ECLI:NL:RBSHE:2012:BY4268
vonnis RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 251317 / KG ZA 12-550 Vonnis in kort geding van 28 september 2012 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CARAVAN EXTRA B.V., gevestigd te Oirschot, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, advocaat mr. M.C.A. Geerts te Oirschot, tegen [gedaagde], wonende te [woonplaats], gedaagde in conventie, eiser in reconventie, advocaat mr. M.A. Hupkes te Amsterdam.
Partijen zullen hierna Caravan Extra en [gedaagde] genoemd worden.
2.2. [gedaagde] heeft vervolgens zijn bestelling aangevuld met een mover, waarna door Caravan Extra een nieuwe orderbevestiging is uitgedraaid. Die is eveneens gedateerd op 3 november 2011. De nieuwe koopprijs bedraagt € 31.650,--. In de nieuwe orderbevestiging staat bij “Bijzonderheden / Extra’s” onder meer “COC Verklaring regelen”. Die verklaring is nodig om de caravan in Frankrijk op kenteken te kunnen zetten. Als geplande leverdatum wordt in de nieuwe orderbevestiging 3 april 2012 genoemd.
2.3. Op de koopovereenkomst zijn de Algemene Voorwaarden BOVAG Caravan- & Camperbedrijven (hierna te noemen: BOVAG voorwaarden) van toepassing.
2.4. Naar aanleiding van de nieuwe orderbevestiging heeft [gedaagde] op 5 maart 2012 aan Caravan Extra een brief geschreven waarin hij onder meer stelt dat in die orderbevestiging ten onrechte alleen staat dat Caravan Extra een COC verklaring zou regelen, terwijl dat had moeten zijn het invoeren van de caravan in Frankrijk met de benodigde papieren.
2.5. Caravan Extra heeft vervolgens problemen ondervonden bij het verkrijgen van de COC verklaring bij Hymer AG, de Duitse leverancier van de caravan. Tussen partijen is over de vertraging gecorrespondeerd.
2.6. In een email van 21 april 2012 schrijft Caravan Extra in dat kader aan [gedaagde] dat wanneer de COC verklaring te lang op zich laat wachten, Caravan Extra de caravan handmatig gaat invoeren in Frankrijk.
2.7. Caravan Extra heeft de COC verklaring uiteindelijk eind mei 2012 van Hymer ontvangen.
2.8. Bij brief van 4 juni 2012 schrijft [gedaagde] aan Caravan Extra dat hij eist dat Caravan Extra de overeenkomst opzegt omdat zij afspraken en verplichtingen niet is nagekomen. Daarnaast maakt [gedaagde] aanspraak op schadevergoeding.
2.9. Bij brief van 15 juli 2012 heeft [gedaagde] aan Caravan Extra bericht dat hij de overeenkomst ontbindt omdat de caravan niet geleverd is op 3 april 2012.
2.10. Op 6 augustus 2012 heeft Caravan Extra ten laste van [gedaagde] conservatoir beslag gelegd op diverse banktegoeden.
2.11. [gedaagde] heeft eind augustus het geschil aanhangig gemaakt bij de Geschillencommissie Voertuigen conform de geschillenregeling in de BOVAG voorwaarden.
Primair:
Subsidiair:
3.2. Caravan Extra legt daaraan, zakelijk weergegeven, het volgende ten grondslag. [gedaagde] is uit hoofde van de met Caravan Extra gesloten overeenkomst gehouden om aan Caravan Extra de koopprijs van € 31.650,-- te betalen. [gedaagde] heeft de overeenkomst niet rechtsgeldig ontbonden nu Caravan Extra haar verplichtingen volledig is nagekomen.
Caravan Extra heeft een spoedeisend belang bij haar vorderingen nu zij zit opgescheept met een caravan die zij niet kan doorverkopen en zij daarnaast problemen ondervindt in haar cashflow omdat de leverancier van de caravan al is betaald.
3.3. [gedaagde] voert daartegen, zakelijk weergegeven, het volgende verweer.
Caravan Extra kan geen nakoming van de overeenkomst meer verlangen nu deze door [gedaagde] is ontbonden.
