vonnis RECHTBANK UTRECHT Sector handels- en familierecht zaaknummer / rolnummer: 273158 / HA ZA 09-2018 Vonnis van 24 maart 2010 in de zaak van de rechtspersoon naar Duits recht [eiseres] & CO. KG, gevestigd te [vestigingsplaats], Duitsland, eiseres, advocaat mr. P.M. Scholtes, tegen 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MEDIASYSTEMEN B.V., gevestigd te Vianen, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TRIPLE P NEDERLAND B.V., gevestigd te Vianen, 3. de naamloze vennootschap TRIPLE P N.V., gevestigd te Vianen, 4. [gedaagde sub 4], wonende te [woonplaats], 5. [gedaagde sub 5], wonende te [woonplaats], gedaagden, advocaat mr. F.A. van Brussel. Eiseres zal hierna [eiseres] worden genoemd. Gedaagden zullen hierna gezamenlijk Mediasystemen c.s. worden genoemd dan wel afzonderlijk Mediasystemen onderscheidenlijk TPN B.V., TP N.V., [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5]. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 4 november 2009 - het proces-verbaal van comparitie van 10 februari 2010. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De feiten 2.1. [eiseres] is uitgever van het dagblad ‘Ruhr Nachrichten’. Mediasystemen is een bedrijf dat zich bezighield met het ontwerpen, distribueren en onderhouden van software voor dagbladuitgeverijen. In juli 1999 heeft Mediasystemen zich jegens [eiseres] bij overeenkomst verbonden tot het ontwerp, de levering en het onderhoud van software voor een advertentiesysteem. Die overeenkomst is door [eiseres] op 27 juli 2000 buitengerechtelijk ontbonden op de grond dat Mediasystemen haar verplichtingen niet tijdig nakwam. 2.2. Bij een op 26 februari 2003 door [eiseres] aan Mediasystemen betekend Klageschrift heeft [eiseres] Mediasystemen voor de Duitse rechter gedaagd en gevorderd dat deze Mediasystemen zal veroordelen tot vergoeding van de schade die [eiseres] als gevolg van de wanprestatie heeft geleden. Bij vonnis van 13 december 2007 heeft de Duitse rechter Mediasystemen veroordeeld om aan [eiseres] te betalen EUR 880.294,38, waarvan EUR 219.573,02 onder de voorwaarde dat [eiseres] bepaalde (met de genoemde overeenkomst samenhangende) goederen aan Mediasystemen afgeeft. Een deelsom groot EUR 660.721,06 diende Mediasystemen derhalve onvoorwaardelijk te betalen. 2.3. Het vonnis van de Duitse rechter heeft kracht van gewijsde verkregen. 2.4. Bij beschikking van 23 april 2008 heeft deze rechtbank aan [eiseres] verlof verleend het vonnis van de Duitse rechter in Nederland ten uitvoer te leggen. Tot heden is aan dat vonnis niet voldaan. 2.5. De aandelen van Mediasystemen zijn sedert 11 december 1996 volledig in handen van de voormalige vennootschap Triple P Nederland B.V. De laatstgenoemde is (sinds 1 augustus 2000) en [gedaagde sub 5] was (van 18 september 2001 tot 30 april 2005) zelfstandig bevoegd statutair bestuurder van Mediasystemen 2.6. De aandelen van de voormalige vennootschap Triple P Nederland B.V. zijn sedert 1 december 1995 volledig in handen van TP N.V., de houdstervennootschap. Deze is sedert 30 juli 1997 haar statutair bestuurder. TPN B.V. is op 5 juni 2008 ontstaan door fusie van de oude vennootschap Triple P Nederland B.V. en de vennootschap Triple P Management B.V. Die fusie had geen gevolg voor de toen bestaande, voornoemde, eigendoms- en zeggenschapsverhoudingen. Hieronder wordt de aanduiding ‘TPN B.V.’ gelijkelijk gebruikt voor de oude vennootschap Triple P Nederland B.V. en de vennootschap met die naam die door de fusie is ontstaan. 2.7. [gedaagde sub 4] is - en was ook in de na te melden periode, medio 2004 - zelfstandig bevoegd bestuurder van TP N.V. 2.8. TPN B.V. houdt zich bezig met de verkoop van hardware(systemen) aan haar afnemers, waaronder de klanten waaraan Mediasystemen voorheen software verkocht. 2.9. Medio 2004 heeft TPN B.V. van Mediasystemen al haar activa en een deel van haar passiva gekocht. Die passiva betreffen de schulden van Mediasystemen aan de fiscus, haar schulden aan haar werknemers en haar schulden aan derden in verband met haar hoedanigheid als werkgeefster. De koopprijs voor het geheel bedroeg EUR 478.000,00. Deze koopprijs is, bij de levering van het gekochte op 1 juli 2004, door TPN B.V. aan Mediasystemen voldaan door boeking in de rekening-courant die de desbetreffende partijen onderling aanhielden. Deze vertoonde voor en na die boeking een nadelig saldo voor Mediasystemen 2.10. Bij gelegenheid van de overdracht zijn 20 van de 29 werknemers van Mediasystemen bij TPN B.V. in dienst getreden. TPN B.V. heeft dat deel van de onderneming van Mediasystemen voortgezet dat betrekking had op het onderhoud van de door haar verkochte software. Sedertdien is Mediasystemen een slapende vennootschap, zonder werknemers, die geen bedrijfsactiviteiten meer verricht. 