vonnis RECHTBANK UTRECHT Sector handels- en familierecht zaaknummer / rolnummer: 248699 / HA ZA 08-963 Vonnis van 11 februari 2009 in de zaak van [eiser] wonende te [woonplaats], eiser, advocaat mr. J.F.H. Jellinghaus, tegen de vereniging NEDERLANDSE KANO BOND, gevestigd te Nieuwegein, gedaagde, advocaat mr. M.C. Hoogendam. Partijen zullen hierna [eiser] en de NKB genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 8 juli 2008 - het proces-verbaal van comparitie van 12 november 2008. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De feiten 2.1. [eiser] is lid van de NKB. Vanaf 2001 maakt [eiser] deel uit van het nationale selectieteam voor heren, onderdeel slalom. Dit team wordt jaarlijks door de Slalomcommissie van de NKB vastgesteld. [eiser] was voor het seizoen 2007 door de Slalomcommissie als deelnemer geselecteerd. 2.2. Het bestuur van de NKB heeft conform artikel 12 van de statutaire bepalingen van de NKB, zoals opgenomen in het Vademecum Onderdeel Wildwater en Afvaart, een BondsWildwaterWedstrijdCommissie (voorloper van de Slalomcommissie) ingesteld en daartoe een reglement vastgesteld, dat – voor zover relevant – als volgt bepaalt: (..) 4. De BWWC is bevoegd tot: Het samenstellen van de ‘nationale selectie’; (..) Het afvaardigen van wedstrijdvaarders naar (internationale) wildwaterwedstrijden. 2.3. Bij e-mailbericht van 21 juni 2007 (hierna: het besluit) heeft de voorzitter van de Slalomcommissie aan [eiser] - voor zover relevant - als volgt bericht. “Jouw gedrag zoals getoond tijdens het afgelopen Europees kampioenschap is voor onze commissie onaanvaardbaar. (..) Wij kunnen hier helaas geen andere conclusie aan verbinden dat jij niet met onze coach wenst te communiceren. (..) Wij zijn van mening dat jij het begrip topsport niet meer serieus neemt en dat jouw misplaatste gedrag een uiterst negatieve invloed heeft op de prestaties van de overige selectie leden. Wij kunnen en wensen dit niet langer te tolereren omdat het naar onze mening al lang niet meer om een incident gaat doch om een structurele en bewust door jou gekozen houding ten opzichte van onze commissie en de bondscoach. Helaas moeten wij jou dan ook meedelen dat jij met onmiddellijke ingang geen deel meer uitmaakt van de nationale selectie.” 2.4. De statuten van de NKB bepalen - voor zover relevant - als volgt: Artikel 7 Rechtspraak 1.a Aan de tuchtrechtspraak van de bond zijn alle leden onderworpen, alsmede alle in artikel 6 lid 3 bedoelde personen (leden van verenigingen). b. In het algemeen zal strafbaar zijn handelen of nalaten in strijd met statuten, reglementen, wedstrijdbepalingen en/of besluiten van organen van de bond, of waardoor de belangen van de bond of van de kanosport in al haar verschijningsvormen, worden geschaad. 2.a. De tuchtcommissie en de commissies van beroep van de bond zijn bevoegd om, in geval van overtredingen als bedoeld in lid 1 onder b, de aan de in lid 1a. bedoelde leden en personen, de volgende straffen op te leggen: 1. berisping; 2. tuchtrechtelijke boetes; 3. schorsing; 4. overige boetes; 5. Het tijdelijk of definitief ontzeggen van het recht tot het uitoefenen van één of meer functies in de bond en/of het recht tot het deelnemen aan evenementen en/of bepaalde activiteiten; 6. ontzetting (royement). (..) 5.d Het betrokken lid is bevoegd binnen één maand na ontvangst van deze kennisgeving in beroep te gaan bij de desbetreffende commissie van beroep. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst, met dien verstande dat het betrokken lid voor het voeren van verweer toegang heeft tot de desbetreffende commissievergadering en bevoegd is aldaar het woord te voeren. Het betrokken lid is tevens bevoegd zich in bedoelde vergadering door een raadsman te doen bijstaan. 6.a. Met uitzondering van overtredingen of geschillen die ingevolge het bepaalde in de leden 1 tot en met 3 van dit artikel aan de daarin genoemde commissies (tuchtcommissie en beroepscommissie) respectievelijk krachtens het bepaalde in lid 7 van dit artikel aan de reglementscommissie moeten worden voorgelegd, worden geschillen tussen organen en leden van de bond en tussen leden van de bond onderling, voor zover deze samenhangen met de beoefening van de kanosport in de ruimste zin des woords, met uitsluiting van de burgerlijke rechter door arbitrage beslecht, zulks met inachtneming van het daartoe in een afzonderlijk reglement bepaalde. 