RECHTBANK UTRECHT Sector strafrecht parketnummer: 16/514049-11 [P] vonnis van de meervoudige kamer d.d. 24 januari 2012 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [1995] te [geboorteplaats] wonende te [adres], [woonplaats] raadsman mr. N. van Schaik, advocaat te Utrecht 1 Onderzoek van de zaak Overeenkomstig artikel 369 van het Wetboek van Strafvordering heeft de politierechter de zaak naar deze kamer verwezen. De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 10 januari 2012, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2 De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: primair: als bestuurder van een brommobiel zich zeer onvoorzichtig heeft gedragen, zodat door zijn schuld een verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor inzittende [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen; subsidiair: als bestuurder van een brommobiel gevaar op de weg heeft veroorzaakt. 3 De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaken, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4 De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde. De officier van justitie voert aan dat drie gedragingen aanleiding zijn geweest van het ongeval, te weten de stuurbeweging naar rechts, de technische staat van de brommobiel en de gereden snelheid. De officier heeft hierbij ondermeer gelet op de verklaring van verdachte, de verklaring van de vader van verdachte, de verkeersongevallenanalyse en een getuigenverklaring van [getuige]. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van hetzij het primair hetzij het subsidiair ten laste gelegde en wijst daarbij op het ontbreken van een causaal verband tussen het handelen van verdachte enerzijds en het ongeval anderzijds. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Bewijsmiddelen Verdachte heeft verklaard dat hij op 5 september 2011 als bestuurder van een brommobiel op de rechter rijstrook van de Bergweg in de gemeente Utrechtse Heuvelrug reed. In zijn brommobiel zat nog een persoon, zijn vriend [slachtoffer]. Toen verdachte op de Bergweg in Amerongen reed, merkte hij dat de brommobiel wat slingerde. Hij moest de brommobiel corrigeren door het stuur iets te bewegen, volgens hem naar rechts. Hij reed gewoon door, hij reed nabij de 50 kilometer per uur, zo hard als de brommobiel kon. Toen hij de laatste heuvel van de Bergweg afreed, liet hij het gas los. Zijn brommobiel hield wel snelheid, hij voelde dat de brommobiel wat harder ging rijden. Hij zag op zijn snelheidsmeter dat hij iets boven de 50 km per uur reed en hij voelde dat de brommobiel -net als even daarvoor- iets begon te schudden. Hij voelde dat de brommobiel naar links trok. Toen hij van de snelheidsmeter opkeek, zag hij dat hij over de denkbeeldige middenlijn zat. Hij zag een tegenligger op een afstand van ongeveer 20 á 30 meter. Hij trok zijn stuur naar rechts. Verdachte vermoedt dat hij te wild aan het stuur heeft getrokken. Hij zag toen ineens bosjes voor zich, de ruit verbrijzelde, hij deed zijn ogen dicht en toen hij ze weer open deed, stond hij stil. De getuige [getuige] heeft verklaard dat zij op 5 september 2011 op de Bergweg te Amerongen met haar personenauto achter een brommobiel reed. Zij hield een aantal meters afstand van de brommobiel. [getuige] verklaart dat de snelheid van de brommobiel op haar kilometerteller 55 kilometer per uur was (de rechtbank begrijpt: ze zag dat haar eigen snelheid volgens haar kilometerteller 55 kilometer was, terwijl ze de brommobiel die even snel reed volgde). Zij zag de brommobiel slingeren, iets over de weghelft voor tegemoetkomend verkeer komen en vervolgens aan de rechterzijde van de weg de bosjes in duiken. De maximumsnelheid van een brommobiel is 45 kilometer per uur. Deelvrijspraak Op grond van de Verkeersongevallenanalyse (VOA) staat wel vast dat de technische staat van het voertuig wat betreft de remmen slecht was, maar de rechtbank acht niet bewezen dat dat effect had op het ongeval. Het voertuig trok volgens de verdachte iets naar links, wat volgens de VOA zou kunnen gebeuren als hij remde, maar de verdachte verklaart zelf dat hij niet heeft geremd en er zijn ook geen sporen die in de richting van remmen wijzen. Bewijsoverweging De rechtbank acht bewezen dat de verdachte ongeveer 55 km per uur reed. Hoeveel hij precies reed dus hoeveel meer dan de maximaal toegestane snelheid van 45 km per uur is niet vast te stellen omdat noch de kilometerteller van de brommobiel, noch de kilometerteller van de achter verdachte rijdende auto geijkt zijn. Uit de hiervoor aangehaalde stukken maakt de rechtbank op dat verdachte door twee verkeersfouten een verkeersongeval met zeer ernstige gevolgen heeft veroorzaakt. Verdachte reed te hard en heeft de controle over zijn brommobiel verloren. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Verdachte’s vriend [slachtoffer] heeft door het ongeval zeer ernstig letsel, onder meer hersenletsel, een schedelbasisfractuur en een gebroken oogkas opgelopen. Verdachte is tekortgeschoten in de op hem rustende zorgplicht om in het verkeer altijd voorzichtig te zijn, maar is sprake van aanmerkelijke onvoorzichtigheid?. De wetgever staat toe dat kinderen van 16 jaar die een bromfietscertificaat hebben behaald en die dus slechts enkele uren ervaring behoeven te hebben met het besturen van een bromfiets en die geen ervaring hebben met het besturen van een voertuig dat lijkt op een kleine personenauto en dat bestuurd wordt met een stuurwiel, zich daarmee op de weg begeven met snelheden tot maximaal 45 km per uur. Opmerking verdient daarbij dat zodanig voertuig door het uiterlijk associaties wekt van de veiligheid, die in het algemeen door de carrosserie van een personenauto wordt geboden, terwijl de stevigheid van de carrosserie van de brommobiel natuurlijk in hoge mate wordt bepaald door het maximum gewicht (350 kilo) van zodanig voertuig. Opmerking verdient ook dat de wetgever bij motorvoertuigen zoals personenauto's in coachingtrajecten voorziet om jongeren onder de 18 jaar ook na het behalen van een rijbewijs (waaraan vaak tientallen uren rijles voorafgaan), "op te voeden" als verkeersdeelnemer. Dit in aanmerking nemend kwalificeert de rechtbank het handelen van verdachte als onvoorzichtig, maar niet als zo onvoorzichtig, dat sprake is van het aanmerkelijk schuldverwijt van art. 6 WVW
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.