RECHTBANK UTRECHT Sector strafrecht parketnummer: 16/601011-11 vonnis van de meervoudige kamer d.d. 6 februari 2012 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [1970] te [geboorteplaats] wonende te [woonplaats] Gedetineerd PI Utrecht, HvB locatie Nieuwegein raadsman mr. J.J.D. van Doleweerd, advocaat te Amersfoort 1 Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 23 januari 2012, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2 De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: 1. ( primair) opzettelijk en met voorbedachten rade heeft geprobeerd zijn echtgenote [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen dan wel (subsidiair) zijn echtgenote [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade heeft mishandeld. 2. opzettelijk een politieauto heeft vernield dan wel beschadigd. 3 De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4 De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht het onder 1 primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen, gelet op de door [slachtoffer] in 2010 en 2011 bij de politie afgelegde verklaringen, ondersteund door de door de politie in 2010 van haar letsel gemaakte foto’s, de door haar broer [broer slachtoffer] afgelegde verklaring en de op de computer van verdachte aangetroffen bestanden. Het onder 2 tenlastegelegde feit acht de officier van justitie gelet op de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen eveneens wettig en overtuigend bewezen. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft verzocht verdachte van beide feiten vrij te spreken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. Met betrekking tot het eerste ten laste gelegde feit heeft de verdediging betoogd dat verdachte ontkent zich aan het ten laste gelegde schuldig te hebben gemaakt en de tenlastelegging uitsluitend is gebaseerd op de verklaring van aangeefster. De overige getuigen verklaren niet uit eigen waarneming, maar verklaren alleen wat zij van aangeefster hebben gehoord. Bovendien zijn de verklaringen die aangeefster bij de politie heeft afgelegd niet consistent. Haar verklaringen uit 2010 en 2011 over dezelfde gebeurtenissen komen niet overeen. Zo verklaart ze verschillend over hoe vaak verdachte haar keel zou hebben dichtgeknepen en over de aanleidingen van beweerdelijke ruzies. Het letsel op de in 2010 door de politie van aangeefster gemaakte foto’s komt niet overeen met de door haar over de mishandelingen afgelegde verklaringen. Met betrekking tot het tweede ten laste gelegde feit heeft de verdediging betoogd dat uit de bewijsmiddelen niet volgt dat verdachte een deurstijl van een politieauto zou hebben ontwricht dan wel verbogen. In het proces-verbaal van bevindingen is vermeld dat een deursponning vernield zou zijn. De beschreven gedragingen van verdachte kunnen ook niet hebben geleid tot het ontwrichten/ verbuigen van een deurstijl. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Redengevende feiten en omstandigheden feit 1 [slachtoffer] is in 1992 getrouwd met verdachte. Op 15 oktober 2011 heeft [slachtoffer] aangifte gedaan tegen verdachte. Zij heeft verklaard dat verdachte haar in de zomer van 2010 voor de eerste keer heeft mishandeld in hun woning te Utrecht omdat hij dacht dat ze vreemd ging met haar broer. Verdachte heeft aangeefster geslagen met de hand en met de vuist. Verdachte was heel boos en controlerend. Hij heeft haar die keer tot 6 uur in de ochtend geslagen en hij heeft haar geschopt. Ook deed hij de band van haar ochtendjas om haar nek en trok de band steeds strakker in haar nek als ze niet het juiste antwoord gaf. Hij stelde vragen over hoe vaak ze naar buiten was geweest voor de boodschappen en of ze vreemd ging met haar broer en wat ze met hem gedaan had. Zij heeft verklaard dat verdachte vanaf de zomer van 2010 wel 10 keer haar keel heeft dichtgeknepen. De laatste keer dat hij haar heeft mishandeld was ongeveer 2 weken voor de datum van de aangifte. Verdachte was boos omdat ze hem tegensprak en heeft toen twee keer haar keel dichtgeknepen, ze kon niets meer bewegen en werd helemaal warm. Ze dacht echt dat ze doodging. Ook verklaart ze dat zij, toen verdachte in Turkije was, de webcam moest aanzetten zodat hij haar kon controleren. In een aanvullende verklaring van 20 oktober 2011 heeft aangeefster verklaard dat toen verdachte haar schopte tegen haar kont, hij alleen sokken aanhad. Op 24 juli 2010 had aangeefster zich reeds, vergezeld van haar buurvrouw [buurvrouw], bij de politie gemeld. Zij heeft toen verklaard dat verdachte sinds zaterdag 10 juli 2010 dacht dat ze een relatie met haar broer had. Zij heeft onder meer verklaard dat verdachte haar vanaf die tijd controleert en dat hij haar op 22 juli 2010 heeft mishandeld, dat zij blauwe plekken heeft op haar bovenbeen als gevolg van de mishandelingen en dat verdachte haar vaak heeft geslagen en haar bij de keel heeft gepakt. Verbalisanten zagen dat aangeefster haar legging naar