RECHTBANK UTRECHT Sector strafrecht parketnummer: 16/710954-09 en 16/620740-08 (TUL) [P] vonnis van de meervoudige kamer d.d. 22 december 2009 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1993] te [geboorteplaats] (Marokko), wonende te [woonplaats] , aan [adres] raadsvrouwe mr. P.C. Smit, advocaat te Utrecht 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 8 december 2009, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Ter terechtzitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: feit 1: een poging heeft gedaan om door middel van braak een navigatiesysteem uit een auto te stelen; feit 2: een auto heeft gestolen, dan wel die auto heeft geheeld; feit 3: een bromfiets heeft gestolen, dan wel die bromfiets heeft geheeld; feit 4, 5 en 7: een woninginbraak heeft gepleegd en daarbij goederen heeft gestolen, dan wel die goederen heeft geheeld; feit 6: een poging heeft gedaan tot een inbraak in een bedrijfspand; feit 8: onderdelen van een bromfiets heeft gestolen, dan wel die onderdelen heeft geheeld. 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie vordert vrijspraak voor het onder 6 ten laste gelegde feit en acht de overige ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat de uitwerkingen van de afgeluisterde telefoongesprekken van het bewijs uitgesloten dienen te worden. Zij voert daartoe aan dat diefstallen geen ernstige inbreuk op de rechtsorde opleveren. Naar de mening van de verdediging is daardoor niet voldaan aan de vereisten die artikel 126m van het Wetboek van Strafvordering stelt aan het afluisteren van telefoongesprekken. Voorts voert de verdediging aan dat niet vastgesteld kan worden dat verdachte de betreffende telefoongesprekken heeft gevoerd, omdat het bewijs hiervoor volledig wordt gebaseerd op de herkenning van de stem van verdachte door verbalisanten. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen. De verdediging heeft met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde feit aangevoerd dat alleen het subsidiair tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. Naar de mening van de verdediging kan niet bewezen worden dat verdachte in de woning is geweest om de autosleutel te stelen. Met betrekking tot het onder 3 ten laste gelegde heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat het subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht. Verdachte heeft de scooter gekocht voor € 300, - en geeft toe dat hij wist dat dit erg goedkoop was en dat er dus iets mee aan de hand moest zijn. De primair tenlastegelegde diefstal van de scooter kan volgens de verdediging echter niet bewezen worden. Ten aanzien van feit 4 heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat het subsidiair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht met betrekking tot de controller van de Wii spelcomputer. Niet bewezen is dat verdachte de overige goederen onder zich had, of dat hij deze heeft gestolen. De verdediging is van mening dat het primair onder 5 ten laste gelegde feit niet kan worden bewezen, omdat er een ruime periode zit tussen de diefstal en het moment waarop de goederen bij verdachte zijn aangetroffen. Het subsidiair tenlastegelegde kan volgens de verdediging wel wettig en overtuigend bewezen worden geacht. De verdediging stelt zich ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde feit op het standpunt dat verdachte hiervan volledig dient te worden vrijgesproken. Het enige dat bewezen kan worden is dat verdachte een breekijzer heeft gekocht. Daarmee is volgens de verdediging niet bewezen dat verdachte de (poging tot) inbraak heeft gepleegd. De verdediging is ook ten aanzien van het onder 7 ten laste gelegde feit van mening dat verdachte hier volledig van dient te worden vrijgesproken. Verdachte heeft slechts een telefoon geleend en daar een aantal malen mee gebeld. Met betrekking tot het onder 8 ten laste gelegde stelt de verdediging zich op het standpunt dat alleen het subsidiair tenlastegelegde bewezen kan worden, omdat er geen aanwijzingen zijn dat verdachte de onderdelen van de bromfiets heeft weggenomen. 4.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank is in lijn met het vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 8 april 2008 (LJN: BC8760) van oordeel dat een woninginbraak een ernstige inbreuk op de rechtsorde kan opleveren. Een dergelijke diefstal vindt plaats door binnen te dringen in iemands woonruimte. Dit is de plek waar een ieder zich juist veilig zou moeten kunnen voelen. Indien woninginbraken binnen een bepaalde wijk stelselmatig worden gepleegd, wordt de inbreuk op de rechtsorde nog groter. Een telefoontap kan bij de opsporing van gepleegde woninginbraken daarom een proportioneel opsporingsmiddel zijn, zeker indien andere, minder verstrekkende, opsporingsmiddelen niet evident aanwezig zijn. De rechtbank stelt vast dat het hoge aantal woninginbraken in de Utrechtse wijk Zuilen in hun onderlinge samenhang bezien gekwalificeerd kunnen worden als een ernstige inbreuk op de rechtsorde. Aangezien verdachte als een van de mogelijke daders van deze inbraken werd beschouwd en er geen andere minder verstrekkende opsporingsmiddelen aanwezig waren, stelt de rechtbank vast dat het afluisteren van de telefoongesprekken van verdachte in het onderhavige geval rechtmatig was. De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat de uitwerkingen van de afgeluisterde telefoongesprekken die in het dossier zijn opgenomen niet van het bewijs uitgesloten dienen te worden. Ten aanzien van de herkenning van verdachte als de persoon die de afgeluisterde gesprekken voert, stelt de rechtbank vast dat deze niet volledig gebaseerd is op stemherkenning. De verbalisanten die verdachte als de beller hebben herkend, relateren daarbij dat de persoon die gebruik maakte van de bewuste telefoonnummers zich bij het gebruik van de desbetreffende nummers meerdere keren heeft voorgesteld als ‘Nabil’. Dit is een nadere aanwijzing dat het om verdachte zou gaan. Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat verdachte de betreffende telefoongesprekken heeft gevoerd. Feit 6: Naar het oordeel van de rechtbank zitten er onvoldoende aanwijzingen in het dossier om wettig en overtuigend bewezen te kunnen verklaren dat verdachte de (poging tot) inbraak heeft gepleegd. Verdachte dient daarom vrijgesproken te worden van het onder 6 tenlastegelegde. Feit 1: De heer [aangever 1] heeft verklaard dat hij zijn auto, een Hyundai Santa Fe 4WD, op 13 april 2009 onbeschadigd heeft geparkeerd op de [straat] te [woonplaats] . De volgende dag zag hij dat de ruit aan de passagierszijde was kapotgeslagen en dat er geprobeerd was om het navigatiesysteem te stelen. Dit leidde [aangever 1] af van de beschadigingen die rondom het navigatiesysteem waren aangebracht, vermoedelijk door het prikken met een schroevendraaier of een ander scherp voorwerp. In de auto zijn door een verbalisant bloedsporen aangetroffen. Een DNA-profiel van verdachte staat geregistreerd bij het Nederlands Forensisch Instituut onder DNA-profielcluster [nummer] . Uit onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut naar de bloedsporen komt naar voren dat het in deze sporen aanwezige DNA profiel overeenkomt met het DNA-profielcluster [nummer] van verdachte. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon overeenkomt met het in het spoor aangetroffen DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard. Verdachte heeft verklaard dat hij deze poging tot diefstal heeft gepleegd. Hij was met een paar jongens bij die auto en toen heeft hij geprobeerd het navigatiesysteem te stelen. Bij deze poging heeft hij in de auto bloed verloren. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het onder 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. Feit 2: Op 25 april 2009 is tussen 11.30 uur en 21.45 uur ingebroken in de woning van [aangeefster 1] , gelegen aan de [straat] in [woonplaats] . De volgende dag, omstreeks 8.00 uur constateert [aangeefster 1] dat de auto van haar man, een Toyota Yaris met kenteken [kenteken] , is weggenomen en dat de reservesleutel van die auto kennelijk bij de inbraak uit haar huis is gestolen. De auto stond zaterdagavond 25 april 2009 omstreeks middernacht nog geparkeerd ter hoogte van de [adres] te [woonplaats] . De politie heeft de auto vervolgens op de Burgemeester Norbruislaan te Utrecht aangetroffen en met behulp van een camera geobserveerd. Op de beelden van deze camera is te zien dat verdachte op 29 april 2009, als passagier van een scooter aan komt rijden, een klein voorwerp uit zijn broekzak haalt (naar de rechtbank begrijpt: de sleutel van de auto), handschoenen aantrekt en vervolgens in de auto stapt en er mee wegrijdt. Op 26 april 2009 om 00:34 uur wordt gebeld naar het nummer [telefoonnummer] en wordt tegen deze persoon gezegd: “Moet je kijken Toyota”. De verbalisant belast met het uitwerken van de afgeluisterde telefoongesprekken herkent de persoon die gebeld wordt op het nummer [telefoonnummer] als verdachte. De rechtbank acht bewezen dat de auto waarover met verdachte in voornoemd telefoongesprek wordt gesproken, de gestolen auto is. De rechtbank komt tot deze conclusie doordat het gesprek plaatsvindt vlak na de diefstal, in het gesprek wordt gesproken over een Toyota en doordat gefilmd is dat verdachte op 29 april 2009 in de gestolen auto stapt en er mee wegrijdt. Tussen de diefstal, die na 25 april 2009 middernacht moet hebben plaatsgevonden en het eerste telefoongesprek dat verdachte over de gestolen auto voert, zit maximaal een half uur. Hierbij neemt de rechtbank in overweging dat verdachte minderjarig was en is, geen rijbewijs heeft en niet rechtmatig over een auto kon beschikken. Feit 3: [aangever 2] heeft verklaard dat op 2 juni 2009 zijn bromfiets van het merk Piaggio, type Zip met het kenteken [kenteken] na 19.30 uur gestolen is van de [straat] te [woonplaats] . In het opbergvak van de bromfiets zat onder meer het kentekenbewijs deel IA op naam van [aangever 2] en het kentekenbewijs deel IB. Bij de doorzoeking van het huis van verdachte op 10 juni 2009 werd in een kelderbox voornoemde bromfiets aangetroffen. Daarnaast werd in een buffetkast in de woonkamer van verdachte het kentekenbewijs van het voertuig aangetroffen. Verdachte heeft aangegeven dat de bromfiets en het kentekenbewijs zijn bezit waren. Op 3 juni 2009 om 03.30 uur belt iemand met het nummer [telefoonnummer] naar het nummer [telefoonnummer] . De beller spreekt over ‘die Zip’ en over ‘Overschrijvingspapieren’. De verbalisant belast met het uitwerken van de afgeluisterde telefoongesprekken herkent de persoon die het nummer [telefoonnummer] gebruikt als verdachte. De rechtbank stelt vast dat verdachte in voornoemd telefoongesprekken over de gestolen bromfiets spreekt. De rechtbank komt tot deze conclusie doordat verdachte binnen korte tijd na de diefstal spreekt over het type van de gestolen bromfiets, ‘Zip’ en over ‘overschrijvingspapieren’ die samen met de bromfiets gestolen zijn en doordat de bromfiets met de bijbehorende kentekenbewijzen uiteindelijk bij verdachte thuis zijn aangetroffen. Voorts stelt de rechtbank vast dat tussen de diefstal, die op 2 juni 2009 plaats vond na 19.30 uur en het eerste telefoongesprek