vonnis RECHTBANK UTRECHT Sector handels- en familierecht zaaknummer / rolnummer: 211151 / KG ZA 06-330 Vonnis in kort geding van 13 april 2006 in de zaak van [eisers sub 1 tot en met 7] procureur mr. E.J.A.A. van Dal, advocaten mr. H.E.P. van Geelkerken en B.M.A. Jegers te Heerlen, tegen de vereniging KONINKLIJKE NEDERLANDSE VOETBALBOND, gevestigd te Zeist, gedaagde, procureur: mr. B.F. Keulen, advocaat mr. H.J.A. Knijff te 's-Gravenhage. Gedaagde zal hierna de KNVB genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de mondelinge behandeling - de pleitnota van eisers - de pleitnota van de KNVB. 1.2. Het vonnis is op 13 april 2006 in verkorte vorm uitgesproken. Dit vonnis vormt daarvan een uitwerking. 2. De feiten 2.1. Eisers zijn allen voetbalsupporters van Roda JC. 2.2. Op 22 maart 2006 heeft de wedstrijd om de Gatorade Cup tussen Ajax en Roda JC plaats gevonden in de Amsterdam Arena. 2.3. Eisers hebben, door tussenkomst van het Fanproject Kerkrade 98, in combinatie met een busreis, toegangsbewijzen verkregen voor de onder 2.2 genoemde wedstrijd. Op deze toegangsbewijzen staat vermeld dat de Standaardvoorwaarden van de KNVB van toepassing zijn. 2.4. Vóór aanvang van de onder 2.2 genoemde wedstrijd zijn er schermutselingen ontstaan waarbij onder meer supporters van Roda JC betrokken zijn geweest. 188 Roda JC supporters, onder wie eisers, zijn door de politie aangehouden en bekeurd omdat zij zich op de openbare weg de Arena Boulevard en/of De Loper, derhalve vóór het stadion, schuldig zouden hebben gemaakt aan overtreding van artikel 2.1 van de Algemene Politieverordening (APV) van Amsterdam. 2.5. In artikel 2.1 van de APV van Amsterdam is het volgende bepaald: “Het is verboden, op of aan de weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw of vaartuig deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen, in groepsverbanden dan wel afzonderlijk anderen lastig te vallen, te vechten of op andere wijze de orde te verstoren.” 2.6. De Standaardvoorwaarden van de KNVB, gedeponeerd ter griffie van deze rechtbank onder nummer 181/2002, houden onder meer het volgende in: “ Artikel 1 Definities In deze Standaardvoorwaarden wordt verstaan onder: (…). b. Publiek: een ieder die in of buiten Nederland een Voetbalwedstrijd bijwoont waaraan een Club deelneemt dan wel anderszins aanwezig is in of rond het Stadion; c. Stadion: het Stadion en de bijbehorende gebouwen en terreinen, daaronder begrepen de toegangen en toegangswegen; (…). Artikel 2 Toepassingsgebied De onderhavige Standaardvoorwaarden zijn verbindend voor het Publiek dat zich voor, tijdens en/of na een Voetbalwedstrijd dan wel anderszins in een Stadion bevindt. (…). Artikel 10 Sanctie 10.1 (…) 10.2 De KNVB is gerechtigd om, (landelijke) Stadionverboden op te leggen aan een ieder die volgens een melding van een Club of het openbaar ministerie in of buiten het Stadion in het kader van een Voetbalwedstrijd: - heeft gehandeld in strijd met deze Standaardvoorwaarden; - een strafbaar feit heeft begaan; - zich zodanig heeft gedragen dat daardoor het aanzien en/of het belang van het voetbal wordt geschaad, zulks onverminderd enige plicht tot schadevergoeding op grond van het civiele recht. (…). 10.3 Indien de KNVB op grond van artikel 10.2 een stadionverbod heeft opgelegd, verbeurt betrokkene aan de KNVB een voor onmiddellijke opeising vatbare geldboete van maximaal EUR 450,- per handeling in strijd met deze Standaardvoorwaarden, strafbaar feit en/of gedraging waardoor het aanzien en/of het belang van het voetbal wordt geschaad, zonder dat daartoe enige ingebrekestelling of rechterlijke tussenkomst noodzakelijk is. Het boetebedrag zal door de KNVB worden aangewend ter bevordering van de veiligheid in het betaalde voetbal. Deze geldboete bestaat onverminderd enige plicht tot schadevergoeding op grond van het civiele recht. (…). 