RECHTBANK UTRECHT Sector strafrecht parketnummer: 16-712526-10 [P] vonnis van de meervoudige kamer d.d. 2 januari 2012 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren op [1984] te [geboorteplaats], GBA-adres: [woonplaats], [adres], feitelijk verblijvende te [woonplaats], [adres]. Raadsman: mr. D.C. van den Heuvel, advocaat te Utrecht. 1 Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 19 december 2011, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2 De tenlastelegging De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: Feit 1: In de periode van 1 november 2010 tot en met 14 juni 2011 te Houten en/of Culemborg telkens in vereniging in de uitoefening van een beroep of bedrijf een hennepkwekerij in werking heeft gehad althans een grote hoeveelheid hennep opzettelijk aanwezig heeft gehad; Feit 2: In de periode van 1 november 2010 tot en met 14 juni 2011 te Houten en/of Culemborg heeft deelgenomen aan een organisatie die tot oogmerk had het houden van hennepkwekerijen; Feit 3: In de periode van 1 januari 2010 tot en met 14 juni 2011 te Houten zich heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van gewoontewitwassen van geldbedragen en/of auto’s. 3 De voorvragen De rechtbank stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4 De vrijspraak 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft ter terechtzitting vrijspraak gevorderd van het onder 2 ten laste gelegde feit. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging sluit zich aan bij het standpunt van de officier van justitie dat verdachte van feit 2 moet worden vrijgesproken. De raadsman wijst hierbij naar hetgeen de rechtbank ter terechtzitting van 13 september 2011 heeft overwogen, namelijk dat er geen ernstige bezwaren ter zake dit feit meer aanwezig waren. Sindsdien zijn geen nieuwe feiten of omstandigheden gebleken die tot een ander oordeel dienen te leiden. 4.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank zal de verdachte van het onder 2 ten laste gelegde feit vrijspreken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. 5 De beoordeling van het bewijs 5.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat de onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde Op 11 mei 2011 is in de woning aan de [adres] te [woonplaats] een in werking zijnde hennepkwekerij met 273 hennepplanten aangetroffen. Verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat deze kwekerij van hem is. Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde In de periode van 1 januari 2010 tot en met 14 juni 2011 is een totaalbedrag van € 26.005,- op de bankrekeningen ten name van verdachte gestort. In dezelfde periode is een totaalbedrag van € 16.334,- aan contant geld van deze rekeningen opgenomen. Aldus is € 9.671,- meer gestort dan is opgenomen van de rekeningen van verdachte. Volgens de officier van justitie heeft verdachte niet aan kunnen tonen dat hij het bedrag van € 9.671,- op legale wijze voorhanden heeft gekregen. Verdachte heeft verklaard dat hij geld heeft verdiend met zwart werk als stucadoor en in een kroeg. De officier van justitie leidt hieruit af dat verdachte, indien hij dit geldbedrag niet met de hennepkwekerij heeft verdiend, hij dit met zwart werk heeft verdiend en aldus heeft witgewassen. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het contante geldbedrag van € 4.400,- dat bij de doorzoeking van de woning van de stiefmoeder van verdachte aan de [adres] te [woonplaats] is aangetroffen aan die stiefmoeder toebehoort, zodat niet kan worden vastgesteld dat verdachte dit geldbedrag heeft witgewassen. 5.2 Het standpunt van de verdediging Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde De raadsman is het met de officier van justitie eens dat dit feit wettig en overtuigend kan worden bewezen. Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde Verdachte moet volgens de raadsman van dit feit worden vrijgesproken omdat hij geen geld heeft verdiend met de hennepkwekerij in de woning aan de [adres] te [woonplaats]. Verdachte heeft zwart werk verricht als stucadoor en in een kroeg. Het geld dat verdachte hiermee verdiend heeft kan volgens de raadsman echter niet worden aangemerkt als geld dat uit enig misdrijf afkomstig is. Daarnaast heeft verdachte, ook in de betreffende periode, maandelijks van zijn stiefmoeder een bedrag van € 250,- ontvangen. 5.3 Het oordeel van de rechtbank 5.3.1 De bewijsmiddelen Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde. Verdachte heeft ter terechtzitting van 19 december 2011 verklaard dat hij in de periode van 1 november 2010 tot en met 14 juni 2011 in de woning aan de [adres] te [woonplaats] met een andere jongen een hennepkwekerij heeft gehad . Op 11 mei 2011 te heeft de politie in deze woning een hennepkwekerij met 273 hennepplanten gevonden . Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde. Verdachte heeft in het jaar 2010 geen legale inkomsten genoten . In de periode van 1 januari 2010 tot en met 14 juni 2011 is een totaalbedrag van € 26.005,- op de bankrekeningen van verdachte gestort . 5.3.2 De bewijsoverweginen Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij de hennepkwekerijen die op de adressen [adres] te[woonplaats] en [adres] te [woonplaats] zijn gevonden zodat de rechtbank verdachte van de pleegplaats Houten zal vrijspreken. Het strafdossier en het verhandelde ter terechtzitting bieden geen aanknopingspunten die dienen te leiden tot de conclusie dat verdachte zich in de uitoefening van een beroep of bedrijf heeft bezig gehouden met het kweken van hennep zodat verdachte van dit onderdeel zal worden vrijgesproken. Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde. Verdachte heeft verklaard dat hij geen geld heeft verdiend met de hennepkwekerij zoals onder 1 ten laste is gelegd maar dat hij geld heeft verdiend door zwart te werken als stucadoor en in een kroeg en door de maandelijkse ontvangst van € 250,- van zijn stiefmoeder. De rechtbank stelt vast dat een geldbedrag van € 21.505,- (zijnde het totaal op de rekening van verdachte gestorte bedrag minus een bedrag van € 4.500,- (18 x € 250,-) waarvan verdachte heeft verklaard dat van zijn stiefmoeder te hebben ontvangen) afkomstig is uit enig misdrijf. Zo verdachte geen geld heeft verdiend met de hennepkwekerij als genoemd in het onder feit 1, dan heeft hij dat geld verdiend door middel van zwart werk als stucadoor en in een kroeg. Door gelden die hij met zwart werk heeft verdiend niet fiscaal te verantwoorden en aan te wenden in het economisch verkeer heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan witwassen van voornoemd geldbedrag. Niet kan worden vastgesteld dat verdachte het contante geldbedrag van € 4.400,- voorhanden heeft gehad. Volgens verdachte is dit geldbedrag van zijn stiefmoeder. De politie heeft dit bedrag op het adres aan de [adres] te [woonplaats] aangetroffen, zijnde het GBA-adres van verdachte waar zijn stiefmoeder woont. Verdachte woont niet op dit adres en verblijft feitelijk op het adres [adres] in [woonplaats]. Nu in het dossier geen bewijsmiddelen zijn op grond waarvan zou dienen te worden geoordeeld dat (ook) verdachte dit geld voorhanden heeft gehad, dient hij reeds om die reden op dat punt te worden vrijgesproken. Gelet op de duur van de periode waarin verdachte geldbedragen uit misdrijf afkomstig op zijn rekening heeft gestort en heeft opgenomen is de rechtbank voorts van oordeel dat bewezen is dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van witwassen. 5.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.