RECHTBANK UTRECHT Sector bestuursrecht zaaknummer: SBR 06/2116 uitspraak van de enkelvoudige kamer d.d. 10 januari 2007 inzake [eiser], wonende te [woonplaats], eiser, tegen de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), verweerder. Inleiding 1.1 Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 10 april 2006 (het bestreden besluit), waarbij verweerder eisers bezwaar tegen het besluit van 10 november 2005 ongegrond heeft verklaard. Bij laatstgenoemd besluit heeft verweerder eisers uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), berekend naar een mate van arbeids- ongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 10 januari 2006 herzien en vastgesteld naar de arbeidsongeschiktheidsklasse 25 tot 35%. 1.2 Het geding is behandeld ter zitting van 22 november 2006, waar eiser in persoon is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde mr. L.C. de Jong, advocaat te Woerden. Namens verweerder is verschenen mr. M. van der Bent, werkzaam bij het Uwv. Overwegingen Feiten 2.1 Eiser, geboren op 1 juli 1955, was gedurende 38 uur per week werkzaam als kraanmachinist. Op 16 september 2003 is eiser uitgevallen voor deze werkzaamheden, waarna na afloop van de wachttijd (17 september 2004) aan hem een WAO-uitkering is toegekend, berekend naar de mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. 2.2 Blijkens de rapportage van de verzekeringsarts N. Overmars van 28 september 2005 en de rapportage van de arbeidsdeskundige H. Hoekstra van 9 november 2005 is eisers mate van arbeidsongeschiktheid herbeoordeeld in verband met het per 1 oktober 2004 gewijzigde Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (hierna: het aangepaste Schattingsbesluit). 2.3 Bij het primaire besluit van 10 november 2005 heeft verweerder de WAO-uitkering van eiser - onder verwijzing naar voornoemde herbeoordeling - per 10 januari 2006 verlaagd naar de arbeidsongeschiktheidsklasse van 25 tot 35%. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. 2.7 Bij het bestreden besluit van 10 april 2006 heeft verweerder - onder verwijzing naar de rapportage van de bezwaarverzekeringsarts B.C.M. Admiraal van 6 maart 2006 - eisers bezwaar ongegrond verklaard. Beoordeling van het geschil 2.7 De rechtbank staat voor beantwoording van de vraag of verweerder op goede gronden eisers WAO-uitkering per 10 januari 2006 heeft verlaagd naar de arbeidsongeschiktheids-klasse van 25 tot 35%. Uit het primaire besluit, en de rapportage van de arbeidsdeskundige Hoekstra van 9 november 2005, leidt de rechtbank af dat deze verlaging het resultaat is van een herbeoordeling van eisers mate van arbeidsongeschiktheid in verband met het aangepaste Schattingsbesluit. Alvorens tot een beoordeling van de vastgestelde arbeidsongeschikt- heidklasse over te gaan, dient de rechtbank te beoordelen of verweerder op goede gronden tot deze herbeoordeling heeft besloten. Hiertoe overweegt de rechtbank als volgt. 2.8 Per 1 oktober 2004 is in werking getreden de Wet wijziging systematiek herbeoordelingen arbeidsongeschiktheidswetten (gepubliceerd in het Staatsblad 2004, 416; hierna: de Wet). De Wet is ingevoerd, vooruitlopend op het voornemen van de regering om vanaf 2006 een nieuw arbeidsongeschiktheidsstelsel in werking te laten treden. In de Wet is het bestaande wettelijke stelsel van eerste- en vijfdejaarsherbeoordelingen vervangen door een eenmalige herbeoordeling waarbij uitkeringsgerechtigden op basis van leeftijd worden opgeroepen voor een herbeoordeling op basis van een aangepast Schattingsbesluit. Ingevolge artikel 34, vierde lid, van de WAO, zoals die bepaling vanaf 1 oktober 2004 luidt, wordt, onverminderd het in deze wet terzake van herziening of intrekking van arbeidsongeschiktheidsuitkering bepaalde, ten aanzien van personen die na 1 juli 1954 zijn geboren, op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaald tijdstip door het Uwv bezien of er in verband met wijziging van de mate van arbeidsongeschiktheid gronden zijn voor herziening of intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering. Het tijdstip kan voor verschillende groepen van personen verschillend worden vastgesteld. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de eerste zin niet van toepassing is op bepaalde groepen van personen. Ingevolge artikel 1, aanhef en onder b, van het Besluit eenmalige herbeoordelingen arbeidsongeschiktheidswetten (gepubliceerd in het Staatsblad 2004, 463; laatstelijk gewijzigd bij Besluit van 22 december 2005, gepubliceerd in het Staatsblad 2005, 712; hierna: het Besluit) - voor zover hier van belang - wordt het tijdstip, bedoeld in artikel 34, vierde lid, van de WAO waarop door het Uwv wordt bezien of er in verband met wijziging van de mate van arbeidsongeschiktheid gronden zijn voor herziening of intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering ten aanzien van personen geboren tussen 1 juli 1954 en 1 juli 1956 vastgesteld op een tijdstip gelegen in de periode van 1 oktober 2006 tot en met 30 juni
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.