vonnis RECHTBANK UTRECHT Sector civiel Vonnis van 2 februari 2011 in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 279488 / HA ZA 09-2920 van 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres sub 1] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats], 2. de naamloze vennootschap [eiseres sub 2], gevestigd te [vestigingsplaats], 3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres sub 3], gevestigd te [vestigingsplaats], 4. de rechtspersoon naar buitenlands recht [eiseres sub 4], gevestigd te [woonplaats], Alberta, Canada, 5. [eiser sub 5], wonende te [woonplaats], Zwitserland, eisers, advocaat mr. E.H. de Jonge-Wiemans te Utrecht, tegen 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde sub 1], gevestigd te [vestigingsplaats], gedaagde, niet verschenen, 2. de stichting [gedaagde sub 2], gevestigd te [vestigingsplaats], gedaagde, niet verschenen, 3. [gedaagde sub 3], wonende te [woonplaats], gedaagde, niet verschenen, 4. [gedaagde sub 4], wonende te [woonplaats], gedaagde, advocaat mr. C.A.W.M. Fiscalini te Almere, 5. de vennootschap naar Belgisch recht [gedaagde 5], gevestigd te [woonplaats], België, gedaagde, advocaat mr. C.A.W.M. Fiscalini te Almere, en in de zaak met zaaknummer / rolnummer 274704 / HA ZA 09-2255 van 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres sub 1] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats], 2. de naamloze vennootschap [eiseres sub 2], gevestigd te [vestigingsplaats], 3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres sub 3], gevestigd te [vestigingsplaats], 4. de rechtspersoon naar buitenlands recht [eiseres sub 4], gevestigd te [woonplaats], Alberta, Canada, 5. [eiser sub 5], wonende te [woonplaats], Zwitserland, eisers, advocaat mr. E.H. de Jonge- Wiemans te Utrecht, tegen 1. [A], wonende te [woonplaats], gedaagde, advocaat mr. J. van Ravenhorst te Utrecht, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [B], gevestigd te [vestigingsplaats], gedaagde, niet verschenen. Eisers zullen hierna gezamenlijk [eisers c.s.] genoemd worden Afzonderlijk zullen zij worden aangeduid als [eiseres sub 1], [eiseres sub 2], [eiseres sub 3], [eiseres sub 4] en [eiser sub 5]. Gedaagden in de zaak met zaaknummer 279488 zullen respectievelijk [gedaagde sub 1], Stichting Derdengelden, [gedaagde sub 3], [eiseres sub 4] en het Paranormaal Adviesbureau worden genoemd. Gedaagden in de zaak met zaaknummer 274704 hierna [A] en [B] genoemd worden. 1. De procedure in de zaak 279488 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 21 april 2010; - het proces-verbaal van comparitie van 2 september 2010. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De procedure in de zaak 274704 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 24 maart 2010; - het proces-verbaal van comparitie van 2 september 2010. 2.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 3. De feiten 3.1. [eisers c.s.] houdt zich bezig met vastgoedbeleggingen. 3.2. [A], van het gelijknamige advocatenkantoor, staat bekend als vastgoedadvocaat die de belangen van beleggers in (collectieve) vastgoedconstructies behartigt. [A] is enig aandeelhouder van [gedaagde sub 1], die alle aandelen in [B] hield. [gedaagde sub 3] was in het verleden als advocaat in dienst [B]. [eiseres sub 4] en het Paranormaal Adviesbureau hebben in het verleden advieswerkzaamheden verricht voor [eisers c.s.]. 3.3. In het februarinummer 2009 van Vastgoedmarkt is op pagina 39 een artikel verschenen met de aanhef “[eiseres sub 4] biedt forse rente”. In dit artikel wordt het product “[product]” kort beschreven. Dit is een product van [eiseres sub 4], dat door [eiseres sub 3] wordt verkocht. [eiseres sub 3] verzorgt eveneens de marketing van dit product. In het artikel is onder meer opgenomen: “Volgens vastgoedadvocaat [A] is de nieuwe obligatielening ‘simpelweg te mooi om waar te zijn’. ‘[eisers c.s.] haalt geld op bij particulieren om daarmee zijn schulden af te lossen in Canada’, aldus [A]. Hij signaleert een ‘grote kennisasymmetrie’ tussen [eisers c.s.] en zijn Nederlandse beleggers ‘die geen verstand hebben van Canadees vastgoed en de schommelingen van de Canadese dollar’. Zijn advocatenkantoor werkt aan een Legal opinion over [eisers c.s.], die binnenkort zal verschijnen. ‘De reden waarom [eisers c.s.] niet in de Verenigde Staten investeert en wel in Canada is omdat er nog steeds een onderzoek loopt tegen hem door de Amerikaanse toezichthouder SEC’ licht [A] alvast een tipje van de sluier op. [A] vindt het een veeg teken dat [eisers c.s.] als grote aanbieder niet is aangesloten bij STV of VVF. ‘[eisers c.s.] heeft letterlijk tegen mij gezegd dat hij lak heeft aan deze organisaties.’” 