RECHTBANK UTRECHT Sector kanton Locatie Utrecht zaaknummer: 640876 UC EXPL 09-11286 vonnis d.d. 9 oktober 2009 in de procedure, door partijen aangebracht bij prorogatie in de zin van artikel 96 Rv verzoekers: de naamloze vennootschap ABN AMRO BANK N.V., gevestigd te Amsterdam, verder ook te noemen ABN AMRO, gemachtigde: mr. J.M. van Slooten en mr. D.F. Berkhout, en [X], wonende te [woonplaats], verder ook te noemen [X], gemachtigde: mr. E.S. de Bock. Verloop van de procedure Partijen hebben zich bij brief van 25 juni 2009 van mr. Berkhout, ter griffie van de Rechtbank Utrecht, sector kanton, locatie Utrecht ingekomen op 29 juni 2009, gezamenlijk gewend tot de kantonrechters en hun beslissing ingeroepen in het tussen partijen gerezen geschil. Op 1 juli 2009 heeft een regiezitting plaats gevonden, waarin partijen en kantonrechters afspraken hebben gemaakt over de wijze waarop het geding wordt gevoerd. ABN AMRO heeft een verzoekschrift ingediend. Daarbij heeft zij producties in het geding gebracht. Daarna heeft [X] een verweerschrift, tevens houdende een zelfstandig verzoek ingediend, eveneens onder overlegging van producties. Vervolgens hebben beide partijen zich nogmaals schriftelijk uitgelaten. Het geschil is behandeld ter zitting van 28 augustus 2009. De behandeling heeft plaatsgevonden gelijktijdig met die in de procedures die ABN AMRO en negen andere gewezen werkne(e)m(st)ers bij prorogatie bij de kantonrechters hebben aangebracht. Ter zitting hebben partijen hun gezamenlijke verzoek aangevuld. Van het verhandelde ter zitting is aantekening gehouden. Partijen hebben ter zitting mede het woord gevoerd aan de hand van de door hun gemachtigden overgelegde pleitaantekeningen. Hierna is uitspraak bepaald. Op uitdrukkelijk verzoek van partijen is het geding gevoerd voor drie kantonrechters. Daarom wordt dit vonnis door hen samen gewezen. De vaststaande feiten 1.1. [X], geboren op [1958], is van 15 november 1981 tot 1 juni 2009, laatstelijk in de functie van Global Head of Vendor Management tegen een bruto jaarloon van € 209.000,-- exclusief emolumenten, in dienst geweest van (de rechtvoorgangsters van) ABN AMRO. [X] heeft aldus deel uitgemaakt van de zogenoemde ‘Corporate Executive Vice Presidents’ (CEVP) en behoorde tot de ‘Top Executive Group’ (TEG) van de bank. Samen met de Raad van Bestuur vormden de CEVP’s het senior-management van de bank. [X] gaf in genoemde functie leiding aan een organisatie van - wereldwijd - 200 medewerkers op het gebied van contractmanagement. 1.2. Op de arbeidsovereenkomst van partijen zijn de ‘Compensation & Benefits Regulations for Corporate Executive Vice Presidents of ABN AMRO Bank N.V.’, verder de C&B Regulations te noemen, van toepassing. De CAO waaraan ABN AMRO jegens andere werknemers is gebonden, is op de arbeidsovereenkomst niet van toepassing. Artikel 5 van de C&B Regulations houdt in, voor zover hier van belang, dat ABN AMRO zich verplicht om jaarlijks, in de maand maart van het volgende jaar, een bonus te betalen die gerelateerd is aan het functioneren van de manager (in de regeling ‘Director’ genoemd) en de behaalde bedrijfsresultaten. Artikel 5.4 van de C&B Regulations bepaalt: ‘The board or BU Management might stipulate mandatory or voluntary deferral rules with respect to the payment of the annual bonus. If and when applicable, such rules, which might consist of bonus payment in cash, or a combination of cash and deferred bonus payment and/or long term incentive award will be announced to Directors. Within ABN AMRO such plan currently is the G-KERP plan that replaces the former KEEP and AMKERP plans in 2007.’ 