RECHTBANK UTRECHT Sector strafrecht parketnummer: 16/601271-10 & 16/600447-11 (ter terechtzitting gevoegd) [P] vonnis van de meervoudige kamer d.d. 10 augustus 2011 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren op [1986] te [geboorteplaats] (Somalië), thans gedetineerd te P.I. Rijnmond, Huis van Bewaring De IJssel te Krimpen aan den IJssel, raadsman mr. R.I. van Haneghem, advocaat te Rotterdam. 1 Onderzoek van de zaak De zaken zijn inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 27 juli 2011, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2 De tenlastelegging De tenlasteleggingen zijn als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: parketnummer 16/601271-10 feit 1; samen met een ander of anderen op 10 december 2010 een gewapende overval in Houten heeft gepleegd; feit 2; samen met een ander of anderen op 22 oktober 2010 een gewapende overval in Tilburg heeft gepleegd; parketnummer 16/600447-11 feit 1; op 2 november 2010 uit een woning in Bodegraven een telefoon heeft gestolen; feit 2; op 5 november 2010 een gewapende overval in Tilburg heeft gepleegd; feit 3; samen met een ander in de periode van 22 november 2010 tot en met 24 november 2010 in Rotterdam een ander met (bedreiging met) geweld heeft gedwongen om goederen voor hen te kopen en/of schulden aan te gaan; feit 4; samen met een ander of anderen op 3 december 2010 een gewapende overval in Rotterdam heeft gepleegd. 3 De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaardingen geldig zijn, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaken, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen reden is voor schorsing van de vervolging. 4 De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 3 tenlastegelegde feit op de dagvaarding met parketnummer 16/600447-11 heeft begaan en vordert vrijspraak voor dit feit. De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten heeft begaan en baseert zich daarbij op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat de rechtbank in het geheel niet tot een bewezenverklaring kan komen en wijst daarbij op het volgende. Parketnummer 16/601271-10 Ten aanzien van feit 1: de verdediging acht de verklaringen van [medeverdachte 1] zeer ongeloofwaardig en derhalve niet bruikbaar als bewijsmiddel. Daarnaast zegt het feit dat er een DNA-match is tussen verdachte en het vuurwapen niets over de aanwezigheid van verdachte al dan niet met een wapen in de woning. Het vuurwapen lag in de auto van verdachte. Hierdoor is het mogelijk dat zijn DNA op het wapen is gekomen. Er is geen overtuigend bewijs dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Ten aanzien van feit 2: de camerabeelden die tijdens het onderzoek naar dit feit zijn verkregen, dienen van het bewijs te worden uitgesloten vanwege de onrechtmatigheid van de verkrijging daarvan. Immers ontbreekt het bevel ex artikel 126nd Wetboek van Strafvordering. Nu alleen de verklaringen van aangever overblijven is er onvoldoende bewijs. Bovendien is aangever onbetrouwbaar, waardoor ook hier de overtuiging ontbreekt. Alles aldus de verdediging. Parketnummer 16/600447-11 Ten aanzien van feit 1: naast de aangifte is er alleen de verklaring van getuige [getuige 1]. Deze getuige is vaag en ongeloofwaardig. Derhalve is er geen wettig en overtuigend bewijs. Alles aldus de verdediging. Ten aanzien van feit 2: de verdediging stelt zich op het standpunt dat ook de verklaring van deze aangever ongeloofwaardig is en het feit derhalve niet overtuigend bewezen kan worden. Ten aanzien van feit 3: aangeefster verklaart volgens de verdediging ongeloofwaardig. Daarnaast ondersteunt de verklaring van getuige [getuige 2] de verklaring van verdachte. Ten aanzien van feit 4: de aangever van dit feit verklaart tegenstrijdig, wat zijn verklaring op punten ongeloofwaardig maakt. Van overtuigend bewijs is ook hier geen sprake, aldus de verdediging. De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten kan komen en concludeert derhalve tot een algehele vrijspraak. