RECHTBANK UTRECHT Sector bestuursrecht zaaknummer: SBR 11/1335 uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om voorlopige voorziening van [verzoeker], te Utrecht, verzoeker, gemachtigde: mr. E.C. Cerezo-Weijsenfeld, advocaat te Haarlem, over een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder. Inleiding 1.1 Bij besluit van 2 september 2010 heeft verweerder verzoeker opvang op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) geweigerd. 1.2 Bij besluit van 24 september 2010 heeft verweerder verzoekers aanvraag om een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand (Wwb) afgewezen. 1.3 Verzoeker heeft tegen deze besluiten bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat verweerder (met het Centrum Indicatiestelling Zorg, dat geweigerd had aan verzoeker een indicatie in het kader van de AWBZ te verstrekken voor verblijf) de hulpvraag van verzoeker coördineert in het licht van artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) met als resultaat dat per direct aan verzoeker hulp wordt geboden. Bij uitspraak van 9 december 2010 heeft de voorzieningenrechter dit verzoek afgewezen. 1.4 Op 17 december 2010 heeft verzoeker opnieuw de voorzieningenrechter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat verweerder de coördinatie van de hulp ter hand neemt en er voor zorgt dat op korte termijn geschikte opvang wordt geboden. 1.5 Bij besluit van 14 december 2010, verzonden op 17 december 2010, heeft verweerder verzoekers bezwaren ongegrond verklaard. Verzoeker heeft hiertegen beroep bij deze rechtbank ingesteld. Verzoeker heeft het verzoek om voorlopige voorziening gehandhaafd, thans connex aan het beroep. Het verzoek heeft ook betrekking op de weigering hem een uitkering ingevolge de Wwb te verlenen. 1.6 Bij uitspraak van 17 februari 2011 heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen. 1.7 Op 26 april 2011 heeft verzoeker opnieuw verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 2.1 Ingevolge artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder dat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, indien de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is. 2.2 Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventuele) bodemprocedure niet. 2.3 De voorzieningenrechter heeft bij uitspraak van 17 februari 2011 het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening met kenmerk SBR 10/4265 toegewezen in die zin dat verweerder aan verzoeker naar keuze van verweerder enige vorm van noodopvang ingevolge de Wmo of een uitkering ingevolge de Wwb dient te verlenen naar de norm voor een alleenstaande ter hoogte van het bedrag van de beslagvrije voet. 2.4 Verzoeker heeft de voorzieningenrechter bij brief van 26 april 2011 verzocht te bepalen dat verweerder aan verzoeker, rekening houdend met zijn psychische beperkingen, adequate opvang biedt, dan wel zoveel uitkering verstrekt dat eiser zelf iets kan huren en in zijn eerste levensbehoeften kan voorzien. Verzoeker heeft verwezen naar de brief van de heer S.K. Boerboom, psychiater, van 25 april
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.