ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE UTRECHT Parketnummer: 16/600605-09 BESCHIKKING IN HOGER BEROEP De rechtbank te Utrecht, in raadkamer vergaderd; gelet op het hoger beroep van de officier van justitie in dit arrondissement d.d. 3 juni 2009, ingesteld tegen de beschikking van de rechter-commissaris d.d. 2 juni 2009 tot afwijzing van de vordering inbewaringstelling, in de zaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren op [1991] te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats], [adres], gehoord de officier van justitie, de verdachte en de raadsman. Overweegt als volgt: De rechter-commissaris heeft bij beschikking d.d. 2 juni 2009 de door de officier van justitie ingediende vordering tot inbewaringstelling afgewezen wegens het ontbreken van gronden. De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen deze beschikking van de rechter-commissaris. De officier van justitie heeft een appelmemorie d.d. 3 juni 2009 overgelegd, waarin de officier van justitie aangeeft dat de op de vordering tot inbewaringstelling vermelde gronden, te weten het recidivegevaar en het gevaar voor de gezondheid van personen, wel aanwezig zijn. De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat de rechter-commissaris de vordering tot inbewaringstelling op de juiste gronden heeft afgewezen. De raadsman voert daartoe onder meer aan dat in het voorgeleidingsdossier geen enkel aanknopingspunt te vinden is voor de stelling van de officier van justitie dat de persoon van de verdachte duidt op de aanwezigheid van recidivegevaar en dat ook de aard en de omvang van de zaak onvoldoende zijn om tot recidivegevaar te concluderen. De rechtbank stelt voorop dat de preventieve hechtenis niet is bedoeld als een voorschot op een op te leggen (gevangenis)straf. Het enkele feit dat verdachte niet eerder met politie of justitie voor één of meer (soortgelijke) misdrijven in aanraking is gekomen, wettigt op zich niet de conclusie dat geen grond(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.