RECHTBANK UTRECHT Sector strafrecht parketnummers: 16/600337-11 en 16/512450-10 (tul) vonnis van de meervoudige kamer d.d. 26 juli 2011 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [1993] te [geboorteplaats] verblijvende op het adres [adres] te [woonplaats]. raadsman mr. G. Tj. de Jong, advocaat te Utrecht 1 Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 12 juli 2011, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Ter terechtzitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer. 2 De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: feit 1: zich heeft schuldig gemaakt aan een winkeldiefstal, waarbij hij geweld heeft gebruikt; feit 2: agenten heeft bedreigd, met een misdrijf tegen het leven gericht; feit 3: zich schuldig heeft gemaakt aan wederspannigheid bij zijn aanhouding; feit 4: agenten heeft beledigd. 3 De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4 De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte alle hem ten laste gelegde feiten heeft begaan. 4.2 Het standpunt van de verdediging Namens verdachte is aangevoerd dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit gedeeltelijk bekent. Ten aanzien van de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten ontkent verdachte de ten laste gelegde bedreigingen te hebben geuit, dan wel zich te hebben verzet bij zijn aanhouding. Van deze feiten moet verdachte dan ook worden vrijgesproken. Dit geldt ook voor de onder 4 ten laste gelegde belediging. Verdachte erkent de ten laste gelegde woorden te hebben gebruikt. De raadsman heeft aangevoerd dat deze bewoordingen, gelet op de omstandigheden waaronder ze zijn geuit, echter niet kunnen worden geduid als beledigend. 4.3 Vrijspraak Ten aanzien van feit 2 De rechtbank heeft niet de overtuiging dat verdachte de verbalisanten de bewoordingen “Ik heb een mes bij me en zal jullie wel doodsteken” heeft toegevoegd. Verdachte zal dan ook van de onder 2 ten laste gelegde bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht worden vrijgesproken. 4.4 De bewijsoverwegingen Ten aanzien van feit 1: De rechtbank acht feit 1 wettig en overtuigend bewezen gelet op: - de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de terechtzitting van 12 juli 2011 ; - de aangifte van [aangever 1] ; - de aangifte van [aangever 2] ; - de verklaring van de getuige [getuige] . Ten aanzien van de feiten 3 en 4: Uit de processen-verbaal van bevindingen blijkt dat [verbalisant 1], hoofdagent van politie, belast met algehele incident afhandeling, en [verbalisant 2], surveillant van politie, belast met avonddienst wijk , op 6 april 2011 naar aanleiding van een melding over een agressief persoon naar de Albert Heijn te Maarsen zijn gegaan . Ten aanzien van feit 3: Uit het proces-verbaal van bevindingen blijkt dat [verbalisant 1] voornoemd ter plaatse zag dat verdachte middels een klem door een beveiligingsbeambte onder controle werd gehouden. [verbalisant 1] heeft vervolgens verdachte aangeroepen te zijn aangehouden. [verbalisant 1] en [verbalisant 2] voornoemd hebben verdachte van de beveiligingsmedewerker overgenomen. [verbalisant 1] zag dat verdachte niet reageerde op de aanroep om zich met zijn gezicht naar de muur te draaien. Hij zag en voelde dat verdachte in de richting van hem en zijn collega probeerde te komen. [verbalisant 1] voelde dat hij steeds meer kracht moest gebruiken om verdachte tegen de muur te houden. Hij voelde dat verdachte steeds meer verzet begon te plegen. Agent [verbalisant 2] probeerde vervolgens de arm van verdachte te pakken. Verdachte probeerde zijn arm echter weer los te rukken. Met moeite heeft agent [verbalisant 2] uiteindelijk de transportboeien kunnen aanleggen . Agent [verbalisant 2] heeft in het proces-verbaal van bevindingen gerelateerd dat nadat aan verdachte was medegedeeld dat hij was aangehouden en hem gezegd was dat hij mee moest werken, hij voelde dat verdachte zich in een andere richting bewoog als waar hij hem trachtte naartoe te bewegen . Door [aangever 2] en [aangever 1] wordt gezien dat verdachte zich tegen de politie verzette , dat hij zich breed maakte en dat hij zijn armen weghield van de agenten, die hem bij zijn armen probeerde te pakken . Ten aanzien van feit 4: In het proces-verbaal van bevindingen relateert [verbalisant 1] voornoemd dat verdachte op 6 april 2011 te Maarsen hem en [verbalisant 2] voornoemd meermalen “kankerlijers” heeft genoemd . Zowel [verbalisant 1] als [verbalisant 2] voelden zich door de uitspraken beledigd en in hun eer, goede naam en functie aangetast. Verdachte deed deze uitspraken terwijl er veel personeel van de Albert Heijn en meerdere omstanders van het winkelcentrum om hen heen stonden . Door [aangever 1] werd gehoord dat verdachte de ter plaatse gekomen agenten uitschold, dan wel beledigde. 4.5 Nadere bewijsoverweging Het verweer dat de uitlatingen van de verdachte, gelet op de context waarin deze zijn geuit, niet als zijnde beledigend geduid kunnen worden, treft geen doel. Uit de processen-verbaal van aangevers [verbalisant 2] en [verbalisant 1] blijkt dat de verdachte zich meermalen jegens hen beledigend heeft uitgelaten en dat daar verschillende mensen getuigen van zijn geweest. 4.6 De bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat 1. hij op 6 april 2011 te Maarssen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen twee pakjes noodles (merk Yum Yum) en een rol Pringles toebehorende aan Albert Heijn, welke diefstal werd gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [aangever 1] en/of [aangever 2] (beveiliger bij Albert Heijn), gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat hij, verdachte, die [aangever 2] met kracht - kopstoten heeft gegeven en - in het gezicht heeft geknepen en - op het lichaam heeft gestompt, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, die [aangever 2] dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Ik kom je wel tegen en dan pak ik je wel, ik zie je wel lopen, want Nederland is klein" en welk geweld hierin bestond dat hij, verdachte, die [aangever 1] met kracht met de tot vuist gebalde hand in het gezicht heeft gestompt en welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, die [aangever 1] dreigend de woorden heeft toegevoegd: Laat me erdoor of ik sla je kapot"; 3. hij op 6 april 2011 te Maarssen toen aldaar in uniform geklede dienstdoende politieambtenaren - [verbalisant 1] (hoofdagent van Politie Utrecht) en - [verbalisant 2] (surveillant van Politie Utrecht) verdachte, als verdacht van het gepleegd hebben van een op heterdaad ontdekt strafbaar feit, hadden aangehouden en hadden vastgegrepen, teneinde verdachte ter geleiding voor een hulpofficier van justitie over te brengen naar een politiebureau, zich met geweld tegen genoemde opsporingsambtenaren, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, heeft verzet door te rukken en te trekken in een richting tegengesteld aan die waarin die ambtenaren verdachte trachtten te geleiden; 4. hij op 6 april 2011 te Maarssen opzettelijk beledigend ambtenaren, te weten [verbalisant 1] (hoofdagent van Politie Utrecht), gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, belast met algehele incidentafhandeling en [verbalisant 2] (surveillant van Politie Utrecht), gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, belast met een avonddienst wijk, in dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Kankerlijers". De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5 De strafbaarheid 5.1 De strafbaarheid van de feiten Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op. 1. Diefstal gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken; 3. Wederspanningheid; 4. Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd. 5.2 De strafbaarheid van verdachte De verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 6 De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van zeven
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.