RECHTBANK UTRECHT Sector strafrecht parketnummer: 16/446585-09 [P] vonnis van de meervoudige kamer d.d. 24 februari 2010 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [1991]te [geboorteplaats] wonende te [adres], [woonplaats] raadsman mr.R.F. Vogel, advocaat te Leusden. Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 10 februari 2010, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. De zaak van verdachte is gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld met de zaken van medeverdachten [medeverdachte 1],[medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]. Hierna zullen verdachte en zijn medeverdachten worden aangeduid als [verdachte], [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]. De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: deel uit heeft gemaakt van een groep die geweld heeft gepleegd tegen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] en [benadeelde 3] door één of meerderen van hen te duwen, te schoppen, te trappen te slaan en te stompen De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. De beoordeling van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Zij baseert zich daarbij op de verklaringen zoals bij de politie afgelegd door [verdachte], [medeverdachte 3], [medeverdachte 1] en [X]. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het bij openlijke geweldpleging gaat om het leveren van voldoende wezenlijke bijdrage aan het geweld van de groep. Daarbij is niet noodzakelijk dat het individu zelf alle geweldshandelingen heeft verricht. Tevens is niet noodzakelijk dat de handelingen die de wezenlijke bijdrage aan het geweld vormen zijn opgenomen in de tenlastelegging. De bijdrage van [verdachte] bestond onder meer uit het ingelopen van de steeg waarbij er over en weer werd geduwd en getrokken en [benadeelde 1] en[benadeelde 3] werden gedwongen tegen een garagedeur aan te gaan staan. Daarnaast heeft [verdachte] een trap tegen het been van [benadeelde 3] gegeven. [verdachte] heeft hiermee een wezenlijke bijdrage geleverd aan het geweld gepleegd door de groep en is derhalve medeverantwoordelijk voor het geweld dat door de groep is toegepast tegen [benadeelde 3], [benadeelde 1] en [benadeelde 2]. Het standpunt van de verdediging De verdediging stelt zich op het standpunt dat, voor zover [verdachte] enig aandeel heeft gehad in de vechtpartij deze slechts zeer gering is geweest. [verdachte] heeft erkend dat hij een schop tegen het been van [benadeelde 3] heeft gegeven ter afwering. [verdachte] heeft zich niet schuldig gemaakt aan het duwen tegen en trekken aan het lichaam van [benadeelde 1], [benadeelde 2] of [benadeelde 3] en niet aan het trappen in de lever of de maag van één van deze drie personen. Deze elementen, die zijn opgenomen in de tenlastelegging kunnen niet bewezen worden. De verdediging verzoekt derhalve van der [verdachte] op die punten vrij te spreken. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] het ten laste gelegde feit heeft begaan. Zij grondt haar overtuiging daartoe op de volgende feiten en omstandigheden. Inleiding Op 31 oktober 2009 komen [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en zijn vriendin [Z] en [X] (hierna te noemen respectievelijk [Z] en [X]) uit discotheek ‘Club New’ te Zeist. Op de slotlaan komt het tot een confrontatie met [benadeelde 1] en [benadeelde 3] (hierna te noemen respectievelijk [benadeelde 1] en [benadeelde 3]) waarbij door [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] geweld is gebruikt. Jufferstraat Hierna lopen [benadeelde 1] en [benadeelde 3] weg van [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] in de richting van een steeg gelegen aan de Jufferstraat. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] lopen achter [benadeelde 1] en [benadeelde 3] aan de steeg in. [medeverdachte 1] loopt daar nog achteraan.[1] [verdachte] komt aanfietsen die ook de steeg inloopt.[2] [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] duwen [benadeelde 1] en [benadeelde 3] achteruit. [benadeelde 1] en [benadeelde 3] worden gedwongen om tegen een metalen garagedeur te staan. Er wordt over en weer geschreeuwd, geduwd en getrokken. [medeverdachte 1] ziet dat [medeverdachte 2] met de vuist een klap in het gezicht van [benadeelde 1] geeft.[3] [verdachte] schopt tegen het been van [benadeelde 3].