RECHTBANK UTRECHT Sector bestuursrecht zaaknummer: SBR 08/1154 uitspraak van de enkelvoudige kamer d.d. 31 maart 2009 inzake [eiseres], wonende te Maarssen, eiseres, tegen het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Maarssen, verweerder. Inleiding 1.1 Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 6 maart 2008, waarbij de bezwaren van eiseres tegen de van rechtswege aan ENECO Energie Infra Utrecht N.V., thans N.V. Stedin Netten Utrecht, (verder: vergunninghouder) verleende bouwvergunning voor het vernieuwen/vergroten van 10 hoogspanningsmasten op de kadastrale percelen sectie B, nrs. 10166, 10129, 9464, 9516, 10141, 10201, 10194 en 8656 te Maarssen (verder: de percelen), ongegrond zijn verklaard. 1.2 Het beroep is op 4 maart 2009 ter zitting behandeld, waar eiseres in persoon is verschenen, bijgestaan door mr. F.J.J. van West de Veer, werkzaam bij de Stichting Schaderegelingskantoor voor Rechtsbijstandsverzekering te Zoetermeer. Verweerder is verschenen bij gemachtigden mr. F.M.G.M. Leyendeckers, advocaat te Utrecht, en mr. D. Goris, werkzaam bij de gemeente Maarssen. Namens vergunninghouder is verschenen mr. J.H.M. Berenschot, advocaat te Apeldoorn, en M. Janssen, werkzaam bij vergunninghouder. Overwegingen 2.1 Bij afzonderlijke besluiten van 25 juli 2006 heeft verweerder aanvragen van vergunninghouder om bouwvergunningen voor het vernieuwen en vergroten van tien hoogspanningsmasten op de percelen afgewezen. Het door vergunninghouder tegen die besluiten ingestelde beroep is door de rechtbank bij uitspraak van 15 januari 2007 (nrs. SBR 06/3019 en 3242-3250) gegrond verklaard. Bij die uitspraak zijn tevens de besluiten van 25 juli 2006 vernietigd. De rechtbank heeft daarbij overwogen dat de hoogspanningsmasten in overeenstemming zijn met de planvoorschriften van het vigerende bestemmingsplan ‘Maarssenbroek Woongebied’ en dat verweerder niet binnen de in artikel 46, eerste lid, van de Woningwet gestelde termijn heeft beslist op de aanvragen om een bouwvergunning, zodat geoordeeld moet worden dat de bouwvergunningen van rechtswege zijn verleend. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS) heeft in hoger beroep bij uitspraak van 10 oktober 2007 de aangevallen uitspraak bevestigd (nr. 200701755/1). 2.2 Eiseres heeft op 12 maart 2007 bij verweerder een bezwaarschrift ingediend tegen de van rechtswege verleende bouwvergunningen. 2.3 Bij het thans bestreden besluit heeft verweerder de bezwaren van eiseres ongegrond verklaard. 2.4 De rechtbank staat allereerst voor de beantwoording van de vraag of eiseres tijdig bezwaar heeft gemaakt tegen de van rechtswege verleende bouwvergunningen. De rechtbank overweegt dat, gezien de hiervoor onder 2.1 genoemde uitspraken van de rechtbank Utrecht en de ABRS, tussen partijen niet (meer) in geschil is dat de bouwvergunningen voor de thans in geding zijnde 10 hoogspanningsmasten van rechtswege zijn verleend. Verweerder heeft immers niet binnen de in artikel 46, eerste lid, van de Woningwet gestelde termijn beslist op de, op 24 maart 2006 bij verweerder ingekomen, aanvragen om een bouwvergunning, als gevolg waarvan de bouwvergunningen op 16 juni 2006 van rechtswege zijn verleend. Artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift zes weken bedraagt. Nu de bouwvergunningen op 16 juni 2006 van rechtswege zijn verleend, staat vast dat door eiseres niet binnen zes weken na deze datum een bezwaarschrift is ingediend. Artikel 6:11 van de Awb bepaalt dat ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege blijft indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Artikel 58 van de Woningwet bepaalt dat de eigenaar of hoofdgebruiker van een naburig ander gebouw, overeenkomstig bij de bouwverordening gegeven voorschriften, door burgemeester en wethouders binnen twee weken na de dag waarop een bouwvergunning van rechtswege is verleend, schriftelijk van deze verlening in kennis wordt gesteld. Verweerder heeft de omwonenden, waaronder eiseres, niet op of omstreeks 16 juni 2006 op de hoogte gesteld van de bouwvergunningen van rechtswege. Zoals uit de hierna volgende overwegingen zal blijken, heeft verweerder dit eerst gedaan naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 15 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.