10.6 De KNVB kan die maatregelen nemen die, naar zijn oordeel, voor de handhaving van een op grond van artikel 10.2 en 10.4 opgelegd stadionverbod noodzakelijk zijn. (…).” 2.7. De beleidsregels - Overige Strafbare feiten (actueel) Aanwijzing bestrijding van voetbalvandalisme en – geweld van het College van Procureurs-generaal aan de Hoofden van de parketten van 13 augustus 2003 houden onder meer het volgende in: “ (…). Pre-opsporing 1, Beleidsuitgangspunten (…). 2. Civielrechtelijke uitsluiting door de KNVB (…). 2.2. Wie verstrekt, in welke gevallen en op welke wijze De voetbalofficier van justitie beslist of al dan niet informatie aan de KNVB wordt verstrekt. Uitgangspunt is dat het OM informatie verstrekt in geval sprake is van ? voetbalvandalisme. (…). 2.5. Aan wie wordt verstrekt? De voetbalofficier van justitie verstrekt de strafrechtelijke informatie middels het Voetbal Volg Systeem (VVS) aan de afdeling Juridische Zaken van de KNVB. 2.6. Doelomschrijving Het doel van het door het OM verstrekken van strafrechtelijke informatie aan de KNVB is om deze organisatie in staat te stellen de personen, op wie de informatie betrekking heeft gedurende een bepaalde periode van het bezoek aan stadions uit te sluiten, overeenkomstig het gestelde in art. 10.2 van de ter griffie van de arrondissementsrechtbank te Utrecht door de KNVB gedeponeerde standaardvoorwaarden (nr. 181/2002), respectievelijk de na deponering van nieuwe standaardvoorwaarden daarmee overeenkomende bepaling. (…). 2.8. Civielrechtelijke uitsluiting en/of geldboete Indien de standaardvoorwaarden van de KNVB van toepassing zijn, sluit de KNVB in beginsel iedere persoon, omtrent wie de voetbalofficier van justitie strafrechtelijke informatie heeft verstrekt, van het bezoek aan voetbalstadions uit. De KNVB heeft hierin een eigen verantwoordelijkheid en toetst iedere melding zelfstandig aan die standaardvoorwaarden. De KNVB kan daarnaast ook een civiele geldboete opleggen. Een uitsluiting kan voor alle voetbalterreinen in Nederland gelden. Alleen op grond van zwaarwegende redenen kan de KNVB besluiten niet uit te sluiten. (…). De door de KNVB toe te passen maatregel van civielrechtelijke uitsluiting geldt voor een periode van minimaal 3 maanden tot maximaal 48 maanden, afhankelijk van de ernst van het door een first-offender gepleegde feit. (…). Indien de verdachte wordt vrijgesproken of ontslagen van rechtsvervolging, dan wel de voetbalofficier van justitie alsnog besluit tot een technisch sepot, dan vernietigt de KNVB de verstrekte gegevens en trekt het deurwaardersexploit, waarbij betrokkene werd aangezegd gedurende een bepaalde periode van het bezoek aan voetbalstadions te zijn uitgesloten, onmiddellijk in. Intrekking van de uitsluiting is niet aan de orde indien de KNVB beschikt over niet door het OM verkregen informatie, die de uitsluiting zelfstandig kan dragen. (…).” 2.8. Op 28 en 29 maart 2006 heeft de KNVB een groot aantal stadionverboden voor de duur van 9 maanden, te weten van 1 april 2006 tot 1 januari 2007, aan een aantal supporters van Roda JC, onder wie eisers, doen uitreiken. Primair heeft de KNVB deze maatregel doen stoelen op de artikelen 10.2, 10.3 en 10.6 van de Standaardvoorwaarden, en subsidiair op de door de gezamenlijke betaaldvoetbalorganisaties aan de KNVB verstrekte volmachten om aan een ieder, die zich volgens een betaaldvoetbalorganisatie, dan wel het openbaar ministerie schuldig heeft gemaakt aan voetbalgerelateerd wangedrag, de toegang tot hun stadions te ontzeggen. 