RECHTBANK UTRECHT Sector bestuursrecht zaaknummer: SBR 08/2525 uitspraak van de meervoudige kamer van 15 mei 2009 in de zaak van [eiser], wonende te [woonplaats], eiser, tegen de Minister van Justitie verweerder. Inleiding 1.1 Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 14 juli 2008 (het bestreden besluit), waarbij verweerder het bezwaar van eiser tegen het besluit van 16 januari 2008 ongegrond heeft verklaard. Bij laatstgenoemd besluit heeft verweerder de tijdelijke aanstelling van eiser met ingang van 16 januari 2008 beëindigd. 1.2 Het beroep is behandeld ter zitting van 17 april 2009, waar eiser in persoon is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde mr. S.B. de Jong, werkzaam bij DASxtra te ‘s-Hertogenbosch. Namens verweerder zijn verschenen mr. G. Hehenkamp en H. van der Beij, beiden werkzaam bij het ministerie van Justitie. Overwegingen 2.1 Bij besluit van 6 oktober 2005 heeft verweerder eiser voor bepaalde tijd tot uiterlijk 1 juli 2006, aangesteld in de functie van bewaarder bij het Projectbureau DJI-pool van de Sectordirectie Gevangeniswezen van de Dienst Justitiële Inrichtingen. De aanstelling is geschied met toepassing van artikel 6, tweede lid, sub c, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR) voor het verrichten van werkzaamheden waarvoor slechts tijdelijk een beroep op de arbeidsmarkt kan worden gedaan. Bij besluit van 15 juni 2006 heeft verweerder eisers aanstelling verlengd tot de datum dat hij 36 maanden in dienst zal zijn. 2.2 Op 22 september 2006 is eiser wegens stress- en spanningsklachten arbeidsongeschikt geworden. In de probleemanalyse van de arbo-arts R. de Schepper van 16 april 2007 is geconcludeerd dat eiser geen duurzaam benutbare mogelijkheden heeft voor het verrichten van werkzaamheden en naar verwachting minimaal 4 maanden niet beschikbaar is voor re-integratie vanwege een te volgen dagbehandeling. Uit het werkhervattingadvies van de bedrijfsarts van 27 augustus 2007 blijkt dat eiser in staat is te re-integreren. Zijn persoonlijke eigenschappen maken hem echter niet geschikt voor zijn huidige werk als bewaarder, reden waarom de bedrijfsarts ander werk aanraadt. 2.3 Bij het bij het bestreden besluit in stand gelaten besluit van 16 januari 2008 heeft verweerder de tijdelijke aanstelling van eiser met onmiddellijke ingang beëindigd met uitbetaling van salaris over de voor eiser geldende opzegtermijn van drie maanden. Verweerder heeft daaraan ten grondslag gelegd dat van een bewaarder van de DJI-pool in redelijkheid mag worden verlangd dat hij zowel lichamelijk als psychisch in staat is zijn functie op een goede manier en met voldoende continuïteit te vervullen. Gelet op het werkhervattingadvies van 27 augustus 2007 en het gegeven dat eiser sinds 22 september 2006 arbeidsongeschikt is, acht verweerder eiser daartoe niet in staat. 2.4 Eiser heeft in beroep naar voren gebracht dat de aangevoerde grondslag niet redelijk is en dat niet voldoende is gemotiveerd welke persoonlijke eigenschappen hem ongeschikt maken voor de dienst. Niet is uitgezocht of deze persoonlijke eigenschappen niet veroorzaakt zijn door zijn ziekte. Immers eiser was voor zijn ziekte wel geschikt voor zijn functie. Als het standpunt van verweerder wordt gevolgd zou dit volgens eiser een te groot verschil in rechtsgevolgen opleveren voor ambtenaren in vaste dienst die wel een opzegverbod wegens ziekte hebben en de ambtenaren in tijdelijke dienst, die de bescherming van het opzegverbod bij ziekte dan missen. Eiser verwijst ter onderbouwing naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 12 april 2007, gepubliceerd op rechtspraak.nl, LJN: BA
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.