vonnis RECHTBANK UTRECHT Sector handels- en familierecht zaaknummer / rolnummer: 289692 / HA ZA 10-1540 Vonnis in incident van 29 september 2010 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CONTINU B.V., gevestigd en kantoorhoudende te Eindhoven, eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident, advocaat: mr. P.J.L. Tacx te Roermond, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [A] MIJDRECHT B.V., gevestigd en kantoorhoudende te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen, gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident, advocaat: mr. H.C. Sauer te Amersfoort. Partijen zullen hierna Continu en [A] genoemd worden.
- De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding; - de conclusie van antwoord tevens houdende de incidentele vordering tot onbevoegdverklaring; - de incidentele conclusie van antwoord. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
- De feiten Artikel 14 lid 2 van de algemene voorwaarden van Continu luidt als volgt: “Eventuele geschillen waarvoor een minnelijke oplossing niet mogelijk blijkt, worden voorgelegd aan de bevoegde rechter te Eindhoven.”
- De beoordeling in het incident 3.
- In de hoofdzaak vordert Continu primair [A] te veroordelen tot betaling van een geldsom ter hoogte van EUR 8.117,50, te vermeerderen met rente en kosten. [A] vordert in het incident dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart. Zij stelt zich op het standpunt dat de rechtbank Utrecht, sector civiel, onbevoegd is nu in artikel 14 van de algemene voorwaarden van Continu bepaald is dat geschillen worden voorgelegd aan de bevoegde rechter in Eindhoven. 3.
- Continu verweert zich in het incident en voert aan dat er in Eindhoven alleen een kantongerecht is gevestigd en dat de kantonrechter in Eindhoven niet bevoegd is kennis te nemen van het geschil in de hoofdzaak nu haar vordering groter is dan het in artikel 93 Rv genoemde bedrag van EUR 5.000,
- Volgens Continu is er geen bevoegde rechter in Eindhoven en is de rechtbank Utrecht zodoende bevoegd kennis te nemen van het geschil in de hoofdzaak. 3.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 3.
- De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen en overweegt daartoe het volgende. 3.
- Partijen zijn overeengekomen dat het geschil in de hoofdzaak ter beoordeling aan de bevoegde rechter te Eindhoven zal worden voorgelegd. Ingevolge het bepaalde in artikel 93 Rv behoort de vordering van Continu tot de competentie van de rechtbank, sector civiel. De bevoegde rechter in Eindhoven is de rechter van de sector civiel, in wiens rechtsgebied Eindhoven valt. Nu Eindhoven ressorteert onder het arrondissement ’s-Hertogenbosch valt de beoordeling van het geschil in de hoofdzaak onder de bevoegdheid van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, sector civiel. 3.
- Het beroep op onbevoegdheid van de rechtbank Utrecht, sector civiel, is daarom gegrond. De vordering tot onbevoegdverklaring zal dan ook worden toegewezen, met veroordeling van Continu in de kosten van het incident.
- De beslissing De rechtbank in het incident 4.
- verklaart zich onbevoegd van de vordering in de hoofdzaak kennis te nemen, 4.
- veroordeelt Continu in de kosten van het incident, aan de zijde van [A] tot op heden begroot op EUR 384,00, in de hoofdzaak 4.
- verwijst de zaak in de stand waarin zij zich bevindt, naar de rechtbank ‘s-Hertogenbosch, sector civiel. Dit vonnis is gewezen door mr. S.C. Hagedoorn en in het openbaar uitgesproken op 29 september 2010.?