beschikking RECHTBANK UTRECHT Sector handel en kanton Handelskamer Zaak-/rekestnummer: 318327 / HA RK 12-28 Beschikking van 28 maart 2012 in de zaak van [verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker, advocaat mr. B. Leemhuis te Utrecht, tegen de rechtspersoon naar vreemd recht EURO INSURANCE LTD., gevestigd te Dublin, Ierland, verweerster, advocaat mr. K. Baetsen te Rotterdam. 1. De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift ter behandeling van een deelgeschil ex artikel 1019w Rv; - het faxbericht van 4 januari 2012 namens [verzoeker], waaruit volgt dat het verzoekschrift niet langer ook gericht is tegen Van Ameyde Nederland B.V. en LeasePlan Nederland B.V.; - het verweerschrift; - de mondelinge behandeling op 10 februari 2012; - de pleitaantekeningen van [verzoeker]. 2. De feiten 2.1. Namens Euro Insurance heeft Van Ameyde Nederland B.V. (hierna: Van Ameyde) aansprakelijkheid erkend voor het ongeval dat [verzoeker] op 17 januari 2009 is overkomen, waarbij [verzoeker] als bestuurder van zijn stilstaande auto, een Peugeot 206, van achteren werd aangereden door de bestuurder van een Renault Clio, verzekerde van Euro Insurance. 2.2. Voorafgaand aan het ongeval was [verzoeker] vanaf 2003 arbeidsongeschikt als gevolg van psychische klachten. 3. Het deelgeschil 3.1. [verzoeker] verzoekt de rechtbank bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad: - te bepalen dat de rug- en nekklachten van [verzoeker] in causaal verband staan tot het ongeval; - Euro Insurance te veroordelen tot betaling van een aanvullend voorschot van € 8.160,00; - te bepalen dat Euro Insurance de nog openstaande facturen van € 3.474,10 dient te voldoen; - de kosten als bedoeld in artikel 1019aa Rv tot en met de indiening van dit verzoekschrift op € 6.719,80 te begroten en Euro Insurance te veroordelen tot betaling hiervan; - Euro Insurance te veroordelen tot betaling van het door [verzoeker] verschuldigde griffierecht; - de extra kosten die gepaard gaan met de voorbereiding van de mondelinge behandeling van het deelgeschil alsmede met de mondelinge behandeling zelf, na de mondelinge behandeling te begroten en Euro Insurance te veroordelen tot betaling hiervan; en indien de rechtbank van oordeel is dat voorafgaand aan de beoordeling van het eerstgenoemde verzoek, eerst een neurologische, orthopedische en/of psychiatrische expertise dient plaats te vinden, een deskundige te benoemen. 3.2. Aan deze verzoeken legt [verzoeker] – verkort weergegeven – het volgende ten grondslag. Volgens [verzoeker] volgt uit de medische informatie van zijn behandelend artsen (huisarts, fysiotherapeut, reumatoloog, orthopeed en ostheopaat) dat zijn (lage) rug- en nekklachten kunnen worden toegerekend aan het ongeval. 3.3. Euro Insurance voert verweer. 3.4. De rechtbank zal hierna indien en voor zover nodig nader ingaan op de standpunten van partijen. 4. De beoordeling 4.1. De rechtbank acht, anders dan Euro Insurance, [verzoeker] ontvankelijk in zijn (primaire) verzoek(en). De deelgeschilprocedure biedt betrokkenen bij een geschil over letsel- of overlijdensschade in de buitengerechtelijke onderhandelingsfase een eenvoudige en snelle toegang tot de rechter ter bevordering van de totstandkoming van een minnelijke regeling. Gelet daarop dient de rechtbank te beoordelen of de verzochte beslissing kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst dan wel, indien dat niet het geval is, of het verzoek moet worden afgewezen (artikel 1019z Rv). In het onderhavige geval twisten partijen – kort gezegd – over de vraag of de door [verzoeker] genoemde klachten kunnen worden toegerekend aan het ongeval. Dat is een deelgeschil in de zin van de wet. En, met een oordeel over het causaal verband kán de ontstane impasse tussen partijen in beginsel worden doorbroken en zouden de onderhandelingen in principe kunnen worden voortgezet. 