beneden deed, waardoor meerdere blauwe plekken zichtbaar werden, onder andere op haar rechter bovenbeen. Ook zagen zij een blauwe plek op haar bovenarm en een kras op haar hals. Van dit letsel zijn foto’s gemaakt door een forensisch rechercheur. Door buurvrouw [buurvrouw] is verklaard dat aangeefster haar heeft verteld dat zij is mishandeld door verdachte omdat hij dacht dat ze vreemd ging met haar broer. Zij heeft aangeefster in 2010 geholpen om naar de politie te gaan. Op 24 juli 2010 stond aangeefster ’s ochtends voor de deur met haar kinderen. Aangeefster was erg overstuur en wilde direct naar de politie. Door [broer slachtoffer], broer van aangeefster, is op 13 oktober 2011 verklaard dat hij sinds een half jaar weet dat aangeefster mishandeld wordt door verdachte, dat aangeefster dit zelf aan hem heeft verteld en hij wel eens blauwe plekken heeft gezien op haar armen en in haar hals. Hij heeft verder verklaard dat zijn zus de laatste maanden niet zichzelf is en dat zij erg stil is. Ook heeft aangeefster hem een keer verteld dat verdachte heeft geprobeerd haar te wurgen. Op een externe harde schijf aangetroffen in de woning van verdachte werd onder meer een filmbestand aangetroffen waarop een opname te zien is van de woonkamer van aangeefster en verdachte. Op de opnamen is te zien dat verdachte een webcamcamera instelt en gedurende de 7 uur durende opname is aangeefster, die kennelijk niet in de gaten heeft dat er opnamen werden gemaakt, regelmatig te zien. Onder meer is te zien dat zij huishoudelijke werkzaamheden verricht, televisie kijkt en op enig moment moest huilen. Bewijsoverweging De rechtbank acht, gelet op voornoemde bewijsmiddelen, het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. De verklaringen van aangeefster worden ondersteund door de verklaringen van haar broer, haar buurvrouw en de door de politie gemaakte foto’s van haar letsel. Voorts wordt haar verklaring ondersteund door het hiervoor beschreven op de computer van verdachte aangetroffen filmbestand,waaruit naar het oordeel van de rechtbank volgt dat verdachte aangeefster -zoals door haar verklaard- controleert en wantrouwt. Het handelen van verdachte is, gelet op voornoemde bewijsmiddelen, naar zijn uiterlijke verschijningsvorm zo zeer gericht op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel dat de verdachte naar het oordeel van de rechtbank de aanmerkelijk kans op dat gevolg heeft aanvaard. Verdachte moet zich daarvan ook bewust zijn geweest. Verdachte heeft aldus willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat aangeefster zwaar lichamelijk letsel zou oplopen. Dat het zover niet is gekomen is geenszins aan het handelen van verdachte te danken. De raadsman van verdachte heeft betoogd dat de verklaringen van aangeefster onbetrouwbaar zijn en niet voor het bewijs mogen worden gebruikt, omdat zij op essentiële punten over dezelfde gebeurtenissen verschillend heeft verklaard. De rechtbank verwerpt dit verweer. Op ondergeschikte punten zijn er enkele inconsistenties in de door haar afgelegde verklaringen, maar deze zijn naar het oordeel van de rechtbank niet zodanig dat die de verklaringen onbetrouwbaar maken. De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte met voorbedachten rade heeft gehandeld. Van dit onderdeel van de tenlastelegging spreekt de rechtbank verdachte dan ook vrij. Redengevende feiten en omstandigheden feit 2 Op 14 oktober 2011 hebben verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] verdachte vervoerd naar het Arrestantencomplex te Houten. Zij plaatsten verdachte in een dienstvoertuig van het merk Volkswagen, type Touran. [verbalisant 1] zag dat verdachte kennelijk opzettelijk en met kracht zijn hoofd tegen het rechter portierraam sloeg en zag dat het raam naar buiten toe bewoog ten tijde van de kopstoot. Daarna schopte verdachte opzettelijk en met kracht met zijn rechterbeen tegen het rechterportierraam. [verbalisant 1] zag dat het rechterportierraam naar buiten bewoog. Daarna zag verbalisant dat verdachte met zijn benen veel kracht zette tegen het linkerportier, dat hierdoor kraakte. Door verbalisant [verbalisant 1] is aangifte gedaan van vernieling van voornoemde auto. Door voornoemd handelen van verdachte is de deurstijl van voornoemde auto ontwricht geraakt. Deze is door een garagebedrijf weer teruggeduwd. De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een deurstijl van voornoemde auto heeft vernield. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte 1. op meer tijdstippen, gelegen in de periode van 01 juli 2010 tot en met 13 oktober 2011 te Utrecht, telkens ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan zijn echtgenote [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet (krachtig en/of gewelddadig) - die [slachtoffer] bij de keel / hals heeft vastgepakt en daarin heeft geknepen en heeft dichtgeknepen gehouden en - met gebalde vuist(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.