3.4. In een kort geding vonnis van 1 april 2009 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht onder meer overwogen: “4.6 De uitlating “simpelweg te mooi om waar te zijn”. Deze uitlating heeft onmiskenbaar van doen met het betrekkelijk hoge rentepercentage dat [eisers c.s.] in hun advertenties met vergrote en vetgedrukte cijfers aanbiedt. [A] heeft aannemelijk gemaakt dat hij met deze uitlating enkel heeft willen aangeven dat potentiële beleggers niet alleen naar het betrekkelijk hoge rentepercentage moeten kijken maar ook naar de verdere voorwaarden die aan dit product verbonden zijn. [eisers c.s.] hebben niet aannemelijk gemaakt dat hier sprake is van een opruiende of stemmingmakende uitlating. Het staat [A] overigens vrij om op mogelijke risico’s te wijzen zoals bijvoorbeeld de omstandigheid dat er niet altijd uitbetaling in geld plaatsvindt en dat de obligatielening feitelijk als achtergestelde lening moet worden aangemerkt. Deze omstandigheden staan overigens ook vermeld in de prospectus en in de brochure die [eisers c.s.] zelf heeft uitgegeven, doch pas na het interview met [A] heeft verspreid. 4.7. De uitlating ‘[eiser sub 5] haalt geld op bij particulieren om daarmee zijn schulden af te lossen in Canada”. Aangenomen wordt dat deze uitlating zich richt op [eiseres sub 4] met dit specifieke product. Andere activiteiten van de [eisers c.s.] groep dan wel [eiser sub 5] in privé zijn in het artikel immers in het geheel niet ter sprake geweest. Voorzover deze uitlating betrekking heeft op [eiseres sub 4], is niet komen vast te staan dat de opmerking als zodanig onjuist is. Het vindt namelijk bevestiging in hetgeen [eiseres sub 4] zelf in haar prospectus heeft vermeld over de aanwending van de door haar middels de obligatielening opgehaalde middelen, die zij zal gebruiken voor algemene bedrijfsdoeleinden zoals de herfinanciering of aflossing van bestaande leningen en de versterking van het werkkapitaal van de onderneming. Op geen enkele wijze is aannemelijk geworden dat [A] op privé-schulden van [eisers c.s.] doelt. De gewraakte uitlating is derhalve niet opruiend of stemmingmakend. Ook is niet de indruk gewekt dat een dergelijke besteding van investeringen onbetamelijk of ongebruikelijk zou zijn. 4.8. De uitlating dat er sprake zou zijn van een “grote kennisasymmetrie” tussen [eiser sub 5] en zijn beleggers “die geen verstand hebben van Canadees vastgoed en de schommelingen van de Canadese dollar”. [eisers c.s.] stellen dat [A] met name door het gebruik van de term “kennisasymmetrie” de indruk heeft gewekt dat [eiser sub 5] over een bepaalde voorkennis beschikt, dan wel risico’s zou verzwijgen of potentiële beleggers zou misleiden. [A] heeft voorshands aannemelijk gemaakt dat een dergelijke betekenis van de gewaakte term niet voor de hand ligt, maar door [eisers c.s.] in het kader van het geschil wordt ingekleurd. Aannemelijk is dat [A] er op heeft willen wijzen dat de gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende particuliere belegger doorgaans minder goed geinformeerd is over bepaalde variabelen indien het beleggingsproduct grensoverschrijdend is en dat de kennisasymmetrie betrekking heeft op hetgeen [eisers c.s.] wel over de Canadese markt weet en de minder goed geïnformeerde Nederlandse belegger niet. Ook is aannemelijk dat de lezer van het artikel dit in laatstbedoelde zin zal begrijpen. De gewraakte uitlating is derhalve niet en evenmin in combinatie met de hiervoor besproken uitlatingen als onrechtmatig te beschouwen. 4.9. De uitlating “de reden waarom [eiser sub 5] niet in de Verenigde Staten investeert en wel in Canada is omdat er nog steeds een onderzoek loopt tegen hem door de Amerikaans toezichthouder SEC”. [A] heeft aangevoerd dat de journalist kennelijk niet heeft begrepen dat hij slechts heeft willen verwijzen naar het gebruikelijke onderzoek dat de SEC uitvoert wanneer de zeggenschap binnen een vennootschap wijzigt, en dat de journalist hier een suggestieve betekenis aan heeft gegeven door het toevoegen van de woorden, “licht [A] alvast een tipje van de sluier op”. [eisers c.s.] hebben echter aannemelijk gemaakt dat ook zonder de toegevoegde zinsnede van de journalist in kwestie, [A] met de gewraakte uitlating de indruk wekt dat het door SEC ingestelde onderzoek er toe leidt dat [eiser sub 5] dan wel de [eisers c.s] Groep geen activiteiten in de Verenigde Staten ontplooien, alsof zij daar iets te vrezen zouden hebben of daar niet toegelaten zijn. Aangenomen wordt immers dat de gemiddelde belegger de informatie dat er een onderzoek is ingesteld zal associëren met de mogelijkheid van vermeende onregelmatigheden. Een dergelijke verdachtmaking die door [A] verder niet kan worden gestaafd, is onrechtmatig jegens [eisers c.s.] en dient ook gerectificeerd te worden op de wijze zoals hierna bepaald. 