RECHTBANK UTRECHT Sector strafrecht parketnummer: 16/600912-10 tussenvonnis van de meervoudige kamer d.d. 21 april 2011 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren op [1985] te [geboorteplaats] (Nederlandse Antillen), wonende te [woonplaats], thans gedetineerd in de P.I. Utrecht, Huis van Bewaring, locatie Nieuwegein. 1. Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 12 april 2011. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. N. van Schaik, advocaat te Utrecht. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van de standpunten door de raadsman van verdachte en door verdachte zelf naar voren gebracht. 2. De tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met een ander een gewapende overval heeft gepleegd op een supermarkt te Zeist. Voorts wordt verdachte verdacht van een woninginbraak, een bedrijfsinbraak en inbraak in een auto. 3. De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4. De onvolledigheid van het onderzoek ter terechtzitting. Na sluiting van het onderzoek is tijdens de beraadslaging gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest. 4.1. DNA-onderzoek pet Uit het dossier is gebleken dat er met betrekking tot het onder 1 tenlastegelegde door het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) – onder meer – onderzoek is verricht naar biologische contactsporen op een op het plaats delict aangetroffen pet, die is veiliggesteld als AACQ2837NL. Uit het rapport van het NFI d.d. 22 februari 2011 blijkt, dat op deze pet één of meerdere op haren gelijkende sporen zijn waargenomen. Door het NFI wordt hierover opgemerkt, dat deze mogelijke haren vooralsnog niet zijn veiliggesteld, maar nog op deze pet aanwezig zijn. De rechtbank acht het van belang dat deze sporen alsnog door het NFI aan een (vergelijkend) DNA-onderzoek worden onderworpen, nu de waarheidsvinding daarmee is gediend. 4.2. DNA-onderzoek rastapruik Uit het dossier is voorts met betrekking tot het onder 1 tenlastegelegde uit een door het NFI opgemaakt rapport d.d. 25 november 2010 gebleken, dat op een zeer nabij de plaats delict aangetroffen rastapruik op haren gelijkende sporen zijn aangetroffen, die zijn veiliggesteld als AACC8023NL, maar dat deze niet zijn onderzocht. De rechtbank acht het van belang dat ook deze sporen alsnog door het NFI aan een (vergelijkend) DNA-onderzoek worden onderworpen, nu de waarheidsvinding daarmee is gediend. 4.3. DNA-onderzoek joggingbroek In het hiervoor genoemde rapport van het NFI d.d. 25 november 2010 wordt voorts opgemerkt, dat een joggingbroek is bemonsterd op plaatsen waar zich biologische contactsporen kunnen bevinden en dat deze bemonsteringen zijn veiliggesteld voor DNA-onderzoek. Uit het dossier blijkt niet dat deze bemonsteringen onderwerp van DNA-onderzoek zijn geweest. De rechtbank acht het van belang dat ook deze bemonsteringen alsnog door het NFI aan een (vergelijkend) DNA-onderzoek worden onderworpen, nu de waarheidsvinding daarmee is gediend. 4.4. Relatie beschadigingen joggingbroek en spijkerbroeken Naar aanleiding van – kort gezegd – het onderzoek aan de joggingbroek, de bij verdachte aangetroffen twee spijkerbroeken en het onderzoek aan letsel aan de benen van verdachte overweegt de rechtbank als volgt. Nabij de plaats delict is een wit/grijze joggingbroek aangetroffen. Na forensisch onderzoek is vastgesteld dat deze joggingbroek op vier plaatsen is beschadigd. De schade aan de achterzijde betreft volgens het NFI een waarschijnlijke inschotbeschadiging. De schade aan de voorzijde betreft een mogelijke uitschotbeschadiging. Onder verdachte zijn twee spijkerbroeken in beslag genomen. Deze spijkerbroeken hadden beschadigingen. De politie heeft de spijkerbroeken visueel geschouwd en geconcludeerd, dat de locaties van de beschadigingen aan de spijkerbroeken niet overeenkomen met de locaties van de beschadigingen aan de joggingbroek. Uit nader onderzoek door het NFI d.d. 12 november 2010 blijkt echter, dat de locaties van de beschadigingen niet geheel overeenkomen met de locaties van de beschadigingen in de joggingbroek. Uit onderzoek door het NFI d.d. 22 maart 2011 blijkt voorts, dat twee vezels op één van de spijkerbroeken overeenkomen met vezels zoals verwerkt in de joggingbroek. De NFI acht de bewijswaarde van deze laatste bevinding echter gering, omdat de vezelsporen frequent voorkomen en maar beperkt op de spijkerbroek voorkomen. Het NFI concludeert dan, dat de resultaten van het onderzoek iets waarschijnlijker zouden zijn indien de joggingbroek in contact is geweest met de spijkerbroek dan wanneer dergelijk contact niet heeft plaatsgevonden. Het NFI concludeert voorts, dat rond de aanwezige beschadigingen in de spijkerbroeken geen sporen zijn aangetroffen die erop wijzen dat dit schotbeschadigingen zijn en dat niet kan worden vastgesteld dat de joggingbroek over één van de spijkerbroeken is gedragen. Het is de rechtbank uit voormelde rapportages niet duidelijk geworden hoe de hierboven genoemde NFI-onderzoeken naar de locaties van de beschadigingen van de spijkerbroeken en de joggingbroek zijn uitgevoerd en welke methodieken (bijvoorbeeld het over elkaar plaatsen van de broeken over een paspop) daarbij zijn gebruikt. Uit de betreffende rapportage en de daarbij gevoegde foto’s kan voorts onvoldoende blijken welke locaties van beschadigingen van de joggingbroek en de spijkerbroek wèl overeenkomen, en met name niet of dit ook de locaties van beschadigingen betreft waarvan het NFI (eerder) heeft gerapporteerd dat het waarschijnlijke dan wel mogelijke schotbeschadigingen betreft. De rechtbank acht het van belang dat het NFI in dezen alsnog aanvullend rapporteert omtrent de gehanteerde onderzoeksmethodiek en daarbij tevens een meer volledige beschrijving geeft omtrent de vraag in hoeverre de locaties beschadigingen aan de joggingbroek en de spijkerbroek(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.