1.3. ABN AMRO heeft aan [X] bruto bonussen toegekend, die over 2005 € 300.000,--, over 2006 € 270.000,-- en over 2007 € 500.000,-- hebben bedragen. [X] heeft, gebruikmakend van de hem in de genoemde KEEP- respectievelijk G-KERP-plan geboden gelegenheid, ervoor geopteerd om een gedeelte van deze bonussen over de jaren 2005-2007 contant uitbetaald te krijgen en deze voor het overige te beleggen in aandelen of ‘bonds’. Artikel 5.5 van de C&B Regulations luidt: ‘In the event that the Director’s employment is terminated before the bonus payment date, normally March, the Director in principle will lose his entitlement to the bonus payment for the relevant performance year. Depending on the circumstances the Board or BU Management can however decide to depart from this principle in individual cases.’ Over de mogelijkheid van (eenzijdige) wijziging van de C&B Regulations bepaalt de regeling: ‘The C&B Regulations have been adopted by the Managing Board and may be amended by the Managing Board. Affected individuals will be notified in writing of any amendments.’ Haar beleid ten aanzien van ontslagvergoedingen heeft ABN AMRO niet in de C&B Regulations opgenomen. 1.4. In oktober 2007 heeft een consortium van The Royal Bank of Scotland Group Plc (‘RBS’), Fortis N.V./Fortis SA/N.V. (‘Fortis’) en Banco Santander Central Hispano S.A. (‘Santander’) via RFS Holding B.V. de aandelen in ABN AMRO Holding N.V. verworven. De Minister van Financiën heeft tevoren een verklaring van geen bezwaar in de zin van de Wet op het financieel toezicht afgegeven voor het verwerven van gekwalificeerde deelnemingen in ABN AMRO, met het oog op de stabiliteit van de financiële sector evenwel onder meer onder het voorschrift dat een ‘robuust transitieplan wordt opgesteld’ waardoor de ‘continuïteit in de bezetting van sleutelposities en het behoud van voldoende kennis van de organisatie van ABN AMRO-groep op alle niveaus gedurende de transitiefase (wordt) gewaarborgd.’ 1.5. Aan de werknemers van ABN AMRO is te kennen gegeven dat de overname van de bank door het consortium geen nadelige invloed zal hebben op hun arbeidsvoorwaarden. Ook heeft de bank meermalen, zowel mondeling (in de personeelsbijeenkomst van november 2007) als schriftelijk (in de ‘People policy and procedures’ en de ‘HR guiding principles’) meegedeeld dat het ontslag(vergoedingen)beleid in elk geval gedurende twee jaren - tot in oktober 2009 - van kracht zal blijven. Het consortium was voornemens te zijner tijd ABN AMRO op te splitsen (te ‘ontvlechten’) door de onderscheiden bedrijfsonderdelen van de bank onder te brengen bij RBS, Fortis en Santander. In de voorziene transitieperiode zou getracht worden het personeel van ABN AMRO te herplaatsten in andere functies bij deze drie banken. 1.6. Bij brief van 22 november 2007 heeft de voorzitter van de Raad van Bestuur, de heer [Y], aan [X] geschreven: ‘As I look forward to the task of transitioning ABN AMRO into its new ownership structure, it is clear to me that I need and wish to retain the skills of key ABN AMRO Executives. You are critical to the continued success of our business going forward. Therefore, I would like to offer you a retention package, the details of which you’ll find in the attached letter.’ [Y] bood [X] aan hem in het kader van zijn herplaatsing te introduceren bij de consortiumbanken. In de bijgevoegde brief, gedateerd 21 november 2007 en door partijen aangeduid als de retentiebrief, werd [X] aangemerkt als ‘a key individual in Group Functions or Global Services.’ De brief luidt, voor zover thans van belang, als volgt: ‘During the retention period, which will formally be fixed at the two year anniversary of this letter, you will be eligible for the following provisions: • Your annual bonus will be guaranteed at the average of the bonuses paid to you for the 2005, 2006 and 2007 performance years. (-) • At the end of the retention period an additional bonus amount (retention award) on the basis of the above mentioned average bonus for the years 2005, 2006 and 2007 will be paid. The intention of the two year retention period is to ensure that ABN AMRO can continue to operate effectively until the transition is complete. Recognising that circumstances may change in the retention period the following will apply. A. In the event of Redundancy or termination by mutual consent: • You will receive a Redundancy payment on the basis of the policy applied by ABN AMRO at the date of acquisition by the Consortium; (-) • Any retention award, annual bonus payment etc. will be paid in full addition to your Redundancy payment; • If you leave ABN AMRO during a performance year your annual guaranteed bonus will in that year be pro-rated on a quarterly basis, with any service in a quarter counting as a whole quarter.’ (-) C. Other provisions: • During the retention period your currently applicable compensation and benefits package will be continued in line with ABN AMRO’s normal practice;(-) • Retention awards will be paid in cash in the payroll following completion of the retention period (-).’ De gemiddelde bonus van [X] over de jaren 2005-2007 is nadien vastgesteld op € 356.667,-- bruto. 1.7. In het najaar van 2008 werd Nederland getroffen door een crisis in de financiële sector, de zogenoemde kredietcrisis. De Staat der Nederlanden heeft daarop, ter voorkoming van destabilisatie van Fortis en ABN AMRO, en van het Nederlandse financiële stelsel als geheel, besloten deel te nemen in Fortis en - daarmee - in ABN AMRO. Zoals de Staat der Nederlanden hierdoor (meerderheids)aandeelhoudster werd van Fortis en (indirect van) ABN AMRO, zo werd het Verenigd Koninkrijk dat van RBS. Met name door deze overheidsbemoeienis kreeg het maatschappelijk debat over de bezoldiging van bestuurders, dat in Nederland al vóór de kredietcrisis werd gevoerd, voor de bancaire wereld een extra dimensie en raakte het in een stroomversnelling, die erin heeft geresulteerd dat de Minister van Financiën, mede onder druk van het parlement en van de maatschappelijke onvrede over met name de hoge bonussen van bankiers, ABN AMRO (en andere banken) ertoe heeft aangezet haar beloningsbeleid en de ‘vertrekregelingen’ voor bestuurders en (andere) senior-managers te versoberen. De Minister heeft er in dit verband op aangedrongen dat - onder respectering van ‘privaatrechtelijke contracten’ (brief van 6 oktober 2008 aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, 31 371, nr. 21 p. 5, tweede alinea) - de variabele beloning over 2008 ‘op het laagst mogelijke niveau’ wordt vastgesteld en de ‘retentieregelingen’ worden ‘aangepakt’ (brief van 23 maart 2009 aan de Tweede Kamer, 31 371, nr. 151 p. 2 en 3). Toekomstige overheidssteun werd door de Minister afhankelijk gesteld van een ‘nieuw en duurzaam beloningsbeleid voor het senior management’ en van een maximering van de ontslagvergoedingen. De financiële sector heeft zich hiertoe bereid verklaard. 