vonnis RECHTBANK UTRECHT Sector Civiel, handelskamer zaaknummer / rolnummer: 301470 / KG ZA 11-127 Vonnis in kort geding van 25 maart 2011 in de zaak van 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiser sub 1] gevestigd te [woonplaats] 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres sub 2] gevestigd te [woonplaats] 3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres sub 3] gevestigd te [woonplaats] 4. [eiser sub 4] wonende te [woonplaats] eisers, advocaat mr. C.B. de Jong, tegen de coöperatie COÖPERATIEVE CENTRALE RAIFFEISEN-BOERENLEENBANK B.A., statutair gevestigd te Amsterdam, kantoorhoudende te Utrecht, gedaagde, advocaat mr. A.F. van Ingen. Eisers zullen hierna gezamenlijk - in enkelvoud - [eisers c.s.] genoemd worden en zullen hierna ieder afzonderlijk [eiseres sub 1], [eiseres sub 2], [eiseres sub 3] en [eiser sub 4] genoemd worden. Gedaagde zal hierna Rabobank Nederland genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding d.d. 14 februari 2011; - de producties 1 tot en met 11 aan de zijde van [eisers c.s.]; - de producties A en B aan de zijde van Rabobank Nederland; - de mondelinge behandeling d.d. 7 maart 2011; - de pleitnota van [eisers c.s.]; - de pleitnota van Rabobank Nederland. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De feiten 2.1. [eiser sub 4] is (indirect) statutair directeur en aandeelhouder van [eiseres sub 1], [eiseres sub 2] en [eiseres sub 3]. 2.2. In november 2007 is een groot aantal personen, waaronder [eiser sub 4], in verzekering gesteld op verdenking van fraude in de vastgoedsector. Het forensisch onderzoek van het Functioneel Parket droeg de codenaam Klimop. Als benadeelde partijen hebben zich onder andere Rabobank Vastgoed en Philips Pensioenfonds bij het Openbaar Ministerie gemeld. 2.3. Op 17 maart 2009 is door Rabobank Nederland aangifte gedaan jegens [eiser sub 4] wegens valsheid in geschrifte, verduistering en oplichting. 2.4. Eind juni 2010 is tussen het Openbaar Ministerie en [eisers c.s.] een transactie tot stand gekomen. 2.5. Het door het Openbaar Ministerie uitgebrachte persbericht van 27 juni 2010 bericht het volgende: “Transactie in vastgoed fraudeonderzoek Klimop 27 juni 2010 – Functioneel Parket [eiser sub 4] betaalt € 2 miljoen aan Philips Pensioenfonds, Rabo Vastgoed (voorheen Bouwfonds) en het Openbaar Ministerie (OM). In het vastgoed fraudeonderzoek Klimop verdenkt het Functioneel Parket een groot aantal verdachten van betrokkenheid bij fraude in de vastgoedwereld. Het OM kiest ervoor om een groep verdachten, waaronder de hoofdverdachten te dagvaarden. Hiermee wordt bereikt dat de zaak in volle openbaarheid voor de rechter wordt behandeld. Gezien het grote aantal verdachten is het echter niet wenselijk om alle verdachten te dagvaarden. De zaken van een aantal verdachten worden daarom - mede om redenen van proces-economie – met een transactie afgedaan. Zo ook in de zaak van heer M.W. [eiser sub 4]. Met de heer [eiser sub 4] is een boete van € 300.000,- overeengekomen. Daarnaast zal de heer [eiser sub 4] een taakstraf van 120 uur verrichten. De heer [eiser sub 4] werd verdacht van oplichting en witwassen bij de verkoop van een groot pakket onroerend goed door Philips Pensioenfonds aan de aan [eiser sub 4] gelieerde vennootschap [eiseres sub 3 B.V. Dit pakket zou voor een te lage prijs zijn verkocht. Philips Pensioenfonds stelt hierdoor schade te hebben geleden. Daarnaast stellen Philips Pensioenfondss en Rabo Vastgoed schade te hebben geleden in het project Symphony. De transactie tussen het OM en de heer [eiser sub 4] en de aan hem verbonden vennootschappen is mede met het oog op de belangen van Philips Pensioenfonds en Rabo Vastgoed tot stand gekomen. Een voorwaarde voor de transactie was dat er tot een financiële regeling met hen zou worden gekomen. De heer [eiser sub 4] en de aan hem verbonden vennootschappen betalen in totaal €1,7 miljoen schadevergoeding aan Philips Pensioenfonds en Rabo Vastgoed.” 