Caravan Extra is haar verplichtingen uit de overeenkomst niet nagekomen. Caravan Extra had aan [gedaagde] de originele COC verklaring moeten afgeven zodat hij kon proberen om de caravan op Frans kenteken te krijgen. Indien dat niet zou lukken moest Caravan Extra zorgen voor een Frans kenteken.
Caravan Extra weigert echter de COC verklaring aan [gedaagde] af te geven. [gedaagde] heeft Caravan Extra daarom bij brief van 4 juni 2012 in gebreke gesteld. Ingevolge artikel 5 van de algemene voorwaarden van BOVAG is daarmee de indicatieve leverdatum omgezet in een definitieve vier weken na de ingebrekestelling. Ook na afloop van die datum had Caravan Extra nog niet aan haar verplichtingen voldaan zodat [gedaagde] de overeenkomst bij brief van 5 juli 2012 rechtsgeldig heeft ontbonden.
4.2. Caravan Extra heeft daartegen verweer gevoerd.
4.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
5.2. Het feit dat [gedaagde] inmiddels het geschil aanhangig heeft gemaakt bij de Geschillencommissie Voertuigen staat aan de bevoegdheid van de voorzieningenrechter om in kort geding daarover te beslissen niet in de weg. Dat is ingevolge artikel 16 lid 8 van de BOVAG voorwaarden slechts het geval indien het geschil bij de Geschillencommissie eerder aanhangig zou zijn gemaakt dan onderhavig kort geding. Dat is niet het geval. [gedaagde] heeft pas op 31 augustus 2012 het geschil schriftelijk aanhangig gemaakt, terwijl hij reeds op 17 augustus 2012 door Caravan Extra in kort geding was gedagvaard.
5.3. Vervolgens rijst de vraag welk recht van toepassing is. Die vraag dient te worden beantwoord aan de hand van De Rome I-Verordening (Verordening (EG) Nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst). Nu partijen geen (uitdrukkelijke) rechtskeuze hebben gemaakt, dient het toepasselijke recht te worden vastgesteld aan de hand van artikel 4 van de Verordening. In lid 1 sub a van dat artikel is bepaald dat de overeenkomst voor de verkoop van roerende zaken wordt beheerst door het recht van het land waar de verkoper zijn gewone verblijfplaats heeft. Dat is in dit geval Nederland, zodat Nederlands recht van toepassing is.
5.4. De vordering van Caravan Extra strekt tot betaling van een geldsom Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande in veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De rechter zal daarbij niet alleen hebben te onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl de rechter in de afweging van de belangen van partijen mede zal hebben te betrekken de vraag naar - kort gezegd - het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, welk risico kan bijdragen tot weigering van de voorziening.
5.5. Caravan Extra heeft voldoende spoedeisend belang bij toewijzing van haar vordering. Zij heeft onweersproken gesteld dat zij de voor [gedaagde] bestelde caravan reeds aan de leverancier heeft moeten betalen en dat zij als gevolg van het uitblijven van betaling door [gedaagde] te kampen heeft met een cashflowprobleem. Voorts kan zij de caravan thans niet doorverkopen aan een derde en vermindert deze door tijdsverloop in waarde. Van Caravan Extra kan onder die omstandigheden niet worden gevergd dat zij ter zake de uitkomst van een bodemprocedure afwacht.
5.6. Voldoende aannemelijk is dat de koopovereenkomst nog bestaat. [gedaagde] heeft de ontbinding van de overeenkomst ingeroepen op grond van het bepaalde in artikel 5 lid 1 van de BOVAG voorwaarden. Daarin is ten aanzien van caravans bepaald dat bij overschrijding van de vermoedelijke leveringsdatum, waarvan in dit geval volgens partijen sprake is, de koper de verkoper schriftelijk in gebreke kan stellen en dat indien de verkoper binnen een termijn van vier weken na de ingebrekestelling nog niet geleverd heeft, de koper het recht heeft de overeenkomst zonder rechterlijke tussenkomst per brief ontbonden te verklaren. Voorwaarde voor het inroepen van de ontbinding is derhalve dat de verkoper eerst in gebreke wordt gesteld. Volgens [gedaagde] is dat gebeurd in zijn brief van 4 juni 2012. Die brief kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter echter niet worden aangemerkt als een ingebrekestelling nu daarin aan Caravan Extra geen termijn wordt gesteld voor de nakoming (vgl. artikel 6: 82 BW). In tegendeel, [gedaagde] geeft in de brief aan dat hij geen nakoming meer wil en eist dat Caravan Extra de overeenkomst opzegt. Nu is gesteld noch dat Caravan Extra anderszins in gebreke is gesteld, is voor [gedaagde] niet het recht ontstaan om de overeenkomst op grond van artikel 5 lid 1 van de BOVAG voorwaarden buitengerechtelijk te ontbinden. Uitgangspunt in dit kort geding is dan dat de overeenkomst nog bestaat.
