RECHTBANK UTRECHT Sector bestuursrecht zaaknummer: SBR 07/1712 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 maart 2008 inzake Stichting De Faunabescherming, gevestigd te Amstelveen, eiseres, tegen het college van gedeputeerde staten van de provincie Utrecht, verweerder. Inleiding 1.1 Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 26 juni 2007 (het bestreden besluit), waarbij verweerder het bezwaar van eiseres tegen het besluit van 13 maart 2007 ongegrond heeft verklaard. Bij dit laatste besluit heeft verweerder aan de Stichting Faunabeheereenheid Utrecht te Veenendaal (hierna: de Faunabeheereenheid) op grond van artikel 68, eerste lid, van de Flora- en faunawet (Ffw) voor de periode van 1 april 2007 tot 9 maart 2009 onder voorschriften ontheffing verleend van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 9 tot en met 18 en 72, vijfde lid, van de Ffw. Het betreft het doden met een geweer van quota grauwe ganzen (Anser anser) voor de perioden van 1 april tot 1 oktober en het zoeken, schudden, rapen en met plantaardige olie insmeren of doorprikken van eieren van de grauwe gans gedurende het gehele jaar. 1.2 Het geding is behandeld ter zitting van 25 januari 2008, waar eiseres is verschenen bij gemachtigde mr. A.P. de Jong, secretaris van eiseres. Namens verweerder zijn verschenen drs. J.L.I. Roskamp en R. Beenen, beiden werkzaam bij de provincie Utrecht. Namens de Faunabeheereenheid zijn verschenen mr. O.W. Wagenaar, werkzaam bij DAS Rechtsbijstand te Amsterdam en J. Nuissl, adjunctsecretaris van de Faunabeheereenheid. Overwegingen 2.1 Op 8 januari 2007 heeft de Faunabeheereenheid voor de Wildbeheereenheden Amstelland, Gooi- en Vechtstreek, Vecht- en Veenstreek, Noorderpark, Kromme Rijn, De Vallei, De Eem en Tussen Vecht en Oude Rijn een aanvraag ingediend om ontheffing te verlenen krachtens artikel 68 van de Ffw voor het afschieten en het vangen met behulp van netten (ganzenflappen) van overzomerende grauwe ganzen alsmede voor het gehele grondgebied van de provincie Utrecht voor het rapen, schudden dan wel met plantaardige olie insmeren of doorprikken van eieren. Ter onderbouwing van de aanvraag is verwezen naar het beleidskader Faunabeheer en het Faunabeheerplan. De Faunabeheereenheid acht het voor een adequate en efficiënte schadevoorkoming en -bestrijding noodzakelijk te kunnen beschikken over een meerjarige ontheffing voor een periode van drie jaar. 2.2 Bij het besluit van 13 maart 2007 heeft verweerder - het Faunafonds gehoord - de aangevraagde ontheffing voor de periode van 1 april 2007 tot 9 maart 2009 verleend ter voorkoming van belangrijke vraatschade aan graslanden in het beheersgebied van de Faunabeheereenheid. Verweerder is daarbij in verband met de realisatie van het noodzakelijk geachte totale afschotquotum (8400 stuks) gedeeltelijk afgeweken van zijn beleid, zoals neergelegd in de notitie 'Implementatie Flora- en Faunawet' inhoudende dat ter voorkoming van belangrijke schade eerst tenminste twee preventieve middelen ingezet dienen te worden. Verweerder heeft aan de ontheffing voorschriften verbonden. 2.3 Eiseres heeft in beroep betoogd dat de ontheffing in strijd is met artikel 68 van de Ffw en is verleend voor populatiebeheer. Het doel van de ontheffing is niet schade voorkomen, maar het bereiken van een gewenst maximale populatieonmvang. Aangetoond had moeten worden dat de op populatiebeheer gerichte maatregelen effectief zijn en daadwerkelijk een bijdrage leveren aan het beperken van landbouwschade. Het oorzakelijke verband tussen populatiebeheer en schadebestrijding is niet aangetoond. Het schieten van ganzen, zeker wanneer het gaat om relatief grote populaties, is een weinig efficiënte methode. Populatiebeheer door afschot is een utopie. De ontheffing voldoet ten onrechte niet aan het vereiste dat eerst alternatieven moeten worden toegepast en er heeft volgens eiseres een onvoldoende afweging van belangen plaatsgevonden. 2.4 Artikel 68, eerste lid, aanhef en onder c, van de Ffw voorziet er in dat ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen van de in artikel 9 tot en met 12 van de Ffw geregelde verboden ontheffing kan worden verleend. Uit de tekst van deze bepaling, noch uit de geschiedenis van haar totstandkoming, valt af te leiden dat voor mogelijke ontheffingverlening vereist is dat zich eerst belangrijke schade heeft voorgedaan. De rechtbank verwijst daartoe naar de uitspraak van 19 juli 2006 van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS), LJN: AY
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.