1.8. Op 19 februari 2009 heeft ABN AMRO, op aandringen van de Minister van Financiën en onder druk van de publieke opinie, besloten om haar ‘severance policy’ met ingang van 1 januari 2009 te wijzigen. Waar het tot dan toe staande praktijk van de bank was om bij beëindiging van arbeidsovereenkomsten met wederzijds goedvinden een beëindigings-vergoeding toe te kennen overeenkomstig de toenmalige (tot 1 januari 2009 gegolden hebbende) Aanbevelingen van de Kring van Kantonrechters voor procedures in de zin van artikel 7:685 BW (verder de kantonrechtersformule te noemen), waarbij de C-factor in beginsel werd gesteld op 1,4 en ter bepaling van de B-factor het gemiddelde van de bonussen over de laatste drie jaren werd meegenomen, werd besloten dat vanaf 1 januari 2009 de beëindigingsvergoedingen zullen worden berekend overeenkomstig de nieuwe (op 1 januari 2009 van kracht geworden) kantonrechtersformule (waarin met name de A-factor neerwaarts was bijgesteld) en dat daarbij in beginsel wordt uitgegaan van een neutrale C-factor (van 1) en - in het geval van [X] - rekening zal worden gehouden met het gemiddelde van de laatste vier jaarbonussen. Bij brief van 27 februari 2009 heeft ABN AMRO de Minister van dit besluit in kennis gesteld, die op zijn beurt bij brief van 23 maart 2009 de Tweede Kamer heeft geïnformeerd. 1.9. [X] heeft na de overname van ABN AMRO door het consortium in 2007 nog enige tijd doorgewerkt als Global Head of Vendor Management. Van augustus 2008 tot en met april 2009 was hij gedetacheerd bij RBS. [X] heeft begin 2009 een hem door ABN AMRO aangeboden andere functie niet willen aanvaarden. 1.10. Bij brief van 19 maart 2009 heeft ABN AMRO aan [X] bericht dat, ‘(d)ue to the unprecedented market conditions we now face’, het salaris over 2009 niet zou worden aangepast en dat was besloten dat ‘there will be no cash bonuses in respect of performance for 2008.’ ABN AMRO heeft verder geschreven: ‘Under the terms of your guaranteed bonus for the 2008 performance year, the Group has a discretion in relation to the payment of the bonus, which includes the ability to defer it and the terms on which it will be made. The Group is exercising this discretion so that the bonus will be released subject to and in accordance with the rules of the RBS Group Plc Deferral Plan (the “Deferral Plan”) (-).’ Toepassing van dit ‘deferral beleid’ leidt ertoe dat de bonus over 2008 aan [X] (en andere werknemers, behorend tot de zogenoemde R- en Z-share) niet contant wordt betaald, maar gespreid (in drie gelijke delen in juni 2010, juni 2011 en juni 2012) in de vorm van een ‘RBS Subordinated bond.’ ABN AMRO vergoedt het hiermee gemoeide renteverlies. Over de wijze waarop de bonus over 2009 wordt voldaan, heeft ABN AMRO nog niet beslist. 1.11. Nadat [X] in april 2009 formeel boventallig (‘redundant’) was geworden, hebben partijen met elkaar gesproken over de voorwaarden waaronder hun arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden zou worden beëindigd. Zij kwamen overeen dat het dienstverband op 1 juni 2009 eindigt. Over de hoogte van de beëindigingsvergoeding en over de hoogte en de wijze van betaling van de bonussen over 2008 en 2009 werden partijen het niet eens. Met de door ABN AMRO (op grond van de nieuwe kantonrechtersformule, waarbij A = 26, B = € 47.138,91 en C = 1) aangeboden beëindigingsvergoeding van € 1.225.611,66 bruto heeft [X] geen genoegen willen nemen, terwijl ABN AMRO vast hield aan een gespreide voldoening van de bonus over 2008 in de vorm van een ‘subordinated bond’, waar [X] contante betaling in één keer verlangde. Partijen hebben besloten hun geschil hierover samen aan de kantonrechter voor te leggen en kwamen overeen dat ABN AMRO de door haar aangeboden vergoeding en bonussen binnen 30 dagen na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst aan [X] zou voldoen en dat zij hem tot 1 augustus 2009 geen rente verschuldigd zal zijn. ABN AMRO heeft die betaling gedaan. 