dat verdachte op 3 juni 2009 om 03.30 over de bromfiets voert maximaal 9 uur kan hebben gezeten. Mede gelet op het tijdstip van dit telefoongesprek hecht de rechtbank geen geloof aan de verklaring van de verdachte dat hij de bromfiets omstreeks 6 juni heeft gekocht voor 300 euro van “twee jongens uit Ondiep”, te meer nu deze verklaring zeer vaag en oncontroleerbaar is. Feit 4: [aangever 3] heeft verklaard dat hij zijn woning gelegen aan de [adres] te [woonplaats] op 1 mei 2009 in goede orde, onbeschadigd en afgesloten heeft achtergelaten. Op 2 mei 2009 omstreeks 23.30 uur constateert [aangever 3] dat de buitendeur aan de achterzijde van de woning is geforceerd en dat bijna alle kasten in zijn woning zijn doorzocht. [aangever 3] mist uit zijn huis onder meer een Wii spelcomputer met controllers, een Sony Bravia televisie en de autosleutels van een Peugeot
- Bij de doorzoeking van het huis van verdachte op 10 juni 2009 wordt een Wii controller aangetroffen. Deze controller wordt door de partner van [aangever 3] met zekerheid herkend als de controller die bij de voorgenoemde inbraak is gestolen. Zij herkent de controller met zekerheid op basis van de roze beschermhoes die om de controller heen zit en die aan één kant gescheurd is en aan de blauwe sticker op de onderzijde van de controller, waaruit blijkt dat de controller uit Japan komt en dus niet in Nederland is gekocht. De Verdachte heeft verklaard dat de controller in zijn bezit was. Op 3 mei 2009 wordt vanaf 14:46 uur met het telefoonnummer [telefoonnummer] diverse gesprekken gevoerd over de verkoop van een ‘Wie’ en een Sony televisie, type “Bavaria”.Daarnaast wordt gesproken over autosleutels van een Peugeot. De verbalisant belast met het uitwerken van de afgeluisterde telefoongesprekken herkent de persoon die het nummer [telefoonnummer] gebruikt als verdachte. De rechtbank stelt vast dat de goederen waarover verdachte voornoemd telefoongesprekken voerde, de van de inbraak afkomstige goederen zijn. De rechtbank komt tot deze conclusie doordat verdachte vlak na de inbraak over deze goederen spreekt, waarbij meerdere van de gestolen goederen genoemd worden en omdat de gestolen controller bij verdachte thuis is aangetroffen. Voorts stelt de rechtbank vast dat tussen de inbraak, die op 1 mei 2009 plaats vond na 15.15 uur en het eerste telefoongesprek dat verdachte over de gestolen goederen voert op 3 mei vanaf 14:46 uur, minder dan 48 uur heeft gezeten. Feit 5: [aangever 4] heeft verklaard dat zij haar woning gelegen aan de [adres] te [woonplaats] op 10 januari 2009 opgeruimd en afgesloten heeft achtergelaten. Op 11 januari 2009 constateert [aangever 4] dat een raam aan de achterzijde van de woning is ingeslagen en dat haar woning is doorzocht. [aangever 4] mist uit haar woning onder meer een fotocamera van het merk Canon en een Acer laptop. Bij de doorzoeking van het huis van verdachte wordt een acculader aangetroffen met daarop de naam van de moeder van [aangever 4] . De moeder van [aangever 4] heeft verklaard dat zij de acculader aan [aangever 4] had uitgeleend en dat deze bij voornoemde inbraak gestolen is. Bij de doorzoeking van het huis van verdachte is ook een Canon fotocamera aangetroffen. [aangever 4] heeft deze herkend als de bij voornoemde inbraak van haar gestolen camera. Verdachte heeft verklaard dat de camera in zijn bezit was. De rechtbank stelt vast dat zowel de camera als de acculader duidelijk van de inbraak afkomstig zijn en dat verdachte geen aannemelijke en controleerbare verklaring afgelegd over de wijze waarop hij in het bezit is gekomen van deze goederen. Hij heeft tijdens zijn verhoor op 14 juli 2009 verklaard dat hij de camera ongeveer drie maanden geleden op de markt in Vleuten heeft gekocht. Dit strookt echter niet met de verklaring van zijn moeder dat verdachte tegen haar heeft gezegd dat hij de camera had geleend en dat zij de op de camera aangetroffen foto’s van een Marokkaanse trouwerij heeft genomen, welke trouwerij zij in tijd plaatst in de maand februari
- Feit 7: [aangeefster 2] heeft verklaard dat zij op 3 januari 2009 rond 15.00 uur haar woning aan de [adres] te [woonplaats] onbeschadigd en afgesloten heeft achtergelaten. Op 4 januari 2009 rond 01.45 uur constateert [aangeefster 2] dat een bovenlichtje aan de achterzijde van het huis is opengebroken en dat de woning is doorzocht. [aangeefster 2] mist uit haar woning onder meer een mobiele telefoon met imei-nummer [IMEI-nummer] . De partner van [aangeefster 2] , [A] , geeft aan dat in de gestolen telefoon een ‘duo-simkaart’ zat. Dit betekent dat [A] naast de gestolen telefoon nog een tweede telefoon heeft, met hetzelfde telefoonnummer. Op die tweede telefoon heeft [A] de nacht van de inbraak om 01.54 een oproep gemist van het nummer [telefoonnummer] . Verdachte heeft aangegeven dat dit het telefoonnummer van zijn moeder is en dat zijn moeder die nacht naar dat nummer belde omdat hij daarvoor met de gestolen telefoon naar zijn moeder heeft gebeld. De rechtbank stelt vast dat tussen de inbraak en het moment waarop verdachte met zijn moeder heeft gebeld over de gestolen telefoon maximaal 11 uur kan hebben gezeten. Feit 8: [aangever 5] heeft verklaard dat hij op 7 mei 2009 rond 08.15 zijn scooter (een Gilera Runner) op het schoolplein van het Delta College aan de Lieven de Keylaan te Utrecht heeft gestald. Rond 12.15 uur ziet [aangever 5] zijn scooter nog op het schoolplein staan (naar de rechtbank begrijpt: met de voorkappen nog bevestigd). Rond 14.00 uur ziet [aangever 5] dat de voorkappen van zijn scooter zijn weggenomen. Bij de doorzoeking van het