RECHTBANK UTRECHT Sector kanton Locatie Utrecht zaaknummer: 491725 CU EXPL 06-10613 PK vonnis d.d. 27 juni 2007 inzake
(14)Evenals in het kader van het Verdrag van Montreal dienen de verplichtingen die worden opgelegd aan de luchtvaartmaatschappijen die de vluchten uitvoeren, te worden beperkt of uitgesloten in gevallen waarin een gebeurtenis het gevolg is van buitengewone omstandigheden die zelfs door het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen hadden kunnen worden. Dergelijke omstandigheden kunnen zich met name voordoen in gevallen van politieke onstabiliteit, weersomstandigheden die uitvoering van de vlucht in kwestie verhinderen, beveiligingsproblemen, onverwachte vliegveiligheidsproblemen en stakingen die gevolgen hebben voor de vluchtuitvoering van de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert.
- Transavia beroept zich er ter afwering van de vordering van [eisers] op dat annulering het gevolg is geweest van de in art. 5 lid 3 van de verordening genoemde “buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden”. Voorts beroept zij zich erop dat sprake is geweest van de in de aanhef van de verordening genoemde onverwachte vliegveiligheidsproblemen. Zij voert daartoe aan dat het technische probleem zich heeft voorgedaan ondanks dat het vliegtuig regulier, conform de ter zake geldende voorschriften, is onderhouden. Zij heeft daartoe diverse stukken in het geding gebracht, waarvan de inhoud op zich niet door [eisers] is bestreden. Voorts heeft zij na daartoe door de kantonrechter te zijn uitgenodigd, een schriftelijk bericht van de vliegtuigfabrikant Boeing overgelegd, waarin is vermeld: “After a thorough search, Boeing was unable to retrieve any reliability information for the subject harness (kabelbundel, kantonrechter). The data indicates no known reports of this harness being removed. Per the TAV request, our sales history indicates one harness was sold in Jan 2004 with another sold in July 2005.” Verder heeft Transavia erop gewezen, op zichzelf niet door [eisers] betwist, dat zij slechts tweemaal een kabelbundel bij Boeing heeft besteld, terwijl zij dit type vliegtuig sinds 1998 gebruikt en zij thans 30 stuks van dit type vliegtuig in haar vloot heeft. Met Transavia leidt de kantonrechter uit dit een en ander af dat er kennelijk zelden problemen zijn met de betreffende kabelbundel. [eisers] heeft toegegeven dat het mankement niet voorzienbaar was, maar hij heeft aangevoerd dat Transavia er (ten onrechte) geen verklaring voor heeft gegeven waarom geen reserve kabelbundel (op Schiphol) aanwezig was, hetgeen van een professionele partij toch wel verwacht mag worden. Bij een dergelijke commerciële beslissing dient Transavia de daaraan verbonden nadelen (naar de kantonrechter begrijpt: de verplichting om compensatie aan passagiers te betalen als hierdoor vluchten geannuleerd moeten worden) volgens [eisers] voor lief te nemen. De kantonrechter overweegt dienaangaande dat Transavia, op zichzelf door [eisers] onbetwist, heeft gesteld dat een dergelijke kabelbundel $ 300.000, kost en dat deze daarom niet op voorraad wordt gehouden. Naar het oordeel van de kantonrechter valt het op voorraad houden van een dergelijk kostbaar onderdeel niet onder het “treffen van alle redelijke maatregelen” zoals in art. 5 lid 3 van de verordening bedoeld, mede gelet op de omstandigheid dat problemen met dit onderdeel zich zelden voordoen. Voor zover [eisers] bedoeld heeft te betogen dat technische mankementen nooit als een buitengewone omstandigheid in de zin van de verordening zijn aan te merken, volgt de kantonrechter dat betoog niet. Tekst noch de geschiedenis van totstandkoming van de verordening geven steun aan die opvatting van [eisers].
- De vordering van [eisers] zal derhalve worden afgewezen. De proceskosten zullen tussen partijen worden gecompenseerd, nu uit de processtukken blijkt dat Transavia voorafgaand aan de dagvaarding niet is ingegaan op redelijke verzoeken van de gemachtigde van [eisers] om nadere informatie te verstrekken over de aard van het mankement, over de inhoud van het onderhoudsvoorschrift en over het al dan niet opgevolgd hebben van dat voorschrift. Beslissing De kantonrechter: wijst de vorderingen af; compenseert de proceskosten aldus, dat elk van partijen de eigen kosten draagt. Dit vonnis is gewezen door mr. P. Krepel, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 27 juni 2007.