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Parketnummer 16/600447-11 Vrijspraak van het onder feit 3 tenlastegelegde De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 3 tenlastegelegde heeft begaan en zal verdachte derhalve vrijspreken van het afpersen van [slachtoffer 1]. Op grond van de verklaringen van zowel verdachte, aangeefster als getuige [getuige 2], alsmede de overige zich in het dossier bevindende stukken is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende komen vast te staan dat verdachte zich aan voornoemd feit schuldig heeft gemaakt. Bewijsmiddelen Ten aanzien van parketnummer 16/601271-10: Feit 1 De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de gewapende overval in Houten heeft gepleegd op grond van de volgende feiten en omstandigheden. Aangever [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij op 10 december 2010 in zijn woning te Houten van twee iPhones is beroofd door twee mannen. Aangever had de iPhones te koop aangeboden op de website www.marktplaats.nl. Op zijn advertentie werd gereageerd door ene “[verdachte]”. Na telefonisch contact is [verdachte] op voornoemde datum samen met een slanke man in de woning van aangever geweest. Aangever heeft deze [verdachte] twee iPhones getoond. Nadat de slanke man één doosje met daarin een Iphone4 pakte, hoorde aangever [verdachte] schreeuwen: “en rustig blijven zitten”. Aangever zag dat [verdachte] een pistool in zijn handen hield. Terwijl [verdachte] aangever onder schot hield, pakte de slanke man ook het andere doosje met de iPhone. Tevens probeerde hij de iPhone van aangever uit zijn borstzak te pakken. Dit lukte niet en de slanke man rende met de twee iPhones de kamer uit. Met het wapen op aangever gericht schreeuwde [verdachte]: “waar is het geld, waar is het geld”. Toen aangever zag dat [verdachte] de kamer uit probeerde te komen en hij erachter aan wilde gaan, gaf [verdachte] hem een duw tegen zijn borst waardoor hij achterover op de grond viel. Met het wapen nog steeds op aangever gericht, hoorde aangever [verdachte] schreeuwen: “ik ga je poppen man”. Daarna rende [verdachte] de woning uit. Op de parkeerplaats zag aangever een auto staan met de lichten ontstoken en met draaiende motor. Aangever zag vervolgens een man met een fors postuur naar de auto toe rennen en plaatsnemen op de bijrijderstoel. Het betrof een donkere Nissan met kenteken [kenteken]. Kort na de overval houdt de politie een donkere Nissan met kenteken [kenteken] aan. In de auto worden de volgende personen aangetroffen: aan de bestuurderszijde [medeverdachte 2], aan de bijrijderzijde verdachte en op de achterbank [medeverdachte 1]. Verder wordt in de auto onder de bijrijderstoel een pistool aangetroffen met in de houder zeven patronen van het kaliber 6.35 mm , op de achterbank één iPhone4 16GB en op de vloer voor de achterbank twee dozen van iPhone, waarbij één doos nog in het cellofaanpapier zat en de andere doos leeg en uit de verpakking was. Tijdens de insluitingsfouillering van verdachte wordt in zijn schoudertas een patroon aangetroffen , eveneens van het kaliber 6.35 mm. Wanneer de in de Nissan aangetroffen iPhone4 16 GB en de twee verpakkingsdozen van iPhone aan aangever worden getoond, herkent hij deze als zijn eigendom. Ook blijkt de sim-kaart van aangever in de iPhone4 te zitten. Het in de auto aangetroffen pistool is door het Nederlands Forensisch Instituut onderzocht op sporen. Uit de bemonstering van dit pistool is een DNA-profiel verkregen. Dit DNA-profiel is vergeleken met het DNA-profiel van verdachte. Uit deze vergelijking is gebleken dat het DNA-profiel, verkregen van de bemonstering van het pistool, matcht met het DNA-profiel van verdachte met een berekende frequentie van kleiner dan één op één miljard. Dit betekent dat de kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met het aangetroffen DNA-profiel kleiner is dan één op één miljard. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij met verdachte de woning van de verkoper is binnen gegaan. Verdachte heeft de i-Phones bekeken, waarna [medeverdachte 1] ze in zijn handen kreeg. Omdat verdachte zei: “pak die telefoon ook”, probeerde [medeverdachte 1] nog een telefoon weg te halen uit de borstzak van de eigenaar. Dat lukte niet. Verdachte trok ondertussen een pistool. Hij richtte dit pistool op de verkoper. [medeverdachte 1] is vervolgens het huis uit gerend en in de auto gaan zitten waar [medeverdachte 2] nog in zat. Enige tijd later kwam ook verdachte met enige haast naar buiten waarna zij direct zijn weggereden. Ter zitting heeft verdachte verklaard dat zijn nickname [verdachte] is. Zo noemde hij zich in het contact met de verkoper van de iPhones. Verdachte heeft tevens verklaard dat hij samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] naar de woning van aangever is gegaan naar aanleiding van een advertentie op Marktplaats waarin IPhones te koop werden aangeboden. Bewijsoverweging Verdachte ontkent dit feit gepleegd te hebben en stelt dat hij op 10 december 2010 wel in de woning van aangever is geweest, maar gewoon voor de twee iPhones heeft betaald. De rechtbank acht deze verklaring ongeloofwaardig, nu deze verklaring in het geheel geen steun vindt in het dossier. Bovendien heeft verdachte geen aannemelijke verklaring voor zijn DNA-sporen op het in de Nissan Primera aangetroffen pistool. Dit pistool werd in de auto van verdachte gevonden onder de bijrijderstoel, op welke stoel verdachte werd aangetroffen bij de aanhouding, zeer kort na de melding van de beroving van [slachtoffer 2]. Ook voor het aantreffen in zijn schoudertas van een patroon van hetzelfde kaliber als de in het pistool aangetroffen patronen heeft verdachte geen aannemelijke verklaring gegeven. De resultaten van het DNA-onderzoek vormen tezamen met de feiten en omstandigheden waaronder verdachte werd aangehouden op de dag van de overval in Houten, de verklaring van aangever, het forensisch onderzoek, de bevindingen van de politie en de verklaring van [medeverdachte 1] het wettig en overtuigend bewijs dat verdachte betrokken is geweest bij de overval. Dit maakt dat de rechtbank op grond van hetgeen hiervoor is overwogen tot de conclusie komt dat verdachte samen met [medeverdachte 1] van aangever onder dreiging van een pistool twee iPhones heeft gestolen. Feit 2 De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de gewapende overval in Tilburg heeft gepleegd op grond van de volgende feiten en omstandigheden. Op 22 oktober 2010 heeft [slachtoffer 3] aangifte gedaan van een beroving op die dag in zijn woning te Tilburg van zes telefoons en daarover als volgt verklaard: Aangever verkocht voor zijn collega [A] telefoons van het type iPhone 4G via een advertentie op Marktplaats. Op 22 oktober 2010 belde ene [verdachte] met de mededeling dat hij 3 à 4 telefoons wilde kopen. Er werd een afspraak gemaakt voor diezelfde dag en [verdachte] verscheen enige tijd later samen met een andere man bij de woning van aangever. Aangever liet beide mannen binnen en toonde hun de telefoons. Nadat [verdachte] aangaf zes telefoons te willen kopen, heeft aangever deze telefoons in een tas gedaan en aan [verdachte] gegeven. De dunne man zei dat hij naar beneden ging om geld te halen en is vervolgens weggegaan. Ongeveer 3 à 4 minuten later zou aangever met [verdachte] naar beneden gaan om het geld te halen. Aangever liep met [verdachte] mee naar de lift. Daar aangekomen, zag aangever dat [verdachte] een pistool vast hield. Hij richtte het pistool op aangever en zei: “Ik zou maar naar binnen gaan. Ik zou maar weg gaan.” Daarop is aangever weer richting zijn woning gelopen. Toen aangever over de balustrade naar beneden keek, zag hij een donkergroene auto met lopende motor midden op de weg staan. In de flat waarin de woning van aangever is gelegen, is een camerasysteem in werking gesteld. Van de ingangen aan de buitenzijde, alsmede van de centrale hal en de binnenzijde van de flat zijn opnamen gemaakt. Op de beelden van 22 oktober 2010 is zichtbaar dat om 14:33 uur twee mannen de flat binnen liepen. De politie toont verdachte een zogenaamde still van de opgenomen camerabeelden op 22 oktober 2010 omstreeks 14:30 uur. Verdachte herkent zichzelf van de foto als degene aan de rechterkant. Ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij samen met [medeverdachte 2] naar de woning van aangever is gegaan. Hij had onder de naam [verdachte] met aangever een afspraak gemaakt, naar aanleiding van diens advertentie op Marktplaats waar telefoons te koop werden aangeboden. [medeverdachte 2] heeft bij de politie verklaard dat hij de auto bestuurde. Het betrof een Nissan Primera. Dit was dezelfde auto als degene waarin zij werden aangehouden. Tevens heeft [medeverdachte 2] verklaard dat hij met verdachte in de woning is geweest en dat de man hem de iPhone liet zien. Camerabeelden De raadsman heeft betoogd dat de camerabeelden die zijn gebruikt in het onderzoek naar de overval in Tilburg niet tot het bewijs kunnen worden gebezigd, daartoe stellende dat de officier van justitie daartoe geen vordering ex artikel 126 nd Wetboek van Strafvordering heeft gedaan. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering, maar verbindt daaraan niet het door de raadsman gewenste rechtsgevolg. Naar het oordeel van de rechtbank is verdachte niet in zijn belang geschaad, nu de betreffende opnamen betrekking hebben op de publieke ruimte waar door middel van publicatie kenbaar was gemaakt dat van deze ruimte opnamen werden gemaakt. Vervolgens heeft verdachte kennelijk de beslissing genomen zich in deze publieke ruimte te begeven. De beschrijving van genoemde camerabeelden kan derhalve meewegen in het bewijs in deze zaak. Wegnemen Verdachte ontkent het feit te hebben gepleegd en stelt dat hij geld heeft betaald voor de zes iPhones. Deze verklaring vindt echter geen steun in het dossier. Uit de aangifte volgt dat [verdachte] – waarvan de rechtbank ter zitting duidelijk is geworden dat dit verdachte betreft – zelf de tas met iPhones wilde dragen, bij de lift een pistool op aangever richtte en is weggelopen zonder de iPhones te betalen. De rechtbank is van oordeel dat – hoewel aangever zelf de tas met daarin de iPhones aan verdachte heeft overhandigd – er sprake is van wegnemen van de telefoons, nu aangever de tas overhandigde in de veronderstelling dat zij de koop rond zouden maken en verdachte voor de telefoons zou betalen. Deze betaling heeft echter niet plaatsgevonden, als gevolg waarvan het handelen van verdachte naar het oordeel van de rechtbank gezien kan worden als het wegnemen van de tas met iPhones, nu hij deze na ontvangst van aangever onder zijn heerschappij heeft gebracht met het voornemen er tegen de afspraak in niet voor te betalen. Medeplegen Nadat aangever naar zijn woning was gelopen, zag hij buiten een donkergroene auto met lopende motor midden op de weg staan. Dit duidt er op dat de auto klaar stond om direct weg te kunnen rijden. [medeverdachte 2] herkent deze auto van een still van de camerabeelden als de Nissan Primera die hij op deze dag bestuurde. De camerabeelden geven weer dat [medeverdachte 2] eerder dan verdachte de flat verliet. Volgens eigen zeggen om geld op te halen. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt echter uit de feitelijke gang van zaken dat [medeverdachte 2] geenszins van plan was om terug te gaan naar de woning. Vervolgens is immers op de camerabeelden te zien dat er een man met een plastic tas uit de ingang van de flat komt die richting deze auto loopt, waarna de auto (die, zoals hiervoor vermeld met lopende motor midden op de weg stond) meteen wegrijdt. De rechtbank leidt uit deze gang van zaken af dat verdachte zich samen met [medeverdachte 2] schuldig heeft gemaakt aan de gewapende overval op aangever. Ten aanzien van parketnummer 16/601271-10: Feit 1 De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de diefstal heeft gepleegd op grond van de volgende feiten en omstandigheden. Aangever [getuige 1] heeft verklaard dat zijn iPhone type 4, welke hij op marktplaats te koop had aangeboden, op 2 november 2010 te Bodegraven is gestolen. Op voornoemde datum belde ene [verdachte] vanaf