beëindigd en viel terug in middelengebruik. Risico op letselschade. Ingeschat wordt dat er risico op letselschade is voor betrokkene zelf. Betrokkene begeeft zich in de wereld van prostitutie en middelengebruik. De reclassering adviseert de rechtbank om in overweging te nemen om een onvoorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen bij betrokkene. De reclassering heeft een Plan van aanpak opgesteld. Binnen de ISD maatregel kan verdachte gaan werken aan onder meer de volgende doelen: Plan van aanpak. Op grond van het recidiverisico, de criminogene factoren en de interventies in het verleden is een toezicht op bijzondere voorwaarden met onderstaande (gedrags-)interventie(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.