3. De vordering 3.1. [eiseres] vordert dat, uitvoerbaar bij voorraad: 1) voor recht wordt verklaard dat de voornoemde overdracht nietig is op grond van het bepaalde in artikel 3:45 BW, 2) Mediasystemen en TPN B.V. worden veroordeeld om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis door een schriftelijke verklaring voorzien van een goedkeurende verklaring van haar accountant opgave te doen van hetgeen is overgedragen, alsmede een gelijke verklaring met betrekking tot het overgedragene waarover TPN B.V. ten tijde van de betekening van het vonnis nog beschikt, een en ander op verbeurte van een dwangsom van EUR 1.000,00 per dag of dagdeel dat Mediasystemen en TPN B.V. aan die veroordeling geen gevolg geven, 3) Mediasystemen , TPN B.V., TP N.V., [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] hoofdelijk worden veroordeeld om aan [eiseres] de schade te vergoeden die zij door hun onrechtmatig handelen heeft geleden en nog zal lijden, deze schade op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet; 4) Mediasystemen c.s. te veroordelen in de gedingkosten. 3.2. [eiseres] stelt ter onderbouwing van haar vordering als volgt, zakelijk weergegeven: -de vorenomschreven overdracht is nietig omdat de desbetreffende verkoopovereenkomst onverplicht is gesloten; -door de boeking van de koopsom in rekening-courant en de daaruit voortvloeiende verrekening is [eiseres] benadeeld omdat zij daardoor van haar mogelijkheden is beroofd om haar vordering op Mediasystemen (zoals uiteindelijk door de Duitse rechter aan haar toegewezen) te verhalen; - Mediasystemen en TPN B.V. waren zich van een en ander bewust; - elk van gedaagden heeft in verband met deze kwestie onrechtmatig jegens [eiseres] gehandeld: Mediasystemen en TPN B.V. als partijen bij de verkoopovereenkomst, TP N.V., [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] als eigenaar en/of (direct of indirect) bestuurder van een of meer van die vennootschappen. 4. Het verweer 4.1. Mediasystemen c.s. stelt dat de in geding zijnde overdracht niet onverplicht was, omdat Mediasystemen daartoe gehouden was uit hoofde van de verkoopovereenkomst. Voorts stelt zij dat van benadeling van [eiseres] door die overdracht geen sprake was, omdat de waarde van hetgeen werd overgedragen in het economische verkeer nihil was en dat een verantwoorde bedrijfsvoering binnen de bedrijvenfamilie van Mediasystemen/TPN B.V./TP N.V. juist tot de in geding zijnde overeenkomst diende te leiden, omdat daarmee werd voorkomen dat Mediasystemen failliet ging. Dat EUR 478.000,00 als koopsom is overeengekomen, volgt naar haar zeggen uit de omstandigheid dat TPN B.V. door de overname gebaat was omdat zij daarvan ‘synergetische voordelen’ te verwachten had: het behoud van fiscale faciliteiten, het behoud van de kennis van de overgenomen werknemers, omzetvergroting en kostenbesparingen. Ook stelt zij dat de vordering van [eiseres] medio 2004 niet opeisbaar was, omdat daarop nog niet bij vonnis was beslist. 4.2. Mediasystemen c.s. heeft in dat verband een rapport over gelegd van het bedrijfsadviesbureau Key Consulting B.V. van 16 februari 2005. Daarin is vermeld dat de waarde van hetgeen door Mediasystemen aan TPN B.V. is verkocht, op 1 juli 2004 nihil was, maar dat mogelijkerwijs een hogere prijs overeengekomen wordt op grond van de ‘synergetische voordelen’. De nihilwaarde heeft Key Consulting (vooral) becijferd volgens de discounted-cash-flowmethode, daarbij vermeldend dat uit de cijfers van Mediasystemen blijkt dat zij in 2002, 2003 en de eerste helft van 2004 verlies leed. In het rapport is vermeld dat TPN B.V. en Mediasystemen het bedrag van EUR 478.000,00 hebben becijferd door de waardering van die ‘synergetische voordelen’, alsmede door schatting van de intrinsieke waarde (EUR 210.281,00) en de rentabiliteitswaarde van hetgeen is overgedragen. 