huis van verdachte op 10 juni 2009 zijn voorkappen van een scooter aangetroffen. De stickers op de kappen liepen als één geheel in elkaar over. In één van de kappen staat een datatacknummer dat correspondeert met het unieke datatacknummer van de scooter van [aangever 5] . Op 11 mei 2009 om 12.34 uur wordt gebeld met het telefoonnummer [telefoonnummer] , in het daarop volgende gesprek worden ‘voorkappen’ van ‘de Runner’ aangeboden. De verbalisant belast met het uitwerken van de afgeluisterde telefoongesprekken herkent de persoon die belt met het nummer [telefoonnummer] als verdachte. De rechtbank stelt vast dat de voorkappen waarover verdachte in voornoemd telefoongesprek spreekt, de gestolen voorkappen zijn. De rechtbank komt tot deze conclusie doordat verdachte eerst ná de diefstal over de voorkappen spreekt en omdat de gestolen voorkappen uiteindelijk bij verdachte thuis zijn aangetroffen. Voorts stelt de rechtbank vast dat tussen de diefstal, die op 7 mei 2009 plaats vond na 12.15 uur en het eerste telefoongesprek dat verdachte over de gestolen voorkappen voert op 11 mei om 12.34 uur, vier dagen hebben gezeten. Ten aanzien van de feiten 2, 3, 4, 5, 7 en 8 voorts Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de bij hem thuis aangetroffen bromfiets (feit 3), Wii controller (feit 4), fotocamera met acculader (feit 5) en voorkappen (feit 8), heeft gekocht en niet heeft gestolen. De rechtbank hecht geen waarde aan deze verklaringen van verdachte. Uit de afgeluisterde telefoongesprekken komt verdachte naar voren als een persoon die gestolen goederen aanbiedt, nergens blijkt uit dat verdachte goederen aangeboden krijgt of koopt. Daarnaast heeft verdachte geen aannemelijke bron van inkomsten aan de rechtbank weten op te geven, die het voor hem mogelijk maakt om deze goederen te betalen. Ook heeft verdachte geen concrete en verifieerbare verklaring afgelegd over van welke personen en waar hij deze goederen had gekocht. Voorts heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat verdachte blijkens zijn strafblad al eerder voor diefstal en poging tot diefstal is veroordeeld, voor het laatst op 20 april 2009 en dat verdachte, zoals hij zelf bekend, op 12 april 2009 (feit 1) opnieuw een poging tot diefstal heeft gedaan. Ten slotte heeft de rechtbank in overweging genomen dat het tijdsverloop tussen de tijdstippen waarop de diverse diefstallen zijn gepleegd en het moment waarop verdachte over die van diefstal afkomstige goederen over zijn telefoon spreekt, zodanig gering is dat naar het oordeel van de rechtbank rechtens is komen vast te staan dat verdachte deze goederen heeft verkregen door zelf diefstallen te plegen en niet door de heling van deze goederen. Ten aanzien van de auto (feit 2) en de mobiele telefoon (feit 7) heeft verdachte aangegeven dat hij deze via andere personen onder zich heeft gekregen. De rechtbank hecht ook geen waarde aan deze verklaringen van verdachte. De rechtbank heeft ook daartoe in aanmerking genomen dat verdachte eerder voor diefstal is veroordeeld en inmiddels gerecidiveerd heeft. Daarnaast heeft de rechtbank in overweging genomen dat het tijdsverloop tussen het tijdstip waarop de telefoon is gestolen en het moment waarop verdachte met de telefoon heeft gebeld, zodanig gering is dat naar het oordeel van de rechtbank rechtens is komen vast te staan dat verdachte ook deze telefoon heeft verkregen door deze zelf te stelen en niet door heling. Ten aanzien van de auto komt de rechtbank op grond van het voorgaande tot dezelfde conclusie, nu verdachte binnen een half uur na de diefstal over deze auto over de telefoon heeft gesproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank ten aanzien van de onder 2, 3, 4, 5, 7 en 8 ten laste gelegde feiten, het primair ten laste gelegde, wettig en overtuigend bewezen. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
- omstreeks 13 april 2009 te [woonplaats] tezamen en in vereniging met anderen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een auto Hyundai, type Santa Fe 4WD, welke auto geparkeerd stond aan de [straat] weg te nemen een navigatiesysteem, toebehorende aan [aangever 1] , en dat weg te nemen navigatiesysteem onder zijn bereik te brengen door middel van braak, een ruit van die auto heeft vernield en heeft getracht het navigatiesysteem los te maken, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;
- omstreeks 25 april 2009 te [woonplaats] met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een auto Toyota Yaris, met kenteken [kenteken] , welke geparkeerd stond aan de [adres] , geheel of ten dele toebehorende aan een ander dan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van een valse sleutel (het gebruiken van een gestolen sleutel);
- op 02 juni 2009 te Utrecht met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een bromfiets merk Piaggio Zip met kenteken [kenteken] , toebehorende aan [aangever 2] ;
- in de periode van 01 mei 2009 tot en met 02 mei 2009 te [woonplaats] , met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een Wii spelcomputer met controller en een televisie Sony Bravia en een autosleutel van een personenauto Peugeot, toebehorende aan [aangever 3] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak, (het forceren van de buitendeur);
- hij omstreeks 10 januari 2009 te [woonplaats] met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een fotocamera merk Canon en een laptop merk Acer en een adapter met daarop de naam ' [aangever 4] ', toebehorende aan [aangever 4] , in elke geval aan een ander dan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door braak (het vernielen van een raam van die woning);