2.6. Op 16 juli 2010 is er tussen [eisers c.s.] en de benadeelde partijen Rabobank Vastgoed en Philips Pensioenfonds een vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Deze vaststellingsovereenkomst bepaalt, voor zover relevant, het volgende: “KOMEN OVEREEN ALS VOLGT: 1. Betaling door [eisers c.s.] (…) 1.3. Het bedrag van in totaal EUR 1.690.139 (het integrale netto-vermogen plus EUR 200.000) zal door [eisers c.s.] worden betaald aan Benadeelde Partijen binnen tien kalenderdagen na ondertekening van deze Vaststellingsovereenkomst op de volgende wijze: 1.3.1. aan PPF c.s. zal worden betaald EUR 1.215.209,90 (i.e. 71,9%) (…); 1.3.2. aan RV c.s. zal worden betaald EUR 474.929,05 (i.e. 28,1%) (…) Indien het integrale netto-vermogen van [eisers c.s.] om enige reden lager zou blijken te liggen dan door [eisers c.s.] bepaald, zal het bedrag van in totaal EUR 1.690.139 onverminderd verschuldigd blijven. (…) 2. Kwijting, afstand en regres 2.1. Zodra de bedragen als bedoeld in artikel 1.3. door Benadeelde Partijen zullen zijn ontvangen, verlenen Benadeelde Partijen aan [eisers c.s.] kwijting voor al hetgeen [eisers c.s.] uit welken hoofde dan ook aan Benadeelde Partijen verschuldigd zijn terzake van de Symphony, 126- en Minervaplein-transacties, Partijen genoegzaam bekend. Benadeelde Partijen doen afstand van al hun vorderingsrechten ten opzichte van [eisers c.s.] voorzover die betrekking hebben op de Symphony, 126- en Minervaplein-transacties, maar niet voor de vorderingsrechten uit hoofde van de onderhavige Vaststellingsovereenkomst en alle daaruit voortvloeiende overeenkomsten. […]” 2.7. Bij separate brieven van 15 september 2010 heeft de afdeling Crisismanagement en Fraudebestrijding te Utrecht van Rabobank Nederland aan [eiseres sub 1], [eiseres sub 2], [eiseres sub 3] en [eiser sub 4] meegedeeld dat Rabobank Nederland de gegevens betrekking hebben op voornoemde vennootschappen en [eiser sub 4] heeft opgenomen in een verwijzingsregister. De opname van deze gegevens is gedaan in het externe deel van het verwijzingsregister. Dit deel is te toetsen door de financiële instellingen die zijn aangesloten bij de NVB (Nederlandsche Vereniging van Banken) en de VFN (Vereniging van Financieringsinstellingen in Nederland). De brieven van 15 september 2010 vermelden, voor zover relevant, het volgende: “De reden van opname is dat (…) als verdachte wordt aangemerkt in de Bouwfonds/Rabobank vastgoedfraude waarvan aangifte is gedaan.” 2.8. Bij separate brieven van 7 oktober 2010 heeft de raadsman van [eiseres sub 1], [eiseres sub 2], [eiseres sub 3] en [eiser sub 4] de afdeling Crisismanagement en Fraudebestrijding van Rabobank Nederland verzocht om de opname in het externe verwijzingsregister ongedaan te maken. 2.9. Bij brieven van 21 december 2010 heeft de afdeling Klachtenservice Rabobank Nederland aan [eiseres sub 1], [eiseres sub 2] en [eiseres sub 3] het volgende bericht: “(…) wordt ernstig verdacht van betrokkenheid bij de vastgoedfraude en het ontplooien van activiteiten die hebben geleid tot ernstige benadeling van een rechtspersoon die deel uitmaakt van de Rabobank Groep. Er is aangifte gedaan van witwassen als bedoeld in art. 420bis Sr. Het vorenstaande heeft aanleiding gegeven tot de opname in het externe verwijzingsregister. Dit register kan door financiële instellingen in Nederland worden geraadpleegd. Mijn inziens voldoet de opname aan de daaraan te stellen voorwaarden. Deze voorwaarden staan beschreven in het protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen. Mijn conclusie is dat de Rabobank niet gehouden is tot het ongedaan maken van de opname.” 