4.10. De uitlating “[eiser sub 5] heeft letterlijk tegen mij gezegd dat hij lak heeft aan deze organisaties”. [eisers c.s.] hebben niet aangegeven op welke grond deze uitlating onrechtmatig zou zijn. Deze opmerking is overigens door de woordvoerder van [eisers c.s.] in het bewuste artikel weersproken. De uitlating heeft betrekking op de constatering dat [eiseres sub 4] of een van de andere vennootschappen niet is aangesloten bij de Stichting Transparante Vastgoedfondsen (STV) en de Vereniging Vastgoed Fondsen (VVF). Deze constatering is als zodanig niet door [eisers c.s.] weersproken. Aan het feit dat [eisers c.s.] geen belang bij deze aansluiting hechten, kunnen verder ook geen conclusies worden verbonden. Voorshands is niet gebleken dat [A] dit wél publiekelijk heeft gedaan.” [A] is vervolgens, onder verbeurte van een dwangsom voor iedere dag dat hij hiermee in strijd zou handelen, veroordeeld om binnen twee dagen na betekening van het vonnis het maandgoed Vastgoedmarkt opdracht te geven tot het plaatsen van de volgende tekst: “Rectificatie: De voorzieningenrechter te Utrecht heeft mr. [A], advocaat te Utrecht, veroordeeld tot de navolgende rectificatie. In het maandblad Vastgoedmarkt van februari 2009 heeft mr. [A] op pagina 39 de navolgende uitlating gedaan: “De reden waarom [eiser sub 5] niet in de Verenigde Staten investeert en wel in Canada is omdat er nog steeds een onderzoek loopt tegen hem door de Amerikaanse toezichthouder SEC”. De Voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat deze uitlating onrechtmatig is geweest jegens [eiseres sub 1] B.V., [eiseres sub 2], [eiseres sub 3] B.V., [eiseres sub 4] Inc. en de heer [eiser sub 5].” 3.5. Op 5 augustus 2009 stond op de website van [A] het volgende bericht: “Op de voorpagina van het Financieel Dagblad van vandaag staat dat [eiser sub 5] het verkoopkantoor van [eiseres sub 3] B.V. in [vestigingsplaats] heeft gesloten. Uit het artikel blijkt dat een deel van het personeel wordt ontslagen en het andere deel noodgedwongen naar Soest moet verhuizen. Uit commentaar van directeur [J] blijkt dat [eiser sub 5] zich moet aanpassen aan de verslechterde marktomstandigheden.” 3.6. Op 7 augustus 2009 werd [eiser sub 5] door de redactie van het magazine Miljonair verzocht te reageren op een tekstkader dat zou worden geplaatst bij een interview met [A]. In dit tekstkader kwamen onder meer de volgende zinsneden voor: “Zij vragen zich af hoe [eiser sub 5] steeds weer in staat is cijfers te publiceren die niet marktconform zijn. Hoe kan [eiseres sub 4] het nu toch de hele tijd beter doen dan de markt? Daarnaast wijst [A] erop dat Ernst & Young Nederland in eerste instantie heeft geweigerd om de jaarrekening 2008 van [eiseres sub 4] goed te keuren. Navraag bij E&Y leert dat die wel degelijk is goedgekeurd, zij het met enige vertraging. Het Financieele Dagblad meldt op 5 augustus de reden voor die vertraging: een hoop gesteggel over een afwaardering van de vastgoedportefeuille (8 procent omlaag). [A] is niet onder de indruk van de uiteindelijke cijfers: “De jaarrekening is goedgekeurd door de Canadese tak van het accountantskantoor. Maar [eiser sub 5] heeft een Nederlandse Umgebung¸hier haalt hij zijn geld op. Bovendien: een jaarrekening kan zijn goedgekeurd, dat wil niet zeggen dat alle informatie die erin staat juist is. [eiser sub 5] werkt niet meer met externe, onafhankelijk taxateurs maar met taxateurs die bij hem in loondienst zijn.” De cijfers stinken, vermoedt de advocaat. Dat lijken oud-medewerkers te bevestigen in gesprekken over allerlei niet nader genoemde malversaties, meldt hij. Die gesprekken zijn volgens [A] vastgelegd op geluidsdragers, ‘die in de financieel economische markt al de ‘[eiser sub 5]-tapes’ worden genoemd’. [A] kiest zijn woorden zorgvuldig [B] heeft begrepen dat er geluidsopnames zijn gemaakt van diverse besprekingen. Gesprekken op hoog niveau. Als er problemen zijn in een bedrijf, proberen mensen altijd hun ass te coveren. Op de zogenaamde [eiser sub 5]-tapes zouden medewerkers van [eiser sub 5] te horen zijn, die zeggen dat [eiser sub 5] een onjuiste voorstelling van zaken geeft.”” Deze tekst is uiteindelijk niet geplaatst in het magazine Miljonair. 