RECHTBANK UTRECHT Sector strafrecht parketnummer: 16/655325-12 [P] vonnis van de meervoudige kamer d.d. 19 april 2012 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren op [1988] te [geboorteplaats], verblijvende in PI Utrecht – HvB locatie Nieuwegein te Nieuwegein. Raadsman mr. M. ‘t Sas, advocaat te Wijk bij Duurstede. 1 Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 19 april 2012, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2 De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 17 januari 2012 in de gemeente Houten zijn moeder heeft mishandeld. 3 De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4 De beoordeling van het bewijs 4.1 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank acht, evenals de officier van justitie, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde, gelet op: - de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 19 april 2012 ; - de aangifte van [slachtoffer] d.d. 17 januari
- 4.2 De bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 17 januari 2012 in de gemeente Houten opzettelijk mishandelend zijn moeder, te weten [slachtoffer], zodanig krachtig tegen de borst heeft geduwd dat die [slachtoffer] op de grond viel, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden. 5 De strafbaarheid 5.1 De strafbaarheid van het feit Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op: mishandeling begaan tegen zijn moeder. 5.2 De strafbaarheid van verdachte De rechtbank heeft zich over de persoon van verdachte laten voorlichten door dr. D.J. Burck, gz-psycholoog, die op 23 maart 2012 een rapport heeft uitgebracht. Uit dit rapport blijkt dat bij verdachte sprake is van zwakzinnigheid of ernstige zwakbegaafdheid en een zeer kwetsbare persoonlijkheidsorganisatie. Ook is sprake van een gedragsstoornis die onder andere tot uitdrukking komt in gebrekkige impulscontrole. Hiervan was volgens de deskundige sprake ten tijde van het ten laste gelegde feit. De deskundige neemt aan dat ten tijde van het tenlastegelegde sprake was van cannabisafhankelijkheid in vroege remissie. Geadviseerd wordt om verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen. De rechtbank neemt de voormelde conclusies over en maakt deze tot de hare. Nu uit de rapportages of anderszins niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid geheel uitsluit, is verdachte strafbaar. 6 De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen met aftrek van het voorarrest waarvan 49 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en met als bijzondere voorwaarden reclasseringscontact, meewerken aan een begeleid wonentraject en deelname aan een ambulante behandeling bij Wier+ of een soortgelijke instelling. 6.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging kan zich vinden in de eis van de officier van justitie. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte. Mishandeling is een ernstig feit. Dat de mishandeling is begaan tegen zijn moeder is een wettelijke strafverzwarende omstandigheid. Het gedrag van verdachte getuigt van gebrek aan respect voor zijn moeder. Verdachte heeft zijn moeder, naast pijn en letsel, angst en een onveilig gevoel in haar eigen huis bezorgd. Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op het eerder genoemde psychologische rapport en het reclasseringsadvies d.d. 16 april 2012, waarin wordt geadviseerd om oplegging van een deels voorwaardelijke straf met oplegging van bijzondere voorwaarden. De rechtbank heeft voorts rekening gehouden met het strafblad van verdachte d.d. 18 januari 2012, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld wegens mishandeling en bedreiging van zijn moeder. De rechtbank acht een gevangenisstraf voor de duur van 10 weken passend en geboden. De rechtbank ziet geen ruimte om naast deze straf een voorwaardelijke straf op te leggen. 7 De wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. 8 De beslissing De rechtbank: Bewezenverklaring - verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.2 is omschreven; Strafbaarheid - verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert: mishandeling begaan tegen zijn moeder; - verklaart verdachte strafbaar; Strafoplegging - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 10 weken; - bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf; Voorlopige hechtenis - heft het – reeds geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte op. Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Maanen, voorzitter, mr. J.R. Krol en mr. T. Reichardt, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. van der Landen, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 19 april
- Mr. T. Reichardt is niet in de gelegenheid dit vonnis mee te ondertekenen.