beschikking RECHTBANK UTRECHT sector handel en kanton kantonrechter locatie Utrecht zaaknummer: 794843 UE VERZ 12-117 KB 4009 beschikking d.d. 14 maart 2012 inzake de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [verzoeker] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats], verder ook te noemen [verzoeker], verzoekende partij, gemachtigde: mr. M.A. Posthumus-Praasterink, tegen: [verweerder], wonende te [woonplaats], verder ook te noemen [verweerder], verwerende partij, gemachtigde: mr. L.E.M. de Vries-Blom. Verloop van de procedure [verzoeker] heeft op 1 februari 2012 een verzoekschrift ingediend. [verweerder] heeft ter zitting mondeling verweer gevoerd. Het verzoek is ter zitting van 28 februari 2012 behandeld, gelijktijdig met de mondelinge behandeling van een door [verweerder] bij dagvaarding gevraagde voorlopige voorziening (zaaknummer 793167 UV EXPL 12-29). Daarvan is aantekening gehouden. Partijen hebben elk een pleitnotie overgelegd. Hierna is uitspraak bepaald. Feiten [verweerder], geboren op [1953] en derhalve 58 jaar oud. is op 29 juli 1974 in dienst getreden van (de rechtsvoorganger van) [verzoeker]. [verweerder] was laatstelijk op basis van een contract voor onbepaalde tijd werkzaam in de functie van Regionaal Sales Manager tegen een salaris van €4.882,03 bruto per maand exclusief emolumenten. Voor de overige feiten verwijst de kantonrechter kortheidshalve naar het vonnis in kort geding van 14 maart 2012 tussen onderhavige partijen. Grondslag verzoek en verweer [verzoeker] verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen partijen voor zover deze door het op 19 december 2011 door haar gegeven ontslag op staande voet niet beëindigd zou zijn. [verzoeker] stelt dat er primair sprake is van een dringende reden en subsidiair van verandering in de omstandigheden op basis waarvan de arbeidsovereenkomst dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen. [verzoeker] legt aan haar primaire verzoek ten grondslag dat [verweerder] een (meermaals medegedeelde geheimhoudingsplicht heeft geschonden en niet zorgvuldig heeft gehandeld. Subsidiair stelt [verzoeker] dat er sprake is van een verandering van omstandigheden gelegen in een vertrouwensbreuk tussen partijen. Deze vertrouwensbreuk heeft [verzoeker] onderbouwd met dezelfde feiten en omstandigheden die aan de dringende reden ten grondslag zijn gelegd. [verweerder] heeft gemotiveerd verweer gevoerd op de inhoud waarvan hierna –voor zover van belang- zal worden ingegaan, [verweerder] concludeert primair tot afwijzing van het verzoek tot ontbinding en --zoals ter zitting aangegeven- subsidiair tot toekenning van een vergoeding, gebaseerd op de kantonrechtersformule met een correctiefactor
- Beoordeling
- Vooropgesteld wordt dat de kantonrechter zich ervan heeft vergewist of het verzoek verband houdt met het bestaan van enig opzegverbod, hetgeen niet het geval is.
- Bij de beoordeling van een verzoek tot een voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst, nadat een ontslag op staande voet is gegeven, dient voorop gesteld te worden dat de dringende reden die aangevoerd wordt op grond van artikel 7:685 BW meer mag bevatten dan de gronden die zijn gebruikt voor het gegeven ontslag op staande voet. In de onderhavige procedure heeft [verzoeker] echter niet meer gronden aangevoerd dan de gronden die reeds zijn gebruikt ter onderbouwing van het ontslag op staande voet. Nadere gronden zijn niet gesteld of gebleken. De kantonrechter verwijst daarom naar het vonnis in kort geding tussen partijen waarin vandaag eveneens uitspraak wordt gedaan. Hierin heeft de kantonrechter het gestelde handelen van [verweerder] niet aangemerkt als een dringende reden, met als gevolg dat daarvan in de onderhavige procedure eveneens geen sprake is. Ontbinding van de arbeidsovereenkomst is op deze grondslag dan ook niet toewijsbaar. Dientengevolge zal in deze procedure alleen nog worden ingaan op de vraag of er sprake is van een verandering in de omstandigheden die de ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtvaardigt.
- [verzoeker] heeft ter onderbouwing van de verandering in omstandigheden gesteld dat haar vertrouwen in [verweerder] is verdwenen. [verzoeker] heeft deze vertrouwensbreuk onderbouwd met dezelfde feiten en omstandigheden die aan de dringende reden voor ontslag en ontbinding ten grondslag zijn gelegd. Het betreft dus wederom de schending door [verweerder] van een door [verzoeker] opgelegde geheimhoudingsverplichting ten aanzien van de resultaten van de bij de Store Managers en de Deputy Store Managers afgenomen testen, alsmede de schending van de geldende zorgvuldigheid.
- De kantonrechter is van oordeel dat er geen sprake is van dusdanige wijziging in de omstandigheden dat deze de ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigen. Onvoldoende duidelijk - en daarmee onvoldoende aannemelijk - is dat [verweerder] een strikte geheimhoudingsverplichting heeft opgelegd gekregen door [verzoeker]. De door [verzoeker] overgelegde (identieke) verklaring van drie Regionaal Sales Managers is daartoe onvoldoende. [verweerder] heeft een en ander immers gemotiveerd betwist en er onweersproken op gewezen dat [verzoeker] de Regionaal Sales Managers altijd laat tekenen indien geheimhouding van belang is. Tussen partijen staat echter niet ter discussie dat is benadrukt dat alle betrokkenen - - zo ook [verweerder] -- zorgvuldig met het reorganisatieproces en de bijbehorende testprocedure en -resultaten zouden dienen om te gaan. De kantonrechter is van oordeel dat [verweerder] wellicht zorgvuldiger tegenover [verzoeker] zou hebben gehandeld als hij in het geheel geen informatie over de testresultaten had gedeeld met enkele medewerkers. Daar staat echter tegenover dat aannemelijk is dat [verweerder] (ook) het belang van [verzoeker] voor ogen heeft gehad toen hij desgevraagd aan in ieder geval twee - of drie - medewerkers mededelingen heeft gedaan over hun testresultaten. Dat hij [verzoeker] grote onrust had kunnen ontstaan door die mededelingen van [verweerder] is van onvoldoende gewicht om een ontbinding te rechtvaardigen. Het is eerder aannemelijk dat [verzoeker] zelf enige onrust heeft aangewakkerd door het verschuiven van de uitslagen van december 2011 naar januari
- en [verweerder] bij een aantal mensen slechts heeft bedoeld die onrust weg te nemen door het verschaffen van duidelijkheid.
- De conclusie op grond van het voorgaande is dat alle door [verzoeker] aangevoerde omstandigheden noch op zichzelf, noch tezamen de ontbinding van de arbeidsovereenkomst kunnen rechtvaardigen. De verzochte ontbinding zal daarom worden afgewezen.
- [verzoeker] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding. Beslissing De kantonrechter: wijst het verzoek af; veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten aan de zijde van [verweerder], tot de uitspraak van deze beschikking begroot op € 200,- aan salaris gemachtigde. Deze beschikking is gegeven door mr. P.S. Elkhuizen - Koopmans. kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2012.