beschikking RECHTBANK UTRECHT Sector Civiel Handelskamer zaaknummer / rekestnummer: 310243 / KG RK 11-712 Beschikking van de voorzieningenrechter van 21 juli 2011 in de zaak van
- de vennootschap naar Belgisch recht [verzoeker 1] BVBA, gevestigd te [vestigingsplaats], [land],
- [verzoeker 2], wonende te [woonplaats], gemeente [gemeente], verzoekers, advocaat mr. P.C. van As, advocaat te Utrecht, en [gerequestreerde], wonende te [woonplaats], [land], gerequestreerde, niet verschenen. Partijen zullen hierna [verzoeker 1] c.s. en [gerequestreerde] genoemd worden.
- Verloop van de procedure 1.
- [verzoeker 1] c.s. heeft op 15 juli 2011 een verzoekschrift ingediend tot het verkrijgen van verlof voor het ten laste van [gerequestreerde] doen leggen van conservatoir derdenbeslag onder de ABN Amro N.V., gevestigd te Amsterdam, mede kantoorhoudende te Utrecht (hierna te noemen: ABN Amro) tot een beloop van EUR 180.931,63 zodra de door [gerequestreerde] ten laste van [A] en [B] onder ABN Amro gelegde conservatoire beslagen zullen zijn overgegaan in executoriale beslagen en op voorwaarde dat ABN Amro aldan haar verklaring ex artikel 476a lid 1 Rv zal hebben gedaan. 1.
- Nadat de advocaat van [verzoeker 1] c.s. op verzoek van de voorzieningenrechter telefonisch op de hoogte is gesteld, is de uitspraak met betrekking tot het verzoekschrift bepaald op heden.
- De beoordeling 2.
- Op 4 mei 2011 heeft het gerechtshof te Parijs, Frankrijk, arrest gewezen met veroordeling van mr. [A] en [B] B.V. (hierna respectievelijk te noemen: [A] en [B]) tot betaling aan [gerequestreerde] van EUR 180.000,
- [gerequestreerde] heeft ter verzekering van zijn vordering conservatoir beslag doen leggen onder ABN Amro op alle vorderingen, gelden, geldswaarden en/of roerende zaken die geen registergoederen zijn, die ABN Amro onder zich heeft en/of uit een reeds bestaande rechtsverhouding zal of mocht verkrijgen ten behoeve van [A] en [B]. 2.
- [verzoeker 1] c.s. stelt dat [gerequestreerde] een vordering op ABN Amro zal verkrijgen in het geval de conservatoire beslagen van [gerequestreerde] overgaan in executoriale en ABN Amro een verklaring ex artikel 476a lid 1 Rv heeft gedaan. 2.
- Het betoog van [verzoeker 1] c.s. dat op grond van artikel 477 lid 1 Rv een verplichting voor ABN Amro ontstaat om als derde-beslagene de volgens haar verklaring verschuldigde geldsommen aan de deurwaarder van [gerequestreerde] als executant te voldoen is op zich juist. [verzoeker 1] c.s. gaat er bij het betrekken van haar stellingen echter aan voorbij dat tussen ABN Amro en [gerequestreerde] geen rechtsverhouding bestaat waarop (derden)beslag mogelijk is. Anders dan [verzoeker 1] c.s. lijkt te betogen is ABN Amro niet zelfstandig schuldenaar van [gerequestreerde]. Dit is evenmin het geval indien na overgang van de conservatoire beslagen in executoriale, op grond van artikel 477 lid 1 Rv een verplichting voor ABN Amro ontstaat om als derde-beslagene de volgens haar verklaring verschuldigde geldsommen aan de deurwaarder van [gerequestreerde] als executant te voldoen. Op grond van het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat het verzoek dient te worden afgewezen.
- De beslissing De voorzieningenrechter 3.
- wijst het verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. Eelkema en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2011.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.