ECLI:NL:RBUTR:2009:BK3265
beschikking RECHTBANK UTRECHT Sector handels- en familierecht zaaknummer / rekestnummer: 264670 / FA RK 09-1695 Echtscheiding Beschikking van 11 november 2009 in de zaak van [de vrouw] wonende te [woonplaats], hierna te noemen de vrouw, advocaat mr. M.A.J. Kubatsch tegen [de man] volgens de huwelijksakte ook genaamd [de man], wonende te [woonplaats], hierna te noemen de man.
3.2. Toepasselijk recht De vrouw heeft verzocht om toepassing van Nederlands recht op haar verzoek. De man heeft dit niet weersproken. De rechtbank zal daarom op grond van artikel 1 lid 4 Wet Conflictenrecht Echtscheiding Nederlands recht toepassen.
3.3. Ontvankelijkheid De vrouw heeft een verzoekschrift tot echtscheiding met nevenvoorzieningen ingediend. De man heeft geen verweer gevoerd.
Op grond van artikel 815 lid 2 sub a Rv dient een dergelijk verzoekschrift een ouderschapsplan te bevatten ten aanzien van de minderjarige kinderen van partijen over wie zij gezamenlijk het gezag uitoefenen.
De vrouw heeft in haar verzoekschrift gesteld dat partijen niet in staat zijn om te communiceren over de inhoud van een op te stellen ouderschapsplan, waardoor zij niet in staat is een ouderschapsplan te overleggen. De rechtbank heeft daarop, teneinde partijen te bevragen over de mogelijkheden afspraken te maken over de kinderen, een mondelinge behandeling bepaald op 7 oktober 2009.
Op 29 september 2009 heeft de vrouw nog stukken overgelegd waaruit blijkt dat de vrouw aangifte heeft gedaan tegen de man van huisvredebreuk en dat de man wegens huiselijk geweld in de echtelijke woning een huisverbod heeft opgelegd gekregen tot 4 april 2009 en nadien nog een verlenging tot 22 april 2009.
Voorts heeft de advocaat van de vrouw een aan haar gericht e-mail bericht van de reclasseringsambtenaar van de man overgelegd waaruit blijkt dat de man niet naar de behandeling ter terechtzitting zal komen.
Hoewel de rechtbank van oordeel is dat het verzoekschrift niet het vereiste ouderschapsplan bevat is uit het bovenstaande voldoende gebleken dat partijen op dusdanig gespannen voet met elkaar leven en daardoor niet met elkaar kunnen communiceren over de kinderen waardoor van hen redelijkerwijs niet verwacht kan worden dat zij alsnog een ouderschapsplan overleggen. De rechtbank zal gelet op het bovenstaande beslissingen nemen over de verzochte nevenvoorzieningen die het meest in het belang van de kinderen wordt geacht en daarmee derhalve, bij gebreke van een ouderschapsplan, conform artikel 815 lid 6 Rv in een ouderschapsregeling voorzien.
Gelet op het bovenstaande zal de rechtbank de vrouw ontvangen in haar verzoek.
Voorts is uit de stukken gebleken dat de man niet verblijft in een voorziening als bedoeld in artikel 817 Rv.
3.4.Echtscheiding Op grond van de vaststaande feiten kan het verzoek tot echtscheiding worden toegewezen.
3.5. Huurrecht van de echtelijke woning en hoofdverblijfplaats van de kinderen Hetzelfde geldt voor de gevraagde nevenvoorzieningen ten aanzien van het huurrecht van de echtelijke woning en de hoofdverblijfplaats van de kinderen nu deze onbestreden zijn gebleven en in het belang van de kinderen wordt geacht.
4.2. De minderjarige kinderen [kind 1] en [kind 3] zullen hun hoofdverblijfplaats bij de vrouw hebben.
4.3. De vrouw zal de huurster zijn van de woning aan de [adres] [woonplaats], met ingang van de dag van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand.
4.4. De beslissing onder punt 4.2. is uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.J.M. Mol, kinderrechter, in tegenwoordigheid van I. Oignet-Coenen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 11 november 2009.?