3.7. Op 14 augustus 2009 verscheen in de Telegraaf een bericht waarin melding werd gemaakt van door [A] namens een cliënt (ex-medewerker van het [eiser sub 5]-kantoor in [vestigingsplaats]) gelegd beslag ten laste van [eiseres sub 3]. In het bericht stond verder: “ De beslaglegging wordt met trots gemeld door vastgoedadvocaat [A], die al maandenlang ongezouten kritiek levert op de beleggingen van het in zwaar weer verkerende vastgoedfonds van [eisers sub 5]. Eerder dit jaar werd [A] onder rechterlijke dwang gedwongen om onware beweringen over [eiser sub 5] te rectificeren. Jerry Hoff, advocaat van [eiser sub 5], noemt de laatste actie van [A] “het zoveelste bewijs dat [A] knettergek is. De manier van werken van deze juridische pyromaan is een grote schande voor de Nederlandse advocatuur. Hij zou nu eindelijk tot de orde geroepen moeten worden.” [A] beweert op zijn beurt dat hij in opdracht van [eiser sub 5] gevolgd wordt.” 3.8. Op 21 augustus 2009 is de volgende tekst geplaatst op de website van www.vastgoedmarkt.nl: “[eiser sub 5] legt beslag op bankrekeningen [A] Vooruitlopend op een gerechtelijke procedure heeft vastgoedondernemer [eisers sub 5] voor 525.000 euro beslag laten leggen op onder andere bankrekeningen ten name [B] en de kantoorinventaris. Volgens [eiser sub 5] hebben hij en zijn onderneming grote schade geleden door lasterlijke uitspraken van het kantoor van vastgoedadvocaat [A]. In een toelichting verwijst directeur [G] van [eiser sub 5] onder meer naar een artikel in Vastgoedmarkt van februari 2009, pagina 39. Hierin stelt [A] dat [eiser sub 5] niet in de Verenigde Staten investeert, omdat er tegen hem een onderzoek loopt door de Amerikaanse toezichthouder SEC. Op last van de rechter heeft [A] die uitspraak later moeten rectificeren. Volgens [G] zou [A] ook recentelijk weer flink over de schreef zijn gegaan. Concrete voorbeelden daarvan wil hij echter niet noemen. Woordvoerder [gedaagde sub 3] [B] stelt dat de onderbouwing van het verzoek tot beslag legging ‘geen nieuwe feiten of omstandigheden naar voren brengt [B] vindt het ‘zeer ongepast dat [eiser sub 5] nu hijzelf blijkbaar niet meer in staat is al zijn eigen medewerkers te betalen ook tracht alle medewerkers van [B] te raken’.” 3.9. Op 24 augustus 2009 is in NRC Handelsblad een artikel over [A] verschenen. Op 25 augustus 2009 ontving de raadsman van [eiser sub 5] een sms-bericht van [A] met de volgende inhoud: “Ha [A], denk dat je meer dan tevreden kunt zijn met t artikel. De karakterschets die ze van je geven past naar mijn idee bij t verwachtingspatroon dat gedupeerde beleggers hebben van n advocaat die hun belangen moet behartigen. Ideale reclame in n toonaangevend medium. De sympathie voor de Franse caesar deel ik overigens. Los van dit artikel, in t algemeen gesteld, een paar maanden niet in de media is ook goed voor je PR. Wijsheid uit de Japanse vechtkunsten in actieve trainingsperiodes: je ontwikkelt in rust… Spreek je, gr Jerry.” 3.10. In het magazine Miljonair van september/oktober 2009 stond een interview met [A]. Daarin is onder meer opgenomen: “Onze website is een clusterbom. Mijn directe medewerkers zijn mijn officieren. Mijn leger bestaat uit mijn informanten, mijn verkenners, mijn spionnen – voormalige medewerkers met gewetenswroeging, ex-vrouwen, minnaressen van de vastgoedaanbieders. De media zijn onze stoottroepen. Gratis nota bene. (…) Mensen kunnen op onze site laten weten wie volgens hen de ‘Nederlandse Madoff’ is. Onder de goede inzendingen verloten wij tien biografieën van Madoff, waarin hij ‘veel succes in Holland’ heeft geschreven. De drie meest genoemde namen tot nu toe zijn [C], [eiseres sub 5] en [D] van [bedrijf].” 