4.3. Ook heeft Mediasystemen c.s. een schrijven overgelegd van haar vaste accountantskantoor EMO Adviseurs & Accountants van 15 oktober 2009, waarin is vermeld dat Mediasystemen blijkens haar balansgegevens per 1 juli 2004 EUR 673.273,00 aan bezittingen had en EUR 1.257.958,00 aan schulden. 5. De beoordeling 5.1. Het eerste vereiste dat krachtens artikel 3:45 BW geldt voor een rechtsgeldig beroep op de vernietigbaarheid van een door een schuldenaar verrichte rechtshandeling, is dat die rechtshandeling onverplicht is verricht. Aan dat vereiste is voldaan. Anders dan Mediasystemen c.s. stelt, is hier immers bepalend de gehele koopovereenkomst die aan de de gewraakte overdracht ten grondslag heeft gelegen. Tot het sluiten van die overeenkomst was Mediasystemen niet verplicht. Dat het sluiten van die overeenkomst mogelijkerwijs strookte met een verantwoord ondernemingsbeleid van de bedrijvenfamilie waartoe Mediasystemen behoort is een andere kwestie, die daar los van staat. 5.2. Ook is hier voldaan aan het vereiste dat door die rechtshandeling benadeling heeft plaatsgevonden van een of meer schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden. Nu alle activa van Mediasystemen aan TPN B.V. zijn vervreemd en de voldane koopsom geheel is aangewend voor de vorenvermelde verrekening met de vordering van TPN B.V. op Mediasystemen resteerde er voor [eiseres] (en haar mede-schuldeisers) in het geheel geen verhaalsobject meer, waar Mediasystemen voordien (gezien de onder 4.3 vermelde cijfers) over substantiële positieve vermogensbestanddelen beschikte. Het voorgaande zou anders zijn indien hetgeen is verkocht geen reële economische waarde vertegenwoordigde, omdat dan van benadeling geen sprake is en de betaalde koopsom slechts een (op zichzelf staand) aan Mediasystemen toevallend voordeel zou betreffen. Dat geval doet zich echter niet voor nu de betaling van de koopsom als wederprestatie bij de koopovereenkomst is bedongen en deze (blijkens het rapport van Key Consulting B.V.) door Mediasystemen en TPN B.V. is gebaseerd op de reële economische waarde die het gekochte voor TPN B.V. vertegenwoordigde. Dat die - of enige andere - waarde niet overeengekomen had kunnen worden met een derde als koper, zoals Mediasystemen c.s. stelt doch [eiseres] bestrijdt, maakt dat niet anders. Ook leidt niet tot een ander oordeel de enkele stelling van Mediasystemen c.s. dat van benadeling in de verhaalsmogelijkheden van [eiseres] geen sprake is, omdat zij als concurrent schuldeiser ook niet over feitelijke verhaalsmogelijkheden beschikte vóór de gewraakte rechtshandeling. Hier had van Mediasystemen verwacht mogen worden dat zij die stelling met nadere gegevens onderbouwde, wat zij heeft nagelaten. 5.3. Anders dan Mediasystemen c.s. stelt, was de vordering van [eiseres] op 1 juli 2004 wel opeisbaar, omdat deze betrekking had op schade uit wanprestatie welke reeds in 2000 of eerder was ontstaan en omdat het - op 1 juli 2004 - ontbreken van een executoriale titel tot verhaal van die schade aan die opeisbaarheid niet afdoet. Doch ook als de vordering op 1 juli 2004 nog niet opeisbaar was geweest, had dat Mediasystemen c.s. niet gebaat, omdat artikel 3:45 BW ook geldt ten behoeve van schuldeisers die eerst na de gewraakte rechtshandeling een vordering hebben verkregen. 5.4. Het volgende vereiste luidt, nu de overdracht van hetgeen door Mediasystemen was verkocht anders dan om niet plaatsvond, dat de beide contractspartijen (Mediasystemen en TPN B.V.) wisten of behoorden te weten dat de genoemde benadeling van hun handelen het gevolg was. Ook aan dat vereiste is voldaan, hetgeen reeds volgt uit de aard van de (bij hen beiden bekende) omstandigheid dat alle positieve vermogensbestanddelen van Mediasystemen aan TPN B.V. werden vervreemd en dat ook de koopsom - na de voorziene verrekening - geen verhaalsobject zou vormen. 5.5. De conclusie is daarom dat [eiseres] zich terecht ingevolge artikel 3:45 BW op de vernietigbaarheid van de in geding zijnde overeenkomst heeft beroepen, zodat deze nietig is. Naar Mediasystemen c.s. voor dat geval echter onweersproken heeft gesteld (en naar in het licht van het tijdsverloop sedert medio 2004 alleszins aannemelijk
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.