RECHTBANK UTRECHT Sector strafrecht parketnummer: 16/600747-11 [P] vonnis van de meervoudige kamer d.d. 5 april 2012 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [1990], wonende te [adres], [woonplaats]. Raadsman mr. S. de Korte, advocaat te Utrecht. 1 Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting 21 oktober 2011, 13 januari 2012 en 22 maart 2012 waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. (Bij vonnis van 4 november 2011 heeft de rechtbank het onderzoek op de terechtzitting van 21 oktober 2011 heropend.) 2 De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: Primair: samen met anderen op 17 april 2011een portemonnee en een telefoon heeft gestolen en daarbij [slachtoffer] zodanig heeft mishandeld dat hij zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen; Subsidiair: samen met anderen op 17 april 2011 heeft geprobeerd van [slachtoffer] te stelen en hem daarbij zodanig heeft mishandeld dat [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen en/of samen met anderen op 17 april 2011 heeft geprobeerd [slachtoffer] af te persen en hem daarbij zodanig heeft mishandeld dat [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen; Meer subsidiair: samen met anderen op 17 april 2011 een zware mishandeling heeft gepleegd; Uiterst subsidiair: samen met anderen op 17 april 2011 heeft geprobeerd een zware mishandeling te plegen. 3 De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4 De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft een integrale vrijspraak gevorderd, omdat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan. Verdachte voelde zich slecht die nacht, zo verklaart hij zelf, maar ook medeverdachte [medeverdachte 1] zegt dat. Verdachte is uit de auto gestapt om over te geven, op de Voordorpsedijk. Daarna is hij weer ingestapt en naar eigen zeggen knock-out gegaan en pas bij zijn huis wakker geworden. Omdat verdachte zelf ontkent ook maar iets gezien of gedaan te hebben, medeverdachte [medeverdachte 2] zegt dat verdachte in de auto zat toen het geweld gepleegd moet zijn en ook medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] hem niet noemen bij het geweld, kan volgens de officier van justitie niet wettig en overtuigend bewezen worden dat hij het hem tenlastegelegde heeft begaan. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen. Met betrekking tot de voor medeplegen benodigde nauwe en bewuste samenwerking merkt de raadman het volgende op. Op Utrecht Centraal zou een afspraak zijn gemaakt. Daar zou de mogelijkheid zijn geweest voor overleg tussen de vier verdachten. Op de camerabeelden is te zien dat verdachte [verdachte] overal achteraan loopt. Hij is niet constant bij de andere drie jongens. Daar kan de bewuste en nauwe samenwerking niet uit volgen. Ook van belang is de verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 1], afgelegd bij de rechter-commissaris, waarin hij zegt dat de “Turkse jongen” zich niet zo lekker voelde en dat dit ook al eerder die avond zo was. Hij stapte uit om over te geven en is daarvoor een stuk van de auto weggelopen. De Turk lag al te slapen in de auto toen we bij zijn huis kwamen en we moesten hem wakker maken.Uit deze verklaring blijkt dat er geen sprake is van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en de andere drie jongens. Ten aanzien van de uitvoeringshandelingen concludeert de raadsman dat deze handelingen niet bewijsbaar zijn. Verdachte heeft zelf geen uitvoeringshandelingen gepleegd. Daar is in het dossier geen bewijs voor te vinden. De raadsman verwijst daarbij naar een uitspraak van de Hoge Raad nummer NJ 2010, 193. Het zich niet distantiëren en het louter aanwezig zijn bij het gebeuren is onvoldoende om een nauwe en bewuste samenwerking aan te nemen. De raadsman concludeert tot vrijspraak. Voorts wordt verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering. Dit vanwege de bepleite vrijspraak. 4.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank acht met de officier van justitie en de verdediging dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan. De rechtbank overweegt daartoe dat op basis van de in het dossier aanwezige stukken niet buiten redelijke twijfel kan volgen dat verdachte zich met opzet en in samenwerking met een ander schuldig heeft gemaakt aan een diefstal met geweld dan wel een poging daartoe en/of een poging tot afpersing dan wel een zware mishandeling of een poging daartoe. De rechtbank zal verdachte van de hem tenlastegelgde feiten vrijspreken. 5 De benadeelde partij De benadeelde partij [slachtoffer] vordert een schadevergoeding van € 7.134,59 voor het ten laste gelegde feit. Verdachte is vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering. 6 De beslissing De rechtbank: Vrijspraak - spreekt verdachte vrij van het primair, subsidiair, meer subsidiair en meest subsidiair tenlastegelegde feit; Benadeelde partij - verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. Dit vonnis is gewezen door mr. A. Kuijer, voorzitter, mrs. M.A.A.T. Engbers en P.P.C.M. Waarts, rechters, in tegenwoordigheid van mr. V. Soeteman, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 5 april 2012. BIJLAGE I: De tenlastelegging Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat Primair hij op of omstreeks 17 april 2011 te Utrecht, althans in het arrondissement Utrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een portemonnee met inhoud (onder meer circa 135 euro en/of pasjes) en/of een mobiele telefoon (merk Samsung), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.