RECHTBANK UTRECHT Sector strafrecht Parketnummer: 16/656055-12 (Promis) Datum uitspraak: 6 november 2012 Vonnis van de meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [1994], wonende te [woonplaats], gedetineerd in “PI Utrecht - HvB locatie Nieuwegein” te Nieuwegein. 1. Het onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 23 oktober 2012. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de advocaat, mr. E.H. Bokhorst, naar voren hebben gebracht. 2. Tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: ten aanzien van feit 1: in de periode van 6 april 2012 tot en met 11 juli 2012 heroïne en/of cocaïne heeft gedeald; ten aanzien van feit 2: op 11 juli 2012 in Amersfoort heroïne en/of cocaïne aanwezig heeft gehad. 3. Voorvragen De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4. Waardering van het bewijs 4.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen en heeft daarbij gelet op de processen-verbaal van bevindingen, de getuigenverklaringen en de historische gegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer 2], welk telefoonnummer volgens de officier van justitie in de gehele ten laste gelegde periode aan verdachte toebehoorde. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de ten laste gelegde feiten en heeft vrijspraak bepleit. De raadsman heeft onder meer aangevoerd dat de getuigen geconfronteerd zijn met slechts één foto van verdachte. Deze enkelvoudige fotoconfrontatie mag, zo blijkt uit de jurisprudentie, alleen gebruikt worden in de hoedanigheid van een ‘opsporingsconfrontatie’ en niet als een ‘bewijsconfrontatie’. De verklaringen van de getuigen dienen derhalve uitgesloten te worden van het bewijs. De overige inhoud van de getuigenverklaringen wijzen niet naar verdachte. Hierdoor dient vrijspaak te volgen, aldus de raadsman. 4.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit. [verbalisant 1] kreeg vanuit wijkagenten signalen binnen dat er mogelijk in verdovende middelen gehandeld werd in de directe omgeving van de Wiekslag te Amersfoort. Hierop heeft hij een onderzoek ingesteld in het politie-informatiesysteem. Hierin zag hij veel meldingen voorkomen aangaande de vermoedelijke verkoop van drugs in de directe omgeving van de Wiekslag. [verbalisant 1] heeft daarop een actiedag gepland op woensdag 11 juli 2012. [verbalisant 2] maakt op 11 juli 2012 deel uit van het actieteam in de omgeving van de Wiekslag te Amersfoort. Hij stond omstreeks 13.16 uur op de Wielewaalstraat te Amersfoort. Vanuit zijn positie zag hij bij de Wiekslag de hem ambtshalve bekende [verdachte] lopen. Hij kent [verdachte] van de jaren die hij werkzaam is in het district Eemland Zuid. Hij heeft hem diverse keren gecontroleerd bij onder andere overlast meldingen jeugd. Ook is hij meerdere keren bij hem thuis geweest. [verdachte] liep op de stoep richting de Wiekslag. De verbalisant zag dat [verdachte] gekleed was in een donkerblauwe jas en een donkere spijkerbroek. Hij zag dat er aan de rechterzijde een witte Opel stond met kenteken [kenteken]. Hij zag dat [verdachte] naar de bestuurderszijde van de witte Opel liep. [verdachte] boog voorover en ging met beide handen en een deel van zijn hoofd via de openstaande ruit naar binnen. Hij zag dat de handen van de bestuurder in de richting gingen van [verdachte]. Hierdoor kreeg [verbalisant 2] het vermoeden dat er mogelijk drugs verkocht werd. Hij zag dat [verdachte] weg liep in de richting van de Wiekslag. [verbalisant 2] is toen naar de witte Opel gefietst. Via de portofoon heeft hij collega’s opgeroepen om [verdachte] staande te houden. [verbalisant 2] is vervolgens naar de bestuurder van de witte Opel gelopen en vroeg aan hem wat hij had gekocht van de jongen met wie hij zojuist contact had. De bestuurder verklaarde dat hij een bolletje bruin van hem gekocht had. In de drugs wereld wordt onder een bolletje bruin een bolletje heroïne verstaan, volgens [verbalisant 2]. De bestuurder bleek te zijn genaamd, [getuige 1]. [getuige 1] heeft vervolgens bij de politie verklaard dat hij het laatste drie kwart jaar heroïne gebruikt. Hij gebruikt zo’n 5 bolletjes per