RECHTBANK UTRECHT Sector strafrecht parketnummer: 16/131659-10 [P] vonnis van de meervoudige kamer d.d. 29 april 2011 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [1987] te [geboorteplaats] wonende te [woonplaats], [adres] raadsman mr. W.C. den Daas, advocaat te Utrecht. 1 Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 15 april 2011, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2 De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met anderen openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [benadeelde]. 3 De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4 De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het aan hem ten laste gelegde feit heeft begaan en zij vordert verdachte van dat feit vrij te spreken. De officier van justitie vordert daarom voorts om de door de benadeelde partij [benadeelde] ingediende vordering tot schadevergoeding af te wijzen. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van het ten laste gelegde feit en verzoekt de rechtbank om verdachte vrij te spreken. 4.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank overweegt dat aangever [benadeelde] verklaart dat hij door een groep jongeren is geslagen en geschopt. Uit de medische verklaring ten aanzien van [benadeelde] kan ook worden opgemaakt dat er geweld tegen hem is gebruikt. Op basis van de inhoud van de verklaringen van medeverdachten en getuigen in het dossier kan echter niet worden vastgesteld welke personen dit geweld jegens [benadeelde] hebben toegepast, althans welke personen een voldoende significante bijdrage aan dit geweld hebben geleverd. De rechtbank kan dientengevolge niet vaststellen dat verdachte bij de openlijke geweldpleging tegen aangever [benadeelde] betrokken is geweest. De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en zal hem dan ook van dit feit vrijspreken. 5 De benadeelde partij De benadeelde partij [benadeelde] vordert een schadevergoeding van € 1.959,66 voor het ten laste gelegde feit. Verdachte is vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering en bepalen dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. 6 De beslissing De rechtbank: Vrijspraak - spreekt verdachte vrij van het ten laste gelegde feit; Benadeelde partijen - verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in zijn vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. Dit vonnis is gewezen door mr. L.E. Verschoor-Bergsma, voorzitter, mr. M.C. Oostendorp en M. Aksu, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K.F. van Dam, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 29 april 2011. Mr. M.C. Oostendorp is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.