Kort geding nr. 195065/KG ZA 05-492/YT RECHTBANK UTRECHT Sector handels- en familierecht VONNIS van de voorzieningenrechter in kort geding in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SBS BROADCASTING B.V. , gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam, e i s e r e s, procureur: mr. B.F. Keulen, advocaat: mr. J.C.H. van Manen te Amsterdam, - t e g e n - 1. de vennootschap naar buitenlands recht STRIX TELEVISION AB, gevestigd te Stockholm, Zweden, procureur: mr. I.M. Jebbink, advocaten: mr. H.E. Schweers en mr. A. Oorthuys, beiden te Rotterdam, 2. de vennootschap naar buitenlands recht CASTAWAY TELEVISION PRODUCTIONS Ltd, gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk, procureur: mr. E.H. de Jonge-Wiemans, advocaat: mr. H.W. Wefers Bettink te Amsterdam, 3. de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TALPA TV B.V., gevestigd te Amstelveen en kantoorhoudende te Naarden, procureur: mr. J.M. van Noort, advocaten: mr. J.A. Schaap en mr. J. van Slooten, beiden te Amsterdam. De eisende partij wordt hierna aangeduid als SBS. De gedaagde partijen worden verder gezamenlijk aangeduid als Strix c.s. en afzonderlijk als respectievelijk Strix AB, Castaway en Talpa. 1. Het verloop van de procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit het volgende: - twee gelijkluidende dagvaardingen, elk van 19 mei 2005, waarvan er één in fotokopie aan dit vonnis is gehecht; - mondelinge behandeling op 15 juni 2005; - pleitnota en producties van SBS; - pleitnota en producties van Strix AB; - pleitnotities en producties van Castaway; - pleitnota en producties van Talpa. 1.2. Partijen hebben vonnis gevraagd. 2. De vaststaande feiten 2.1. SBS heeft in de jaren 2000 tot en met 2004 ieder jaar in Nederland en België de uitzending verzorgd van het televisieprogramma “Expeditie Robinson”. Het programma bestond telkens uit een serie van dertien afleveringen en betrof een wedstrijd waarin de deelnemers onder extreme omstandigheden streden om de eerste plaats. 2.2. De rechten op het idee en de uitwerking daarvan in een zogeheten format voor het programma “Expeditie Robinson” berusten bij Castaway. Castaway heeft in de genoemde jaren steeds voor elke serie afzonderlijk aan Strix AB een licentie verleend voor het gebruik van het format ten behoeve van de productie en uitzending van “Expeditie Robinson” in diverse landen. 2.3. Strix AB heeft op haar beurt aan SBS ieder jaar een licentie verleend voor gebruik van het format voor de productie van ”Expeditie Robinson” in het Nederlands en in het Vlaams en voor de uitzending van het programma in Nederland en België. De overeenkomst waarin die licentie is vastgelegd, wordt hierna aangeduid als de Format Agreement. Daarnaast heeft Strix AB voor de uitvoering van die productie ieder jaar met SBS een overeenkomst gesloten waarin de gezamenlijke uitvoering van de productie is geregeld en waarin nogmaals het exclusieve recht van SBS op het uitzenden van het programma is vastgelegd. Deze overeenkomst wordt hierna aangeduid als de Broadcast Agreement. 2.4. In juli 2004 heeft SBS aan Strix AB bericht dat zij voor 2005 opnieuw een serie afleveringen van “Expeditie Robinson” wilde gaan maken en uitzenden. Strix AB heeft hierop positief gereageerd en heeft in overleg met SBS een budget voor de productie van de nieuwe serie opgesteld. 2.5. Talpa wordt bestuurd door John de Mol. Talpa is bezig met het opzetten van een nieuwe televisiezender die in augustus 2005 haar uitzendingen zal beginnen. 2.6. Eind oktober 2004 heeft R. van Westerloo, programmadirecteur bij SBS, hierna te noemen: Van Westerloo, zijn dienstverband met SBS opgezegd om als programma-directeur bij Talpa in dienst te treden. Zijn arbeidsovereenkomst met SBS is op 1 februari 2005 geëindigd. In die arbeidsovereenkomst was een geheimhoudings-verplichting en een non-concurrentiebeding opgenomen. Van Westerloo was bij SBS onder meer verantwoordelijk voor het programma “Expeditie Robinson”. 2.7. Eind december 2004 heeft E.-P. Hasselbach zijn dienstverband met SBS opgezegd. Zijn arbeidsovereenkomst is op 1 februari 2005 geëindigd. In deze overeenkomst was een geheimhoudingsverplichting opgenomen. E.-P. Hasselbach heeft in de jaren dat het programma “Expeditie Robinson” door SBS is uitgezonden, steeds het programma gepresenteerd en de organisatie van de serie verzorgd. Hij is na zijn dienstverband met SBS bij Talpa in dienst getreden. 2.8. In de loop van januari 2005 is bekend geworden dat Castaway de licentie betreffende “Expeditie Robinson” voor Nederland en België voor 2005 aan Talpa had verleend. 