1.12. Inmiddels heeft de kredietcrisis het bankenconsortium ertoe genoopt af te zien van het aanvankelijke voornemen om de onderscheiden bedrijfsonderdelen van ABN AMRO te doen opgaan in RBS en Fortis. De verwachting is dat ABN AMRO als zelfstandige bank zal blijven voortbestaan. In 2008 maakte ABN AMRO enkel door de verkoop van bedrijfsactiviteiten nog een winst na belastingen van € 3,6 miljard. In het eerste kwartaal van 2009 bedroeg het verlies na belastingen € 886 miljoen. In het tweede kwartaal van dit jaar is het verlies verder opgelopen, tot bijna € 2,8 miljard. Het geschil en de standpunten van partijen 2.1. Partijen hebben aanvankelijk aan de kantonrechters de volgende vragen gesteld (ABN AMRO wordt aangeduid met ‘AA’): a. ‘In view of a termination of the employment agreement by mutual consent, at the initiative of AA, the termination date being June 1, 2009, is Mr [X] legally entitled to higher compensation based on contract (including the letter of November 21, 2007) than an amount of EUR 1,225,611.66? b. Is Mr [X] entitled to bonus re 2008 and/or 2009 to a higher amount than offered and/or is Mr [X] entitled to payment at another moment or through another method than offered by AA?’ 2.2. ABN AMRO stelt zich op het standpunt dat beide genoemde vragen ontkennend moeten worden beantwoord en verzoekt de kantonrechters te beslissen dat aan [X] geen beëindigingsvergoeding toekomt die uitgaat boven € 1.225.611,66 bruto, dat [X] over 2009 geen aanspraak heeft op een hogere bonus dan € 178.334,-- bruto en dat [X] geen aanspraak heeft op voldoening van de bonussen over 2008 en 2009 op een ander tijdstip en een andere wijze dan volgt uit de ‘deferral policy’ van ABN AMRO, met compensatie van de proceskosten. 2.3. [X] betoogt dat beide vragen bevestigend moeten worden beantwoord en heeft verzocht dat de kantonrechters beslissen dat hij op grond van onder meer de retentiebrief van 21 november 2007 aanspraak heeft op een beëindigingsvergoeding van € 2.318.739,-- bruto, door ABN AMRO uiterlijk op 1 augustus 2009 te voldoen op een door [X] te bepalen wijze, alsmede op een bonus over 2008 van € 356.667,-- bruto en een bonus over de eerste twee kwartalen van 2009 van € 178.333,50 bruto, te vermeerderen met de wettelijke verhoging wegens te late betaling van 5% en met de wettelijke rente, over € 356.667,-- te rekenen van 1 april 2009 tot de voldoening en over € 178.333,50 te rekenen van 1 augustus 2009 tot de voldoening, met veroordeling van ABN AMRO in de proceskosten, met inbegrip van de volledige kosten van rechtsbijstand, en de buitengerechtelijke kosten. 2.4. Ter zitting hebben partijen hun gezamenlijke verzoek aangevuld, in die zin dat ABN AMRO ermee heeft ingestemd dat het geding zich mede uitstrekt tot het door [X] ingediende tegenverzoek. Dit leidt ertoe dat zij de kantonrechters ook hebben gevraagd om te beslissen over de hoogte van de aan [X] toekomende ontslagvergoeding en bonussen, en over de al dan niet verschuldigdheid van wettelijke rente en wettelijke verhoging, alsmede over de buitengerechtelijke incasso- en proceskosten. Ter zitting heeft ABN AMRO toegezegd de uitspraak over deze nevenvorderingen ook tegen zich te zullen laten gelden voor de werknemers in de negen andere procedures, die deze niet hebben ingesteld. 