RECHTBANK TE UTRECHT beslissing bezwaarschrift Parketnummer: 16/992026-09 De rechtbank te Utrecht, in raadkamer vergaderd, gelet op het bezwaarschrift van verdachte ingekomen op 13 januari 2010 ter griffie van deze rechtbank, gericht tegen de beslissing van de officier van justitie tot onthouding van processtukken op grond van artikel 32 van het Wetboek van Strafvordering; in de zaak tegen: [verdachte], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], wonende te [adres], gehoord de officier van justitie en de raadsman tijdens de behandeling van het bezwaarschrift d.d. 25 januari 2010. Overweegt als volgt: De rechtbank overweegt dat de schriftelijke mededeling van de officier van justitie aan de verdachte dat bepaalde stukken aan de verdachte worden onthouden een vereiste is voor de ontvankelijkheid van het bezwaarschrift. Die schriftelijke mededeling ontbreekt in de onderhavige zaak. De rechtbank acht verzoeker desondanks ontvankelijk in zijn bezwaarschrift nu de officier van justitie tijdens de behandeling van het bezwaarschrift heeft aangegeven dat er impliciet een beslissing tot onthouding van processtukken door het openbaar ministerie is genomen. Het bezwaarschrift tegen de onthouding van processtukken is ter zitting toegelicht door de raadsman. De officier van justitie heeft zich, met een toelichting daarop, tegen het bezwaarschrift verzet. Het is de rechtbank tijdens de behandeling in raadkamer gebleken dat het openbaar ministerie een onderzoek tegen betrokkene heeft opgestart en dat betrokkene in dat onderzoek de status van verdachte heeft gekregen. Dit onderzoek bevindt zich echter nog in de voorbereidende fase. Er is nog geen vervolgingsbeslissing genomen en er zijn nog geen dwangmiddelen toegepast. De rechtbank overweegt dat de officier van justitie er belang bij heeft om stukken aan betrokkene te onthouden, nu het onderzoek zich nog in genoemde voorbereidende fase bevindt. De officier van justitie moet in het kader van de waarheidsvinding in dit stadium van het onderzoek de mogelijkheid hebben om het onderzoek voort te zetten zonder dat de stukken aan betrokkene moeten worden vrijgegeven. De rechtbank is van oordeel dat het strafvorderlijk belang in deze zaak prevaleert boven het individuele belang van de verdachte bij kennisneming van de stukken. Hetgeen de raadsman ten aanzien van de persoonlijke omstandigheden van betrokkene naar voren heeft gebracht doet daar naar het oordeel van de rechtbank niet aan af. De rechtbank merkt nog op dat de officier van justitie heeft aangegeven dat het onderzoek naar verwachting nog een half jaar in beslag zal nemen. De rechtbank zal het bezwaarschrift ongegrond verklaren. BESCHIKKENDE: Verklaart het bezwaarschrift ongegrond. Aldus gedaan in raadkamer van deze rechtbank op 1 februari 2010 door P. Wagenmakers, voorzitter, N.E.M. Kranenbroek en R.P. den Otter, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K.F. van Dam als griffier.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.