RECHTBANK UTRECHT Sector strafrecht parketnummers: 16/701263-12; 16/610003-10 (tul) [P] vonnis van de meervoudige kamer d.d. 13 november 2012 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [1973] te [geboorteplaats] (Marokko), wonende te [woonplaats] , gedetineerd voor deze zaak te PI Utrecht, Huis van Bewaring Wolvenplein raadsman mr. B.J. de Pree, advocaat te Amersfoort 1 Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 30 oktober 2012, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Ter terechtzitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer. 2 De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: feit 1: in harddrugs heeft gehandeld; feit 2: harddrugs in zijn bezit heeft gehad; feit 3: zich schuldig heeft gemaakt aan heling van twee mobiele telefoons. 3 De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen reden is voor schorsing van de vervolging. 4 De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan en baseert zich daartoe op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen. De officier van justitie acht niet bewezen dat verdachte 193,83 gram amfetamine en 0,73 gram heroïne in zijn bezit heeft gehad en voor deze onderdelen van de tenlastelegging van feit 2 heeft zij partiële vrijspraak gevorderd. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen ten aanzien van de feiten 1 en 3 en heeft hiervoor vrijspraak bepleit. Ten aanzien van de bewezenverklaring van feit 2 kan de raadsman zich vinden in het standpunt van de officier van justitie. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Feiten 1 en 2 De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van 17 juli 2011 tot en met 17 juli 2012 in Soest heeft gehandeld in cocaïne en heroïne (feit 1) en dat hij cocaïne en heroïne in zijn bezit heeft gehad (feit 2). De rechtbank baseert haar oordeel op de navolgende bewijsmiddelen. Bewijs Getuige [getuige 1] heeft op 19 juli 2012 verklaard dat haar vriend [A] ongeveer sinds een jaar bij verdachte cocaïne koopt. De ontmoetingsplek voor de koop van cocaïne was vaak bij verdachte thuis is [woonplaats]. Verdachte heeft het heel druk gehad met de verkoop van cocaïne en hij had heel veel klanten. [getuige 1] weet het telefoonnummer niet meer dat zij belde om bij verdachte cocaïne te bestellen. [getuige 1] heeft verdachte drugs zien wegen met een klein weegschaaltje. Verdachte heeft een boekje bij hem thuis met daarin de namen van mensen die een schuld bij hem hebben. De laatste keer heeft [A] aan verdachte € 50,00 betaald en hiermee een schuld van € 30,00 afbetaald en ter waarde van € 20,00 aan cocaïne meegenomen. Bij verdachte in [woonplaats]zijn op 17 juli 2012 onder meer de volgende goederen aangetroffen, in beslag genomen , gewogen en onderzocht: - een weegschaal; - 23,22 gram wit/crèmekleurig poeder en brokjes : bevat cocaïne ; - 0.42 gram witte brokjes : bevat cocaïne ; - 28,3 gram bruin/beige poeder en brokjes : bevat heroïne ; - een notitieboekje met daarin diverse namen met achter de namen getallen; een aantal namen en/of getallen is daarop doorgekrast. Verdachte heeft verklaard dat de cocaïne en heroïne die in zijn woning zijn aangetroffen van hem zijn. Op het lijstje met namen in het notitieboekje staat onder meer de naam “Kris” met daarachter het getal “30”. De naam en het getal zijn doorgekrast. Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat verdachte sinds een jaar op de [adres] in [woonplaats] woont, een drugsdealer is en heroïne en cocaïne verkoopt. De [getuige 2] heeft verklaard dat haar ex-vriend [B] regelmatig bij verdachte heroïne en cocaïne koopt. Op het lijstje staat de naam “[B]” met achter zijn naam het getal “5”. De mobiele telefoon van verdachte is onderzocht en binnen de ten laste gelegde periode blijkt dat deze telefoon met een aantal telefoonnummers veelvuldig contact heeft gehad. In de periode van 17 juli 2011 tot en met 15 juli 2012 is tussen de mobiele telefoon van verdachte en het telefoonnummer op naam van [X] 103 keer contact geweest. Getuige [X] heeft verdachte op foto herkend en noemt hem [verdachte]. [verdachte] handelt in verdovende middelen, aldus [X]. In de periode van 17 juli 2011 tot en met 16 mei 2012 is tussen het mobiele nummer van verdachte en het telefoonnummer op naam van [Y] 248 keer contact geweest. Op het lijstje staat de naam “[Y]” met het getal “30”. In de periode van 9 september 2011 tot en met 16 maart 2012 is er 53 keer contact geweest tussen de mobiele telefoon van verdachte en het telefoonnummer op naam van [getuige 6]. Getuige [getuige 6] heeft verklaard dat [C], haar vriend, haar telefoon vaak gebruikte. Op het lijstje staat de naam “[C]” met het getal “20”. De naam en het getal zijn doorgekrast. Getuige [getuige 3] wilde niet over verdachte verklaren omdat hij helemaal niets meer met “het wereldje” te maken wilde hebben. Op het lijstje staat de naam “[getuige 3]” met het getal “6”. Getuige [getuige 4] heeft