3.11. Op 25 september 2009 heeft [B] bij het Openbaar Ministerie te Den Haag aangifte gedaan van beleggingsfraude. Deze aangifte is gericht tegen [eiser sub 5] en een aantal van haar werknemers te weten [E], [F], [G], [H] en [I]. In deze brief, die ook aan de media is verstrekt, is onder meer opgenomen: “21. Inmiddels heeft zich een groep ‘verontruste’ beleggers gewend tot mijn kantoor [B] B.V., met het verzoek in de onderhavige kwestie hun belangen te behartigen. Aangezien in mei 2010 aan een eerste grote groep beleggers van De [eiser sub 5] Groep zal moeten worden uitgekeerd, vreest mijn kantoor het ergste (voor een Nederlandse ‘Madoff’). (…) 23. De [F] is in de jaren 90 van de vorige eeuw veroordeeld voor het oplichten van beleggers. Hij was destijds directeur van een bedrijf in de buurt van Emmerich (Duitsland) 24. Vanaf het moment dat de heer [E] zijn intrede maakte binnen de [eiser sub 5] Groep gaat het snel bergafwaarts. De heer [E] is een oude vriend van [eiseres sub 5] en werkte voorheen bij Deloitte & Touche. De heer [E] is in zijn verleden ook verwikkeld geweest bij een groot schandaal met boekhoudfraude, dit betrof toen een Amerikaans bedrijf. (…) 26. Ook de heer [F] is geen onbekende bij de rechtbank. In de jaren 90 runde hij een beleggingskantoor in Duitsland, in de omgeving Emmerich. Ook hij heeft zijn beleggers niet de beloofde rendementen uitgekeerd. Een grote groep beleggers heeft vervolgens een rechtszaak aangespannen tegen de heer [F], waarbij hun vorderingen zijn toegewezen. 27. Blijkbaar wordt alles in de doofpot gestopt, waaronder de betrokkenheid van de heer [E] bij grootschalige fraude praktijken in het verleden.” 3.12. Op 21 oktober 2009 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht een vonnis gewezen, waarin onder meer is overwogen: “De uitlating: “SEC doet een onderzoek naar [eiser sub 5] en daarom investeert [eiser sub 5] niet in de USA” 4.5. De voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht heeft in zijn vonnis van 1 april 2009 al geoordeeld [A] c.s. onrechtmatig tegenover [eisers c.s.] handelt door in de media te beweren dat SEC een onderzoek doet naar [eisers c.s.] en [eisers c.s.] daarom niet in de USA investeert (zie rechtsoverweging 4.9 van het vonnis van 1 april 2009 [A] c.s. is in dit vonnis ook veroordeeld om in het maandblad Vastgoedmarkt van februari 2009 de in 2.3 weergegeven rectificatie te plaatsen. Het is niet in geschil dat [A] c.s. deze rectificatie ook heeft geplaatst. Gelet op dit alles valt niet in te zien welk belang [eisers c.s.] er nog bij heeft dat [A] c.s. opnieuw wordt verboden om in de media te beweren dat SEC een onderzoek naar [eiser sub 5] doet en dat [eiser sub 5] daarom niet in de USA investeert. De omstandigheid dat [A] c.s. hoger beroep tegen het vonnis van 1 april 2009 heeft ingesteld, maakt dit niet anders. Immers, zolang niet in hoger beroep is beslist, dient het, uitvoerbaar bij voorraad verklaard, vonnis van de voorzieningenrechter van 1 april 2009 te worden nageleefd. De uitlating: “de cijfers van [eiser sub 5] stinken” en daarmee aanverwante uitlatingen 4.6. Niet in geschil is dat [A] c.s. de in 4.3 onder b genoemde beweringen aan een journalist van het blad Miljonair heeft gedaan en dat het de bedoeling was dat in de augustus-editie van dit blad een artikel zou worden geplaatst waarin deze beweringen zouden voorkomen. Dit artikel is echter, onder druk van de advocaat van [eisers c.s.], niet in de Miljonair geplaatst. Wel is de bewering van [eisers c.s.] dat “de cijfers van [eisers c.s.] stinken” in het artikel van de Financiële Telegraaf van 31 augustus 2009 (zie 2.8 ) opgenomen. Het is echter niet gebleken dat dit laatste – zoals [eisers c.s.] stelt en [A] c.s. betwist – door toedoen [A] c.s. is gebeurd. Het voorgaande brengt mee dat er geen grond is[A] c.s. een spreekverbod met betrekking tot de in 4.3 onder b genoemde beweringen op te leggen. De uitlatingen:[A] wordt in opdracht van [eiser sub 5] gevolgd” en “[eiser sub 5] heeft een man met een litteken op [A] afgestuurd” 4.7. Niet in geschil is [A] c.s. in de media (de Telegraaf) heeft beweerd [A] in opdracht van [eisers c.s.] wordt gevolgd en dat [eiser sub 5] een man met een litteken op [A] heeft afgestuurd (zie 2.6 en 2.1[A] c.s. heeft geen feiten en omstandigheden aangevoerd die steun bieden voor de juistheid van deze – door [eisers c.s.] betwiste – beweringen. [A] c.s. handelt dan ook onrechtmatig tegenover [eisers c.s.] door zonder daarvoor een aanwijsbare grond te hebben publiekelijk te beweren dat hij in opdracht van [eisers c.s.] wordt gevolgd. Het is voldoende aannemelijk dat een dergelijke bewering de reputatie van [eisers c.s.] schaadt en tot gevolg heeft, althans kan hebben, dat klanten van [eisers c.s.] zich terugtrekken dan wel dat derden ervan afzien om klant bij [eisers c.s.] te worden. De vordering van [eisers c.s.] zal dan ook in zoverre worden toegewezen dat het [A] c.s. zal worden verboden om, zonder daarvoor een aanwijsbare