4.2. Een ándere vraag is of het causaal verband tussen de klachten en het ongeval kan worden vastgesteld. Euro Insurance betwist dat op basis van de thans beschikbare gegevens kan worden vastgesteld dat causaal verband bestaat tussen de nek- en rugklachten van [verzoeker] en het hem overkomen ongeval. Volgens Euro Insurance is een onderzoek door een onafhankelijke deskundige nodig om het eventuele causale verband vast te stellen. Het benoemen van een deskundige, zoals [verzoeker] (subsidiair) verzoekt, gaat volgens Euro Insurance echter het bestek van de deelgeschilprocedure te buiten. 4.3. Anders dan [verzoeker] is de rechtbank van oordeel dat op basis van de medische informatie waarnaar [verzoeker] verwijst en die in dit deelgeschil in het geding is gebracht niet kan worden geconcludeerd dat sprake is van causaal verband tussen het ongeval en de nek- en rugklachten van [verzoeker]. Het betreft immers (alleen) medische gegevens uit de behandelend sector, waaronder bovendien geen neurologische gegevens. Tot op heden is (in ieder geval) de neuroloog vooralsnog de meest aangewezen specialist om de vraag naar het (medisch) oorzakelijk verband tussen nek- en rugklachten en een ongeval als [verzoeker] is overkomen te beantwoorden. Met Euro Insurance is de rechtbank dan ook van oordeel dat eerst nader onderzoek naar de medische causaliteit nodig is voordat de (juridische) causaliteit kan worden beoordeeld. Daar komt bij dat Euro Insurance gemotiveerd heeft aangevoerd dat bij [verzoeker] reeds voor het ongeval sprake was van (lage) rugklachten, dat hij lijdt aan de ziekte van Bechterew en dat uit de medische gegevens zou blijken dat er sprake is van degeneratieve afwijkingen van de hals-wervelkolom. Geen van deze aandoeningen is volgens Euro Insurance ongevalsgerelateerd en kunnen wel bijdragen aan de door [verzoeker] gepresenteerde klachten. Ook ten aanzien van de vraag naar de eventuele invloed van deze andere mogelijke verklaringen voor de klachten van [verzoeker] zal een onafhankelijke deskundige moeten worden geraadpleegd omdat de rechtbank niet over de medische kennis beschikt om deze stellingen – en de daarvan afwijkende stellingen van [verzoeker] – te beoordelen. Onder deze omstandigheden kan de rechtbank bij de huidige stand van zaken niet vaststellen dat de klachten van [verzoeker] in causaal verband staan tot het ongeval. [verzoeker] heeft onvoldoende onderbouwd gesteld, de nu voorhanden zijnde gegevens zijn daarvoor in ieder geval niet toereikend, dat het vereiste causaal verband tussen zijn klachten en het hem overkomen ongeval bestaat. Het verzoek te bepalen dat de rug- en nekklachten van [verzoeker] in causaal verband staan tot het ongeval, wordt dan ook afgewezen. 4.4. Daarmee komt de rechtbank toe aan het (subsidiaire) verzoek van [verzoeker] om een deskundige te benoemen. Euro Insurance is van mening dat gelet op de met een (of meerdere) deskundigenonderzoeken gemoeide tijd en kosten voor een deskundigenonderzoek in een deelgeschilprocedure geen plaats is. Daarnaast voert Euro Insurance aan dat de wet een afzonderlijke procedure kent voor een (voorlopig) deskundigenonderzoek. 4.5. De rechtbank constateert dat het verzoek van [verzoeker] tot het benoemen van een deskundige in wezen een verzoek betreft als bedoeld in artikel 202 lid 1 Rv (voorlopig deskundigenbericht). Hoewel de wetsgeschiedenis bij de artikelen 1019w Rv e.v. niet expliciet vermeldt of een verzoek tot het benoemen van deskundigen tevens in een deelgeschilprocedure kan worden gedaan, is de rechtbank van oordeel dat dit in beginsel buiten het toepassingsbereik van de deelgeschilprocedure valt. Dit kan (alleen) anders zijn indien de réchter het ten behoeve van het hem voorgelegde deelgeschil wenselijk acht (getuigen en/
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.