verklaard net te zijn afgekickt van de verdovende middelen en dat hij niets meer met deze “vrienden” te maken wilde hebben. Op het lijstje staat de naam “[getuige 4]” met het getal “275”. Verbalisanten hebben buurtonderzoek gedaan en de bewoonster van nummer 60, de buurvrouw van verdachte, heeft verklaard dat zij in de weekenden geluidsoverlast ondervindt van verdachte. Er komt tussen 03:00 uur en 04:00 uur ’s nachts geregeld bezoek aan zijn deur. Rond deze tijdstippen wordt er op de ramen van verdachte getikt. De buurvrouw heeft verdachte het afgelopen half jaar niet meer gezien omdat de luxaflex altijd dicht zitten. De bewoner van nummer 64 heeft verklaard dat er veel mensen bij hem aanbellen die voor verdachte komen. Een tijd geleden is er bij hem ’s nachts op zijn raam geklopt en dat bleek een junk te zijn die voor verdachte kwam. Getuige [getuige 5] heeft verklaard dat hij verdachte, zijn achterbuurman, een witte envelop door het raam van een auto heeft zien laten vallen. De afgelopen drie à vier maanden loopt er steeds meer vreemd volk nabij de woning van zijn achterbuurman rond. Met vreemd volk bedoelt hij mensen die niet uit de buurt komen en die tijdens hun aanwezigheid steeds vreemd om zich heen kijken. Bewijsoverwegingen feit 1 Verdachte ontkent in harddrugs te handelen en heeft verklaard dat de drugs die zijn aangetroffen in zijn woning voor eigen gebruik zijn. Ook het notitieboek heeft niets te maken met drugshandel, maar is een overzicht van de schulden die hij heeft aan andere mensen. Een of twee namen op het lijstje betreffen schulden aan hemzelf, aldus verdachte. De rechtbank acht de verklaring van verdachte niet geloofwaardig en wel gezien de volgende feiten en omstandigheden die het tegendeel bewijzen. Bij verdachte is een hoeveelheid harddrugs aangetroffen waarvan hij heeft bekend dat die van hem was. Deze hoeveelheid overstijgt een gebruikershoeveelheid. Ook is bij verdachte een weegschaal aangetroffen, terwijl getuige [getuige 1] heeft verklaard dat verdachte hiermee drugs woog. Verdachte heeft geen alternatieve verklaring gegeven waarom hij deze weegschaal in zijn bezit had. Voort is er bij verdachte een notitieboekje aangetroffen waarvan verdachte ook zegt dat het van hem is. Hij heeft daarin aantekeningen gemaakt bestaande uit namen in combinatie met getallen. De combinatie van de harddrugs die zijn aangetroffen bij verdachte, de weegschaal, de veelvuldige telefonische contacten, het nachtelijke bezoek bij verdachte en de getuigenverklaringen over de verkoop van cocaïne en heroïne, maken dat de rechtbank tot de conclusie komt dat verdachte, ondanks zijn ontkenning, handelde in harddrugs. De rechtbank concludeert uit de voorgaande bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien dat verdachte vanuit zijn woning in [woonplaats] in de periode van 17 juli 2011 tot en met 17 juli 2012 meermalen harddrugs in de vorm van cocaïne en heroïne heeft verkocht. Ook acht zij wettig en overtuigend bewezen dat verdachte 23,22 en 0,42 gram cocaïne en 28,3 gram heroïne opzettelijk aanwezig heeft gehad. Aanvullende overwegingen De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte feit 2 samen met een ander heeft gepleegd. Het dossier biedt daarvoor geen aanknopingspunten. Evenmin acht zij bewezen dat verdachte 193,83 gram amfetamine en 0,72 gram heroïne aanwezig heeft gehad. Voor deze onderdelen van de tenlastelegging zal dan ook partiële vrijspraak volgen. Feit 3 De rechtbank acht op grond van het navolgende wettig en overtuigend bewezen dat verdachte twee gestolen telefoons voorhanden heeft gehad, terwijl hij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze van diefstal afkomstig waren. Bewijs Tijdens de doorzoeking in [woonplaats] zijn bij verdachte onder meer de volgende mobiele telefoons aantroffen: - een Nokia telefoon, type E72, met IMEI-nummer [nummer]; - een Nokia telefoon, type E75, met IMEI-nummer [nummer]. Tussen 4 augustus 2011 en 5 augustus 2011 is de Nokia telefoon, type E72, weggenomen uit een woning in [woonplaats]. Tussen 10 augustus 2011 en 11 augustus 2011 is de Nokia telefoon, type E75, weggenomen uit een woning in [woonplaats]. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij allebei de telefoons op straat heeft gekocht van jongen die hij niet kent, voor € 20,00 per stuk. Bewijsoverweging Gelet op de omstandigheden waaronder verdachte de telefoons in zijn bezit heeft gekregen, waarbij de rechtbank in het bijzonder wijst op het (lage) bedrag dat verdachte voor de telefoons heeft betaald en het feit dat hij de telefoons op straat heeft gekocht van een jongen die hij niet kent, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de telefoons voorhanden heeft gehad waarvan hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die telefoons redelijkerwijs moest vermoeden dat die telefoons van misdrijf afkomstig waren. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.