- omstreeks 03 januari 2009 te [woonplaats] , met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een mobiele telefoon met imei-nummer [IMEI-nummer] , toebehorende aan een ander dan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door het openbreken van een raam (bovenlicht) van die woning en naar binnen klimmen door dat raam;
- hij op 07 mei 2009 te Utrecht met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen vijf kappen van een bromfiets toebehorende aan [aangever 5] . De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5De strafbaarheid 5.1 De strafbaarheid van de feiten Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op. Ten aanzien van feit 1: poging tot diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, terwijl het feit is gepleegd door twee of meer verenigde personen. Ten aanzien van feit 2: diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels. Ten aanzien van feit 3 en 8, telkens: diefstal. Ten aanzien van feit 4 en 5, telkens: diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak. Ten aanzien van feit 7: diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming. 5.2 De strafbaarheid van verdachte Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 6De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een jeugddetentie van 240 dagen waarvan 168 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en met aftrek van het voorarrest. 6.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte sinds enige tijd geplaatst is in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg en dat dit civiele traject voorrang moet krijgen en niet mag worden gedwarsboomd door een onvoorwaardelijke jeugddetentie. De verdediging acht de vordering van de officier van justitie daarom passend, maar verzoekt om bij een bewezenverklaring van heling in plaats van diefstal, een lagere voorwaardelijke straf op te leggen. Daarnaast heeft de verdediging verzocht om opheffing van de (geschorste) voorlopige hechtenis van verdachte. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een groot aantal diefstallen, waaronder een aantal uit woningen. Ten aanzien van de drie door verdachte gepleegde woninginbraken overweegt de rechtbank dat verdachte deze zowel vlak voor als na zijn eerdere veroordeling heeft gepleegd, waarvan één in zijn eigen straat. Verdachte heeft hiermee een bijdrage geleverd aan een gevoel van onveiligheid in de maatschappij en in het bijzonder in zijn eigen buurt. Woninginbraken veroorzaken niet alleen de nodige materiële schade, maar maken ook een forse inbreuk op de privacy van de bewoners. Het is voor hen vaak bijzonder onaangenaam om te leven met de wetenschap dat een vreemde in hun woning is geweest en hun persoonlijke bezittingen heeft doorzocht. Slachtoffers blijven vaak lang met een gevoel van onveiligheid leven en sommigen van hen zien zich hierdoor zelfs genoodzaakt om te verhuizen. De rechtbank neemt het verdachte voorts bijzonder kwalijk dat hij ten aanzien van de meeste feiten op geen enkele manier berouw heeft getoond. Daarnaast heeft een eerdere veroordeling wegens soortgelijke feiten geen enkel positief effect gehad. Verdachte is zowel vlak voor als na deze veroordeling verder gegaan met zijn criminele activiteiten. Zelfs het feit dat verdachte nog in een proeftijd liep was voor hem kennelijk geen beletsel door te gaan met het plegen van strafbare feiten. Voor verdachte is thans een machtiging uithuisplaatsing gesloten jeugdzorg afgegeven. Deze machtiging loopt vooralsnog op 20 februari 2010 af. Verdachte is geplaatst bij Almata te Den Dolder. Blijkens een brief van 4 december 2009 van mevrouw [raadsmedewerker] , raadsmedewerker van de Kinderbescherming, functioneert verdachte daar goed. Zij adviseert daarom aan verdachte voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, zodat hij zijn traject bij Almata kan voortzetten. De rechtbank acht het met de verdediging en de officier van justitie van belang dat verdachte de behandeling die hij bij Almata volgt voort kan zetten. De rechtbank ziet hierin aanleiding om naast de reeds door verdachte in voorarrest doorgebrachte tijd geen aanvullende onvoorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, hoewel de hoeveelheid feiten en de ernst daarvan hiertoe wel aanleiding geven. Wel acht de rechtbank een voorwaardelijk straf geboden, om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Deze voorwaardelijke straf maakt een verplichte begeleiding door de gezinsvoogd tevens jeugdreclasseerder mogelijk. 7De vordering tot tenuitvoerlegging De officier van justitie heeft gevorderd dat de proeftijd van de voorwaardelijke straf van 1 maand die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van 20 april 2009 door de Kinderrechter te Utrecht, met een jaar zal worden verlengd. De verdediging refereert zich met betrekking tot de vordering tot ten uitvoerlegging aan het oordeel van de rechtbank. De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop kan de maand voorwaardelijke jeugddetentie ten uitvoer worden gelegd. De rechtbank zal dan ook de tenuitvoerlegging hiervan gelasten, maar zal tevens bepalen dat deze zal worden omgezet in een onvoorwaardelijk werkstraf van 60 uur, aangezien de verdachte thans binnen de gesloten jeugdzorg behandeld wordt, waarbij de rechtbank het aan de gezinsvoogd/jeugdreclasseerder overlaat om in overleg met de accommodatie voor gesloten jeugdzorg te bezien of tenuitvoerlegging van deze werkstraf binnen de betreffende accommodatie kan plaatsvinden dan wel na afloop van de intramurale behandeling. 