grond te hebben, publiekelijk te beweren dat hij in opdracht van [eisers c.s.] wordt gevolgd. Aan deze veroordeling zal een dwangsom worden verbonden van EUR 100.000,-- per overtreding met een maximum van EUR 1.000.000.,--. De uitlatingen: “[eiser sub 5] is de Nederlandse Madoff, althans daarvoor wordt gevreesd”, “[eiser sub 5] pleegt strafbare feiten”, “functionarissen van [eiser sub 5] hebben in het verleden strafbare feiten gepleegd” 4.8. Bovengenoemde beweringen komen voor in de door [A] c.s. opgestelde aangiftebrief van 25 september 2009. Vaststaat dat [A] c.s. een kopie van deze aangiftebrief aan de media heeft verstrekt (zie 2.10 en 2.11). Aan de orde is de beantwoording van de vraag of [A] c.s. daardoor ook onrechtmatig tegenover [eisers c.s.] heeft gehandeld. Geoordeeld wordt dat dit het geval zal zijn indien de in de aangiftebrief vermelde beweringen onvoldoende door feiten worden gestaafd. Ten aanzien van alle bovengenoemde beweringen geldt dat dit het geval is. Dit wordt als volgt nader toegelicht. 4.8.1. [A] c.s. heeft geen feiten en omstandigheden aangevoerd die wijzen op de juistheid van zijn – door [eisers c.s.] betwiste – bewering dat “[eisers c.s.] de Nederlandse “Madoff” is”. Meer in het bijzonder is niet gebleken dat [eisers c.s.] zich bezig houdt met dezelfde activiteiten als waarmee Madoff zich bezig hield en evenmin dat [eisers c.s.] een grote vastgoedzwendel is waarbij geld slechts wordt rondgepompt. 4.8.2. [A] c.s. heeft ook geen feiten en omstandigheden aangevoerd die wijzen op de juistheid van zijn – door [eisers c.s.] betwiste – bewering dat [eisers c.s.] zich schuldig heeft gemaakt c.q. maakt aan beleggingsfraude. [A] c.s. heeft slechts aangevoerd dat zijn vermoeden dat [eisers c.s.] zich daaraan schuldig heeft gemaakt c.q. maakt, is gebaseerd op verklaringen van één of meer ex-werknemers van [eisers c.s.], zonder daarbij aan te geven om welke ex-werknemers het gaat en wat deze ex-werknemers precies zouden kunnen verklaren. 4.8.3. Verder geldt dat [A] c.s. zijn – door [eisers c.s.] betwiste – bewering dat functionarissen van [eisers c.s.], en meer in het bijzonder [F] en [E], in het verleden strafbare feiten hebben gepleegd, op geen enkele wijze heeft onderbouwd. Stukken waaruit dit zou volgen, zijn niet door [A] c.s. in het geding gebracht. 4.9. [A] c.s. handelt gelet op wat in 4.7 en 4.8 is overwogen dan ook onrechtmatig tegenover [eisers c.s.] door een kopie van de aangiftebrief van 25 september 2009 aan de media te verstrekken. Het is voldoende aannemelijk dat [eisers c.s.] hierdoor schade lijdt. Door het publiekelijk maken van de in de aangifte voorkomende beweringen zoals vermeld in 4.3 onder d tot en met f wordt haar reputatie geschaad. De vordering van [eisers c.s.] zal dan ook in zoverre worden toegewezen dat het [A] c.s. zal worden verboden om: - publiekelijk te beweren dat [eisers c.s.] de Nederlandse Madoff is, dit op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 100.000,-- per overtreding met een maximum van EUR 1.000.000,--, - publiekelijk te spreken over de aangiftebrief, dit op straffe van verbeurte van een dwangsom EUR 100.000,-- per overtreding met een maximum van EUR 1.000.000.,--, - om publiekelijk te beweren dat functionarissen van [eisers c.s.], en meer in het bijzonder [F] en [E], in het verleden strafbare feiten hebben gepleegd, dit op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 100.000,-- per overtreding met een maximum van EUR 1.000.000,--. Het verstrekken van de zogenaamde [eiser sub 5]-tapes aan de AFM en de media 4.10. Het is niet in geschil dat [A] c.s. de zogenaamde “[eiser sub 5]-tapes” aan de AFM en de media heeft verstrekt. Het is echter niet gebleken dat [A] c.s. publiekelijk heeft gesuggereerd dat op deze tapes iets staat wat [eisers c.s.] in een kwaad daglicht stelt. [eisers c.s.] heeft dan ook onvoldoende belang bij een spreekverbod van [A] c.s. op dit punt.” [A] is vervolgens onder verbeurte van dwangsommen verboden: zonder aanwijsbare grond publiekelijk te beweren dat hij in opdracht van [eiser sub 5] wordt gevolgd; publiekelijk te beweren dat [eiser sub 5] de Nederlandse Madoff is; publiekelijk te spreken over zijn aangiftebrief van 25 september 2009; publiekelijk te beweren dat functionarissen van [eiser sub 5] in het verleden strafbare feiten hebben gepleegd. De vorderingen van [eiser sub 5] tot het opleggen van een spreekverbod met betrekking tot uitlating “de cijfers stinken” en met betrekking tot de onder ?3.6 bedoelde “[eiser sub 5]-tapes” zijn door de voorzieningenrechter afgewezen. 