5.7. Kern van dit kort geding is de vraag wat partijen nu precies zijn overeengekomen. Zij zijn het daarover niet geheel eens. Vast staat dat partijen op 3 november 2011 een overeenkomst hebben gesloten over de (ver)koop van een caravan met accessoires tegen een (ver)koopprijs van € 29.750,-- en dat die overeenkomst nadien is uitgebreid met de aankoop van een mover door [gedaagde], waarna de koopprijs € 31.650,-- is geworden. Vast staat eveneens dat partijen zijn overeengekomen dat Caravan Extra een COC verklaring zou regelen waarmee [gedaagde] (in elk geval in eerste instantie) zelf zou proberen de caravan in Frankrijk in te voeren. Waar partijen het niet over eens zijn is de vraag of Caravan Extra zich jegens [gedaagde] heeft verbonden om voor invoer van de caravan zorg te dragen indien het [gedaagde] niet zou lukken met de COC verklaring.
Belangrijker echter voor dit kort geding is dat partijen het niet eens zijn over de vraag wanneer de koopprijs betaald moet worden. In de orderbevestiging van 3 november 2011 is bepaald dat betaling dient plaats te vinden vijf dagen voor aflevering. Caravan Extra stelt dat de COC verklaring moet worden aangemerkt als eigendomsbewijs van de caravan en dat zij die pas bij aflevering van de caravan en dus na betaling van de koopsom aan [gedaagde] hoeft te verstrekken. [gedaagde] stelt zich daarentegen op het standpunt dat hij pas hoeft te betalen als het invoeren van de caravan in Frankrijk is gelukt en dat Caravan Extra aan hem dus eerst de COC verklaring moet afgeven.
5.8. Voorshands is onvoldoende aannemelijk dat [gedaagde] eerst moet betalen alvorens hij de COC verklaring krijgt. Uitgangspunt daarbij is dat met het afgeven van de COC verklaring geen juridische levering plaatsvindt. Levering van roerende zaken zoals caravans geschiedt ingevolge artikel 3:90 BW door bezitsverschaffing. [gedaagde] verkrijgt met de COC verklaring niet het bezit van de caravan. De voorzieningenrechter verwijst in dat kader naar het arrest van de Hoge Raad van 15 mei 1987, NJ 1988, 701 waarin de Hoge Raad heeft geoordeeld dat de verkoper van een auto die de koopprijs heeft ontvangen en het kentekenbewijs aan de koper geeft om dit te laten overschrijven, daarmee niet reeds het bezit verschaft aan de koper. Nu in de orderbevestigingen niets is opgenomen over wanneer de COC verklaring aan [gedaagde] zou worden afgegeven, is voorshands onvoldoende aannemelijk dat Caravan Extra uit hoofde van de met [gedaagde] gesloten koopovereenkomst betaling van de koopsom kan verlangen voordat de COC verklaring wordt afgegeven nu dat door [gedaagde] wordt betwist. Onder die omstandigheden is geen sprake van een geldvordering die voldoende aannemelijk is om in kort geding te worden toegewezen. De vordering zal daarom worden afgewezen.
5.9. Uit het vorenstaande volgt tevens dat de vordering tot betaling van beslagkosten zal worden afgewezen. Immers, nu de vordering waarvoor het beslag is gelegd onvoldoende aannemelijk is, is tevens onvoldoende aannemelijk dat het beslag terecht is gelegd.
5.10. Caravan Extra zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op:
6.2. Caravan Extra zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op:
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Loesberg en in het openbaar uitgesproken op 28 september 2012.