RECHTBANK UTRECHT Sector kanton Locatie [woonplaats] zaaknummer: 628715 AC EXPL 09-2882 vonnis d.d. 8 juli 2009 inzake [opposant], wonende te [woonplaats], verder ook te noemen [opposant], opposerende partij, gemachtigde: mr. S.E.W.C.M. Kneepkens, tegen: [geopposeerde], wonende te [woonplaats], verder ook te noemen [geopposeerde], geopposeerde partij, gemachtigde: QR-Incasso. 1. Verloop van de procedure [opposant] heeft verzet gedaan tegen het op vordering van [geopposeerde] gewezen verstekvonnis van 18 februari 2009 met kenmerk 614669 AC EXPL 09-874 en heeft alsnog verweer gevoerd. [geopposeerde] heeft voor antwoord in oppositie en [opposant] heeft voor repliek in oppositie geconcludeerd. Hierna is uitspraak bepaald. 2. Het geschil 2.1 Bij inleidende dagvaarding heeft [geopposeerde], uitvoerbaar bij voorraad, gevorderd: - ontbinding van de tussen haar enerzijds en [naam] en [opposant] anderzijds bestaande huurovereenkomst betreffende de onroerende zaak [adres] te [woonplaats]; - veroordeling van [naam] en [opposant] tot ontruiming van het gehuurde; - hoofdelijke veroordeling van [naam] en [opposant] tot betaling van € 3.572,24, bestaande uit € 3.150,-- ter zake van huurachterstanden, vermeerderd met de contractuele rente van 0,05 % per maand over € 3.150,-- (tot 1 januari 2009 berekend op € 65,24) en met € 357,-- ter zake van buitengerechtelijke kosten, alsmede tot betaling van € 1.050,-- per maand gelegen tussen - naar de kantonrechter begrijpt - 31 januari 2009 en de ontruiming; - met veroordeling van [naam] en [opposant] in de kosten van de procedure. Aan deze vordering heeft [geopposeerde] ten grondslag gelegd dat [naam] en [opposant] hun betalingsverplichtingen uit hoofde van de met [geopposeerde] gesloten huurovereenkomst van 8 februari 2008 niet zijn nagekomen. Ondanks sommaties daartoe, zijn de huurtermijnen voor de maanden november 2008, december 2008 en januari 2009 onbetaald gelaten. Bij verstekvonnis van 18 februari 2009 is de vordering toegewezen. 2.2 [opposant] heeft bij verzetdagvaarding gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad, ontheffing van de tegen haar uitgesproken veroordeling bij genoemd vonnis van 18 februari 2009 en afwijzing van de oorspronkelijke vordering van [geopposeerde] in al haar onderdelen, met veroordeling van [geopposeerde] in de kosten van zowel de verzet- als de oorspronkelijke procedure. [opposant] heeft gesteld dat zij geen partij was bij de op 8 februari 2008 tussen [geopposeerde] en [naam] gesloten overeenkomst, nu [naam] deze overeenkomst zonder haar medeweten mede in haar naam heeft gesloten en daarbij haar handtekening heeft vervalst. Na ontdekking hiervan heeft [opposant] op 21 maart 2009 bij de politie aangifte gedaan wegens valsheid in geschrifte. 2.3 [geopposeerde] heeft bij conclusie van antwoord in oppositie erkend dat de op de genoemde huurovereenkomst geplaatste handtekening niet van [opposant] is en heeft de kantonrechter verzocht [opposant] te schrappen uit het verstekvonnis van 18 februari 2009. 3. De beoordeling 3.1 Voordat de kantonrechter aan de inhoudelijke beoordeling van de zaak kan toekomen, ziet hij zich gesteld voor een probleem van processuele aard. 3.2 In deze zaak doet zich de omstandigheid voor dat meerdere gedaagden - te weten [opposant] en [naam] - gezamenlijk bij verstek zijn veroordeeld, terwijl uitsluitend [opposant] verzet heeft ingesteld. Zij heeft haar oorspronkelijk medegedaagde [naam] niet opgeroepen om in het geding te verschijnen. De vraag is of de kantonrechter dan wel een oordeel kan geven op het verzet van [opposant]. 3.3 Voor de beantwoording van die vraag is allereerst van belang dat in art. 140 Rv is bepaald dat een procedure waarin één gedaagde is verschenen en de andere(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.