RECHTBANK UTRECHT Sector strafrecht parketnummers: 16/600493-10; 16/600137-10 (vordering tenuitvoerlegging) [P] vonnis van de meervoudige kamer d.d. 16 juli 2010 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [1982] te [geboorteplaats] zonder vaste woon- of verblijfplaats, gedetineerd in P.I.V. Huis van Bewaring Nieuwersluis raadsman mr. J. Peters, advocaat te Utrecht. 1 Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 16 juli 2010, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Ter terechtzitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer. 2 De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte een winkeldiefstal met geweld heeft gepleegd. 3 De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4 De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd en baseert zich daarbij op de verklaring van aangeefster en de bekennende verklaring van verdachte. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat de rechtbank tot een bewezenverklaring kan komen van het ten laste gelegde feit en wijst daarbij op de aangifte en de bekennende verklaring van verdachte. 4.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 14 mei 2010 in Utrecht de diefstal met geweld bij de [drogisterij] heeft gepleegd. De rechtbank heeft daarbij gelet op: - de aangifte van [aangever] met bijlagen ; - de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 16 juli 2010 . Verdachte verklaarde ter terechtzitting dat zij bij de [drogisterij] spullen wilde stelen. Zij had de spullen in haar tas gedaan en wilde de winkel uitlopen. Toen zij door de alarmpoortjes liep ging het alarm af. De winkelmedewerkster pakte daarop haar tas vast. Verdachte verklaarde dat zij haar tas terug wilde hebben, omdat zij hoopte dat ze met de tas nog kon vluchten. De winkelmedewerkster bleef de tas vasthouden en verdachte heeft haar toen geschopt en gekrabd om zodoende de tas los te krijgen. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 14 mei 2010 te Utrecht, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid toiletartikelen (merk Zwitsel, Axe), toebehorende aan [drogisterij], welke diefstal werd gevolgd van geweld tegen [aangever], gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat zij, verdachte, die [aangever] meermalen tegen de benen en het kruis heeft geschopt en in de hals en borst heeft gekrabt. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5 De strafbaarheid 5.1 De strafbaarheid van het feit Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op: Diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren. 5.2 De strafbaarheid van verdachte Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die haar strafbaarheid uitsluit. 6 De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaar. De officier van justitie heeft aangegeven dat er nog een gevangenisstraf van drie weken openstaat. Verdachte heeft tegen het vonnis, waarbij deze straf is opgelegd, hoger beroep ingesteld. Verder staan er geen vrijheidsstraffen tegen verdachte open. Voor de nog openstaande geldboetes en de eventueel door het Gerechtshof op te leggen gevangenisstraf van drie weken kan de officier van justitie een voorwaardelijk gratieverzoek indienen. De officier van justitie verzoekt voorts de vordering tenuitvoerlegging af te wijzen. 6.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft eveneens verzocht om de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaar op te leggen, zoals door de reclassering omschreven. De raadsman heeft daarbij aangegeven het hoger beroep tegen het vonnis van 2 juli 2009 in te trekken als de officier van justitie de gevangenisstraf van drie weken meeneemt in het voorwaardelijk gratieverzoek. Voorts verzoekt de raadsman om de vordering tenuitvoerlegging af te wijzen. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de op te leggen maatregel heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte. Verdachte heeft toiletartikelen uit een drogisterij weggenomen. Toen de medewerkster van de winkel verdachte bij haar tas vastpakte heeft verdachte geweld gebruikt door de medewerkster te schoppen en te krabben, omdat zij met haar tas wilde vluchten. Verdachte is zwaar verslaafd aan drugs en het slachtoffer heeft zich, doordat zij gekrabd was, moeten laten testen op hiv en hepatitus. Het feit heeft derhalve een grote impact op het slachtoffer gehad. Daarnaast dragen dergelijke feiten bij aan de gevoelens van onveiligheid bij het slachtoffer in het bijzonder en in de maatschappij in het algemeen. De rechtbank acht, alles afwegende, de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna isd-maatregel) voor de duur van twee jaar passend en geboden. De rechtbank heeft bij haar overwegingen mede betrokken het justitiële verleden van verdachte. Blijkens het uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 17 mei 2010 is verdachte veelvuldig veroordeeld voor winkeldiefstallen, waaronder winkeldiefstallen gevolgd van geweld. In de periode van vijf jaren voorafgaand aan het bewezenverklaarde feit is verdachte ten minste drie maal onherroepelijk veroordeeld tot vrijheidsstraffen, te weten door de politierechter op 21 april 2010, door de politierechter op 29 oktober 2009 en door de politierechter op 10 maart
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.