8De wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 45, 63, 77a, 77g, 77h, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77dd, 77gg, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. 9De beslissing De rechtbank: Vrijspraak - spreekt verdachte vrij van het onder 6 tenlastegelegde feit; Bewezenverklaring verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven; spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; Strafbaarheid verklaart dat het bewezenverklaarde de onder 5.1 genoemde strafbare feiten oplevert: verklaart verdachte strafbaar; Strafoplegging - veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie van 240 dagen, waarvan 168 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren; - bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde jeugddetentie; - bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast: omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit; omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd; - stelt als bijzondere voorwaarde: dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens William Schrikker Jeugdreclassering; - draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarde; Vordering tenuitvoerlegging gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis d.d. 20 april 2009 door de Kinderrechter te Utrecht is opgelegd in de zaak onder parketnummer 16-602740-08 ten uitvoer zal worden gelegd, te weten 1 maand jeugddetentie; bepaalt dat deze ten uitvoer te leggen jeugddetentie zal worden vervangen door een werkstraf voor de duur van 60 uur; Bijkomende beslissingen - heft op het geschorste bevel voorlopige hechtenis met ingang van het moment waarop dit vonnis onherroepelijk wordt. Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.A.T. Engbers, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. M.H.L. Schoenmakers en mr. L.E. Verschoor-Bergsma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.R. Scharrenborg, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 22 december
- Mrs. M.H.L. Schoenmakers en M.A.A.T. Engbers zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen. BIJLAGE I: De tenlastelegging
- hij in of omstreeks 13 april 2009 tot en met 14 april 2009 te [woonplaats] , althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een auto (Hyundai, type Santa Fe 4WD, welke auto geparkeerd stond aan de [straat] ) weg te nemen een navigatiesysteem, althans enig goed van verdachtes gading, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders en zich daarbij de toegang tot die auto te verschaffen en/of die/dat weg te nemen navigatiesysteem onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking of inklimming, een ruit van die auto heeft vernield en/of heeft getracht het navigatiesysteem los te maken, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid; art 310 Wetboek van Strafrecht art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht
- Primair hij op of omstreeks 25 april 2009 te [woonplaats] , althans in het arrondissement Utrecht, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een auto (Toyota Yaris, met kenteken [kenteken] , welke geparkeerd stond aan de [adres] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [B] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel (het gebruiken van een gestolen sleutel); art 310 Wetboek van Strafrecht art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht Subsidiair hij in of omstreeks de periode van 25 april 2009 tot en met 08 mei 2009 te Utrecht, in elk geval in Nederland, een auto (Toyota Yaris, met kenteken [kenteken] ) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die auto wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof; art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht
- Primair hij op of omstreeks 02 juni 2009 te Utrecht, althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een bromfiets (merk Piaggio Zip met kenteken [kenteken] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s); art 310 Wetboek van Strafrecht Subsidiair hij in of omstreeks de periode van 02 juni 2009 tot en met 10 juni 2009 te Utrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een bromfiets (merk Piaggio Zip, met kenteken [kenteken] ) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die bromfiets wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof; art 417bis Wetboek van strafrechtart 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht
- Primair hij in of omstreeks de periode van 01 mei 2009 tot en met 02 mei 2009 te [woonplaats] , althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen een Wii spelcomputer (met adapter en controller) en/of een televisie (Sony Bravia) en/of een autosleutel van een personenauto (Peugeot), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (het forceren van de buitendeur); art 310 Wetboek van Strafrecht art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht Subsidiair hij in of omstreeks de periode van 01 mei 2009 tot en met 10 juni 2009 te Utrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een Wii spelcomputer (met adapter en controller) en/of een televisie (Sony Bravia) en/of een autosleutel van een personenauto (Peugeot), heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die Wii spelcomputer (met adapter en controller) en/of televisie en/of autosleutel wist(en), althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof; art 417bis Wetboek van strafrecht art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht
- Primair hij in of omstreeks de periode van 10 januari 2009 tot en met 11 januari 2009 te [woonplaats] , althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een woning (gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen een fotocamera (merk Canon) en/of een laptop (merk Acer) en/of een adapter (met daarop de naam ' [aangever 4] '), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereikheeft / hebben gebracht door braak, verbreking en/of inklimming (het vernielen van een raam van die woning); art 310 Wetboek van Strafrecht art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht Subsidiair hij in of omstreeks de periode 10 januari 2009 tot en met 10 juni 2009 te Utrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een fotocamera (merk Canon) en/of een adapter (met daarop de naam ' [aangever 4] '), heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die fotocamera en/of adapter, wist(en), althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof; art 417bis Wetboek van strafrecht art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht
- hij op of omstreeks 19 januari 2009 te [woonplaats] , althans in het arrondissement Utrecht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een bedrijf (te weten Domino's Pizza's, gevestigd in een pand aan de [adres] ) weg te nemen een kluis en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan Domino's Pizza's, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot dat pand/ dat bedrijf te verschaffen en / of die / dat weg te nemen kluis/geld onder zijn / hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of valse sleutel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, als volgt heeftgehandeld: zijnde en/of hebbende hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn mededader(s) de voordeur van dat pand verbroken/vernield en/of (met een breekijzer) getracht de kluis los te maken, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid; art 310 Wetboek van Strafrecht art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht
- Primair hij op of omstreeks 03 januari 2009 te [woonplaats] , althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een woning (gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen een televisie en/of een laptop en/of een aantal fotocamera's en/of pasjes en/of sieraden en/of eenlaptop en/of een aantal fotocamera's en/of pasjes en/of sieraden en/of een mobiele telefoon (met imei-nummer [IMEI-nummer] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangeefster 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door het openbreken van een raam (bovenlicht) van die woning en/of naar binnen klimmen door dat raam; art 310 Wetboek van Strafrecht art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht Subsidiair hij in of omstreeks de periode van 03 januari 2009 tot en met 10 juni 2009 te Utrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een mobiele telefoon (met imei-nummer[IMEI-nummer] ) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die telefoon wist(en), althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof; art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht
- Primair hij op of omstreeks 07 mei 2009 te Utrecht, althans in het arrondissement Utrecht, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een aantal, te weten vijf, kappen, althans onderdelen, van een bromfiets (kleur rood), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte; art 310 Wetboek van StrafrechtSubsidiair hij op of omstreeks 07 mei 2009 te Utrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een aantal, te weten vijf, kappen, althans onderdelen, van een bromfiets (kleur rood), heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die kappen, althans onderdelen, wist(en), althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof; art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] , opgenomen op pagina 521 en 522 van het proces-verbaal dossiernummer PL0915/09-009463 van politie regio Utrecht, opgemaakt in de wettelijke vorm en doorgenummerd van 1 tot en met
- Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] , opgenomen op pagina 523 van het proces-verbaal dossiernummer PL0915/09-009463 van politie regio Utrecht, opgemaakt in de wettelijke vorm en doorgenummerd van 1 tot en met
- Het deskundigenverslag van [C] d.d. 26 november 2008, opgenomen op pagina 525 van het proces-verbaal dossiernummer PL0915/09-009463 van politie regio Utrecht, opgemaakt in de wettelijke vorm en doorgenummerd van 1 tot en met
- Het geschrift te weten een overzicht van de matchende DNA-profielen die bij het NFI zijn geregistreerd onder DNA-profielcluster [nummer] , opgenomen op pagina 526 van het proces-verbaal dossiernummer PL0915/09-009463 van politie regio Utrecht, opgemaakt in de wettelijke vorm en doorgenummerd van 1 tot en met
- De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 8 december
- Het proces-verbaal van aangifte van [aangeefster 1] , opgenomen op pagina 176 van het proces-verbaal dossiernummer PL0915/09-009463 van politie regio Utrecht, opgemaakt in de wettelijke vorm en doorgenummerd van 1 tot en met
- Het proces-verbaal van aangifte van [B] , opgenomen op pagina 184 van het proces-verbaal dossiernummer PL0915/09-009463 van politie regio Utrecht, opgemaakt in de wettelijke vorm en doorgenummerd van 1 tot en met
- Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 2] , opgenomen op pagina 206 en 207 van het proces-verbaal dossiernummer PL0915/09-009463 van politie regio Utrecht, opgemaakt in de wettelijke vorm en doorgenummerd van 1 tot en met
- Het geschrift te weten een uitwerking van getapte telefoongesprekken, opgenomen op pagina 195 van het proces-verbaal dossiernummer PL0915/09-009463 van politie regio Utrecht, opgemaakt in de wettelijke vorm en doorgenummerd van 1 tot en met
- Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 2] , opgenomen op pagina 205 van het proces-verbaal dossiernummer PL0915/09-009463 van politie regio Utrecht, opgemaakt in de wettelijke vorm en doorgenummerd van 1 tot en met 1563 Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] , opgenomen op pagina 536 tot en met 539 van het proces-verbaal dossiernummer PL0915/09-009463 van politie regio Utrecht, opgemaakt in de wettelijke vorm en doorgenummerd van 1 tot en met
- Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 3] , opgenomen op pagina 44 tot en met 46 van het proces-verbaal dossiernummer PL0915/09-009463 van politie regio Utrecht, opgemaakt in de wettelijke vorm en doorgenummerd van 1 tot en met
- De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 8 december
- Het geschrift te weten een uitwerking van getapte telefoongesprekken, opgenomen op pagina 540 van het proces-verbaal dossiernummer PL0915/09-009463 van politie regio Utrecht, opgemaakt in de wettelijke vorm en doorgenummerd van 1 tot en met
- Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 4] , opgenomen op pagina 547 van het proces-verbaal dossiernummer PL0915/09-009463 van politie regio Utrecht, opgemaakt in de wettelijke vorm en doorgenummerd van 1 tot en met
- De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 8 december
- Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] , opgenomen op pagina 413 tot en met 417 van het proces-verbaal dossiernummer PL0915/09-009463 van politie regio Utrecht, opgemaakt in de wettelijke vorm en doorgenummerd van 1 tot en met
- Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 3] , opgenomen op pagina 44 van het proces-verbaal dossiernummer PL0915/09-009463 van politie regio Utrecht, opgemaakt in de wettelijke vorm en doorgenummerd van 1 tot en met
- Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , opgenomen op pagina 418 van het proces-verbaal dossiernummer PL0915/09-009463 van politie regio Utrecht, opgemaakt in de wettelijke vorm en doorgenummerd van 1 tot en met
- De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 8 december
- Het geschrift te weten uitwerkingen van getapte telefoongesprekken, opgenomen op pagina 422 tot en met 430 van het proces-verbaal dossiernummer PL0915/09-009463 van politie regio Utrecht, opgemaakt in de wettelijke vorm en doorgenummerd van 1 tot en met
- Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 2] , opgenomen op pagina 434 van het proces-verbaal dossiernummer PL0915/09-009463 van politie regio Utrecht, opgemaakt in de wettelijke vorm en doorgenummerd van 1 tot en met 1563 Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 4] , opgenomen op pagina 480 tot en met 485 van het proces-verbaal dossiernummer PL0915/09-009463 van politie regio Utrecht, opgemaakt in de wettelijke vorm en doorgenummerd van 1 tot en met
- Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 2] , opgenomen op pagina 488 tot en met 489 van het proces-verbaal dossiernummer PL0915/09-009463 van politie regio Utrecht, opgemaakt in de wettelijke vorm en doorgenummerd van 1 tot en met
- Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 5] , opgenomen op pagina 494 van het proces-verbaal dossiernummer PL0915/09-009463 van politie regio Utrecht, opgemaakt in de wettelijke vorm en doorgenummerd van 1 tot en met
- Het proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 4] , opgenomen op pagina 497 van het proces-verbaal dossiernummer PL0915/09-009463 van politie regio Utrecht, opgemaakt in de wettelijke vorm en doorgenummerd van 1 tot en met
- De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 8 december
- Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, opgenomen op pagina 1556 van het proces-verbaal dossiernummer PL0915/09-009463 van politie regio Utrecht, opgemaakt in de wettelijke vorm en doorgenummerd van 1 tot en met
- Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , opgenomen op pagina 839 en 840 van het proces-verbaal dossiernummer PL0915/09-009463 van politie regio Utrecht, opgemaakt in de wettelijke vorm en doorgenummerd van 1 tot en met
- Het proces-verbaal van aangifte van [aangeefster 2] , opgenomen op pagina 155 van het proces-verbaal dossiernummer PL0915/09-009463 van politie regio Utrecht, opgemaakt in de wettelijke vorm en doorgenummerd van 1 tot en met
- Het proces-verbaal van verhoor getuige [A] , opgenomen op pagina 163 van het proces-verbaal dossiernummer PL0915/09-009463 van politie regio Utrecht, opgemaakt in de wettelijke vorm en doorgenummerd van 1 tot en met
- De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 8 december
- Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 5] , opgenomen op pagina 506 van het proces-verbaal dossiernummer PL0915/09-009463 van politie regio Utrecht, opgemaakt in de wettelijke vorm en doorgenummerd van 1 tot en met
- Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 2] , opgenomen op pagina 509 van het proces-verbaal dossiernummer PL0915/09-009463 van politie regio Utrecht, opgemaakt in de wettelijke vorm en doorgenummerd van 1 tot en met
- Het geschrift te weten uitwerking van een getapt telefoongesprek, opgenomen op pagina 511 van het proces-verbaal dossiernummer PL0915/09-009463 van politie regio Utrecht, opgemaakt in de wettelijke vorm en doorgenummerd van 1 tot en met
- Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 2] , opgenomen op pagina 514 van het proces-verbaal dossiernummer PL0915/09-009463 van politie regio Utrecht, opgemaakt in de wettelijke vorm en doorgenummerd van 1 tot en met 1563.