Rechtbank Utrecht – ECLI:NL:RBUTR:2010:BO3023
RECHTBANK UTRECHT Sector handels- en familierecht Tijdelijke voogdij 1:296 BW Verklaring voor recht over ouderlijk gezag/ouderlijk gezag/voogdij zaaknummer: 292466 / FA RK 10-5192 Beschikking van 14 oktober 2010 Op verzoek van [verzoekster], wonende te [woonplaats], nader te noemen: de vrouw, advocaat mr. M.H.H. Meulemeesters.
Betreffende de minderjarige; [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats] (Spanje), met als belanghebbende: [de vader] laatst bekende woonplaats [woonplaats], (Spanje) aan de [adres], thans verblijvende in detentie, nader te noemen: de vader.
Mr. Meulemeesters heeft primair verzocht voor recht te verklaren dat de vrouw is belast met het ouderlijk gezag over bovengenoemde minderjarige, subsidiair de vrouw te belasten met het ouderlijk gezag, meer subsidiair de vrouw te belasten met de voogdij. Ter zitting heeft hij het verzoek aangevuld de vrouw te benoemen tot tijdelijk voogdes op grond van artikel 1:296 BW.
Op 14 oktober 2010 heeft de kinderrechter het verzoek ter terechtzitting met gesloten deuren behandeld. Verschenen zijn:
De vader is nog niet opgeroepen door de rechtbank aangezien hij waarschijnlijk in Spanje nog gedetineerd is. Het juiste detentieadres is niet bekend. De Raad voor de Kinderbescherming zal trachten via de officier van justitie het adres te verkrijgen.
Betreft: [verzoekster] (tevens [verzoekster]) Aan: Dienst voor Minderjarigen Reden: informatie in verband met mogelijk risicovolle situatie van een minderjarige De gedetineerde is op 14-08-08 vanuit het penitentiair centrum te Valencia aangekomen in het penitentiair centrum te Mallorca.
Zij is aangekomen met de minderjarige [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op 1-08-08 op het moment dat zij een straf uitzat in het penitentiair centrum van [woonplaats]. De vader is(naam vader volgt…) Zoals blijkt uit het penitentiaire rapport heeft de betrokkene verschillende identiteiten aangenomen.
De documentatie die in het bezit is van dit penitentiair centrum, is een Nederlandse werk- en verblijfsvergunning [nummer] (geldig tot 27-07-2009) op naam van [verzoekster] en waarin staat dat zij de Joegoslavische nationaliteit heeft. Het meisje staat echter geregistreerd onder naam dat haar strafrechtelijke is toegekend ([verzoekster]), er bestaat een familieboekje met deze persoonlijke gegevens.
Bij de burgerlijke stand van [woonplaats] is een verzoek in behandeling genomen van bovengenoemde om een beslissing te nemen aangaande de wijziging van de naam van de persoonsgegevens van het meisje in [achternaam]. (…)
De eerste vraag zal door de vrouw worden beantwoord en in verband met de tweede vraag zal de raad voor de kinderbescherming contact opnemen met de officier van justitie. binnen vier weken.
Aangezien te verwachten is dat de inhoudelijke behandeling en beslissing op het verzoek betreffende het ouderlijk gezag nog enige tijd op zich zal laten wachten en het in het belang te achten is dat er een wettelijke vertegenwoordiger voor [minderjarige] is komt de rechtbank toe aan beoordeling van het verzoek van de advocaat om de vrouw tot tijdelijk voogd te benoemen. De Raad voor de Kinderbescherming ziet het belasten van mevr. [verzoekster] met de tijdelijke voogdij over [minderjarige] als een logische stap in het belang van de minderjarige. De Raad ziet geen belemmering om in deze omstandigheid mevr. [verzoekster] te benoemen tot voogd van de minderjarige. Gezien de leeftijd van de minderjarige dienen er zaken geregeld te worden die niet langer op zich laten wachten. De minderjarige moet een zorgverzekering kunnen krijgen en dient binnenkort onderwijs te kunnen volgen. De Raad adviseert daarom de vrouw te belasten met de tijdelijke voogdij.
De kinderrechter deelt de mening van de Raad en is van oordeel, gezien de leeftijd van [minderjarige], dat een spoedige voorziening in het gezag dient plaats te vinden om belangrijke zaken te kunnen regelen voor [minderjarige], onder andere het inschrijven van [minderjarige] in het GBA van de gemeente [woonplaats] en het inschrijven voor onderwijs. Gezien de omstandigheid zal de kinderrechter de vrouw mevr. [verzoekster] benoemen tot tijdelijke voogd als bedoeld in artikel 1:296 BW. binnen vier weken. De kinderrechter is tevens van oordeel dat de vader in het geding gebracht dient te worden met dien verstande dat er onderzocht moet worden of vader bereikbaar is en/of in de procedure gemengd wil worden. De kinderrechter verzoekt de Raad om te proberen of er contact mogelijk is met de vader.
De kinderrechter heeft tevens in overweging genomen om een bijzonder curator aan te stellen om de belangen van de minderjarige te kunnen behartigen. De kinderrechter zal de overige verzoeken voor het overige pro forma aanhouden tot en met 12 november 2010 teneinde, na binnenkomst van informatie van de advocaat en de Raad, te beslissen of er een bijzonder curator dient te worden aangesteld om de belangen van de minderjarige te behartigen.
4.1. benoemt mevr. [verzoekster], geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats], tot tijdelijke voogdes (ex 1:296 BW) van; [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats] (Spanje), 4.2. verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
4.3. houdt de beslissing voor het overige pro forma aan tot en met 12 november 2010.
Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van 14 oktober 2010 door mr. E.A.A. van Kalveen, kinderrechter, in bijzijn van M.A. Wiezer als griffier.