2.9. Op enig moment is Talpa met Strix AB overeengekomen dat de productie van “Expeditie Robinson” voor 2005 door Strix AB wordt uitgevoerd. 3. Het geschil en de beoordeling ervan 3.1. Nu Strix AB en Castaway als gedaagden gevestigd zijn op het grond-gebied van een andere staat dan Nederland en de vorder-ing uit dien hoofde een internationaal karakter draagt, moet aller-eerst de vraag worden beantwoord of de Neder-landse rechter bevoegd is van deze vordering kennis te nemen. Deze vraag moet bevestigend worden beantwoord en wel op grond van artikel 6 van de in dezen toepasselijke EEX-verordening, nu Talpa als gedaagde in Nederland is gevestigd en de vorderingen jegens ieder van Strix c.s. verband houden met de licentierechten voor het programma “Expeditie Robinson”, zodat er sprake is van een nauw verband tussen die vorderingen als bedoeld in het genoemde verordeningsartikel. Bovendien gaat het om voorlopige maatregelen als bedoeld in artikel 31 van de EEX-verordening, zodat ook op die grond de Nederlandse rechter bevoegd is. Daaraan kan niet in de weg staan dat SBS en Strix AB in de thans nog lopende overeenkomsten een arbitragebeding naar Zweeds recht hebben opgenomen respectievelijk de rechter in Engeland en Wales als bevoegde rechter hebben aangewezen, nu Strix c.s. desgevraagd ter zitting hebben verklaard dat zij op dat arbitragebeding en op die forumkeuze geen beroep doen. 3.2. Ten aanzien van het op de onderhavige vordering toepasselijke recht wordt het volgende overwogen. SBS en Strix AB hebben in de genoemde, thans nog lopende overeenkomsten het Zweedse recht van toepassing verklaard. SBS heeft de toepassing van dit recht op de rechtsverhouding tussen SBS en Strix AB schriftelijk en ook mondeling ter zitting doen toelichten door een Zweedse rechtsgeleerde, terwijl ook Strix AB op dat punt een schriftelijke toelichting door een Zweedse rechtsgeleerde heeft overgelegd. Vastgesteld wordt dat het Zweedse recht op de hier van belang zijnde punten niet wezenlijk verschilt van het Nederlandse recht, zodat hierna niet afzonderlijk op het Zweedse recht behoeft te worden ingegaan. Ten aanzien van Castaway geldt dat de vordering jegens haar is gebaseerd op een onrechtmatige daad, zodat daarop de Wet Conflictenrecht Onrechtmatige Daad (WCOD) van toepassing is. Op grond van artikel 3, lid 2, WCOD is in dit geval het Nederlandse recht van toepassing, nu het door SBS gestelde onrechtmatige handelen van Castaway ziet op een licentie voor een onder meer in Nederland uit te zenden televisieprogramma, zodat dat handelen van Castaway in Nederland zijn inwerking heeft. 3.3. Voor de volledige inhoud en de grondslagen van de vor-dering wordt verwezen naar de aangehechte dagvaarding. Ter zitting heeft SBS haar eis verminderd. De aldus verminderde vordering valt uiteen in meerdere onderdelen, die zowel Strix c.s. gezamenlijk als één van hen afzonderlijk betreffen. Kort weergegeven vordert SBS jegens Strix c.s. gezamenlijk het volgende: 1) Strix c.s. moeten ieder de productie van de nieuwe serie van het programma “Expeditie Robinson” of hun medewerking aan die productie staken en zij moeten afzien van het openbaar maken van dat programma of delen daarvan in Nederland en België; hetzij 2) Strix AB en Castaway moeten in onderhandeling treden met SBS over een licentie voor “Expeditie Robinson” geldend in Nederland en België en aan Talpa moet worden verboden gedurende die onderhandelingen het programma “Expeditie Robinson” uit te zenden; hetzij 3) Strix c.s. moeten de onder 1) bedoelde productie en uitzending van “Expeditie Robinson” in Nederland en België achterwege laten gedurende de looptijd van de thans geldende overeenkomsten tussen SBS en Strix AB, derhalve tot en met december 2005; hetzij 4) Strix c.s. moeten de uitzending van “Expeditie Robinson” in Nederland en België achterwege laten gedurende de onder 3) bedoelde looptijd, derhalve tot en met december 2005. Jegens Strix AB vordert SBS, eveneens kort weergegeven, het volgende: 5) Aan Strix AB moet worden verboden mee te werken aan de productie van “Expeditie Robinson”, waarvan de uitzending door Talpa in Nederland en België wordt beoogd; hetzij 6) Strix AB moet ofwel met SBS een co-productieovereenkomst aangaan voor de productie van de nieuwe serie van “Expeditie Robinson” ofwel over die co-productie met SBS in onderhandeling treden. Ten aanzien van Castaway vordert SBS, kort weergegeven, het volgende: 7) Castaway moet met onmiddellijke ingang de overeenkomst beëindigen die zij met Talpa heeft gesloten betreffende de rechten