[4] [medeverdachte 1] ziet onder andere dat [verdachte] met zijn vuist op het lichaam van [benadeelde 3] slaat.[5] [benadeelde 3] is geslagen door twee jongens en heeft gezien dat [benadeelde 1] klappen kreeg van de rest van de groep.[6] [medeverdachte 1] komt daarna op de groep afgerend en springt op [benadeelde 1] en [benadeelde 3] in.[7] [medeverdachte 3][8] en [verdachte][9] beschrijven deze sprong door de lucht als een ‘flying kick’. Hierdoor draait [benadeelde 1] 360 graden om zijn as en hij valt op de grond. Als [benadeelde 1] omhoog wil komen, geeft [medeverdachte 1] met zijn geschoeide rechtervoet een trap op het hoofd van [benadeelde 1]. [benadeelde 1] valt direct weer neer op de grond, waar hij ook blijft liggen. [medeverdachte 1] loopt weg en wordt gevolgd door [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [verdachte].[10] [benadeelde 1] is met een ambulance naar het ziekenhuis vervoerd.[11] In het ziekenhuis blijkt dat het letsel van [benadeelde 1] bestaat uit een forse zwelling/bloeduitstorting bij het linker ooglid, een breuk in zijn linker oogkas, een schedelbasisfractuur aan de rechterkant van zijn hoofd en een zware hersenkneuzing.[12] Bewijsoverwegingen Uit de dossierstukken blijkt dat [verdachte] niet betrokken is geweest bij het incident op de Slotlaan. [verdachte] is niet verantwoordelijk voor de geweldhandelingen die zich daar hebben afgespeeld, te weten het trappen in de maag van [benadeelde 3] terwijl deze op de grond lag. [verdachte] zal voor dat gedeelte van de tenlastelegging worden vrijgesproken. [verdachte] is wel betrokken geweest bij het incident in de steeg gelegen aan de Jufferstraat. [verdachte] kwam er aan het begin van de steeg bij en samen met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] kwam hij met [benadeelde 1] en [benadeelde 3] in de steeg terecht. Vervolgens heeft [verdachte] een schop tegen het been van [benadeelde 3] gegeven en een vuistslag tegen het lichaam van [benadeelde 3]. Er was sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] en [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en [verdachte] heeft een wezenlijke bijdrage geleverd aan het geweld dat gepleegd is door de groep tegen [benadeelde 3] en [benadeelde 1] in de steeg. [verdachte] is derhalve medeverantwoordelijk voor het geweld dat door de groep gepleegd is tegen [benadeelde 3] en [benadeelde 1]. De bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 31 oktober 2009 te Zeist, met anderen, op of aan de openbare weg, de Jufferstraat, openlijk en in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [benadeelde 1] en [benadeelde 3], welk geweld bestond uit het duwen tegen en trekken aan het lichaam van die [benadeelde 3] en [benadeelde 1] en het met de handen slaan in het gezicht en tegen het lichaam van die [benadeelde 1] en die [benadeelde 3] en het met de geschoeide voet schoppen tegen het been van die [benadeelde 3] en het lichaam van die [benadeelde 1] waardoor deze ten val is gekomen. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. De strafbaarheid De strafbaarheid van de feiten Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen; De strafbaarheid van verdachte [verdachte] is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. De strafoplegging De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan [verdachte] op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 1 week voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. een werkstraf voor de duur van 160 uren, te vervangen door hechtenis voor de duur van 80 dagen indien de veroordeelde deze straf niet naar behoren verricht. Het standpunt van de verdediging De verdediging stelt zich op het standpunt dat gelet op het zeer geringe aandeel van [verdachte], zijn persoonlijke omstandigheden, de blanco documentatie en het reclasseringsrapport, kan volstaan worden met het opleggen van een geheel voorwaardelijke straf. Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feiten, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte. Wat betreft de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan, heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen [verdachte] heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een ernstige vorm van uitgaansgeweld, dat heeft plaatsgevonden in de nachtelijke uren van 31 oktober
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.