beslissing RECHTBANK UTRECHT Wrakingskamer zaaknummer: 305495 HA RK 11-176 LH 4059 beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 15 september 2011 in de zaak van mr. [verzoeker] woonplaats gekozen hebbend te [woonplaats], verder ook te noemen: mr. [verzoeker], tegen mr. [X], rechter in de sector strafrecht van deze rechtbank, verder ook te noemen: mr. [X].
- Het verloop van de procedure 1.
- Bij brief van 20 april 2011 heeft mr. [verzoeker] een verzoek tot wraking ingediend, gericht tegen mr. [X]. In deze brief zijn de wrakingsgronden uiteen gezet. 1.
- Mr. [X] heeft niet in de wraking berust. 1.
- Partijen zijn bij brief van 29 april 2011 door de griffier van deze rechtbank opgeroepen voor de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek op 10 mei
- De behandelend officier van justitie, mr. A. Bijleveld, is hiervan in kennis gesteld. 1.
- Mr. [verzoeker] heeft op 10 mei 2011 vóór aanvang van de zitting verzocht om de behandeling van het wrakingsverzoek aan te houden, omdat hij wegens een val van de trap en het daarbij opgelopen letsel niet in staat was daarbij aanwezig te zijn. De wrakingskamer heeft het verzoek om aanhouding ter zitting van 10 mei 2011 afgewezen. De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek heeft op 10 mei 2011 buiten aanwezigheid van mr. [verzoeker] plaatsgevonden. Mr. [X] was ter zitting aanwezig en heeft mondeling toegelicht waarom hij niet in de wraking heeft berust. Daarop is uitspraak bepaald. 1.
- Op 16 mei 2011, voordat op het wrakingsverzoek was beslist, heeft mr. [verzoeker] de leden van de wrakingskamer gewraakt. Dezen hebben daarin niet berust. Bij beslissing van 21 juni 2011 van de kamer die daarna dit (tweede) wrakingsverzoek heeft behandeld, is dit verzoek afgewezen. Omdat in die beslissing in overweging is gegeven het onderzoek naar aanleiding van het wrakingsverzoek van 20 april 2011 te heropenen, heeft de (eerste) wrakingskamer bij tussenbeslissing van 24 juni 2011 het onderzoek heropend en de griffier opgedragen partijen op te roepen tegen een nader te bepalen datum. 1.
- Bij brief van 4 augustus 2011 heeft de griffier partijen opgeroepen voor de voortgezette mondelinge behandeling van het initiële wrakingsverzoek op 6 september
- Ook de behandelend officier van justitie is hiervan in kennis gesteld. 1.
- De vervolgzitting heeft plaatsgevonden op 6 september
- Mr. [X] heeft de griffier voorafgaand aan de zitting laten weten verhinderd te zijn, maar zijn eerdere standpunt te handhaven. De officier van justitie is evenmin ter zitting verschenen. Mr. [verzoeker] heeft enkele minuten vóór de geplande aanvangstijd van de zitting per fax laten weten daags tevoren een hersenschudding te hebben opgelopen en daarom niet ter zitting aanwezig te kunnen zijn. Hij verzocht de wrakingskamer op basis van de voorhanden stukken uitspraak te doen. 1.
- Daarop is uitspraak bepaald op heden.
- De feiten 2.
- De hoofdprocedure betreft een strafzaak (met parketnummer 16/065920-11) tegen mr. [verzoeker], behandeld ter zitting van 18 april 2011, waarin mr. [X] als politierechter fungeerde. Verzoeker had mr. [X] verzocht om aanhouding van de behandeling van de strafzaak, omdat hij wegens een eerder bepaalde zitting bij het Kantongerecht te Haarlem niet bij de behandeling aanwezig kon zijn. Mr. [X] heeft dit verzoek afgewezen en verzoeker op 18 april 2011 bij mondeling vonnis bij verstek veroordeeld.
- Het verzoek tot wraking 3.
- Mr. [verzoeker] heeft aan zijn wrakingsverzoek ten grondslag gelegd dat hij vanwege een zitting elders niet bij de behandeling van zijn strafzaak op 18 april 2011 aanwezig kon zijn en daarom om aanhouding van zijn strafzaak had verzocht. De officier van justitie had aangegeven geen bezwaar te hebben tegen een aanhouding. Op 15 april 2011 is door de rechtbank telefonisch aan het secretariaat van mr. [verzoeker] meegedeeld dat ter zitting van 18 april 2011 op het aanhoudingsverzoek zou worden beslist. Op 20 april 2011 heeft het secretariaat van mr. [verzoeker] telefonisch van de rechtbank vernomen dat diens verzoek om aanhouding door de politierechter was afgewezen, dat de strafzaak op 18 april 2011 was behandeld en dat mondeling vonnis was gewezen. Mr. [verzoeker] meent dat mr. [X] geen rechtsgeldige grond had om zijn beargumenteerde en gedocumenteerde aanhoudings-verzoek af te wijzen. Door de strafzaak die dag niettemin te behandelen heeft mr. [X] de schijn van partijdigheid gewekt.
- Het standpunt van de rechter 4.
- Mr. [X] heeft zich tegen het wrakingsverzoek verweerd. Hij stelt primair dat verzoeker niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn wrakingsverzoek nu dit verzoek is ingediend nadat op 18 april 2011 in de strafzaak vonnis is gewezen. Subsidiair heeft mr. [X] aangevoerd dat het wrakingsverzoek moet worden afgewezen, omdat een afwijzing van een aanhoudingsverzoek niet meebrengt dat de rechter vooringenomen is of de schijn van partijdigheid op zich laadt.
- De beoordeling van het verzoek Een verzoek tot wraking van een zittingsrechter kan worden gedaan totdat in de betreffende zaak uitspraak is gedaan (HR 18 december 1998, NJ 1999, 271). In de strafzaak tegen mr. [verzoeker] is ter zitting van de politierechter van 18 april 2011 het ingediende aanhoudingsverzoek afgewezen. Direct daarop is de zaak bij verstek behandeld en is vervolgens mondeling vonnis gewezen. Mr. [X] kon dus ten tijde van de indiening van het wrakingsverzoek op 20 april 2011, niet meer worden aangemerkt als de behandelend rechter in de strafzaak tegen mr. [verzoeker] in de zin van artikel 512 Sv. Nu mr. [verzoeker] zijn wrakingsverzoek heeft gedaan nadat door mr. [X] uitspraak was gedaan, wordt hij in zijn verzoek niet-ontvankelijk verklaard.
- De beslissing De rechtbank: 6.
- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van mr. [X]; 6.
- draagt de griffier op deze beslissing toe te zenden aan mr. [verzoeker], aan mr. [X], aan mr. A. Bijleveld, alsmede aan de president en aan de voorzitter van de sector strafrecht van deze rechtbank. Deze beslissing is gegeven door mr. M. ter Brugge, voorzitter, mr. M.J. Grapperhaus en mr. R. in t Veld, leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. R.P.P. Roestenburg als griffier en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2011.