3. Het geschil 3.1. Eisers vorderen bij vonnis voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: Primair de KNVB, op verbeurte van een dwangsom, 1. de uitvoering van de stadionverboden te ontzeggen, 2. dan wel de KNVB te verbieden om de stadionverboden uit te voeren dan wel door derden zoals de BVO’s te laten uitvoeren, 3. dan wel de werking van de stadionverboden op te heffen zulks per datum kort geding vonnis; Subsidiair aan de KNVB, op verbeurte van een dwangsom, het primair gevorderde op te leggen, zulks per datum kort geding vonnis tot dat er door de strafrechter en de civiele bodemrechter is geoordeeld over het feit of eisers artikel 2.1 van de APV van Amsterdam hebben overtreden, dan wel door de civiele bodemrechter is geoordeeld dat eisers zich zodanig hebben gedragen dat zij het belang en/of het aanzien van het voetbal hebben geschaad; een en ander met veroordeling van de KNVB in de proceskosten. 3.2. Eisers hebben in de eerste plaats aan hun vordering ten grondslag gelegd dat de KNVB toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen voortvloeiende uit de overeenkomst die tussen partijen tot stand is gekomen door de aankoop door ieder van eisers van een toegangsbewijs voor de onder 2.2 genoemde wedstrijd. Eisers beroepen zich onder meer op het bepaalde in artikel 6:248 lid 2 BW. Zij zijn van mening dat de door de KNVB aan ieder van hen opgelegde maatregel in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Subsidiair stellen eisers dat de KNVB onrechtmatig jegens hen heeft gehandeld. Zij voeren daartoe aan dat het juridisch kader, waarbinnen de stadionverboden door de KNVB aan hen zijn opgelegd, geen voldoende juridische grondslag vormt om de stadionverboden te kunnen dragen en te rechtvaardigen. Eisers stellen dat zij niet vermogen in te zien wat zij hebben misdaan en waarom de KNVB aan hen een stadionverbod heeft opgelegd. 3.3. De KNVB voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4. De beoordeling 4.1. Door eisers is niet bestreden dat, door de aankoop door ieder van hen van een toegangsbewijs voor de onder 2.2 genoemde wedstrijd, tussen hen en de KNVB een contractuele relatie is komen te bestaan. Voorts hebben zij niet betwist dat op de toegangsbewijzen staat vermeld dat de Standaardvoorwaarden van de KNVB van toepassing zijn en dat de KNVB aan deze voorwaarden het recht ontleent sancties, waaronder stadionverboden, op te leggen. 4.2. De stelling van eisers omtrent het opleggen van een stadionverbod op grond van volmacht kan in deze procedure onbesproken blijven, omdat de Standaardvoorwaarden van de KNVB in het onderhavige geval reeds voldoende grondslag bieden voor het opleggen van een dergelijke maatregel. 4.3. Eisers hebben voorts gesteld dat de KNVB zonder enige rechtsgeldige bevoegdheid handelt, wanneer zij sancties oplegt voor (vermeende) gedragingen die plaatsvonden buiten de Amsterdam Arena. Vast staat dat de Arena Boulevard een openbare weg is en een toegangsweg tot het stadion. De Arena Boulevard valt, gelet op het bepaalde in artikel 1 in samenhang met artikel 10.2 van de Standaardvoorwaarden, binnen de bevoegdheid van de KNVB tot het opleggen van sancties op grond van misdragingen buiten het stadion. Hoewel artikel 2 van de Standaardvoorwaarden van de KNVB hiermee tegenstrijdig lijkt, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de door de KNVB gegeven uitleg - dat zij gerechtigd is ook voor vermeende gedragingen die plaats vonden buiten het stadion sancties op te leggen - in voldoende mate tot uitdrukking is gebracht. Een beroep van eisers op het bepaalde in artikel 6:238 lid 2 BW dat de bedingen duidelijk en begrijpelijk moeten zijn opgesteld en dat bij twijfel over de betekenis van een beding de gunstigste uitleg voor de wederpartij prevaleert kan voorshands niet tot een ander oordeel leiden. 4.4. Voorts staat vast dat de KNVB contractueel gerechtigd is een stadionverbod op te leggen op grond van de enkele melding van het Openbaar Ministerie. De stelling van de KNVB dat zij niet alleen gerechtigd is, maar ook verplicht is tot het opleggen van een stadionverbod is (daargelaten of de stelling juist
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.