3.13. In oktober 2009 heeft [A] op briefpapier van [B] een brief gestuurd naar onder andere deurwaarders, advocaten en media, waarin onder meer is geschreven: “Mijn kantoor is de afgelopen jaren bekend geworden door het blootleggen van tal van grote beleggingsfraudezaken: in 2007 [xxx/Golden Sun] en Royal Dubai; in 2008 Palm Invest, Easy Life en Carribean Comfort; in 2009 Partrust en [groep]. Zie verder – de best bezochte advocaten website van Nederland – www.[B].nl Uit onderzoek van [B] blijkt dat in de afgelopen jaren ruim 6 miljard euro is ‘opgehaald’ bij zo’n 100.000 particulieren, zoals u, door zo’n 120 aanbieders van al dan niet dubieuze fondsen. Het is ons bekend dat veel mensen zoals u geld hebben uitgeleend aan maatschappen, commanditaire vennootschappen en obligatiefondsen. Wij hebben reden om aan te nemen dat het soms maar de vraag is of u uw inleg terugkrijgt, los van het u beloofde rendement. Op onze site worden 30 fondsen specifiek vermeld. Het Functioneel Parket te Amsterdam heeft nog 34 andere zaken in onderzoek*. Wij zijn u graag van dienst en door de enorme aantallen deelnemers aan ons ‘groepsacties’ is het mogelijk een relatief ‘lage’ basisfee af te spreken en bij succes een ‘aanvullende’ fee van circa 10%. Klinkt dit interessant? Is het ook! Ruim 20.000 cliënten gingen u reeds voor. [B] wil u graag adequate rechtshulp verlenen en heeft daartoe een aantrekkelijk voorstel gereed met een relatief ‘lage’’ basisfee en een succesfee. Op de achterzijde van deze brief vindt u de bestellijst. Zodra wij uw formulier ontvangen hebben, ontvangt u binnen 24 uur een voorstel zonder kosten of andere verplichtingen. De komende maanden staan wij met een team van 20 medewerkers voor u klaar. Wij hebben zelfs een 24/7 piketdienst in het leven geroepen voor “financiële trauma advocatuur”. De [B] piketdienst is bereikbaar op [telefoonummer].” Bij deze brief was een “Bestellijst” gevoegd waarop cliënten konden aangeven of zij in een aantal voorgedrukte fondsen hadden belegd en of zij daarnaar een onderzoek wensten. Daarbij waren onder andere vermeld: “[eiser sub 5]: 1) Aandelen 2) Obligatieleningen 3) Maatschappen/Commanditaire vennootschappen”. 3.14. Op 24 november 2009 is [B] in staat van faillissement verklaard. 3.15. Op 16 juni 2010 heeft de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam inzake een klacht van [eiser sub 5] tegen [A] onder meer het volgende overwogen: “4.2 Voor wat betreft het verspreiden van informatie, mag in het algemeen van een advocaat worden verwacht dat hij dit slechts doet, indien hij zeker weet dat deze juist is. Dat geldt te meer indien de informatie in de media wordt verspreid. Indien de informatie van zijn cliënt afkomstig is, is deze grondige controle voor de advocaat in mindere mate vereist. In dit geval betreft het geen informatie afkomstig van een of meer cliënten van verweerder. Van verweerder had derhalve mogen worden verwacht dat hij zijn verklaring over het onderzoek van de SEC eerst op juistheid had gecontroleerd, alvorens deze in de media te verspreiden. Het verweer dat er zoveel geruchten over de SEC en klagers de ronde deden, levert geen rechtvaardiging op voor de gebezigde beschuldiging, mist bovendien feitelijke grondslag en staat tot slot haaks op de tijdens de zitting gegeven verklaring van verweerder dat er niets aan de hand was met klagers. Juist indien er sprake is van geruchten mag van een advocaat worden verwacht dat hij deze nader onderzoekt. 4.3 Dit geldt ook ten aanzien van de uitlating “Nederlandse Madoff”, waarbij een zelfde soort patroon van handelen is waar te nemen. Verweerder heeft op ongefundeerde wijze klagers in de media met “Madoff” vergeleken, waarbij mede gelet op de naam die verweerder in het publieke domein heeft verworven, de indruk wordt gewekt dat er sprake zou kunnen zijn van fraude. Het verweer dat de uitlating niet serieus was bedoeld, maar dat dit een grap was van een kantoorgenoot acht de raad niet alleen ongeloofwaardig, maar geeft ook aan dat verweerder onvoldoende inzicht heeft in de gevolgen die zo een opmerking voor anderen heeft. 4.4 De uitlating van verweerder tegen De Telegraaf dat H. opdracht zou hebben gegeven hem en zijn gezin te achtervolgen staat in schril contrast met de mededeling ter zitting gedaan dat klagers niets valt te verwijten. Met de twee kort geding vonnissen staat de onrechtmatigheid van deze en de overige uitlatingen vast en is bovendien het stelselmatig karakter hiervan gegeven. 