2.5. [eiser] heeft tegen het besluit op 6 juli 2007 een klaagschrift ingediend bij de tuchtcommissie van de NKB. Bij besluit van 28 juli 2007 is de klacht van [eiser] door de Tuchtcommissie ongegrond verklaard. [eiser] is voorafgaand aan laatstgenoemd besluit niet door de Tuchtcommissie gehoord. 2.6. [eiser] is op 27 augustus 2007 tegen het besluit van de Tuchtcommissie in beroep gegaan bij de Commissie van Beroep van de NKB. 3. Het geschil 3.1. [eiser] vordert samengevat – en voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: 1. te verklaren voor recht dat het besluit van de Slalomcommissie van de NKB d.d. 21 juni 2007 nietig is althans dat besluit te vernietigen; 2. te verklaren voor recht dat de NKB onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld door een besluit te nemen dat nietig, althans vernietigbaar is; 3. te verklaren voor recht dat de NKB onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld door in het kort geding tussen partijen d.d. 26 februari 2008 niet juist danwel niet in de procedure te verschijnen; 4. de NKB te veroordelen tot betaling van een bedrag ad EUR 15.221,69 te vermeerderen met wettelijke rente; 5. de NKB te veroordelen tot betaling van schadevergoeding aan [eiser], nader op te maken bij staat 6. met veroordeling van de NKB in de proceskosten. 3.2. De NKB voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4. De beoordeling 4.1. [eiser] stelt primair dat op grond van artikel 7 lid 2 sub a onder 5 van de statuten de Tuchtcommissie en de Commissie van Beroep bevoegd zijn om een lid deelname aan evenementen te ontzeggen, en derhalve niet de Slalomcommissie, zoals is gebeurd, zodat het besluit nietig is ingevolge het bepaalde in artikel 2:14 Burgerlijk Wetboek (hierna BW). 4.2. De NKB heeft betwist dat er sprake is van een nietig besluit in de zin van artikel 2:14 BW. Zij stelt daartoe onder meer dat de Slalomcommissie wel degelijk bevoegd was tot het nemen van het besluit, aangezien zij bij uitsluiting bevoegd is tot het afvaardigen van wedstrijdvaarders en dit besluit niet kan worden gekwalificeerd als een tuchtrechtelijke straf. 4.3. De rechtbank kan de NKB niet volgen in haar verweer. Blijkens de tekst van het door de NKB vastgestelde reglement (zie r.o. 2.2) is de Slalomcommissie weliswaar bevoegd tot het samenstellen van de selectie, maar deze strekt zich niet mede uit tot het verwijderen van eenmaal geselecteerde deelnemers, althans niet op grond van gedragingen zoals die [eiser] worden verweten (zie r.o. 2.3.). Wellicht is dit anders indien de Slalomcommissie een deelnemer verwijdert op grond van diens sportieve prestaties, maar daarvan is i.c. geen sprake. Uit de tekst van het besluit blijkt immers dat de reden van het besluit was gelegen in de houding en het gedrag van [eiser], zodat het besluit een tuchtrechtelijk karakter heeft. Nu aan de Slalomcommissie geen bevoegdheid is toegekend om een eenmaal geselecteerde deelnemer op de door de NKB gestelde gronden uit de selectie te verwijderen is dat laatste – conform de statuten van de NKB – uitsluitend mogelijk middels een schorsing of een tijdelijke ontzegging overeenkomstig het bepaalde in artikel 7 sub 2a van deze statuten (zie r.o. 2.4). Deze bevoegdheid is toegekend aan de Tuchtcommissie en de Commissie van Beroep van de NKB. Dit betekent dat de Slalomcommissie niet bevoegd was tot het nemen van het besluit. 4.4. Uit het vorenstaande volgt dat het besluit van de Slalomcommissie is genomen in strijd met haar reglementen, zodat dit besluit nietig is in de zin van artikel 2:14 BW. De stelling van NKB dat het besluit door haar bestuur is bekrachtigd kan haar niet baten, aangezien gesteld noch gebleken is dat dit door het bevoegde orgaan, i.c. de Tuchtcommissie, is gebeurd zodat niet sprake is van een rechtsgeldige bekrachtiging ex artikel 2:14 lid 2 BW . De primaire vordering van [eiser] zal derhalve worden toegewezen. 4.5. [eiser] vordert te verklaren voor recht dat de NKB door het nemen van het besluit onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld. De NKB heeft dit niet gemotiveerd betwist. De rechtbank is van oordeel dat het nietige besluit ten opzichte van [eiser] een onrechtmatige daad oplevert, en de NKB in beginsel aansprakelijk is voor de door [eiser] dientengevolge geleden schade. 4.6. Ten aanzien van deze schade heeft [eiser] gesteld dat die bestaat uit enerzijds uit
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.