RECHTBANK UTRECHT Sector strafrecht Parketnummer: 16/604202-08 Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de politierechter in bovengenoemde rechtbank op 15 januari 2010. Aanwezig: mr. E.F. Bueno, politierechter, mr. J. Beumer-Gonggrijp, officier van justitie, en mr. C.W.M. Maase-Raedts als griffier. De politierechter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen. De verdachte, gedagvaard als: [verdachte], geboren op [1979] te [geboorteplaats], België, wonende te [woonplaats], [adres], is NIET verschenen. Als raadsman van verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. M.P.K. Ruperti, advocaat te Amersfoort, die verklaart uitdrukkelijk te zijn gemachtigd om de verdachte ter terechtzitting te verdedigen. De officier van justitie draagt de zaak voor. De officier van justitie is van oordeel dat de tenlastelegging behoort te worden gewijzigd en legt daartoe de inhoud van de door haar noodzakelijk geachte wijziging aan de politierechter over. De officier van justitie vordert daarop dat deze wijziging zal worden toegelaten. De politierechter wijst, gehoord de raadsman, de gevorderde wijziging toe en doet de inhoud van de aangebrachte wijziging in het proces-verbaal terechtzitting opnemen. De inhoud van deze wijziging is weergegeven in de aan dit proces-verbaal gehechte bijlage en wordt geacht hier te zijn ingevoegd. De wijziging houdt in dat een subsidiair feit wordt toegevoegd, inhoudende een poging tot feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Door de griffier wordt hierop een gewaarmerkt afschrift van de wijziging aan de raadsman van verdachte uitgereikt, zoals door de politierechter is bepaald, waarop het onderzoek met toestemming van de raadsman wordt voortgezet. De raadsman voert het woord -zakelijk weergegeven- als volgt. Ik kondig op voorhand aan dat ik een Salduz verweer zal gaan voeren. De politierechter deelt mondeling mede de korte inhoud van de stukken van het voorbereidend onderzoek, zoals deze zich in deze strafzaak bevinden. Met betrekking tot de persoon van de verdachte deelt de politierechter voorts mede de korte inhoud van: - een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 28 december 2009, waarin geen eerdere contacten met politie en justitie staan vermeld. - een omtrent de verdachte opgemaakt voorlichtingsrapport van de Reclassering Nederland, unit Utrecht d.d. 06 januari 2010, opgemaakt door R. de Mul, reclasseringswerker. De officier van justitie voert het woord -zakelijk weergegeven- als volgt. Ervan uitgaande dat het te voeren Salduz verweer van de raadsman zal worden gehonoreerd, ben ik van mening dat ook zonder de bekennende verklaring van verdachte wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het primair aan hem ten laste gelegde feit heeft begaan. Ik baseer mij daarbij op het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] d.d. 24 augustus 2008, het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] d.d. 24 augustus 2008, alsmede op het proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 augustus 2008. Vervolgens leest de officier van justitie haar vordering voor en legt die aan de politierechter over. De vordering houdt in voor het primair ten laste gelegde feit: -een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met als bijzondere voorwaarde reclasseringscontact, inclusief een meldingsgebod en een behandelingsverplichting; -een werkstraf voor de duur van 60 uren, te vervangen door 30 dagen hechtenis. De raadsman voert het woord tot verdediging. De raadsman verklaart daartoe -zakelijk weergegeven- als volgt. Met betrekking tot het aangekondigde Salduz verweer voer ik het volgende aan. Mijn cliënt had voorafgaand aan zijn eerste verhoor recht op consultatie door een raadsman in verband met het innemen van zijn proceshouding. Nu mijn cliënt niet op dit recht is gewezen, is sprake van een vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. Dit heeft tot gevolg dat het bewijs, dat is verkregen als rechtstreeks gevolg van dit verzuim, moet worden uitgesloten. Ik ben van mening dat de bekennende verklaring, zoals afgelegd door mijn cliënt tijdens zijn eerste verhoor, van doorslaggevend belang is voor de bewijsvraag. De overige bewijsmiddelen zijn in mijn visie onvoldoende om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Mijn cliënt moet derhalve worden vrijgesproken van het aan hem ten laste gelegde feit. De politierechter verklaart het onderzoek gesloten en zegt terstond mondeling vonnis te zullen geven. De politierechter spreekt het vonnis uit ter openbare terechtzitting. AANTEKENING VAN HET MONDELING VONNIS 1. Inhoud van de tenlastelegging Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat Primair hij op of omstreeks 24 augustus 2008 te Utrecht, althans in het arrondissement Utrecht, door (een) andere feitelijkhe(i)d(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.