vonnis RECHTBANK UTRECHT Sector handels- en familierecht zaaknummer / rolnummer: 286328 / HA ZA 10-1071 Vonnis van 22 december 2010 in de zaak van
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres sub 1], gevestigd te [woonplaats],
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres sub 2], gevestigd te [woonplaats], eiseressen, advocaat mr. M.C. Franken-Schoemaker te Utrecht, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde], gevestigd te [woonplaats], gedaagde, advocaat mr. H.B.J. de Boer te Rosmalen. Eiseressen zullen hierna [eiseres sub 1] en [eiseres sub 2] en gezamenlijk ook [eiseres sub 1] c.s. worden genoemd, en gedaagde [gedaagde].
- De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 4 augustus 2010 - het proces-verbaal van comparitie van 25 november
- 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald.
- De feiten 2.
- Begin 2007 hebben creditcardmaatschappijen acceptanten van creditcardbetalingen bericht dat deze acceptanten vanaf 1 oktober 2007 zelf aansprakelijk zouden zijn voor frauduleuze betalingstransacties met creditcards zonder gebruik van chip/pincode. 2.
- Met het oog op deze aanstaande introductie van aansprakelijkheid, hebben [eiseres sub 1] c.s. met [gedaagde] op 17 april 2007 een overeenkomst gesloten tot levering door [gedaagde] van een nieuwe betaalautomaat voor credit cards aan [eiseres sub 2] (hierna: de overeenkomst). Aan deze overeenkomst is uitvoering gegeven. Het aan [eiseres sub 2] geleverde apparaat was geschikt voor betaling met magneetstrip zowel als met chip/pincode, met dien verstande dat voor dit laatste nog software diende te worden geïnstalleerd, zogenaamde CTAP-software. Deze software was op het moment van levering van het apparaat nog niet beschikbaar. 2.
- Nadat de bedrijfsleiding van [eiseres sub 2] was gebleken dat op 1 oktober 2007 de CTAP-software nog niet was geïnstalleerd op het door haar van [gedaagde] betrokken apparaat, heeft zij in telefonische contacten met [gedaagde] om opheldering hierover gevraagd, en aangedrongen op spoedige installatie. Van de zijde van [gedaagde] werd daarbij medegedeeld dat de installatie werd verzorgd door haar leverancier Banksys, volgens een door deze gehanteerd protocol en tijdspad, en dat [gedaagde] hierop geen invloed had. 2.
- Vervolgens hebben op 26 augustus en 9 oktober 2009 bij [eiseres sub 2] in totaal vijf creditcardbetalingen plaatsgevonden ten bedrage van in totaal EUR 8.885,00, die achteraf frauduleus bleken te zijn. De betrokken creditcardmaatschappijen hebben de betreffende bedragen niet aan [eiseres sub 2] vergoed.
- Het geschil 3.
- [eiseres sub 2] vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van EUR 8.885,00, vermeerderd met rente en buitengerechtelijke kosten ten bedrage van EUR 2.482,94, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding. [eiseres sub 2] baseert deze vordering op tekortschieten van [gedaagde] in de nakoming van haar verplichting om de CTAP-software tijdig te installeren, dat wil zeggen uiterlijk op de datum van introductie van de eigen aansprakelijkheid van acceptanten voor frauduleuze transacties zonder chip/pincode. Haar schade stelt [eiseres sub 2] in hoofdsom op het totaalbedrag van de fraudetransacties. 3.
- [gedaagde] voert verweer. Zij betwist wanprestatie te hebben gepleegd, en beroept zich op eigen schuld van [eiseres sub 2]. 3.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
- De beoordeling 4.
- De vraag of [gedaagde] wanprestatie heeft gepleegd kan in het midden blijven, omdat het door haar gedane beroep op eigen schuld van [eiseres sub 2] gegrond is. Zelfs indien [gedaagde] door vertraagde installatie van de CTAP-software mocht zijn tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen jegens [eiseres sub 2], dan nog geldt dat de schade ten gevolge van de frauduleuze transacties eerst en vooral is veroorzaakt door eigen handelen van [eiseres sub 2], te weten het accepteren van creditcardbetalingen waarvan zij wist dat deze in geval van fraude niet meer door de creditcardmaatschappijen werden gegarandeerd. 4.
- Van een kostenveroordeling van [eiseres sub 1], zoals door [gedaagde] verzocht, kan geen sprake zijn omdat [eiseres sub 1] in de onderhavige procedure geen vordering heeft ingesteld. [eiseres sub 2] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op: - vast recht 317,00 - salaris advocaat 904,00 (2,0 punten × tarief EUR 452,00) Totaal EUR 1.221,00
- De beslissing De rechtbank 5.
- wijst de vorderingen af, 5.
- veroordeelt [eiseres sub 2] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op EUR 1.221,00, 5.
- verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Frieling en in het openbaar uitgesproken op 22 december 2010.?
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.