2.5. ABN AMRO legt primair aan haar standpunt ten grondslag dat zij zich door de toezegging in de retentiebrief van 21 november 2007 jegens [X] niet contractueel heeft verbonden om het toenmalige beleid ten aanzien van de toe te kennen ontslagvergoedingen te handhaven. Het eenzijdige aanbod dat ABN AMRO in de retentiebrief aan [X] heeft gedaan, is door hem niet tijdig, voordat het door de bank werd herroepen, aanvaard. Omdat het louter gaat om beleid en een gedragslijn, en niet om een afdwingbaar recht of een arbeidsvoorwaarde van de betrokken werknemers, stond het ABN AMRO vrij hierin per 1 januari 2009 wijziging te brengen. Nu [X] na die wijziging boventallig is geworden, is op hem de nieuwe ‘severance policy’ van toepassing. Voor de voldoening van bonussen geldt dat ABN AMRO op grond van het bepaalde in artikel 5.4 van de C&B Regulations een ruime discretionaire bevoegdheid heeft om te bepalen dat de bonus over 2008 niet contant, maar gespreid in de vorm van ‘bonds’ zal worden voldaan. Het staat haar ook vrij te bepalen hoe de (pro rata parte) bonus over 2009 zal worden uitgekeerd. In de retentiebrief wordt op dit punt aan genoemd artikel 5.4 niet gederogeerd. 2.6. Subsidiair beroept ABN AMRO zich, voor haar bevoegdheid om de ‘severance policy’ te wijzigen alsmede om een ‘deferral beleid’ ten aanzien van de bonussen te gaan voeren, op de artikelen 7:611, 7:613, 6:258 en 6:248 lid 2 BW. Sinds november 2007 zijn, voor partijen onvoorzien, de omstandigheden sterk veranderd. ABN AMRO wijst op (de ontwikkeling van) de kredietcrisis en de fundamentele herbezinning op de financiële sector die deze heeft uitgelokt, op het feit dat twee van de drie consortiumbanken (Fortis en RBS) zwaar gehavend zijn en van staatssteun afhankelijk zijn geworden, en op de uit de kredietcrisis voortgevloeide economische recessie die ook de bedrijfsresultaten van ABN AMRO sterk onder druk zet en haar tot kostenreductie noopt. Voorts wijst ABN AMRO op de verscherpte maatschappelijke en politieke kritiek op bonussen van topfunctionarissen en de hoogte van hun ontslagvergoedingen. Gewezen wordt op de inhoud van de brief van de Nederlandse minister van Financiën van 23 maart 2009 aan de Tweede Kamer van de Staten-Generaal, alsmede op de algemene maatschappelijke en politieke ontwikkelingen ten aanzien van de bezoldiging en afvloeiingsregelingen. In dit verband herinnert ABN AMRO aan het najaarsakkoord 2008 van de sociale partners dat geleid heeft tot het zogenoemde wetsvoorstel limitering ontbindingsvergoeding (Wetsvoorstel wijziging van boek 7, titel 10, van het Burgerlijk Wetboek in verband met het limiteren van de hoogte van de vergoeding bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek voor personen met een jaarsalaris van € 75.000,-- of hoger, wetsontwerp 31 862), aan de code Frijns, de wet excessieve beloning, aanbeveling 2009/385/EG van de Europese Commissie alsmede de aanbevelingen van het European Corporate Governance Forum, de motie Weekers, het herenakkoord van de financiële sector, het rapport van de commissie Maas, de richtlijnen van de Nederlandse Bank en de Autoriteit Financiële Markten en het rapport van de commissie Dijkstal uit mei 2009. Gezien de overheidsbemoeienis dient ABN AMRO zich te verzekeren van een publiek draagvlak voor haar beleid. Zij kon het zich niet veroorloven haar ‘severance policy’ ongewijzigd te laten voortbestaan, omdat zij daarmee de mogelijkheid van toekomstige staatsteun in gevaar zou brengen en het risico zou lopen dat de publieke opinie - en daarmee haar clientèle - zich tegen haar zou keren. 