RECHTBANK UTRECHT Sector strafrecht parketnummer: 16/600184-11 vonnis van de meervoudige kamer d.d. 27 mei 2011 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [geboortedatum] wonende te [woonplaats] gedetineerd te HvB Wolvenplein Utrecht, Wolvenplein 27 raadsvrouw mr. M.P. Hilhorst, advocaat te Utrecht 1 Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 13 mei 2011, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2 De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte heeft ingebroken in een auto. 3 De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4 De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich door middel van braak toegang heeft verschaft tot de auto en de Tomtom en de portemonnee uit de auto heeft gestolen. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van het ten laste gelegde feit en heeft vrijspraak bepleit. De verdediging heeft hiertoe aangevoerd dat verdachte de portemonnee en de Tomtom niet heeft gestolen, maar onder de auto heeft gevonden. De verdediging acht de aangifte onbetrouwbaar, aangezien de aangever van Poolse afkomst is en er mogelijk verwarring is ontstaan over het al dan niet openstaan van de autodeur, zoals de aangever heeft gesteld, maar door verdachte is betwist. Voorts heeft de verdediging aangevoerd dat aangever heeft verklaard, dat er een biljet van €50,- in zijn portemonnee zat, maar dat dit biljet niet bij verdachte is aangetroffen. Tenslotte heeft de verdediging gesteld dat het resultaat van het werktuigsporenonderzoek maar een beperkte bewijswaarde heeft. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Aangever [aangever ] heeft bij de politie verklaard dat hij op 21 februari 2011 zijn busje (een gele Peugeot Boxer), kenteken [kenteken] op de Kerkstraat te Utrecht geparkeerd heeft. Hij zag op een gegeven moment dat het busje aan de passagierszijde open stond en verdachte bij het busje stond. Hij vroeg aan verdachte wat hij aan het doen was, waarop verdachte direct zijn excuses aanbood. Aangever vroeg vervolgens zijn spullen terug en verdachte haalde hierop het navigatiesysteem (merk Tomtom) en de portemonnee uit zijn beide jaszakken. Aangever heeft verdachte vastgepakt, maar verdachte rukte zich los en ging er vandoor. Na een achtervolging heeft aangever verdachte aangehouden en overgedragen aan de politie. Later zag aangever dat er een gaatje in het slot van het passagiersportier zat. De ter plaatse aangekomen politieagenten hebben verdachte van aangever overgenomen en meegenomen naar het politiebureau. Daar is verdachte gevraagd zijn zakken leeg te maken. Verdachte haalde hierop uit zijn linkerbroek- of jaszak een geelzwarte platkopschroevendraaier te voorschijn. Vervolgens is verdachte naar de ophoudruimte begeleid. Een van de verbalisanten hoorde hem daarbij binnensmonds schelden. Op de vraag wat er aan de hand was antwoordde verdachte: “ja, ik heb met mijn suffe kop een Tomtom en een portemonnee gestolen . Uit het proces-verbaal van de technische recherche blijkt dat er werktuigsporen zijn aangetroffen aan het slot van de bestelauto, merk Peugeot. Vervolgens is er een vergelijkend werktuigsporenonderzoek verricht naar overeenkomsten tussen voornoemde werktuigsporen en een schroevendraaier, die in beslag genomen was bij verdachte. Uit dit onderzoek volgde dat de aangetroffen werktuigsporen in het autoslot zijn veroorzaakt met de inbeslaggenomen schroevendraaier. Verdachte heeft ter zitting erkend dat hij de persoon is geweest die door aangever bij zijn auto is aangetroffen, dat hij op dat moment in het bezit was van een schroevendraaier en ook het navigatiesysteem en de portefeuille van aangever onder zich had. Verdachte zei tegen aangever dat hij de spullen terug zou geven. . De rechtbank acht op grond van bovenstaande bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de auto van aangever heeft opengebroken door middel van het forceren van het portierslot en de goederen, te weten de Tomtom en de portemonnee uit de auto heeft weggenomen, met het oogmerk om zich voornoemde goederen wederrechtelijk toe te eigenen. De rechtbank heeft hierbij met name acht geslagen op het werktuigsporenonderzoek, de aangifte, het feit dat verdachte met de buit in zijn handen en in het bezit van een schroevendraaier wordt aangetroffen bij de openstaande portierdeur en op moment van aanspreken door aangever zijn excuses aanbiedt. Door de verbalisant die de aangifte heeft opgenomen is niet gerelateerd dat aangever de Nederlandse taal onvoldoende machtig was. De rechtbank heeft dan ook geen reden om te twijfelen aan de inhoud van de aangifte. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 21 februari 2011 te Utrecht, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een auto (merk Peugot, type boxer, kleur geel) welke stond geparkeerd op de Kerkstraat aldaar, heeft weggenomen een navigatiesysteem (merk Tomtom en een portemonnee) toebehorende aan [aangever ], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door het forceren van een portierslot van die auto De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5 De strafbaarheid 5.1 De strafbaarheid van het feit Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op. diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak 5.2 De strafbaarheid van verdachte Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 6 De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 jaren. 6.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging verzoekt de rechtbank, indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, geen maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders op te leggen. De verdediging vraagt de rechtbank eventueel een voorwaardelijke maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders op te leggen met als bijzondere voorwaarde een klinische behandeling bij Kade 17, zodat verdachte op deze wijze zijn woning kan behouden. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de op te leggen maatregel heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte. Verdachte heeft opnieuw een vermogensdelict gepleegd, terwijl hij net een week tevoren een gevangenisstraf had uitgezeten voor een ander vermogensdelict. Uit de handelingen van verdachte blijkt dat verdachte weinig respect toont voor andere mensen en hun eigendommen. Verdachte heeft door de jaren door heen veel overlast veroorzaakt, maar lijkt dit niet te beseffen en accepteert niet of nauwelijks hulp voor zijn problematiek. De vele hulp die verdachte heeft aangeboden gekregen, is niet afdoende gebleken De rechtbank acht, alles afwegende, de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaar passend en geboden. De rechtbank heeft daarbij het volgende overwogen: Blijkens het uittreksel uit de justitiële documentatie van 24 maart 2011 is verdachte in de periode van vijf jaren voorafgaand aan het bewezenverklaarde feit ten minste driemaal onherroepelijk veroordeeld tot vrijheidsstraffen, te weten door de politierechter op 9 februari 2011, door de politierechter op 7 juli 2010 en door de politierechter op 30 september
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.