RECHTBANK UTRECHT Sector strafrecht parketnummer: 16/600188-11; 16/504248-09 (tul) [P] vonnis van de meervoudige kamer d.d. 10 juni 2011 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren op [1990] te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats], thans gedetineerd te P.I. Utrecht, HvB Wolvenplein, raadsvrouw mr. E.D. van Elst, advocaat te Veenendaal. 1 Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 27 mei 2011, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Ter terechtzitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer. 2 De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: Ten aanzien van feit 1: samen met een ander of anderen een navigatiesysteem uit een auto heeft weggenomen door middel van braak en/of verbreking; Ten aanzien van feit 2: samen met een ander of anderen een navigatiesysteem uit een auto heeft weggenomen door middel van braak en/of verbreking. 3 De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4 De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en baseert zich daarbij op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en heeft daarbij gewezen op het volgende. De getuige heeft drie personen gezien en verdachte is in de tram aangehouden. Er heeft geen herkenning plaatsgevonden. Er is geen verband tussen de drie personen op de parkeerplaats en de aanhouding van verdachte in de tram. Voorts is verdachte niet aangehouden op basis van het opgegeven signalement, maar doordat de verbalisant hem ambtshalve heeft herkend. Ten slotte voert de verdediging aan dat de in beslag genomen goederen niet te linken zijn aan verdachte en dat er geen sporen zijn aangetroffen die naar hem leiden. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Het bewijs De rechtbank acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen op grond van de volgende wettige bewijsmiddelen. Op 22 februari 2011 te 14.05 uur komt er een melding binnen bij de meldkamer van de politie dat er in een tweetal auto’s wordt ingebroken. Op dezelfde dag wordt er door aangever [aangever 1] , namens Ballast Nedam Infra BV, aangifte gedaan van diefstal uit een blauwe Volkswagen Passat met kenteken [kenteken] en door aangever [aangever 2] , namens Leaseplan Nederland, wordt aangifte gedaan van diefstal uit een grijze Volkswagen Passat met kenteken [kenteken]. Bij beide auto’s is een ruit ingeslagen en een navigatiesysteem weggenomen. Getuige [getuige] ziet drie personen bij de auto’s op de parkeerplaats aan de Ringwade te Nieuwegein. Eén persoon stapt uit een blauwe Volkswagen Passat met een plastic tas in zijn handen. Vervolgens loopt een van de drie personen naar een andere geparkeerde auto en slaat de ruit van de linkervoorportier in van de zilverkleurige Volkswagen Passat. De betreffende personen rennen vervolgens weg in de richting van de tramhalte Transferium. De tram komt op dat moment aanrijden in de richting van Utrecht Centrum. Wanneer de tram verder rijdt, ziet getuige [getuige] de drie personen niet meer en hij gaat ervan uit dat de drie personen in de tram zijn gestapt. Getuige [getuige] geeft het volgende signalement door van de drie personen: Marokkaanse jongens, tussen de 20 en 30 jaar, met een licht getinte huidskleur. De eerste verdachte heeft een stevig postuur, draagt een zwarte jas en draagt een plastic tas bij het lopen naar de tram. De tweede verdachte heeft een normaal postuur en draagt een zwarte jas en een blauwe spijkerbroek. De derde verdachte heeft een slank postuur en draagt een baseball cap op zijn hoofd. De politie laat de tram vlak voor de tramhalte Kanaleneiland Zuid stil zetten. Dit is de eerstvolgende halte na tramhalte Transferium. Op het moment dat de tram stil staat, ziet verbalisant [verbalisant] drie Marokkaanse jongens achter in de achterste wagon van de tram zitten. Hij ziet dat de drie jongens opstaan en naar het middelste deel van de wagon lopen. Twee jongens gaan weer zitten en de derde jongen, met een petje op zijn hoofd, loopt naar het voorste gedeelte van de achterste wagon. De twee jongens die zijn gaan zitten, zijn aan het hijgen. Vervolgens gaan de tramdeuren open en houdt de politie de drie verdachten aan. Verbalisant [verbalisant 2] ziet drie jongens die voldoen aan het opgegeven signalement en ziet tevens dat de jongen met het petje een bezweet gezicht heeft. Het valt op dat de drie jongens niet bij elkaar in de tram zitten, maar verspreid van elkaar, terwijl de getuige ze alle drie tegelijk in de tram had zien stappen. De aangehouden verdachten zijn [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [verdachte]. Verdachte [medeverdachte 1] heeft een petje op. In de tram worden twee navigatiesystemen aangetroffen in een plastic tas. Dit blijken de navigatiesystemen te zijn die uit de Volkswagen Passat met het kenteken [kenteken] en uit de Volkswagen Passat met het kenteken [kenteken] zijn weggenomen. In de tram lag op de grond gereedschap, waaronder een boor waarvan ambtshalve bekend is dat deze voor auto-inbraken gebruikt wordt. Verder is een zwart gele nijptang en een plastic flesje aangetroffen. Bij navraag van wie deze aangetroffen spullen zijn, wijst een zich eveneens in de tram bevindende vrouw in de richting van de zojuist aangehouden verdachten. Op camerabeelden van Connexxion is te zien dat bij de tramhalte Transferium vier personen naar de tram toe rennen en de tram instappen. Drie van hen worden herkend als zijnde verdachten [verdachte], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]. Bij het instappen gaan de drie verdachten bij elkaar zitten op de klapstoeltjes. [medeverdachte 2] lijkt vlak voor het instappen iets over te pakken van [verdachte]. In de tram wisselen twee van hen, waarschijnlijk [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] van jas. Voorafgaand aan de auto-inbraken zijn verdachten [verdachte], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in het bijzijn van elkaar gesignaleerd bij de tramhalte “5 mei plein”. Op camerabeelden is te zien dat zij spreken met elkaar. Aanvullende overwegingen Verdachte verklaart alleen in de tram te zijn gestapt. Voorts verklaart verdachte dat hij geen enkele betrokkenheid heeft bij de ten laste gelegde feiten. Gelet op het feit dat verdachte en de twee medeverdachten gezamenlijk gesignaleerd zijn bij de tramhalte 5 mei plein en dat zij op de halte Transferium samen de tram instappen, in de tram bij elkaar blijven zitten maar opsplitsen op het moment dat de politie de tram stil zet, acht de rechtbank de verklaring van verdachte niet geloofwaardig. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.