RECHTBANK UTRECHT Sector bestuursrecht zaaknummer: SBR 06/2051 uitspraak van de enkelvoudige kamer d.d. 24 januari 2007 inzake [eisers], wonende te [woonplaats], eisers, tegen de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM), verweerder. Inleiding 1.1 Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 19 oktober 2006, waarbij verweerder het bezwaar van eisers tegen de besluiten van 27 februari 2006 ongegrond heeft verklaard. Bij laatstgenoemde besluiten heeft verweerder het recht van eisers op huursubsidie voor de tijdvakken 1 juli 2004 tot 1 juli 2005 en 1 juli 2005 tot 1 januari 2006 herzien en op nihil gesteld vanwege het ontbreken van een geldige verblijfstitel van één of meer van de medebewoners. Daarbij heeft verweerder de over genoemde tijdvakken verstrekte huursubsidie ten bedrage van ? 2.005,92 respectievelijk ? 1.023,58 teruggevorderd. 1.2 Het geding is behandeld ter zitting van 13 december 2006, waar eiser [eiser] is verschenen, bijgestaan door mr. M.H.P.G. Wiertz, advocaat te Zeist. Namens verweerder is, daartoe ambtshalve opgeroepen, verschenen mr. J.A.E. Schabracq, werkzaam bij het Ministerie van VROM. Overwegingen Feiten 2.1 Eisers hebben in de tijdvakken van 1 juli 2004 tot 1 juli 2005 en van 1 juli 2005 tot 1 januari 2006 huursubsidie ontvangen. Bij afzonderlijke besluiten van 27 februari 2006 heeft verweerder te kennen gegeven dat de over deze tijdvakken genomen besluiten huursubsidie zijn gewijzigd en dat de huursubsidie op nihil is gesteld in verband met het ontbreken van een geldige verblijfsstatus van de op 27 februari 2004 geboren dochter van eisers, [naam]. De over de genoemde tijdvakken door eisers ontvangen huursubsidie wordt door verweerder teruggevorderd. Tegen deze besluiten hebben eisers bezwaar gemaakt. Op 15 september 2006 zijn eisers in de gelegenheid gesteld hun bezwaren nader toe te lichten tijdens een hoorzitting. Bij het bestreden besluit van 19 oktober 2006 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. Inmiddels hebben eisers ten behoeve van hun jongste dochter een verblijfsvergunning aangevraagd, die op 14 maart 2006 is verleend. Voor hun twee oudste kinderen hebben eisers destijds volgens de regels een verblijfsvergunning aangevraagd en verkregen. Standpunten partijen 2.2 Verweerder heeft bij het bestreden besluit zijn standpunt dat eisers voor de genoemde subsidiejaren niet in aanmerking komen voor huursubsidie vanwege het ontbreken van een geldige verblijfsstatus van hun dochtertje, gehandhaafd. Verweerder heeft overwogen dat in artikel 10 van de Huursubsidiewet (Hsw) de relatie tussen de Koppelingswet en de Hsw is verwoord. Uitgangspunt van de Koppelingswet is dat wie niet rechtmatig in Nederland verblijft, geen aanspraak kan maken op collectieve voorzieningen, in dit geval huursubsidie. De gemeente Utrecht heeft in dit geval aangegeven dat de dochter van eisers op de peildata1 juli 2004 en 1 juli 2005 niet rechtmatig in Nederland verbleef. Verder heeft de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) bevestigd dat de dochter van eisers vanaf haar geboorte tot 14 maart 2006 verblijfstitelcode 98 (geen geldige verblijfstitel) heeft gehad. Volgens de Hsw dient iedere bewoner te beschikken over een geldige verblijfsstatus. De stelling van eisers dat zij niet op de hoogte waren van het feit dat zij zelf voor hun dochter een verblijfsvergunning moesten aanvragen bij de gemeente, is voor verweerder geen reden om anders te beslissen. Ontvangers van huursubsidie worden verondersteld op de hoogte te zijn van de regelgeving omtrent huursubsidie. Tenslotte ziet verweerder geen aanleiding om gebruik te maken van de in artikel 36 Hsw gegeven discretionaire bevoegdheid. Naar het oordeel van verweerder is geen sprake van een zeer uitzonderlijk geval. 