← Nederland

ECLI:NL:RBUTR:2008:4151

vonnis RECHTBANK UTRECHT Sector handels- en familierecht zaaknummer / rolnummer: 167322 / HA ZA 03-1875 Vonnis van 10 september 2008 in de zaak van

  1. de vennootschap onder firma [eiseres 1] V.O.F., gevestigd te Amersfoort,
  2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres 2] INSTALLATIETECHNIEK B.V., gevestigd te Nijmegen,
  3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid INGENIEURSBUREAU [eiseres 3] B.V., gevestigd te Amsterdam-Zuidoost, eiseressen in conventie, verweersters in reconventie, advocaat mr. J.M. van Noort, tegen de vennootschap naar Duits recht [gedaagde] , gevestigd te Köln-Junkersdorff, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, advocaat mr. E.H. de Jonge-Wiemans. Partijen zullen hierna [eiseres 2] en [gedaagde] genoemd worden. 1De procedure 1.
  4. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 7 februari 2007; het deskundigenbericht van 21 april 2008; de conclusie na deskundigenbericht van [eiseres 2]; de antwoordconclusie na deskundigenbericht van [gedaagde]. 1.
  5. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De verdere beoordeling in conventie 2.
  6. De rechtbank blijft bij hetgeen in de tussenvonnissen is overwogen en bouwt daarop voort. 2.
  7. In het op 18 oktober 2006 in deze zaak gewezen tussenvonnis is de rechtbank tot de conclusie gekomen dat [eiseres 2] is geslaagd in het bewijs van haar stelling dat de heer [X] namens [gedaagde] [eiseres 2] op 19 juli 2001 opdracht heeft gegeven om verder te gaan met het maken van nadere berekeningen en tekeningen en met de invulling van werktekeningen. Vervolgens is een deskundige benoemd om te kunnen vaststellen wat een redelijke vergoeding is voor de werkzaamheden die ingevolge de opdracht van 19 juli 2001 zijn verricht. 2.
  8. De deskundige heeft in zijn deskundigenbericht geconcludeerd dat € 228.190,75 een redelijke vergoeding is voor de door [eiseres 2] na 19 juli 2001 verrichte werkzaamheden. 2.
  9. Nu partijen de bevindingen en conclusies van de deskundige niet hebben weersproken en ook de rechtbank ambtshalve geen aanleiding ziet om anders te beslissen, neemt de rechtbank de conclusies van de deskundige over en maakt die tot de hare. Dat betekent dat in deze procedure wordt aangenomen dat [eiseres 2] voor de door haar aan [gedaagde] in rekening gebrachte werkzaamheden verricht na 1 juli 2001, een vergoeding toekomt van € 228.190,
  10. 2.
  11. In het tussenvonnis van 20 april 2005 is reeds overwogen dat ook een bedrag van € 80.668,51 (oorspronkelijk fl. 177.770,00, gefactureerd op 15 januari 2001) voor toewijzing vatbaar is. In totaal is [gedaagde] aan [eiseres 2] derhalve in hoofdsom € 308.859,26 verschuldigd. In dat tussenvonnis is ook overwogen dat [gedaagde] zich kan beroepen op verrekening met het bedrag dat gemoeid is geweest met herstel van gebreken aan de door [eiseres 2] aangelegde riolering. Aanvankelijk ging [gedaagde] er vanuit dat het om € 60.683,62 ging. Dat bedrag vordert heeft zij ook in reconventie gevorderd. In het tussenvonnis van 20 april 2005 is ook geoordeeld dat [eiseres 2] dat bedrag aan [gedaagde] voor herstelwerkzaamheden verschuldigd is en de tegenvordering tot dat bedrag gegrond is. Bij akte van 5 juli 2006 heeft [gedaagde] echter te kennen gegeven dat op het bedrag van € 60.683,62 een bedrag van € 54.484,00 in mindering moet worden gebracht en heeft zij haar eis in reconventie met dat bedrag verminderd. Nu is gebleken dat de vordering van [gedaagde] in verband met de riolering en het daarom door [eiseres 2] aan [gedaagde] verschuldigde bedrag niet € 60.683,62 bedraagt, maar € 6.199,62, komt de rechtbank in zoverre terug op hetgeen is overwogen in rechtsoverweging 4.13 van het tussenvonnis van 20 april 2005, dat thans wordt geoordeeld dat [gedaagde] in conventie een beroep toekomt op verrekening tot een bedrag van € 6.199,
  12. Na verrekening resteert in hoofdsom een aan [eiseres 2] te betalen bedrag van € 302.659,
  13. 2.
  14. [eiseres 2] heeft over het door [gedaagde] te betalen bedrag de wettelijke rente gevorderd vanaf 31 mei
  15. Tegen die vordering heeft [gedaagde] geen verweer gevoerd, zodat de rente vanaf die datum zal worden toegewezen. 2.
  16. [gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten in conventie worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres 2] worden begroot op: - dagvaarding € 68,20 - vast recht € 3.863,00 - salaris procureur € 16.770,00 (6,5 punten × tarief € 2.580,00) Totaal € 20.701,20 in reconventie 2.
  17. [gedaagde] heeft in reconventie – na vermindering van eis – gevorderd dat [eiseres 2] wordt veroordeeld tot betaling van:  een bedrag van € 6.199,62 in verband met een aan [gedaagde] gecedeerde vordering van [A 1]- und Projektentwicklungsgesellschaft mbH in verband met het feit dat [eiseres 2] tekort is geschoten in haar verplichtingen bij de aanleg van een riolering;  een bedrag van € 36.000,00, zijnde de hoogte van de door [gedaagde] geleden schade als gevolg van het feit dat [eiseres 2] ten onrechte beslag heeft laten leggen onder [A 2];  een bedrag van € 49.094,18 aan kosten die [gedaagde] heeft moeten betalen aan adviseurs omdat [eiseres 2] haar ten onrechte in rechte heeft betrokken. 2.
  18. Zoals al in het tussenvonnis van 20 april 2005 is overwogen is er, nu in conventie het beroep op verrekening met het bedrag van € 6.199,62 is gehonoreerd, geen ruimte meer voor veroordeling van [eiseres 2] tot betaling van dat bedrag in reconventie. 2.
  19. De overige vorderingen in reconventie zijn gebaseerd op de veronderstelling dat [eiseres 2] [gedaagde] in conventie ten onrechte in rechte zou hebben betrokken. Naar inmiddels is komen vast te staan, is dat niet juist. De in reconventie gevorderde bedragen van € 36.000,00 en € 49.094,18 zullen daarom worden afgewezen. 2.
  20. Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten in reconventie worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze. 3De beslissing De rechtbank in conventie 3.
  21. veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres 2] te betalen een bedrag van € 302.659,64 (driehonderdtwee duizend zeshonderd negenenvijftig euro en vierenzestig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over het toegewezen bedrag vanaf 31 mei 2002 tot de dag van volledige betaling, 3.
  22. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres 2] tot op heden begroot op EUR 20.701,20, 3.
  23. verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 3.
  24. wijst het meer of anders gevorderde af, in reconventie 3.
  25. wijst de vorderingen af, 3.
  26. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Dit vonnis is gewezen door mr. P. Dondorp en in het openbaar uitgesproken op 10 september
  27. Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.