voor “Expeditie Robinson” voor Nederland en België. Ten aanzien van Talpa vordert SBS het volgende: 8) Talpa moet met onmiddellijke ingang aan SBS alle informatie afgeven die zij via de voormalige werknemers van SBS heeft ontvangen en die betrekking heeft op “Expeditie Robinson”, waaronder ook contracten betreffende eerdere series van “Expeditie Robinson”, en zij moet voorts alle kopieën die zij van de bedoelde informatie in haar bezit heeft of heeft opgeslagen, vernietigen en uit haar (computer)systemen verwijderen; en 9) Aan Talpa moet worden verboden tot 1 augustus 2005 gebruik te maken van de diensten van Van Westerloo voor zover het gaat om werkzaamheden die “Expeditie Robinson” betreffen. Voorts vordert SBS nog: 10) Aan de vorderingen vermeld onder 1) tot en met 9) moet een nader omschreven dwangsom worden verbonden; 11) Strix c.s. moeten aan SBS een bedrag van € 150.000,-- betalen als voorschot op de schadevergoeding die zij volgens SBS aan haar verschuldigd zijn. 3.4. De stellingen van SBS en het verweer van Strix c.s. komen in het volgende voor zoveel nodig aan de orde. 3.5. Voor zover Strix c.s. ieder als meest vérstrekkend verweer hebben aangevoerd dat SBS geen belang, althans geen spoedeisend belang heeft bij haar vordering, moet dit verweer worden verworpen. SBS heeft immers onweersproken gesteld dat Strix AB en Talpa binnenkort reeds beginnen met de opnamen voor de nieuwe serie van “Expeditie Robinson”, zodat SBS er een evident en voldoende spoedeisend belang bij heeft te weten of Strix AB en Talpa daartoe gerechtigd zijn, nu zij stelt dat het recht daarop aan haar zelf toekomt. 3.6. Inhoudelijk stelt SBS als grond voor de in 3.3 onder 1) tot en met 7) vermelde onderdelen van haar vordering dat Strix c.s. in een gezamenlijke actie tegen haar, SBS, hebben samengespannen met als doel zich zelf voordelen te verschaffen door aan SBS het produceren en uitzenden van het succesvolle televisieprogramma “Expeditie Robinson” te ontnemen. SBS stelt daartoe nader dat Strix AB aan die gezamenlijke actie heeft bijgedragen door met opzet haar verplichtingen jegens SBS niet na te komen en tevens in strijd met die verplichtingen onderhandelingen te entameren tussen Castaway en Talpa over de licentierechten voor een nieuwe serie van “Expeditie Robinson”, terwijl Castaway en Talpa van die handelwijze van Strix AB hebben geprofiteerd op een wijze die volgens SBS onrechtmatig jegens haar is. 3.7. Deze stellingen van SBS kunnen niet worden aanvaard. Daarvoor is het volgende van belang. 3.8. Volgens SBS ligt de handelwijze van Strix AB aan de basis van de gestelde gezamenlijke actie. Overwogen wordt dat de verplichtingen waaraan Strix AB volgens SBS niet heeft voldaan of waarmee haar handelen in strijd zou zijn, vooralsnog - anders dan SBS heeft gesteld - niet gebaseerd kunnen worden op een reeds tot stand gekomen overeenkomst inzake een nieuwe serie van “Expeditie Robinson” in 2005, nu daarover ook volgens de stellingen van SBS nog niet op alle essentiële punten - waaronder ook de prijs - overeenstemming was bereikt. 3.9. Wel geldt dat Strix AB ook volgens haar eigen stellingen aanvankelijk ervan is uitgegaan dat zij de nieuwe serie voor 2005 in samenwerking met SBS zou gaan produceren. Blijkens de correspondentie tussen Strix AB en SBS - die door SBS is overgelegd en door Strix AB niet is weersproken - hebben Strix AB en SBS over die nieuwe serie overleg gevoerd, welk overleg als onderhandelingen moet worden aangemerkt. Ook blijkt uit die correspondentie dat Strix AB voor de productie van die nieuwe serie reeds een budget heeft opgesteld. SBS en Strix AB zijn het erover eens dat Strix AB op haar genoemde, aanvankelijke uitgangspunt is teruggekomen en de onderhandelingen met SBS heeft gestaakt, nadat zij had vernomen dat Van Westerloo, programmadirecteur bij SBS en tevens verantwoordelijk voor “Expeditie Robinson”, bij SBS zou vertrekken en bij Talpa in dienst zou treden. De vraag rijst dan of het Strix AB toen nog wel vrij stond zich uit de onderhandelingen met SBS terug te trekken. Gezien de omstandigheden, met name de voorafgaande jarenlange samenwerking en de inhoud van de reeds gevoerde onderhandelingen over de nieuwe serie, valt in ieder geval niet uit te sluiten dat Strix AB die onderhandelingen niet meer kon afbreken zonder schadeplichtig te worden. Indien wordt aangenomen dat Strix AB in zoverre niet aan haar verplichtingen jegens SBS heeft voldaan, is van belang dat zij, Strix AB, ter rechtvaardiging daarvan heeft aangevoerd (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.