2.7. Onder deze gewijzigde omstandigheden mag van [X] als goed werknemer in de zin van artikel 7:611 BW verwacht worden dat hij zich bij de nieuwe ‘severance policy’ en het ‘deferral beleid’ neerlegt, heeft althans ABN AMRO een zodanig zwaarwichtig belang zich te beroepen op het wijzigingsbeding in de zin van artikel 7:613 BW, zoals opgenomen in de C&B Regulations, dat het belang van [X] daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken. ABN AMRO heeft hierover met [X] overlegd. Ook het bepaalde in artikel 6:258 (imprévision) en 6:248 lid 2 BW (de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid) rechtvaardigt dat de retentiebrief niet integraal gestand wordt gedaan. Mede gezien de niet ongunstige arbeidsmarktpositie van [X], de beloning die hij in de afgelopen jaren heeft ontvangen en de bonussen die hem in de komende jaren nog zullen worden uitgekeerd, is de aangeboden beëindigingsvergoeding (van zes keer het vaste jaarsalaris) riant. Ook door de wijze waarop de bonussen over 2008 en 2009 zullen worden voldaan, wordt [X] slechts beperkt in zijn belang geschaad, omdat de waarde van de ‘bond’ niet lager is die van een contante betaling en de rente wordt vergoed. 2.8. [X] legt aan zijn standpunt ten grondslag dat de retentiebrief van 21 november 2007 het karakter heeft van een partijen bindende overeenkomst, althans dat ABN AMRO hem daarin toezeggingen heeft gedaan, die de bank rechtens gehouden is gestand te doen. Deze toezeggingen zijn nadien ook meermalen, mondeling en schriftelijk, bevestigd. ABN AMRO mocht daarop niet terugkomen, zeker niet zonder overleg en een deugdelijke overgangsregeling, zoals ABN AMRO heeft gedaan. 2.9. [X] is van mening dat ABN AMRO hem een beëindigingsvergoeding verschuldigd is overeenkomstig het beleid dat tot 1 januari 2009 van kracht is geweest, en wel omdat hij reeds in de loop van 2008 de facto boventallig is geworden. Juist doordat hij enige tijd doende is geweest voor zichzelf elders binnen het consortium een functie te creëren, heeft het tot in april 2009 geduurd alvorens hij formeel als ‘redundant’ is aangemerkt. Voorts heeft ABN AMRO hem in de retentiebrief van 21 november 2007 toegezegd en gegarandeerd, dat in het geval van een beëindiging van de arbeidsovereenkomst vóór eind november 2009 het beleid ten aanzien van de bepaling van ontslagvergoedingen, zoals dat in november 2007 gold, zou worden toegepast. Dit beleid is hierdoor ‘gefixeerd.’ [X] heeft er daarom contractueel recht op dat bij de berekening van de beëindigingsvergoeding de ‘oude’ kantonrechtersformule wordt toegepast (met A = 34), dat bij de B-factor het gemiddelde van de bonussen over de laatste drie jaren wordt meegenomen (zodat B = € 48.713,--) en dat de C-factor op 1,4 wordt gesteld. Ook het gelijkheidsbeginsel staat eraan in de weg dat jegens hem de nieuwe ‘severance policy’ van kracht is, terwijl op de senior-managers die al in 2008 zijn afgevloeid nog wèl het oude beleid is toegepast. 2.10. [X] erkent dat hem over 2009 slechts een pro rata parte jaarbonus toekomt. Hij maakt aanspraak op tijdige betaling in geld van de gegarandeerde bonussen over 2008 en 2009. [X] bestrijdt dat het ABN AMRO vrij staat om te besluiten de bonussen over 2008 en 2009 gespreid en in de vorm van een ‘subordinated bond’, die een onzekere waarde heeft, te voldoen. In de retentiebrief is [X] toegezegd dat de bonussen, net als de ‘retention award’, in geld zullen worden betaald (‘paid’). Op grond van het toenmalige (KEEP-
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.