2.3 Eisers hebben in beroep - samengevat - naar voren gebracht dat in de onderhavige situatie voor verweerder alle reden bestaat om in het voordeel van eisers gebruik te maken van zijn discretionaire bevoegdheid en van herziening af te zien. Eisers voeren daartoe aan dat het doel van de Koppelingswet in samenhang met de Hsw is gelegen in het ontmoedigen van mensen om illegalen te huisvesten, waardoor het overleven van illegalen in Nederland bemoeilijkt wordt. Naar de mening van eisers is de Koppelingswet in dit verband niet bedoeld om in Nederland geboren kinderen van rechtmatig in Nederland verblijvende ouders te weren. Indien ten behoeve van deze kinderen een aanvraag wordt gedaan, komen zij op grond van de Vreemdelingenwet zonder problemen in aanmerking voor een verblijfsvergunning. Eisers hebben ten behoeve van hun twee andere kinderen volgens de regels een verblijfsvergunning aangevraagd en verkregen. Nadien heeft een overdracht van taken van de vreemdelingenpolitie aan de IND plaatsgevonden. Een aanvraag om een verblijfsvergunning dient thans niet meer te worden ingediend bij de vreemdelingenpolitie maar bij de gemeente. Eisers hebben hun dochtertje aangegeven bij de gemeente en zij verkeerden in de veronderstelling dat daarmee ook haar verblijfsrecht was geregeld. Voorlichting en informatie over de verplichting een verblijfsvergunning aan te vragen heeft niet plaatsgevonden. Zo heeft de IND geen informatie over deze verplichting gegeven en ook de Afdeling Burgerzaken van de gemeente geeft bij de aangifte van de geboorte geen nadere informatie met betrekking tot een verblijfsvergunning verstrekt. Verder zijn eisers de mening toegedaan dat de herzieningsbeslissing onzorgvuldig is voorbereid. Een actieve manier van informatie vergaren impliceert tevens dat bij de betrokkenen wordt geïnformeerd. Het reactieformulier huursubsidie omvat vragen over alle voor de verlening van huursubsidie relevante feiten, behalve over de verblijfsstatus van aanvrager en medebewoners. 2.4 Verweerder heeft ter zitting benadrukt dat op het moment dat één van de medebewoners geen rechtmatig verblijf heeft, geen aanspraak kan worden gemaakt op huursubsidie. De aanspraak op huursubsidie vervalt dan met terugwerkende kracht. Met de Koppelingswet wordt beoogd te voorkomen dat niet rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdelingen aanspraak zouden kunnen maken op sociale voorzieningen. 2.5 Eisers hebben ter zitting desgevraagd naar voren gebracht dat zij destijds, na de geboorte van hun dochtertje, bij de vreemdelingenpolitie zijn geweest. De vreemdelingenpolitie heeft hen doorverwezen naar de gemeente. Omdat eiser voor de aangifte van de geboorte van zijn dochter al bij de gemeente was geweest verkeerde hij in de veronderstelling dat hij alles geregeld had. Eisers ontvangen voor hun dochter kinderbijslag en voorts is zij verzekerd voor ziektekosten. Wettelijk kader 2.6 Ingevolge artikel 10 aanhef en onder b, van de Wet op de huurtoeslag (hierna: Hsw), wordt huursubsidie slechts toegekend als degenen die op de peildatum medebewoner van de woning zijn: 1°. de Nederlandse nationaliteit bezitten of op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander worden behandeld, of 2°. vreemdeling zijn en rechtmatig verblijf houden als bedoeld in artikel 8 van de Vreemdelingenwet
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.