week. Hij koopt zijn heroïne bij een vaste dealer. Hij koopt zijn drugs ongeveer drie kwart jaar bij deze jongen. Het is dezelfde jongen waarvan hij vandaag ook drugs gekocht heeft. [getuige 1] belt de jongen op het nummer [telefoonnummer 2] om een afspraak te maken om drugs te kopen. Het nummer van [getuige 1] is [telefoonnummer 3]. [getuige 1] betaalt 10 euro voor een bolletje. De kwaliteit is redelijk. Vandaag belde [getuige 1] hem op en spraken ze af op de Wielewaalstraat. [getuige 1] gaf zijn dealer tien euro en [getuige 1] kreeg van zijn dealer het bolletje heroïne. Hij zag dat de dealer weg liep en dat er vervolgens een persoon aan kwam rennen die een portofoon vast hield. Hij wist gelijk dat dit een agent was. [getuige 1] heeft het bolletje aan die agent gegeven. Direct na de oproep van verbalisant [verbalisant 2] om [verdachte] staande te houden fietste [verbalisant 1] de Wielewaalstraat te Amersfoort in. Hij zag daar de hem ambtshalve bekende [verdachte] lopen. Hij kent [verdachte] omdat hij hem meerdere keren gesproken en gecontroleerd heeft. De laatste keer dat hij [verdachte] gesproken heeft was op 8 juli 2012. [verbalisant 1] zag dat [verdachte] hem recht aankeek en een geschrokken indruk maakte. Hierop zag hij dat [verdachte] begon te rennen. [verbalisant 1] heeft de achtervolging ingezet. Hij zag dat [verdachte] een brandgang in rende en zijn rechterhand in zijn rechterbroekzak stak. [verbalisant 1] zag dat hij zijn rechterhand uit zijn broekzak haalde en een gooiende beweging maakte. Hij zag dat [verdachte] een plastic zakje weggooide en dat het zakje op een grindvak in een voortuin terecht kwam. [verbalisant 1] heeft de achtervolging gestaakt en het zakje opgeraapt. Hij zag dat in het zakje verschillende witte en bruine bolletjes zaten. De bolletjes zijn door [verbalisant 1] in beslag genomen. [verbalisant 3] hoorde via de portofoon dat de hem ambtshalve bekende [verdachte] gezocht werd. Hij zag [verdachte] op 11 juli 2012 omstreeks 16.58 uur in een brandgang staan in Amersfoort. Hij zag dat [verdachte] een donkere jas droeg en een blauwe spijkerbroek. Hij wilde [verdachte] staande houden, maar [verdachte] rende weg. [verbalisant 3] is [verdachte] rennend achterna gegaan en heeft ondertussen collega’s ingeschakeld. Op een gegeven moment zag hij dat [verdachte] door verbalisant [verbalisant 4] staande werd gehouden. De bolletjes die [verbalisant 1] in een zakje van straat heeft geraapt en het bolletje dat verbalisant [verbalisant 2] van getuige [getuige 1] heeft gekregen, zijn bij de afdeling Forensische Opsporing aangeboden. De aangeboden partij bestond uit: - 0,15 gram bruin poeder, verpakt in 1 bolletje (AAEO7708NL) - 1,38 gram bruin poeder, verpakt in 9 bolletjes (AAEO7709NL) - 0,99 gram wit poeder, verpakt in 6 bolletjes (AAEO7710NL) Uit het rapport identificatie van drugs en precursoren van het NFI volgt dat het onderzochte materiaal heroïne of cocaïne bevat. - AAEO7708NL bevat heroïne - AAEO7709NL bevat heroïne - AAEO7710NL bevat cocaïne Naar aanleiding van de verklaring van getuige [getuige 1], dat hij zijn vaste dealer altijd belt op het nummer [telefoonnummer 2], worden de historische gegevens van dit telefoonnummer opgevraagd. Dit nummer blijkt sinds 13 februari 2012 in gebruik te zijn. Sinds die tijd zijn er 2267 inkomende en uitgaande contacten geweest. Alle contacten zijn kort van duur en er vinden meerdere korte contacten achter elkaar plaats met hetzelfde tegennummer. Deze historische gegevens ondersteunen de verklaring van getuige [getuige 1] dat hij op dit nummer zijn dealer belde. Vanaf 16 april 2012 zijn er namelijk tussen het nummer [telefoonnummer 2] en het nummer van [getuige 1] meerdere en regelmatige contacten geweest. Uit een verdere inventarisatie blijkt dat er veelvuldig telefonisch contact is met de navolgende personen: [getuige 2], [getuige 3] en [getuige 4]. Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij sinds 1992 cocaïne gebruikt. Zijn nummer is [telefoonnummer 1]. Na confrontatie met het nummer [telefoonnummer 2] zegt [getuige 2]: “dat is volgens mij van die jongen die nu vast zit, toch? Jullie hebben hem gepakt.” [getuige 2] verklaart voorts dat hij drugs van degene koopt die bij dat telefoonnummer hoort. Het kan zijn dat [getuige 2] vanaf maart 2012 drugs bij hem koopt. Hij betaalde een tientje voor een bolletje cocaïne. Er waren meestal twee gesprekken nodig voor een deal. De gesprekken gingen altijd over het kopen van drugs. Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat zij tussen een halve en een hele gram heroïne per dag gebruikt. Zij kocht altijd 1 of 2 bolletjes heroïne tegelijk. Zij betaalde 10 euro per bolletje en er zit 0,2 gram in een bolletje. De kwaliteit van de heroïne was ok, maar er zat meestal te weinig in een bolletje. Getuige [getuige 4] is ook bij de politie geconfronteerd met de contacten tussen haar telefoonnummer en het telefoonnummer [telefoonnummer 2]. Zij heeft daarop bij de politie verklaard: “Dat kan allemaal wel wezen maar ik wil geen dealers erbij lappen’’. Uit de historische gegevens van telefoonnummer [telefoonnummer 2] blijkt voorts dat getuige [getuige 2] tussen 4 maart 2012 en 11 juli 2012 contacten onderhield met dit telefoonnummer, [getuige 4] tussen 4 maart 2012 en 11 juli 2012 en De [getuige 3] tussen 14 februari 2012 en 10 juli 2012. De rechtbank stelt vast dat de telefoon met het nummer [telefoonnummer 2] een klassiek voorbeeld is van een ‘dealertelefoon’. Het nummer is sinds 13 februari 2012 in gebruik en sinds die tijd zijn er 2267 inkomende en uitgaande contacten geweest. Alle contacten zijn kort van duur en er vinden meerdere korte contacten achter elkaar plaats met hetzelfde tegennummer. Deze wijze van communiceren sluit aan op de verklaring van een drugsgebruiker die gezegd heeft dat om een afspraak te maken om drugs te kopen er meestal twee gesprekken nodig waren alvorens de afspraak vast staat en dat alle gesprekken over het kopen van drugs gaan. [getuige 1] heeft op 11 juli 2012 [verdachte] als zijn vaste dealer aangewezen. De politie is getuige geweest van de deal tussen [verdachte] en [getuige 1] en de rechtbank ziet geen aanleiding om aan de processen-verbaal van bevindingen alsmede de getuigenverklaring van [getuige 1] te twijfelen. De historische gegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] ondersteunen de verklaring van getuige [getuige 1] dat hij op dit nummer zijn vaste dealer belde voor de periode die de rechtbank hierna bewezen zal verklaren. Vanaf 16 april 2012 zijn er namelijk tussen het nummer [telefoonnummer 2] en het nummer van [getuige 1] meerdere en regelmatige contacten geweest. Daaruit leidt de rechtbank af dat verdachte [verdachte] vanaf in ieder geval 16 april 2012 in bezit is geweest van de dealertelefoon met het nummer [telefoonnummer 2]. [verdachte] heeft met nummer [telefoonnummer 2],na 16 april 2012 ook veelvuldig contact gehad met de telefoonnummers van [getuige 2], [getuige 3] en [getuige 4]. [getuige 2] en [getuige 3] hebben in hun verklaring aangegeven dat zij drugsgebruikers zijn en telefonisch contact opnemen met hun dealer voor het maken van een afspraak om drugs te kopen. Ook is er veelvuldig contact geweest met andere telefoonnummers, waarvan uit het dossier niet altijd blijkt aan wie het telefoonnummer toebehoort. De rechtbank concludeert dat [verdachte] vanaf 16 april 2012 tot en met 11 juli 2012 drugs heeft verkocht en afgeleverd aan in ieder geval [getuige 2], [getuige 3] en [getuige 4], maar eveneens aan andere gebruikers, waarvan de identiteit onbekend is gebleven. Daarnaast staat vast dat [verdachte] op 11 juli 2012 6 bolletjes cocaïne en 9 bolletjes heroïne op zak had, hetgeen de rechtbank als een dealerindicatie aanmerkt. 5. Bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4.3 vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte 1. in de periode van 16 april 2012 tot en met 11 juli 2012 te Amersfoort, althans in Nederland, opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd, (gebruikers)hoeveelheden cocaïne en/of heroïne, aan [getuige 1] en [getuige 2] en [getuige 3] en [getuige 4] en (een) andere gebruiker(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.