het telefoonnummer [telefoonnummer]. Deze [verdachte] had interesse in de iPhone en maakte een afspraak voor dezelfde avond met aangever om de telefoon te bekijken. Het broertje van aangever zou de koop afhandelen. [getuige 1], de broer van [getuige 1], ontving [verdachte] bij hem thuis te Bodegraven. De iPhone lag op een kastje in de hal. [verdachte] pakte de telefoon op en zei dat hij geld zou halen bij een vriend die in de auto zat. [verdachte] heeft daarop de woning verlaten. [getuige 1] had niet in de gaten dat [verdachte] de telefoon meenam. Pas toen hij op het kastje in de hal keek zag hij dat de iPhone daar niet meer lag. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij op de betreffende datum bij [getuige 1] thuis is geweest naar aanleiding van een advertentie op Marktplaats, waar de broer van [getuige 1] een iPhone te koop aanbood. Eveneens heeft verdachte verklaard dat hij de iPhone heeft meegenomen. Bewijsoverweging Verdachte ontkent dit feit te hebben gepleegd en heeft ter zitting verklaard dat hij [getuige 1] gewoon heeft betaald voor de iPhone. Deze verklaring van verdachte vindt echter geen steun in het dossier. Op basis van de verklaringen van aangever, getuige [getuige 1], verdachte zelf en in onderling verband en samenhang bezien met de hiervoor bewezenverklaarde feiten, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de diefstal in Bodegraven heeft gepleegd. Feit 4 De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de gewapende overval in Rotterdam heeft gepleegd op grond van de volgende feiten en omstandigheden. [slachtoffer 4] heeft aangifte gedaan van een overval in zijn woning te Rotterdam door twee mannen op 3 december 2010 en als volgt verklaard: Aangever verkoopt iPhones via www.marktplaats.nl. Op 2 december 2010 werd aangever gebeld door ene [verdachte] die zei dat hij misschien één of twee iPhones van aangever wilde kopen. Op 3 december 2010 belde [verdachte] aan bij de woning van aangever. Hij had een man bij zich die zich voorstelde als [naam]. Even later zag aangever dat [verdachte] een vuurwapen in zijn rechterhand vasthield. [verdachte] richtte dit vuurwapen op hem. Tegelijkertijd voelde aangever dat [naam] hem een duw gaf. Hij hoorde [verdachte] zeggen: “Ga liggen. Waar is je geld? Waar is je geld? Waar liggen nog meer iPhones? Ik weet dat je die hebt, als je liegt schiet ik je overhoop. Weet je wel wie wij zijn. De WSR.” Aangever is daarop direct op de grond gaan liggen. Hij zag en voelde dat [naam] met de knieën op zijn rug zat en de iPhone van aangever uit zijn broekzak pakte. Aangever voelde dat [verdachte] hem een trap in zijn nek gaf. [verdachte] zei: “Dat is zwart geld. Als je liegt schiet ik je overhoop. Haal ze tevoorschijn, haal ze tevoorschijn. Ik heb kankerschijt aan je.” Aangever zag dat [naam] uit de woonkamer kwam lopen met aangevers zwarte laptoptas in zijn handen. Aangever hoorde [naam] tegen [verdachte] zeggen: “sluit hem op.” [verdachte] duwde aangever richting een inloopkast van zijn slaapkamer, hij zei: “waar heb je het verstopt? Je maakt me fucking gek. Kom terug, ga hier liggen op bed. Zeg waar het is, ik weet dat je veel contant geld moet hebben.” Aangever moest op de grond liggen in zijn slaapkamer. [verdachte] had nog steeds het vuurwapen in zijn handen. [verdachte] verliet de slaapkamer en zei op enig moment: “ik ben er nog steeds. Waag het niet om achter mij aan te gaan.” Na de overval constateert aangever dat de overvallers zijn autosleutel en huissleutels hebben gestolen. Verder zijn uit de woning ontvreemd: twee mobiele telefoons van het merk Nokia, drie iPhones, een laptop van het merk Sony, type Vaio, een tas van het merk Louis Vuitton. De politie treft in de woning van aangever een rommel aan, alsof deze was doorzocht. In de slaapkamer ligt een bed overhoop en de matrassen liggen ondersteboven op de grond. De deuren van verscheidene vertrekken staan open en er liggen spullen op de grond. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij samen met [medeverdachte 1] naar de woning van aangever is gegaan naar aanleiding van een advertentie op Marktplaats, waar aangever telefoons te koop aanbood. Bewijsoverweging Verdachte ontkent het feit te hebben gepleegd en heeft ter zitting verklaard dat hij samen met [medeverdachte 1] naar de woning van aangever is gegaan om iPhones te kopen, maar dat hij van de koop heeft afgezien. De rechtbank acht deze verklaring echter niet geloofwaardig, nu deze verklaring geen steun vindt in het dossier. De verklaring van aangever wordt ondersteund door de toestand waarin de politie de woning van aangever heeft aangetroffen. Bovendien beziet de rechtbank de verklaring van aangever in onderling verband en samenhang met de hiervoor bewezenverklaarde feiten, waarbij sprake is van een vergelijkbare modus operandi. Medeplegen De rechtbank is van oordeel dat verdachte en [medeverdachte 1] beiden een zodanig aandeel hebben gehad in de gewapende overval dat gesproken kan worden van medeplegen. Beiden hebben zich immers schuldig gemaakt aan geweldpleging. Verdachte door aangever een trap in zijn hals te geven en hem op de grond te duwen. [medeverdachte 1] door aangever te duwen. Daarbij komt dat verdachte degene was die aangever met een pistool heeft bedreigd. Op grond van het bovenstaande komt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte zich samen met [medeverdachte 1] schuldig heeft gemaakt aan de gewapende overval te Rotterdam. Feit 2 De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de gewapende overval op 5 november 2010 in Tilburg heeft gepleegd op grond van de volgende feiten en omstandigheden. Aangever [slachtoffer 5] heeft verklaard dat hij op 5 november 2010 te Tilburg in zijn woning van twee iPhones is beroofd. Aangever had twee iPhones op Marktplaats te koop aangeboden. Op voornoemde datum belde een man vanaf telefoonnummer [telefoonnummer] die zei dat hij wel een iPhone wilde kopen. Later die dag belde deze man aan bij de woning van aangever. Hij stelde zich voor als [verdachte]. Nadat [verdachte] beide iPhones had bekeken zag aangever dat hij met zijn rechterhand een klein zwart pistool uit zijn zwarte Dolce en Gabbana schoudertas pakte. Met de andere hand laadde hij het pistool door. Aangever hoorde een klik. Hij richtte het pistool op aangever en zei dat hij moest gaan zitten. [verdachte] vroeg wat aangever nog meer in huis had. Aangever moest op bed gaan liggen. Toen [verdachte] naar de deur liep en aangever achter hem aan kwam zei [verdachte]: “je loopt me niet achterna he? Weet je wel wie ik ben?” Aangever heeft verklaard dat hij de twee iPhones al aan [verdachte] had gegeven voordat [verdachte] het wapen tevoorschijn haalde. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij bij de woning van aangever is geweest naar aanleiding van een advertentie op Marktplaats, waarin aangever telefoons te koop aanbood. Bewijsoverweging Verdachte ontkent het onderhavige feit te hebben gepleegd en heeft ter terechtzitting verklaard dat hij van de koop afzag, omdat hij niet kon verifiëren wat de herkomst van de telefoons was. De rechtbank volgt verdachte niet in zijn verklaring, nu deze geen steun vindt in het dossier. De rechtbank overweegt dat de modus operandi bij de beroving van [slachtoffer 5] grote gelijkenis vertoont met die van verdachte ter zake van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde op de dagvaarding met parketnummer 16/601271-10, namelijk: telefonisch reageren op een advertentie van te koop staande iPhones op www.marktplaats.nl, waarna verdachte vervolgens alleen of samen met een ander naar de woning van de verkoper gaat, ervoor zorgt dat de iPhones binnen handbereik liggen waarna hij een pistool pakt en op de verkoper richt en verdachte (al dan niet samen met zijn handlanger) de woning met goederen van de gedupeerde verlaat zonder daarvoor te betalen. Bovendien hebben de voornoemde ten laste gelegde feiten alle in een relatief kort tijdsbestek plaatsgevonden, te weten op 22 oktober, 5 november, 3 en 10 december
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.