RECHTBANK UTRECHT Sector strafrecht parketnummer: 16/600830-11 [P] vonnis van de meervoudige kamer d.d. 24 oktober 2011 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [1982] te [geboorteplaats] thans gedetineerd te PI Utrecht, HvB Wolvenplein raadsman mr. B. van Nimwegen, advocaat te Utrecht 1 Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 10 oktober 2011, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2 De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 18 augustus 2011 te Soest: feit 1: samen met een ander heeft ingebroken in een woning aan de [adres]; feit 2: een GPS jammer aanwezig heeft gehad, terwijl hem daarvoor geen vergunning was verleend. 3 De voorvragen De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging, er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4 De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan en baseert zich daarbij op het volgende. Ten aanzien van feit 1: de aangifte, de getuigenverklaringen en de bevindingen van de politie. Verdachte wordt vlak na de inbraak aangetroffen in de buurt van de woning en wist blijkens voornoemde bewijsmiddelen dat de gestolen goederen in de container lagen. Ten aanzien van feit 2: de bevindingen van de politie en de verklaring van verdachte. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van feit 1 en voert daartoe het volgende aan. Hetgeen de getuigen en de verbalisanten hebben waargenomen kan niet leiden tot de conclusie dat het verdachte was die de woninginbraak heeft gepleegd. Het is niet duidelijk wanneer de inbraak precies heeft plaatsgevonden. De signalementen die door verschillende getuigen zijn gegeven komen niet met elkaar overeen. De verklaring die verdachte heeft gegeven, te weten dat hij de spullen voor een ander uit de container moest halen, is niet ondenkbaar. Ten aanzien van feit 2 refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank. 4.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan en overweegt daartoe het volgende. Aangever [aangever 1] heeft verklaard dat op 18 augustus 2011 is ingebroken in de woning van hem en zijn vrouw [aangever 2] aan de [adres] te [woonplaats], waarbij een raam is geforceerd. Daarbij zijn de volgende goederen wegenomen: twee laptops van het merk HP, sieraden, drie flessen parfum, twee herenpolo’s, een sporttas van het merk Eastpack en drie sleutels. Getuige [getuige 1], woonachtig aan de [adres], heeft verklaard dat zij op 18 augustus 2011 omstreeks 11.30 uur zag dat een haar onbekende man bij de overburen in de tuin liep. Toen de man haar zag rende hij weg in de richting van de [adres]. De man had twee tassen bij zich, waaronder een groene. Even later kwam er een tweede man aan die er achteraan liep. Deze man had een groot en dik postuur, had kort haar of was kaal en had een zwart trainingspak met biezen aan. Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat zij omstreeks 11.15 uur zag dat een man langs haar woning aan de [adres] liep, in de richting van de [adres]. De man was tussen de 20 en 30 jaar oud, had een fors postuur, had kort zwart haar en droeg een donker trainingspak met brede gele strepen langs de mouwen en broek. Vijf tot tien minuten later kwam deze man weer voorbij, hij liep - nu hard - weer in de richting van de [adres]. Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat hij die dag omstreeks 11.15 uur twee mannen zag rennen vanaf de oprit aan de [adres]. Beide mannen stapten in een rode auto die voor de woning geparkeerd stond. Hij hoorde dat een van de mannen naar de ander riep dat hij moest opschieten. Hij zag de auto vervolgens met verhoogde snelheid wegrijden. Naar aanleiding van de melding van voornoemde inbraak komt de politie om 11.30 uur ter plaatse. Op de oprit van de woning aan de [adres] zagen verbalisanten om 11.45 uur een tweetal afvalcontainers staan. In een van de containers werden twee tassen aangetroffen, waaronder een groene met daarin twee laptops. Uit de groene tas stak gereedschap. De goederen zijn door de verbalisanten veiliggesteld. Een van de verbalisanten heeft zich omstreeks 12.10 uur verdekt opgesteld. Ongeveer 15 minuten later kwam er een forse blanke man aanlopen met kort gemillimeterd haar, een donkere trainingsbroek met fel gele strepen en een donker t-shirt. De man liep de oprit van het perceelnummer 9 op en liep direct naar de containers. De man opende de deksels van de containers en keek erin. De man bleek verdachte te zijn en verklaart dat hij goederen uit de container kwam halen en dat de auto waarmee hij was in een straat verderop stond. Aan aangever [aangever 1] en [aangever 2] zijn de goederen getoond die in de container zijn aangetroffen. Beiden herkennen de goederen als de bij hen weggenomen goederen. Beiden verklaren verder dat zij de groene tas met daarin diverse gereedschappen niet herkennen en dat die ook niet hun eigendom is. In de woning [adres] zijn werktuigsporen veiliggesteld en vergeleken met werktuigen die waren in beslaggenomen en in relatie werden gebracht met verdachte. Geconcludeerd wordt dat de afgevormde indruksporen zijn veroorzaakt door de inbeslaggenomen schroevendraaier. De auto van verdachte, merk Toyota en kleur rood, is daarop doorzocht. In de auto werden een zwarte trainingsjas, voorzien van een gouden bies, en een GPS jammer aangetroffen. De onder verdachte in beslag genomen GPS jammer is onderzocht. De verbalisant heeft geconcludeerd dat voornoemd apparaat een radiozendapparaat is als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet. Het apparaat zond uit op frequentieband 1575 Megahertz. Na raadpleging van het vergunningenbestand bij Agentschap Telecom stelde de verbalisant vast dat aan verdachte niet de krachtens de Telecommunicatiewet vereiste vergunning was verleend voor het gebruik van voornoemde frequentieruimte. Verdachte heeft over de in de auto aangetroffen trainingsjas verklaard dat die van hem is en past bij zijn trainingsbroek. Ten aanzien van de GPS jammer heeft hij verklaard dat hij deze graag terug wil hebben. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan. Aanvullende overwegingen ten aanzien van feit 1 De verdediging heeft aangevoerd dat hetgeen de getuigen en de verbalisanten hebben waargenomen niet kan leiden tot de conclusie dat het verdachte was die de woninginbraak heeft gepleegd. Het is niet duidelijk wanneer de inbraak precies heeft plaatsgevonden. De signalementen die door verschillende getuigen zijn gegeven komen niet met elkaar overeen. De verklaring die verdachte heeft gegeven, te weten dat hij de spullen voor een ander uit de container moest halen, is niet ondenkbaar. De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe het volgende. De rechtbank stelt vast dat de getuigenverklaringen, in onderling verband en nauwe samenhang bezien, inhouden dat er twee mannen rond het tijdstip van de melding van de inbraak, in de buurt van de woning aan de [adres] aanwezig waren. Een van de mannen droeg een groene tas waarin later de gestolen goederen en gereedschap zijn aangetroffen. De ene man zei tegen de andere man dat hij moest opschieten en beide mannen zijn in een rode auto gestapt. Verdachte past in het door voornoemde getuigen gegeven signalement en was in de buurt met een rode auto. Dat verdachte de goederen enkel in opdracht van een ander uit de container wilde halen acht de rechtbank niet aannemelijk gezien de mate van samenwerking zoals die blijkt uit de getuigenverklaringen. Naar het oordeel van de rechtbank was er sprake van een nauwe en bewuste samenwerking. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.