2.10. Bij brief van 21 december 2010 heeft de afdeling Klachtenservice Rabobank Nederland aan [eiser sub 4] het volgende bericht: “De heer [eiser sub 4] wordt ernstig verdacht van betrokkenheid bij de vastgoedfraude en het ontplooien van activiteiten die hebben geleid tot ernstige benadeling van een rechtspersoon die deel uitmaakt van de Rabobank Groep. Er is aangifte gedaan van oplichting als bedoeld in art. 326 Sr., witwassen als bedoeld in art. 420bis Sr. en deelname aan een criminele organisatie als bedoeld in art. 140 Sr. Het vorenstaande heeft aanleiding gegeven tot de opname in het externe verwijzingsregister. Dit register kan door financiële instellingen in Nederland worden geraadpleegd. Mijn inziens voldoet de opname aan de daaraan te stellen voorwaarden. Deze voorwaarden staan beschreven in het protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen. (…) Mijn conclusie is dat de Rabobank niet gehouden is tot het ongedaan maken van de opname. U vraagt welke gegevens over de geregistreerde in het register worden opgenomen. Van natuurlijke personen zijn dat de volgende gegevens: naam, voorletters, geboortedatum, adres en geslacht. Van rechtspersonen worden opgenomen: statutaire naam, vestigingsadres en inschrijvingsnummer Kamer van Koophandel. ” 2.11. In het door Rabobank Nederland gehanteerde Protocol “Incidentenwaarschuwings-systeem Financiële Instellingen” (hierna: het Protocol) is, voor zover van belang, het volgende bepaald: “4. Incidentenregister 4.1. Doel Incidentenregister Met het oog op het kunnen deelnemen aan het incidentenwaarschuwingssysteem, financiële instellingen is iedere deelnemer gehouden de volgende doelstelling voor het incidentenregister te hanteren: “Het geheel aan verwerkingen heeft tot doel het ondersteunen van activiteiten gericht op het waarborgen van de veiligheid en de integriteit van de financiële sector, daaronder mede begrepen (het geheel van) activiteiten die gericht zijn: • op het onderkennen, voorkomen, onderzoeken en bestrijden van gedragingen die kunnen leiden tot benadeling van financiële instellingen; • op het onderkennen, voorkomen, onderzoeken en bestrijden van oneigenlijk gebruik van producten, diensten en voorzieningen en/of (pogingen) tot strafbare of laakbare gedragingen en/of overtreding van (wettelijke) voorschriften, gericht tegen de branche waar de financiële instelling deel van uitmaakt, de economische eenheid (groep) waartoe de financiële instelling behoort, de financiële instelling zelf, haar cliënten en medewerkers; • op het gebruik van en de deelname aan waarschuwingssystemen.” 4.2. Vastlegging In het incidentenregister worden slechts gegevens opgenomen van (rechts)personen, indien er naar het oordeel van de deelnemers sprake is van een gerede aanleiding, een en ander met inachtneming van de in 4.1. genoemde doelstelling (…) 4.4. Verwijdering van gegevens Indien er geen reden meer is voor het vastleggen van persoonsgegevens, bijvoorbeeld naar aanleiding van een verzoek ex artikel 10.4, draagt de deelnemer zorg voor verwijdering van gegevens en is verplicht zodanige maatregelen te treffen dat deze gegevens niet langer toegankelijk zijn. Verwijdering moet voorts plaatsvinden binnen een periode van maximaal 8 jaar, indien zich ten aanzien van betrokkene geen nieuwe aanleiding als bedoeld in artikel 4.2. van dit protocol heeft voorgedaan. (…) 6. Extern verwijzingsregister (EVR/EVI) 6.1. Functie De functie van het EVR/EVI is het vaststellen of een (rechts)personen is opgenomen in het verwijzingsregister opdat gegevens uit het incidentenregister van de deelnemers beschikbaar zijn voor (de organisatie van) de andere deelnemers. 6.2. Vastlegging Deelnemers dragen er voor zorg dat verwijzingsgegevens van (rechts)personen die aan de hierna vermelde criteria voldoen worden opgenomen in het extern verwijzingsregister. Opname geschiedt in beginsel door de financiële instelling die benadeeld is. Andere bij het incident betrokken deelnemers kunnen echter ook tot opname van gegevens overgaan, indien het nadeel de financiële sector in zijn algemeenheid treft. De beslissing tot vastlegging wordt genomen door daartoe aangewezen medewerkers van de veiligheidsafdeling of daartoe geautoriseerde functionaris van de deelnemer. Voor de opname in het extern verwijzingsregister gelden de volgende opnamecriteria: 1. De activiteiten van de (rechts)persoon kunnen een bedreiging vormen voor de continuïteit en de integriteit van financiële instellingen, de financiële belangen van cliënten en/of de financiële belangen van de (organisatie van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.