4.5 De stelselmatige verspreiding van onjuiste informatie door verweerder vormt een grove veronachtzaming van de door een advocaat in acht te nemen betamelijkheid. Verweerder had zich dienen te realiseren dat de inhoud van zijn verklaringen de kern van de activiteiten van een beursgenoteerd fonds, waarbij een goede informatievoorziening van wezenlijk belang is, raakt. Bovendien had verweerder zich in dat verband moeten realiseren dat extra voorzichtigheid is geboden, omdat hij in de media een bepaalde naam heeft verworven, waardoor door sommigen een zekere waarde aan zijn verklaringen wordt gehecht. Mede gelet op de stukken in het klachtdossier, kan de raad zich niet aan de indruk onttrekken dat deze uitlatingen (vooral) bedoeld waren om cliënten te werven. Het valt verweerder aan te rekenen zijn eigen (commerciële) belang met voorbijgaan aan de rechten en belangen van derden op zodanige wijze na te streven. 4.6 Gelet op het voorgaande is dit klachtonderdeel gegrond. (…) 4.9 Klachtonderdeel c bevat de klacht dat verweerder zich schuldig heeft gemaakt aan ‘stalking’ door het rechtstreeks en aanhoudend telefonisch belagen van functionarissen van klagers. 4.10 Hoewel de inhoud van de sms-berichten niet in het dossier is aan te treffen, heeft verweerder toegegeven dat drie tot vier sms-berichten door hem rechtstreeks aan functionarissen van klagers zijn toegestuurd. Zijn verweer dat hij zelf partij in deze was, slaagt niet, omdat het hem duidelijk was dat zijn wederpartij een advocaat had. Daarenboven is het de raad gebleken dat verweerder naar believen van stelling wijzigt of hij wel of niet voor cliënten optreedt, dan wel zelf partij is. Het feit dat verweerder rechtstreeks meerdere malen sms-berichten stuurt aan de wederpartij, terwijl deze een advocaat heeft, past een advocaat niet. Dit klachtonderdeel is derhalve gegrond.” 3.16. Op 19 juli 2010 heeft de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam twee beslissingen genomen met betrekking tot door [eiser sub 5] tegen [A] ingediende klachten. In de eerste zaak heeft de Raad van Discipline onder meer het volgende overwogen: “3.2 Verweerder stuurde op 10 augustus 2009 een tweetal sms berichten naar klager. Bericht 1 bevatte de volgende tekst: “Door wie word ik achtervolgd? Ik wil dat dat meteen stopt! Anders doe ik aangifte!” Bericht 2 had de volgende tekst: “Ha, ha grapjas. Nee bij mij werd er ’s nachts aangebeld door een kale man met een litteken op zijn gezicht. Kon hem niet goed verstaan, maar heb hem naar jou verwezen.” (…) 4.2. De raad is van oordeel dat het eerste bericht, dat geen dreigement bevat, niet als ongeoorloofd kan worden beschouwd en verweerder zich daarmee niet klachtwaardig heeft gedragen. Van het tweede bericht kan dat wel worden gesteld. Verweerder heeft gesteld dat hij dit bericht heeft doorgestuurd maar ook dat dit, gezien de inhoud van het bericht en de wijze waarop het kan worden opgevat, niet ongeoorloofd was. Verweerder heeft daarvoor zijn excuses aangeboden. Dit betekent dat de klacht voor zover het dat bericht betreft gegrond is.” 3.17. In de tweede zaak heeft de Raad van Discipline onder meer overwogen: “4.1. Voor wat betreft het verspreiden van informatie mag in het algemeen van de advocaat worden verwacht dat hij dit slechts doet indien hij zeker weet dat de informatie juist is. Indien de informatie van een cliënt afkomstig is, is deze grondige controle voor de advocaat in mindere mate vereist. In dit geval is de informatie verkregen van een informant van verweerder, die zijn identiteit niet prijs geeft en baseert verweerder zich op het gestelde in een brief van AFM en een met AFM gevoerd telefoongesprek. De informatie is derhalve van derden verkregen. 4.2. Verweerder heeft in de aangifte van 25 september 2009 aan het Hoofd Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie over klagers zware diffamerende beschuldigingen geuit, die ook privé personen zwaar treffen. Verweerder heeft ter zitting toegegeven dat zijn uitlatingen wat te sterk zijn geweest. De raad is van oordeel dat de door verweerder gedane uitlatingen te weinig onderbouwd zijn en de uitlatingen niet uit de aan verweerder ter beschikking staande informatie kon worden afgeleid en deze stellingen daarmee niet zo stellig in de aangifte geponeerd hadden mogen worden. Dit betekent dat klachtonderdeel (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.