RECHTBANK UTRECHT Nevenzittingsplaats 's-Gravenhage Sector familie- en jeugdrecht Kinderrechter Rekestnummer: FA RK 10-10278 Zaaknummer: 383374 Datum beschikking: 3 januari 2011 Voorlopige voogdij Beschikking op het op 21 december 2010 ingekomen verzoekschrift van: de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Utrecht, Locatie Utrecht (verder: de Raad), met betrekking tot de minderjarige: - [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats], Guatemala; kind uit het door echtscheiding ontbonden huwelijk van: [de moeder], wonende te [plaats A], Nederland, en [de vader], wonende te [plaats B], Guatemala. Procedure Bij beschikking van 22 december 2010 van deze rechtbank is: - de voogdij-instelling, Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht, belast met de voorlopige voogdij over voornoemde minderjarige vanaf de datum van de beschikking tot 4 januari 2011; - vastgesteld dat alle bevoegdheden ten aanzien van de persoon en het vermogen van voornoemde minderjarige aan Bureau Jeugdzorg worden toegekend; - de beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard; - de behandeling van het verzoekschrift voor het overige aangehouden tot de terechtzitting van 3 januari 2011 om 16.00 uur; - de griffier gelast tegen voormelde zitting op te roepen: - de Centrale Autoriteit; - de Raad voor de Kinderbescherming Regio Utrecht; locatie Utrecht; - de Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht; - de vader; - de moeder. Op 3 januari 2011 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de Raad in de persoon van mevrouw E.K.M. Bakker, de moeder, alsmede de advocaat van de moeder, mr. J.A.M. Schoenmakers, de advocaat van de vader, mr. R. de Falco, de Centrale Autoriteit in de persoon van mr. C.L. Wehrung, Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht, in de persoon van mevrouw L. Bruinhart. Beoordeling De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist. De Raad verzoekt op grond van artikel 13 lid 4 van de Uitvoeringswet verdragen inzake internationale ontvoering van kinderen (Wet van 2 mei 1990, Stb. 202) voornoemde minderjarige tot en met de periode van teruggeleiding onder voorlopige voogdij te stellen van Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht. Beoordeeld dient te worden of er gevaar bestaat dat de minderjarige wordt onttrokken aan de tenuitvoerlegging van de beschikking van deze rechtbank d.d. 10 december 2010, waarin de terugkeer van de minderjarige is gelast naar Guatemala op 7 februari 2011 en waarbij tevens bevolen is, voor het geval de moeder niet zelf met de minderjarige terugkeert, de afgifte van de minderjarige aan de vader op 7 februari 2011, opdat de vader de minderjarige mee terug kan nemen naar Guatemala. De moeder betwist dat er gevaar bestaat dat de minderjarige wordt onttrokken aan de tenuitvoerlegging van de beschikking van deze rechtbank d.d. 10 december
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.